Alex de Vries

‘Door vervreemding kun je verwondering wekken’ – op atelierbezoek bij Onno Poiesz

Interview
14 september 2026

De werkwijze van Onno Poiesz is goed af te lezen aan de sculpturale cocktailprikkers die in 2022 bij de ingang van Stedelijk Museum Schiedam zijn geplaatst. De drie uitvergrote cocktailprikkers in goud, groen en rood zijn 7,5, 6,5 en 5,5 meter hoog. Door de maat en de functie te veranderen en ze het aanzien te geven van een exotische boomsoort, verwezenlijkt hij een kortsluiting in de waarneming en vestigt hij op een ongebruikelijk manier de aandacht op het museumgebouw. Alex de Vries bezocht het atelier van Poiesz en ging met hem in gesprek over werken in opdracht, zijn vrije werk en de voorwerpen uit zijn jeugd. Ook deze plek maakt deel uit van het Groot Rotterdams Atelier Weekend. Op 19 en 20 september openen door heel Rotterdam zo’n 700 kunstenaars en makers de deuren van hun ateliers. Ontdek kunst van dichtbij, ontmoet de makers achter het werk en laat je verrassen op plekken die normaal gesloten blijven.

Het atelier van Onno Poiesz (Rotterdam, 1974) is op het oog een grote, wanordelijke verzameling van honderden keramische objecten en andersoortige sculpturen, kunstwerken en voorwerpen. Hij werkt sinds 2009 in Kunst & Complex aan de Keileweg in Rotterdam dat al vanaf 1987 rond de dertig kunstenaars huisvest. ‘Alle ateliers in Rotterdam staan onder druk’, zegt Onno, ‘ook Kunst & Complex. Er lag een plan van een projectontwikkelaar dat niet konden worden waargemaakt. Het ziet er nu naar uit dat de kunstenaars die er werken het in eigendom kunnen krijgen. Onze visie is dat Kunst & Complex altijd voor kunstenaars beschikbaar moet blijven.’

De interesse voor de kunst begon bij Onno Poiesz rond zijn dertiende toen hij op zaterdagen mee ging doen met voorstellingen van het Jeugdtheater Hofplein dat in 1985 was opgericht. ‘Ik ben daar waarschijnlijk via mijn moeder terechtgekomen, want zij zat in het onderwijs en vond culturele ontwikkeling heel belangrijk. Mijn vader werkte bij Exxon Chemicals en is nogal jong overleden. Mijn enige zus is, net als mijn moeder, in het onderwijs gaan werken. Jeugdtheater Hofplein was voor mij een introductie in een wereld die ik niet kende: zang, dans, toneel, optreden. Ik vond het fantastisch. Ik deed onder andere mee aan de productie Meisje Loos.’
Hij schreef zich ook in bij een castingbureau en werd gevraagd voor een korte film die Schilderen en stukadoren heette. Toch was hij in die tijd nog niet van plan naar de kunstacademie te gaan.
‘Ik deed eerst de Mavo en daarna de Havo. Wat weet je als 14 of 15 jaar bent. Ben je dan überhaupt al wakker? Ik wilde bioloog of fysiotherapeut worden, misschien wel archeoloog. Ik ging me voor kunst interesseren toen ik bevriend raakte met iemand die graffiti maakte. Dat was een wereld die anders was dan ik gewend was. Dat ging ook samen met hiphop muziek. Ik hing rond in de Coolhaven, een prostitutiezone waar veel graffiti werd gemaakt. Ik ging kleurrijke lettervormen spuiten. Je had er kracht en techniek voor nodig. Ik fotografeerde mijn werk en liet een keer die foto’s afdrukken. Dat kostte me voor een fotorol van 36 opnamen veertig gulden; veel geld, maar dat gaf ik er graag aan uit. Op mijn twintigste ben ik naar de Academie Sint Joost in Breda gegaan.’

Onno Poiesz - Handpop
Onno Poiesz - Handpop
Onno Poiesz - Up side down
Onno Poiesz - Up side down

Met zijn graffiti achtergrond begon hij het oriënterende jaar op de kunstacademie met het idee om grafisch ontwerpen te gaan studeren, maar het werd toch de schilderafdeling. ‘Om wat geld te verdienen deed ik veel opdrachtjes: het spuiten van rolluiken, gevels en schuttingen. Met de opbrengst daarvan kon ik spuitbussen met de juiste kleuren verf aanschaffen. Ik liet die graffiti ook wel eens aan mijn academiedocenten zien, maar die hadden er niet veel mee. Ze zullen het wel weten, dacht ik. De academie was een afgeschermde plek in dat voormalige klooster aan de rand van Breda. Het was een fijne plek. Er was tijd en ruimte om iets uit te zoeken en uit te proberen, een manier van werken die ik eigenlijk nog steeds hanteer.
Luc van Soom was een van mijn docenten die mij werd toegewezen voor mijn eindexamenwerk. Ik kreeg adviezen als: kies voor ieder beeld één materiaal. Ik nam dat al snel met een korreltje zout, zo van: ze zeggen ook maar wat. Je werd er nauwelijks voorbereid op de beroepspraktijk van de beeldende kunst. Dat bleef beperkt tot een BTW-cursus. Nu is een opleiding van vier jaar ook betrekkelijk kort om je voor te bereiden op de professionele omgang met je werk als je je vooral inhoudelijk nog moet ontwikkelen. Ik heb de praktijk al doende na de academie geleerd. Ik ben in 1998 afgestudeerd met een installatie van sculpturen, een combinatie van houten, keramische en gipsen vormen, hoewel ik op de schilderafdeling zat, en ben daarna in de wereld van kunst in de openbare ruimte gaan werken. Ik heb de praktijk al doende na de academie geleerd.’

Na de academie dacht Onno Poiesz: ‘Nu gaat het gebeuren. Maar er gebeurde niet zo veel. Niemand had mijn adres. Ik had niet eens telefoon. Wie kon mij bereiken?’
Om meer perspectief te krijgen ging hij naar de avondopleiding van de Willem de Kooning Academie om zijn docentenbevoegdheid tekenen en handvaardigheid te halen. Daar studeerde hij in 2000 af. Overdag werkte hij in een antikraakpand in een oude gymzaal aan zijn beelden. Om geld te verdienen deed hij klussen voor musea in de depots, art handling en tentoonstellingsopbouw. Het kostte hem veel tijd zodat er weinig overbleef om zijn eigen werk te maken. De omslag kwam in de periode 2001/2002 toen hij de opdracht kreeg voor een kunstproject bij een bloemenkiosk aan de Coolsingel. Daarvoor maakte hij een beeld van een liggend paard in een bloemenweide dat de nodige aandacht trok.
‘Ik ben lang naar dat paard op zoek geweest. Uiteindelijk kwam ik bij Theatergroep Hollandia terecht die een opgezet paard hadden gebruikt in een voorstelling. Door de respons op dat werk wist ik: dit wil ik doen, het maken van kunst in de openbare ruimte. Wat me eraan bevalt is hoe je met een beeld toevallige passanten de ogen kunt openen. Door vervreemding kun je verwondering wekken. Een beeld kan verhalend zijn, zonder dicterend te worden.’

Spoorsingel

Kunst in de openbare ruimte is voortdurend zichtbaar voor het publiek. Die zichtbaarheid draagt bij aan de erkenning binnen het vakgebied en leidt tot vragen en opdrachten van overheden, bedrijven, kunstinstellingen en non-profit organisaties. Zo maakte Onno Poiesz in 2006 het monumentale gevelwerk EXIT op het voormalige stationsgebouw van Rotterdam dat kort daarna door nieuwbouw zou worden vervangen. Met semi-transparant plakplastic bracht hij over de hele breedte van de glazen gevel de monumentale letters E X I T aan, wat voor hem een dubbele betekenis had.
’Ik zag dat gebouw als de uitgang van de metropool die Rotterdam is. Aan de achterkant van het station, met de Provenierssingel, is de sfeer landelijker. Tegelijkertijd sloeg Exit natuurlijk ook op het vervangen van dat gebouw, het was afgelopen met het station dat eens om zijn bijzondere architectuur werd geroemd.’

Een ander werk dat bepalend is geweest voor zijn beroepspraktijk is Pilot dat hij voor het eerst liet zien tijdens het Todaysart Festival in het centrum van Den Haag: een militair straalvliegtuig dat hij omwille van de krachtdadige vorm – een kruis – als een op zichzelf staand beeld presenteerde. Anders dan bekende sculpturen en projecten van andere kunstenaars die vliegtuigen laten zien – zoals Panamarenko en Joost Conijn – gaat het Poiesz niet om de idee van het verlangen te kunnen vliegen, maar puur om het uiterlijk van het object dat hij door positionering en bewerking versterkt en een aanzien geeft dat los staat van de functie.
‘Ik was al langer op zoek naar een vliegtuig om als beeldend object te kunnen laten zien. Bij mijn objecten begint de inhoud voor mij altijd bij de uitzonderlijke vorm die iets heeft. Eerst vond ik bij een handelaar een MIG straaljager, maar die was veel te duur om te kunnen gebruiken. Uiteindelijk heb ik die Delfin gevonden en die heb ik witgeschilderd zodat het vliegtuig wel van piepschuim gemaakt leek.’
Wel refereert hij aan het idee van collectief schuldbesef van de reizende mens die zich rekenschap geeft van zijn ecologische voetafdruk.
In 2008 presenteerde hij in samenwerking met Mothership Pilot #2 tijdens het festival Wereld van Witte de With de Delfin straaljager opnieuw binnen het thema Groen. De kruisvorm van het vliegtuig krijgt de allure van een teken van boetedoening voor ons verlangen naar de ultieme bewegingsvrijheid ten koste van de schade die daarmee aan de aarde wordt toegebracht.

Onno Poiesz - EXIT

Een tweede vliegtuig van zijn hand staat bij het Rotterdam Museum (voorheen OorlogVerzetsMuseum) toen het in 2009 van Katendrecht naar de Coolhaven verhuisde. Poiesz kreeg van CBK Rotterdam de opdracht om de ingang van het museum te markeren. Dat is precies wat hij met zijn beeld De Schaduw heeft gedaan. Hij wilde er zeker geen monument van maken. Het beeld is uitgevoerd in grijs beton en is een replica van een Heinkel bommenwerper die werd ingezet bij het Duitse bombardement van Rotterdam op 14 mei 1940. In een object vangt hij zo de destructie van een rijk verleden en de naoorlogse opbouw van Rotterdam.

Jarenlang heeft Onno Poiesz op allerlei plekken in Nederland kunstwerken in de publieke ruimte gemaakt die hun uitwerking niet missen. Omdat hij daarbij een gekende vorm eerst neutraliseert en daarna een andere functie toebedeelt, hebben zijn sculpturen een overtuigend karakter. Hij is gewend om te gaan met de randvoorwaarden die aan openbare beelden worden gesteld en speelt daarop in, zonder dat hij afbreuk doet aan zijn persoonlijke intenties.
Zijn werkwijze is goed af te lezen aan zijn sculpturale cocktailprikkers die in 2022 bij de ingang van Stedelijk Museum Schiedam zijn geplaatst en die hij oorspronkelijk maakte voor de tentoonstelling Glashard in 2021 bij de Glasfabriek Schiedam. De drie uitvergrote cocktailprikkers in goud, groen en rood zijn 7,5, 6,5 en 5,5 meter hoog. Door de maat en de functie te veranderen en ze het aanzien te geven van een exotische boomsoort, verwezenlijkt hij een kortsluiting in de waarneming en vestigt hij op een ongebruikelijk manier de aandacht op het museumgebouw.

Onno Poiesz maakt geen onderscheid tussen zijn vrije werk en de projecten die hij in opdracht maakt. Veel sculpturale objecten zijn direct ontleend aan dingen die hij vindt op rommelmarkten en in kringloopwinkels. Zijn oog valt op gebruiksvoorwerpen waarvan de functie te raden overlaat en speelgoed dat ontleend is aan dierfiguren met gedetailleerd elementen die jaloersmakend fraai zijn. Als een dergelijke vorm al bestaat, waarom zou je die dan nog zelf gaan boetseren?
Poiesz maakt er mallen van die hij vult met gietklei. De afgietsels glazuurt hij en bakt hij in de oven. Zijn werkruimte staat vol met een eindeloze hoeveelheid samenhangende sculpturale objecten, veelal uitgevoerd in roze glazuur of een vleeskleur, die een samenhang vertonen in hun onbruikbare gedaante met een desondanks functioneel ogende fysieke esthetiek. Er zijn handen met gespreide vingers waarop herkenbare vormen zijn geschoven als waren het figuranten in een poppenspel. Er zijn ook stapelingen van speelgoedpony’s die in elkaar verstrengelde lichamen uit de klassieke beeldhouwkunst in herinnering roepen.
Onno laat me een doos vol met gevonden materiaal zien dat hij als uitgangspunt gebruikt om er afgietsels van te maken. Een speelgoeddolfijn heeft een mooi uitgevoerd geribbeld staartje en dat is precies zo’n element dat de doorslag geeft om van zo’n object een mal te maken. Wel is hij kritisch op wat hij mee naar zijn atelier neemt. Niet ieder voorwerp leent zich voor een sculpturale bewerking, maar wat precies de criteria zijn die zijn keuzes bepalen kan hij ook niet met zekerheid zeggen.
‘Ik geef er door kleurgebruik een bepaalde sensualiteit aan. Daarbij heb ik in de voorwerpen die ik verzamel een voorkeur voor de jaren zeventig. Omdat ze terug te voeren zijn op mijn jeugdervaringen met bepaald speelgoed en tupperware-bakjes. Tegelijkertijd refereren ze door wat ik ermee doe aan oeroude geschiedenis. Dat contrast in betekenis geeft de doorslag. Bij kunst in de openbare ruimte komt de betekenis op een bepaalde plek er nog bij.’

Onno Poiesz - Cocktailprikker bij het Stedelijk Museum Schiedam
Onno Poiesz - Cocktailprikker bij Galerie Vivid. Foto: Yves Krol
Onno Poiesz - eerst commissie NS
Onno Poiesz - eerst commissie NS
Onno Poiesz - eerst commissie NS

Van de NS kreeg hij de opdracht om voor gerenoveerde dubbeldekkers die vanaf 2009 gingen rijden deurknoppen te ontwerpen. Als uitgangspunt nam hij gebruiksvoorwerpen die vroeger in de trein werden gebruikt, maar nu zijn verdwenen of spullen die juist verboden of ongewenst waren. Hij ontwierp twaalf goudkleurige deurknoppen die zijn ontleend aan een treinasbak, een patatbakje, een noodknop, kauwgom, een telefoon, een toetsenbord een geluidsspeaker, een spuitbus en een wapenstok. De kleur van de bronzen deurduwers, die hij Undesirable Objects noemde, gaf deze alledaagse dingen een luxe voorkomen.
Een stap verder ging hij nog met een vervolgopdracht waarvoor hij viezigheid uit de trein, zoals een ingedroogde koffievlek en andere knoeierijen als uitgangspunt nam voor bronzen deurknoppen in de trein. Al gauw bleken deze amorfe voorwerpen populair. Ze werden vaak ontvreemd. Onno dacht eerst dat ze omwille van de buitengewone vorm als kunstobject in de smaak vielen, maar werd gauw uit de droom geholpen: het ging hoogstwaarschijnlijk om koperdieven. De vlekobjecten die er nog waren, werden uit de treinstellen verwijderd en Poiesz bedacht er een andere toepassing voor. Ze worden omgesmolten tot grotere objecten die in een zelfstandige sculptuur worden verwerkt die in de IJ-passage op Amsterdam Centraal Station wordt geïnstalleerd.

Voor het experimenteren met deze manier van werken zijn verblijven als artist in residence in het Europees Keramisch Werk Centrum – in 2005 en in 2018 – voor Onno Poiesz van doorslaggevende betekenis geweest. Daar heeft hij veel uitgeprobeerd en hij kon er in grotere formaten werken dan in zijn atelier. Ook daar heeft hij wel een keramiekoven, maar dan toch voor kleingoed.

Hij maakt ook groot formaat sculpturen van keramiek die hij ontleend aan meubilair, witgoed en sanitair. In 2010 was hij als kunstenaar werkzaam in het John Michael Kohler Arts Centre in Sheboygan (WI) in de Verenigde Staten. De Kohler Factory is een sanitair producent vergelijkbaar met Sphinx in Nederland. Wastafels en wc-potten worden daar in serie geproduceerd en midden in de fabriek zijn twee werkruimtes voor kunstenaars ingericht. Poiesz werkte er drie maanden en gebruikte de sanitaire producten als inspiratiebron, vooral de afgekeurde exemplaren. In zijn sculpturen zijn ze nog goed te herkennen al zijn het geen bruikbare facilitaire voorzieningen meer. Ze lijken halverwege van vorm veranderd, half gesmolten, geassembleerd tot combinaties van een eenheid in tegendelen. ‘Als ik verschillende vormen met elkaar verbind, moet de overgang tussen het ene en het andere vloeibaar zijn, het moet naadloos aansluiten. Het is te vergelijken met kleren die je aantrekt: ze moeten lekker zitten. Dat gebeurt bij mij op een gevoelsmatige en niet op een berekenende manier.’

Onno Poiesz - Poetry of Stains
Onno Poiesz - Poetry of Stains
Onno Poiesz - Poetry of Stains

Het werken in opdracht was langere tijd voor Onno Poiesz een vaste zekerheid in zijn beroepspraktijk, totdat hij een keer een opdracht niet kreeg en er iets in zijn benadering veranderde. Vreemd genoeg viel dat ongeveer samen met de geboorte van mijn zoon, dertien jaar geleden, en met het wegvallen van de eenprocentsregeling.
‘De opdrachtenpraktijk is omslachtiger geworden. Er zijn veel meer partijen die zich ermee bemoeien. Allerlei belangen worden tegen elkaar uitgespeeld en het is veel moeilijker om een goed beeldend idee omwille van de sculpturale kwaliteit te laten prevaleren boven de voorkeur van mensen die daar geen oog voor hebben.’

Het heeft ertoe geleid dat de praktijk van Poiesz meer is verschoven naar vrij werk. Sculpturen van hem zijn te zien op locaties als de Anningahof, de sculptuurroute van Zeist en de Andreas Schotel wandelroute in Esbeek. Door die belangstelling verzelfstandigt zijn taal als beeldenmaker zich en wordt de samenhang steeds coherenter.
‘Ik ben niet snel tevreden, omdat veel van wat ik maak voortkomt uit vondsten die ik doe. Dan moet je erop vertrouwen dat je geluk hebt, maar daar heb ik als kunstenaar niet zo veel aan. Ik kan alleen vertrouwen op stug doorwerken en iets maken waar niemand op zit te wachten en waarvan alleen ik de noodzaak zie. De overtuigingskracht van het beeld moet anderen dan over de streep trekken.’

Onno Poiesz - Atelier
Onno Poiesz - Atelier
Advertenties

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar advertenties@mistermotley.nl

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

* verplicht