Dwaalspoor, rookgordijn, witches’ brew: hoe persoonlijk is een figuratief schilderij?
Kunstenaar en schrijver Dineke Blom bezocht in het Bonnefanten de tentoonstelling Bitches Brew en schreef een bevlogen essay waarin ze zich afvraagt welke rol persoonlijke figuratie speelt en hoe transparant het een kunstenaar maakt. ‘Keetje Mans, Tanja Ritterbex en Aline Thomassen geven in Bitches Brew een onverwachte draai aan persoonlijke figuratie. Een leven zoals geleid door een vrouw neem ik, bij elk van de drie tentoonstellingen, als vertrekpunt. De drie kunstenaars delen vrij veel van hun eigen leven, in gesprekken met elkaar en ook via figuratieve elementen in hun werk. Dat open en persoonlijke aspect gaf mij verrassenderwijs juist de overtuiging dat Thomassen, Ritterbex en Mans meesters zijn in de kunst van het verhullen. Dwaalspoor, rookgordijn, witches’ brew – eigenlijk zit het al in dat intrigerende groepsportret bij de tentoonstelling.’
‘A figurative painting depicting Black persons does not represent Black persons any more truthful than an abstract painting can.’ Het citaat vind ik tussen mijn notities, zonder naam of jaartal, en genoteerd toen ik onderzoek deed naar abstract werkende Afro Amerikaanse kunstenaars uit de jaren 1960, 1970 van de vorige eeuw. ‘Zou de stelling ook opgaan voor een figuratief schilderij waarop vrouwen staan afgebeeld?’ vroeg ik me af bij het zien van de tentoonstelling Bitches Brew in het Bonnefanten. En wat als dat schilderij ook nog autobiografisch oogt, is het dan een nóg getrouwere afspiegeling? En een afspiegeling waarvan? Het zijn vragen die de tentoonstelling voor mij als kijker aan de orde stelt.
Drie kunstenaars staan centraal in Bitches Brew, onder die overkoepelende titel, ieder met een afzonderlijke tentoonstelling. Alle drie zijn ze vrouw, een gegeven dat relevant is voor mijn verhaal. Ze werken alle drie figuratief en het afbeelden en uitbeelden van vrouwen zie ik als een rode draad door hun werk. ‘Vrouw’, ‘persoonlijk’ en ‘autobiografisch’ kan een problematische combinatie zijn omdat de kans bestaat dat het werk wordt gereduceerd tot een hoogstpersoonlijke artistieke uiting. Toen ik me lang geleden verdiepte in het werk van de Amerikaanse kunstenaar Florine Stettheimer (1871–1944) zag ik het gebeuren in een lovende kritiek van collega, tijdgenoot en bewonderaar Marsden Hartley. Zijn onmacht om haar hyper-vrouwelijke figuratie te vatten spreekt uit de woorden waarmee hij het werk typeert als een ‘ultra-lyrical expression of an ultra-feminine spirit‘ en het daarmee doodknuffelt.[1] Een recenter voorbeeld is Tracey Emin’s installatie My Bed uit 1998: een onopgemaakt bed omringd door objecten op de vloer, die herinneren aan een dagenlang ononderbroken verblijf in dit bed. Emin’s intallatie is in uiterlijke verschijning de tegenpool van de precieuze installaties van Stettheimer, maar de eerste ontvangst destijds van dit werk echoot iets van Marsden Hartley’s onmacht: ‘people didn’t know where to put themselves in relation to the work, because it included the full range of an ordinary woman’s life experience.’[2] Inmiddels is an ordinary woman’s life experience in de beeldende kunst niet iets waar je nog van opkijkt. Wikipedia omschrijft Stettheimer terecht in haar volledigheid, als ‘modernistisch schilder, feminist, theater ontwerper, dichter en ‘salonnière’’.
Keetje Mans, Tanja Ritterbex en Aline Thomassen geven in Bitches Brew een onverwachte draai aan persoonlijke figuratie. Een leven zoals geleid door een vrouw neem ik, bij elk van de drie tentoonstellingen, als vertrekpunt. De drie kunstenaars delen vrij veel van hun eigen leven, in gesprekken met elkaar en ook via figuratieve elementen in hun werk. Dat open en persoonlijke aspect gaf mij verrassenderwijs juist de overtuiging dat Thomassen, Ritterbex en Mans meesters zijn in de kunst van het verhullen. Dwaalspoor, rookgordijn, witches’ brew – eigenlijk zit het al in dat intrigerende groepsportret bij de tentoonstelling.
Niet dat hun werk hermetisch is, of gesloten, het geeft een beeld van de verschillende perspectieven vanwaaruit je naar het leven van een vrouw en/of vrouwelijke kunstenaar kunt kijken en erover kunt nadenken en fantaseren. In die zin overstijgt het de persoonlijke belevingswereld van de kunstenaars, hoe autobiografisch hun werk ook oogt. Welke rol persoonlijke figuratie speelt en hoe transparant het een kunstenaar maakt, is wat mij betreft de overkoepelende vraag die de tentoonstelling aan de orde stelt. Een antwoord daarop vind ik bij voorbaat complex, ook al omdat ik meteen moet denken aan een opmerking van kunstenaar Mark Bradford, die juist abstract werk maakt. Hij antwoordde op de vraag of dit hem bescherming biedt tegen transparantie: ‘No. I think I could lie better through figuration. I could lie better with more props.’[3] Waaraan denk ik, bij het werk van Keetje Mans, Tanja Ritterbex en Aline Thomassen in Bitches Brew, anders dan aan de personen zelf? Dat is nog zo’n vraag die bij mij opkwam.
De titel van Aline Thomassens tentoonstelling is I am You- You are Me. In een vraaggesprek met Aline Thomassen ter gelegenheid van het winnen van de Ouborg Prijs zette haar interviewer uiteen dat haar werk ‘gaat over vrouwen’. Thomassens reactie was: ‘Dat vraagt men nooit bij werk waarop mannen staan afgebeeld. Dus het gaat over wat die mannen en vrouwen doen, wat ze uitdrukken. Over de inhoud: strijd, interne strijd enz., gevoelens die hopelijk universeel zijn, maar ze worden gepresenteerd door een vrouw.’[4] Wat Thomassen hier zegt, zie ik terug in haar deel van de tentoonstelling. De grote zaal achterin is gevuld met een lange horizontale rij afbeeldingen van vrouwen. Ze zijn naakt, of beter gezegd ze dragen geen kleren. Kleren verwijzen voor Thomassen te zeer naar de buitenwereld en het gaat haar juist om een ‘innerlijke’ wereld. Het lichaam is daarbij wat die twee werelden verbindt.[5] Op een aantal van deze afbeeldingen liggen de lichamen deels open en/of en gaat de aquarelschildering over in een woekering van organen, navelstreng, suggesties van plantvormen, het beeld gehavend achterlatend.
Ik zal niet de enige zijn die bij ‘naakt’ en ‘vrouw zijn’ denkt aan wat John Berger’s essay zegt over de onmogelijkheid van een vrouw om werkelijk naakt te zijn zolang de erotiserende blik van de man haar naakte lichaam ‘kleedt’.[6] Maar onder de door Thomassen geschilderde naaktheid zit geen erotiserende blik. Wat mij opvalt aan de lange rij afbeeldingen zijn de gezichten, de blik in hun ogen. Sommigen kijken je aan en anderen kijken weg. Hoe indringend, naakt en open de afgebeelde vrouwen ook zijn, ik krijg geen inkijkje in wat er in ze omgaat, geen inkijk in hun innerlijke wereld. Door die tegenstelling ga ik nadenken over de relatie tussen zichtbaar zijn en niet alles tonen, tussen naakt zijn en toch jezelf niet transparant maken. De onderzoekende (en/of wegkijkende) blik van de vrouwen nodigt uit om groter te denken dan aan de situatie van één individuele vrouw, want wat zij uitbeeldt gaat over ‘de inhoud: strijd, interne strijd enz., gevoelens die hopelijk universeel zijn, maar ze worden gepresenteerd door een vrouw’. In dit licht zijn de portretten een uitnodiging aan mij als kijker om bij mijzelf na te gaan hoe deze inhoud mijn eigen innerlijk beroert, want I am You- You are Me.
Het werk van Tanja Ritterbex, in Mama steht Kopf, is op het eerste gezicht het meest persoonlijk en autobiografisch van de drie kunstenaars. Ze gaat altijd uit van haar zelfportret en in interviews klinkt ze ‘eerlijk’ en direct, er zit bijvoorbeeld nauwelijks tijd tussen een vraag en Ritterbex’ antwoord. Maar ook Ritterbex is een meester in het verhullen. En hoe snel zij ook mag komen met haar antwoorden, aan die antwoorden is de nodige reflectie voorafgegaan.
Haar methodische werkwijze is daarvan een indicatie. Zo stopt de serie dagelijkse selfies (Selfie Series, 2015-2016) bij nummer 365, een nogal onpersoonlijk afbreekpunt, namelijk het aantal dagen in een jaar. Wat volgt is reflectie op die selfies, bijvoorbeeld door ze te posten op social media, de reacties te inventariseren, en ze vervolgens te gaan schilderen – soms met acrylverf want die kan sneller dan olieverf laten zien welk beeld haar gedachte heeft gegenereerd. En hier in Bitches Brew door uit die serie van kleine schilderijen weer een selectie te maken.
Op de bijbehorende video (Selfie Video, 2026) zien we Ritterbex minutenlang dansen in haar studio. Het is een intens en intiem beeld zo zonder publiek. De video riep bij mij een geluksgevoel op, want wat ik zie is zo bevrijdend – als kunstenaar heb je een eigen biotoop, je atelier, dat is jouw domein, daar ben je vrij. Toch flitste een fractie van een seconde door mijn hoofd ‘waar hangt de verborgen camera’. Maar het is echt Ritterbex die de camera op zichzelf heeft gezet. Zij bekijkt een uiterst persoonlijk moment om een meta blik te werpen op haar kunstenaarschap. Ook bij haar, net als bij Thomassen, is er een uitspelen van ‘nabijheid’ en ‘afstand’.
In een radio-interview kreeg Ritterbex over een schilderij de vraag: ‘Je laat jezelf zien maar ook weer niet. Welke versie van jezelf laat je zien?’ Ritterbex antwoordde: ‘Het personage Tanja? Misschien ben ik nu het moeder personage?’ Het personage Ritterbex observeert en bevraagt de wereld. Dat kunnen vragen zijn over moederschap, kunstenaarschap, of over de volheid van het leven. Ritterbex kreeg tijdens haar opleiding altijd te horen dat zij ‘alles’ in een schilderij propte, het was altijd ‘te vol’.[7] Adviezen om het beeld wat leger te laten legde ze altijd naast zich neer. Wát zou ze ook moeten weglaten, wat had dan beter naar de achtergrond geschoven kunnen worden zodat we vol zicht krijgen op wat belangrijk is? Misschien is het leven zelf ‘vol’ en wil je die dichtheid niet transparant maken omdat je dat rijke, die overdaad, wil (laten) zien. Alles dan maar op dat beeld, ook met zo min mogelijk perspectivische diepte omdat die je onwillekeurig in de richting zou sturen van ‘op de voorgrond’ en ‘in de achtergrond’.
Ik zie haar weigering eerder als een existentiële keuze dan als een formeel-esthetische. In dat laatste geval zou haar oeuvre een lange rij zijn van vrolijke zorgeloze plaatjes die een af wereldbeeld laten zien. Maar niet één werk is in die zin af. Daarvoor hebben haar schilderijen te veel (bewust) losse eindjes, vormen zijn ‘rafelig’ en ‘voorlopig’. Ritterbex geeft alleen het hoogstnodige om er een figuur, een tafel, haar dochter, haar zelfportret, een kleedje of handdoek in te herkennen. De veelheid wordt niet aangeharkt tot een overzichtelijk geheel. Natuurlijk maakt Ritterbex keuzes in haar schilderijen maar wat betreft ‘volheid’ gaat ze daarbij tot het randje. Door het op de spits te drijven stellen haar schilderijen vragen over de overdaad aan indrukken uit de wereld. Die kan intimiderend zijn of juist gulzigmakend. Juist doordat Ritterbex de volheid laat zien krijg ik zicht op de existentiële vraag die eronder zit. In dit opzicht gaat het werk verder dan het autobiografische. Ritterbex maakt zich als persoon niet transparant. In plaats daarvan creëert ze als kunstenaar ruimte om een inhoudsvolle vraag aan de orde te stellen, bijvoorbeeld de vraag hoe je omgaat met de overdaad aan indrukken uit de wereld om je heen, en hoe zich dat vertaalt in je werk.
De tentoonstelling Shimmer of Bliss van Keetje Mans is het begin van Bitches Brew. In de eerste zaal hangen de werken waar het thema van ‘verhullen’ versus ‘openheid geven’ in beeldende zin het meest direct zichtbaar is, zowel wat betreft schildertechniek als figuratie. Op een aantal schilderijen zijn suggesties van personen van wie het gezicht verborgen gaat achter wasgoed op een waslijn of omdat een tafereel is afgebroken precies op de plek waar je het gezicht bovenop een lijf (of is het een kan?) verwacht.
Ook gaan op de meeste schilderijen (details van) een eerder aangebrachte voorstelling schuil onder een pasteuze verflaag. Zulke plekken vind ik intrigerend. De kunstenaar Jack Whitten (USA 1939-2018) schrijft in zijn verzamelde notities, verwijzend naar de verfhuid, dat materie ‘gecodeerde informatie’ is en het oppervlak daarmee dé drager is van inhoud.[8] Zijn visie vind ik van toepassing op Mans’ werk.
Things I Want To Tell You (2023, olieverf op linnen) vind ik hiervan een sprekend voorbeeld. Dit schilderij zag ik eerder in Stedelijk Museum Schiedam in de tentoonstelling Missen als een ronde vorm. Ik heb er lang naar gekeken en het werd steeds raadselachtiger. De voorstelling is één grote verdwijnact. Het totaalbeeld staat, paradoxaal genoeg, als een huis, waardoor dit ‘verdwijnen’ mij nog sterker de afbeelding in trekt.
Missen als een ronde vorm ging over verlies. Things I Want To Tell You beeldt dat in mijn ogen uit – afwezig zijn, aan het zicht onttrokken; een verdwenen beeld naar boven willen halen hoezeer dat beeld ook wil verdwijnen. En andersom, hoezeer jij het ook tevoorschijn probeert te halen, het verdwijnt weer naar achteren.
Hoe het schilderij is opgebouwd is een variant van het thema voorgrond versus achtergrond. Hier staat alles in feite op de voorgrond en die voorgrond staat tweedimensionaal tegen een donkere achterwand. Achtergrond zou je hier ondergrond kunnen noemen in de zin dat details die zijn overgeschilderd nu verschijnen als tekens van eerdere afslagen, van andere keuzes, roads not taken. Zulke plekken doen me denken aan het gedicht van Robert Frost:
The Road Not Taken
Two roads diverged in a yellow wood,
And sorry I could not travel both
And be one traveler, long I stood
[…]
And both that morning equally lay
In leaves no step had trodden black.
Oh, I kept the first for another day!
Yet knowing how way leads on to way,
I doubted if I should ever come back.
[…] [1915]
In Things I Want To Tell You komt de symboliek van gedoofd licht er wellicht nog bij, zie de vlammetjes die onder de verflaag zijn verdwenen, maar dat soort symboliek speelt in mijn beleving in dit werk geen hoofdrol. Die rol is weggelegd voor de beeldvullende helwitte kandelaar met al die tentakels. De vitaliteit van dat stralende ornament is in your face. Maar tegelijk roepen de overgeschilderde details onder ditzelfde ornament zoveel verlies en ‘verdwijnen’ op dat vitaliteit en zichtbaarheid hier iets provocerends krijgen. Voor mij is dit schilderij de sleutel tot veel van Mans’ andere werken.
In hoeverre maakt een kunstenaar zich met autobiografische elementen in het werk transparant, en zou het werk vanwege de persoonlijke figuratie een afspiegeling zijn van ‘vrouw zijn’? Dat was wat ik me afvroeg terwijl ik door de zalen liep. Keetje Mans, Tanja Ritterbex en Aline Thomassen laten in hun werk aspecten zien van vrouw-zijn en zetten daarbij ook autobiografische elementen in. Ze maken een leven zoals geleid door een vrouw invoelbaar maar ze pretenderen niet mij te laten zien of voelen wat vrouw zijn is. Tegelijkertijd trekken ze hun werk waarin zo veel autobiografische elementen te herkennen zijn, breder dan de hoogstpersoonlijke eigen belevingswereld. Geen algemeenheden dus én geen reductie tot het hoogstpersoonlijke.
Bitches Brew, de titel van de tentoonstelling, is naar ik aanneem ontleend aan het gelijknamige album van Miles Davis uit 1970. Davis, lees ik op Wikipedia, stuurde zijn musici de studio in met de mededeling dat ze mochten spelen wat ze wilden, maar wel op basis van een eenvoudig akkoordenschema dat hij ze meegaf. Het album moest de uitkomst zijn van improvisatie, ‘Not some prearranged shit’. Zoals de foto van Mans, Thomassen en Ritterbex die gedrieën de camera inkijken mijn denkrichting een zetje gaf, zo doet de titel van de tentoonstelling ook iets dergelijks. Nu om de mate van improvisatie te zien in de tentoonstelling als geheel. Het onderliggende akkoordenschema, iets in de geest van ‘het leven van een vrouw’ is impliciet. Ik voel geen knellend concept, eerder word ik uitgenodigd deel te nemen aan een levende uitwisseling van ideeën.
Voetnoten
[1] Marsden Hartley, ‘The Paintings of Florine Stettheimer’, Creative Art, Vol.9, juli 1931.
[2] The Guardian, 2016.
[3] Artspace AUG. 12, 2020, interview Anita Hill met Mark Bradford.
[4] Aline Thomassen in het Kunstmuseum Den Haag, 2024. Fragment uitgeschreven van YouTube: https://www.youtube.com/watch?v=B59TkmebfOw.
[5] Aline Thomassen in het Kunstmuseum Den Haag, 2024. Fragment uitgeschreven van YouTube: https://www.youtube.com/watch?v=B59TkmebfOw.
[6] John Berger, Ways of Seeing, hoofdstuk 3, Penguin Books 1972.
[7] VPRO podcast Nooit meer slapen, 5 maart 2026; Mister Motley-podcast Kunst is Lang, nr. 45 2017, Luuk Heezen.
[8] Jack Whitten: Notes from the Woodshed, Hauser & Wirth Publishers, 2018, 2025; YouTube: School of Visual Arts Contemporary Perspectives Lecture with Jack Whitten: ‘Matter has the possibility of encoding information, and we can penetrate [into it to access that information]’.
—
De tentoonstelling Bitches Brew is nog tot en met 6 september 2026 te zien in het Bonnefanten. Meer informatie vind je hier.