Maurits de Bruijn

Een luide Nee! die de chique bezoekers dwingt de blik binnenwaarts te wenden – over The Fortress van Dries Verhoeven en Rieke Vos

Essay
22 mei 2026

In de Venetiaanse Giardini draalden eerder deze maand talloze mensen rond met zo ongeveer alle privileges denkbaar. Ze laafden zich aan kunstwerken van over de hele wereld – en dat laatste is ook nog eens een bizar voorrecht. Die vijf-, zes- of zevenvinkers kregen in het Nederlandse paviljoen het werk van Dries Verhoeven en curator Rieke Vos voorgeschoteld. Een fort dat de donkerte die de wereld overspoelt onontkoombaar maakt. ‘Voor even verdwenen de plooien van Issey Miyake, de designertassen, verdween ons decorum, onze ankers, de smalltalk die alles altijd weet terug te dwingen naar een vorm van normaliteit. Zelfs een genocide.’

Twee dagen na de opening van het Nederlandse paviljoen op de Biënnale van Venetië stroomde de Via de Garibaldi vol met demonstranten. Plotseling wemelde het in een van de beroemdste straten van het eiland van de Palestijnse vlaggen. Er werd hardvochtig gescandeerd. De stoet werd geflankeerd door tafels vol bellen Aperol Spritz, pullen bier en de bakjes chips die erbij geleverd worden. Ondertussen sloten meer dan vijfentwintig paviljoens hun deuren vanwege de deelname van Israël, waaronder het Nederlandse gebouw.

Het is precies dat contrast tussen engagement en de leegte die aan het massatoerisme toebehoort die Dries Verhoeven eerder noemde als een van de ingrediënten van The Fortress, het werk dat hij begin deze maand in Venetië presenteerde. Het schuurt, natuurlijk, het idee dat je je als kunstenaar kunt verbinden met de grote problematiek van de wereld, terwijl het podium waarop je dat werk presenteert behoorlijk wat problematische trekken vertoont. Voor diegenen die een opfrisser nodig hebben: tientallen landen laten het beste zien wat ze te bieden hebben op een stuk land dat al jaren onder water dreigt te lopen, onder de vlag van een organisatie die het Rusland en Israël toestaat zich evengoed van die beste kant te laten zien en dan is er nog de blauwdruk van westerse superioriteit die maar niet af te schudden lijkt.

Mijn gedachten bleven tijdens mijn gehele bezoek aan de openingsweek bij dat ene ingrediënt van Verhoeven. Of: het had zich ook in mij genesteld. Wat me trof, in de Giardini en daarbuiten, waren mensen met zo ongeveer alle privileges denkbaar die zich laafden aan werken van over de hele wereld – en dat laatste is in wezen nog eens een bizar voorrecht. Ze droegen varianten op dezelfde uniforms: tabi’s van Margiela, pantalons van Issey Miyake, designertassen, flinke zonnebrillen. En ik was één van hen.

The Fortress, 2026, Dries Verhoeven. View of the Dutch pavilion. Photo Willem Popelier.
The Fortress, 2026, Dries Verhoeven. View of the Dutch pavilion. Photo Willem Popelier.

Voor die vijf-, zes- of zevenvinkers heeft Verhoeven samen met curator Rieke Vos een werk gemaakt dat de donkerte die de wereld overspoelt onontkoombaar maakt. Om dat waar te maken zijn rond het door Rietveld ontworpen paviljoen stellingen opgetuigd met luiken die het gebouw ieder uur verduisteren.
Wanneer de bezoekers zich binnen hebben verzameld wordt dat proces ingezet. De luiken beginnen aan hun daling terwijl een van de aanwezigen zich ontpopt tot iemand die alarm slaat.
Deze performer begint te schreeuwen, al is de specifieke term grunten, een techniek die hele lage klanken teweegbrengt. Grunten gebeurt niet uit blijdschap. In ons dagelijks leven horen we het op de tennisbaan, als iets zwaar tegenzit of wanneer er een pijnscheut door een spier trekt. Het kwam mij als een demonisch geluid.
Een van de inzittenden van het fort blijkt dus een roepende in de woestijn te zijn, met een linnen tasje om hun schouders. De omstanders deinzen als vanzelf terug wanneer dat grommen aanvangt. Dat beeld is me bijgebleven, omdat ik waarnam hoe hun verontrusting eruitzag. En vanwege die neiging om een beweging naar achteren te maken, niet naar voren. Eerder een houding die zelfbehoud suggereert dan medemenselijkheid.
Precies over dat westerse zelfbehoud handelt dit werk. Over Fort Europa dat mensen die op de vlucht zijn op afstand houdt. Op de vlucht, welteverstaan, voor oorlogen die door datzelfde Europa worden gefaciliteerd en waar datzelfde continent garen bij spint.

The Fortress, 2026, Dries Verhoeven. Performer Diane Mahin. Photo Willem Popelier.
The Fortress, 2026, Dries Verhoeven. Performer Diane Mahin. Photo Willem Popelier.

Ik zag de performance tweemaal. Dat was enerzijds een vorm van stil verzet tegen het schofterig oneindige aanbod van de Biënnale en haar randprogrammering, anderzijds wilde ik zien hoeveel eigenheid de afzonderlijke performers in hun uitvoering legden. Vrij veel bleek, zodra ik zowel de editie van Melyn Chow als die van Diane Mahin had bijgewoond. Waar Chow een snijdende wanhoop laat horen, is Mahin’s performance ook humoristisch, speelt die laatste een spel van verleiden en afstoten, terwijl die eerste me eerder als een klokkenluider voorkwam. Het is genereus, de wijze waarop Verhoeven en Vos de performers zelf laten inkleuren, met hun persona, hun eigen talenten en het maakt van het geheel eerder een gesamtkunstwerk dan een pocherige solo.

Het vooruitzicht van de duisternis die na vijfentwintig minuten in het paviljoen voltooid zou zijn, boezemde me angst in. Dat sluiten van de luiken leek me claustrofobisch, unheimisch en daarom had ik mezelf in een van de hoeken van het paviljoen verschanst. Mijn linkerhand rustte tegen een gladde muur, mijn rechterhand betastte een pokdalige. Hoe bang ik ook word, ik zal me in elk geval kunnen gronden met het contrast tussen die twee oppervlakten, mezelf kunnen verwittigen van mijn plek, dacht ik. Een wat overtrokken voorzorgsmaatregel, bleek, want zodra zowel de donkerte als de keelklanken aanzwollen en het wonnen van het alledaagse, nam in mij juist de rust toe.

Het donker bracht bij mij een gevoel van veiligheid teweeg. Mijn gestalte werd onttrokken aan de ogen van de anderen. Ik kon voor even alleen maar zijn. Waar ik voorafgaand aan mijn bezoek aan The Fortress dacht dat de duisternis het einde der tijden zou symboliseren, kwam de interventie me nu voor als een eerlijke representatie van de donkerte die zich elders voltrekt, op plekken waar mensen het met een stuk minder privileges moeten stellen.
Voor even verdwenen de plooien van Issey Miyake, de designertassen, verdween ons decorum, onze ankers, de smalltalk die alles altijd weet terug te dwingen naar een vorm van normaliteit. Zelfs een genocide.

Voor een kort moment waren de inzittenden van het veilige fort gemuilkorfd, gevangen, blind. Zo kenmerkt het werk zich als een ultiem soort minimalisme en als een weigering. De leegte die het paviljoen laat zien voordat de performance begint, is dat natuurlijk net zo goed. In vergelijking tot dat overprikkelende aanbod vormt het paviljoen van Verhoeven en Vos een luide Nee! die de chique bezoekers dwingt de blik binnenwaarts te wenden.
Wat ik ervoer, terwijl de donkerte compleet raakte, was een zeldzaam gevoel. Voor even viel de geopolitieke tragiek van buitenaf die via het nieuws en sociale media tot ons komen helemaal samen met mijn directe omgeving. Eindelijk, zou ik willen zeggen.

 


Maurits de Bruijn schreef een essay onder de titel Wat het daglicht niet kan verdragen voor de publicatie van The Fortress, een uitgave van het Mondriaan Fonds en Jap Sam Books. Daarin gaat hij dieper in op de conceptuele achtergrond van het werk.

The Fortress, 2026, Dries Verhoeven. Performer Jana Jacuka. Photo Willem Popelier.
The Fortress, 2026, Dries Verhoeven. Performer Maarten Heijnens. Photo Willem Popelier.
The Fortress, 2026, Dries Verhoeven. Performer Melyn Chow. Photo Willem Popelier.
The Fortress, 2026, Dries Verhoeven. Performer Maarten Heijnens. Photo Willem Popelier.
Advertenties

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar advertenties@mistermotley.nl

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

* verplicht