Een visuele draai aan de wereld – op atelierbezoek bij Helmut Smits
Het werk van Helmut Smits bezit een logica die in de eerste plaats aan hem toebehoort en niet eerder is opgemerkt. Uiteenlopende analyses van de dingen die hij waarneemt: cola zien als bruin en vervuild water, een regenboog die op de autoruit bevestigd is en zo het uitzicht beïnvloedt, patatjes die aan duivenpinnen zijn geregen. ‘Ik zoek naar iets wat voor de kijker herkenbaar is, maar benader dat vanuit een andere blik of logica.‘ Alex de Vries bezocht het atelier van Helmut en ging met hem in gesprek over zijn wonderlijke werk.
Sinds 2012 woont Helmut Smits (Roosendaal, 1974) in het Rotterdamse kunstenaarscomplex B.a.d. waar tientallen kunstenaars hun werkruimte hebben. Hij leeft er met zijn vrouw Inèz Veldman die graphic novels maakt en werkt als kunsteducator in een museum en hun twee kinderen Bonnie en Abe die 18 en 16 jaar zijn. Hij broedt er dagelijks op beeldende ideeën die getuigen van sociale betrokkenheid vanuit een eigen kijk op het bestaan waarmee hij een visuele draai aan de wereld geeft.
Met het talent van Helmut Smits maakte ik voor het eerst kennis in 1997 toen hij zijn studie begon aan de Academie voor Kunst en Vormgeving in ’s-Hertogenbosch waar ik toen net was aangesteld als directeur. Op de afdeling ‘Beeldhouwen en andere media’ kreeg hij les van docenten als Margriet Kemper, Thom Puckey, Karin Daan, Herman Lamers en Ruud Dijkers. Hij was 23 toen hij op de academie kwam. Eigenlijk was het plan geweest om zijn vader op te volgen die commercieel directeur van een drukkerij was. Nadat hij op zijn zeventiende was gestopt met de middelbare school ging hij daar dan ook werken, maar na verloop van tijd vond hij die kantoorbaan zo geestdodend dat hij elke maandag als een berg tegen de werkweek opzag. Daar kwam bij dat hij zijn hele jeugd dingen had gemaakt die als vanzelf bij hem opkwamen als hij naar buiten ging.
Helmut Smits zag altijd van alles waar hij dan iets mee deed. Hij had er geen idee van dat die manier van kijken en maken iets met kunst van doen had. Hij kwam nooit in een museum en kende die wereld niet. Dat besef is pas gekomen toen hij niet meer in de drukkerij wilde werken en zich ging informeren over een studie.
Hij kwam op open dagen van kunstacademies terecht en de sfeer in ’s-Hertogenbosch in het gebouw van een voormalige schrijfmachinefabriek sprak hem enorm aan. Daar ontdekte hij dat kunst niet iets is wat alleen voor uitzonderlijke mensen is weggelegd, maar dat hij zich ook een beeldtaal eigen kon maken, dat hij daarmee de vrijheid had om volledig zichzelf te zijn. De academie bood daarvoor allerlei mogelijkheden met werkplaatsen voor hout, metaal en grafiek. Hij kon alles wat in hem opkwam uitproberen.
De studenten kregen in het tweede jaar een opdracht van Margriet Kemper die ze omschreef als ‘maak een zelfportret van een ander’. Solidair als zij was met de studenten deed ze zelf ook mee aan die opdracht.
‘Ik was op dat moment in de veronderstelling dat kunst iets was dat een selecte groep mensen begreep. Toen ik zag wat mijn docent had gemaakt en daar niet van onder de indruk was, werkte dat bevrijdend: als niemand het weet, zelfs de docent niet, dan heb ik de vrijheid om alles te doen wat ik wil. Vanaf dat moment was de kunst voor mij een vrijplaats waar ik kon spelen zoals ik dat in mijn jeugd had gedaan. Ik speel met de eigenschappen van de dingen die ik zie. Dat doe ik vanuit een poëtische, beeldende benadering en door het overbodige weg te laten. Dat geldt zowel voor voorwerpen als voor situaties.’
Opvallend aan het werk van Helmut Smits is dat het zich vanzelfsprekend voordoet, maar dat het niet zomaar tot stand komt. Hij moet er moeite voor doen. Je komt nu eenmaal niet zomaar tot een goed idee. Hoewel hij in essentie wel een ideeënman is, heeft hij als conceptuele kunstenaar er plezier in zijn visuele inzichten ook te concretiseren. Hij laat dan zien wat hij bedenkt en het volstaat voor hem meestal niet, zoals bij de grondleggers van de conceptuele kunst, zijn denkbeelden enkel te formuleren. Maar ook daarin wil hij wel alle vrijheid hebben, zo heeft hij bijvoorbeeld meerdere ideeën-boekjes gepubliceerd.
Voor Helmut Smits gaat het er vaak om dat het zichtbare resultaat in feite supersimpel is met een logica die niet eerder is opgemerkt. Het begint altijd met de analyse van dingen die hij waarneemt: bijvoorbeeld cola zien als bruin en vervuild water. Om dat te zien moet hij goed opletten en nadenken.
‘Ik ontwikkel het werk dan in mijn gedachten en vaak ook in gesprekken met Inez. Ik zoek naar iets wat voor de kijker herkenbaar is, maar benader dat vanuit een andere blik of logica.‘ Zo maakte hij het werk The Real Thing: een installatie dat coca cola filtert tot schoon drinkwater.
Zelf werd ik voor eerst getroffen door zo’n visueel idee van Helmut Smits toen hij in zijn derde studiejaar in een competitie een voorstel ontwikkelde voor de inrichting van een grasveld achter het hogeschoolgebouw. Zijn idee was een fundering voor alle lijnen op een voetbalveld waardoor er zitmeubilair ontstaat. Door de eigenschap van het speelveld te veranderen zou er een nieuwe invulling van het terrein ontstaan terwijl het tegelijkertijd mogelijk bleef om tussen de betonnen elementen door te voetballen.
Later zou hij nog eens een ironisch voetbalwerk ontwikkelen, hoewel hij zelf helemaal niet van voetbal houdt. Hij bedacht het idee om het groene gras van een voetbalveld te gebruiken als een green screen waarop een mediatycoon als John de Mol vrijelijk reclame-uitingen zou kunnen projecteren tijdens het uitzenden van voetbalwedstrijden. Het voetbalveld werd zo drager van commerciële boodschappen.
Met dergelijke ideeën trekt Helmut Smits regelmatig de aandacht van bedrijven die hem vragen om een spel aan te gaan met hun producten. Hij doet dat alleen als hem de volledige vrijheid wordt gegeven om te maken wat hij wil. Zo heeft hij voor het Zweedse plantaardige zuivelmerk Oatly verschillende korte video’s voor hun sociale media gemaakt.
Op een van die video’s combineert hij de plastic draaidop op een kartonnen pak havermelk met het hoekje dat opengevouwen kan worden. De vondst is dat je door zowel het hoekje als de dop te gebruiken je een double shot melk kunt schenken in twee kopjes of bekers.
In het begin van zijn professionele beroepspraktijk vanaf 2001 maakte Helmut Smits nog veel van zijn werk zelf met de hand. Hij had daarvoor een werkplaats, materiaal, gereedschap en expertise nodig, soms ook van deskundigen met wie hij dan samenwerkte.
Ik was in die tijd vooral gecharmeerd van zijn uitwerkingen van meubilair en lampen: een stoel die je ook als droogrek kunt gebruiken of een boekenkast waarin boeksteunen overbodig zijn door onderaan één kant van de kast een dik boek te plaatsen, zodat de hele kast door de zwaartekracht als boekensteun gaat functioneren. Vooral zijn versies van lampen en verlichtingsarmaturen spraken me aan, zoals een kroonluchter helemaal samengesteld uit pvc pijpen en ander elektriciteitsmateriaal. Door die manier van denken ontstond een visueel pars pro toto, een stijlfiguur uit de taalkunde waarbij een deel samenvalt met het geheel. Maar ook het tegenovergestelde, de totum pro parte – waarbij het geheel door een deel wordt gerepresenteerd – is een vorm die hij wel in zijn beelden toepaste. Zo krijgen taalkundige principes bij hem een visuele uitwerking.
Een proeve van zijn ongebreidelde beeldende ideeën bundelde hij in 2008 in het boekje 123 ideas uitgegeven door Onomatopee. Het samenvallen van het getal honderddrieëntwintig met de eenvoud van het -een-twee-drie- tot stand kunnen komen van die ideeën is in dit boekje een-op-een uitgewerkt in handgetekende en geschreven voorstellen om wat zich voordoet in de wereld een beeldende twist te geven.
In de loop der jaren is Helmut Smits steeds minder gaan maken om in zijn werk vooral aan te tonen wat hem in het oog springt en dat te fotograferen of te filmen en via met name Instagram met de wereld te delen. Daarmee heeft hij een kunstpraktijk ontwikkeld die meer en meer onafhankelijk van het museum- en galeriewezen functioneert. Hij integreert de beleving van kunst zoveel mogelijk in sociale processen.
Hij nodigt ook vaak publiek uit om te participeren in de beeldende voorstellen die hij doet. Zo heeft hij in een project in Roemenië de bezoekers van de tentoonstelling uitgenodigd om met behulp van verschillende blaasinstrumenten een kaars uit te blazen.
Een ander idee – gefotografeerd worden door een beroemdheid of bekend persoon – heeft hij uitgewerkt in foto’s van standbeelden van figuren zoals Vincent van Gogh die een foto maken van een toeschouwer. De sculptuur wordt daartoe voorzien van een camera die door de gefotografeerde voorbijganger met een zelfontspanner wordt bediend. Dit basisidee wordt vervolgens door allerlei mensen nagevolgd en uitgevoerd en gaat zo een eigen leven leiden.
Hij legt dit idee uit in tekst en beeld en vraagt de bezoekers op Instagram hun eigen versie te maken. Dat deden ze massaal. Deze uitkomsten deelde hij vervolgens weer.
Die omgang met eigentijdse fotografie leidt er ook toe dat Helmut Smits een podium vindt in instellingen als het Nederlands Fotomuseum waarbij niet de technische kwaliteit of de scherpte van de fotografie kwaliteitscriteria zijn, maar het werk zuiver vanwege de beeldende samenhang en invalshoek wordt gewaardeerd.
Wat Helmut Smits op Instagram deelt is een mix van dingen die hij op straat aantreft en kunstwerken die hij maakt. Soms lopen die in elkaar over. Hij fietst daarom ook altijd heel langzaam door de stad om niets te missen en geen gelegenheid voorbij te laten gaan om iets uitzonderlijks te zien.
Wie het Instagram account @helmutsmits bezoekt ziet een stroom aan visuele waarnemingen die een sculpturale kwaliteit hebben en die de indruk wekken in het voorbijgaan te zijn vastgelegd. De crux is dat Helmut Smits er niet aan voorbijgaat maar erbij stil staat en ons laat zien wat ons niet opvalt. De kwaliteit van het werk is dat zijn waarnemingen getuigen van een grote en kritische betrokkenheid bij wat zich in de wereld voordoet en fenomenen die we al te makkelijk als onvermijdelijke bijkomstigheden van de consumptiemaatschappij aanvaarden.
Een kunstwerk dat laat zien hoe we in die zin worden gestuurd bestaat uit een aantal filmpjes waarin mensen op straat worden gevolgd door de projectie van een computercursor, alsof ze digitaal worden gemanipuleerd in het werkelijke leven, terwijl het Helmut Smits zelf is die met een bewerkte spiegel de reflectie van de cursor in het straatbeeld op de mensen in kwestie projecteert. Er wordt vaak vrolijk en lichtvoetig op die manipulatie gereageerd, maar het mag je ook aan het denken zetten, een intentie die in al het werk van Helmut Smits zichtbaar en voelbaar aanwezig is.