Een vlecht met drie strengen – over kosmos, aarde en voorouders in het werk van Danielle Lemaire
Noa Zuidervaart pluist Danielle Lemaire’s werk uit ware het een vlecht. ‘Danielle ziet haren als geleiders, als ‘spirituele antennes’ die ons afstemmen op wat zich onder of achter de zichtbare werkelijkheid bevindt. In haar tekeningen zijn figuren vaak herkenbaar aan hun haardracht. Hoe het haar valt, wordt samengebonden, het gezicht verhult of wild langs het lichaam golft: het onthult een innerlijke wereld die we doorgaans via de blik of het gelaat proberen te doorgronden. Dat juist het haar die rol vervult, is geen toeval. Over de hele wereld, in tal van culturen, wordt er een bijzondere oerkracht aan toegeschreven. Haar draagt energie, belichaamt levenskracht en verbindt ons met de wereld om ons heen.’
Een klassieke haarvlecht ontstaat uit drie gelijke strengen. Scheid de strengen bij de kruin van het hoofd en kruis daarna steeds een van de buitenste strengen over de middelste. Herhaal deze beweging: Links over het midden, rechts over het midden, links over het midden, rechts over het midden. Steeds opnieuw.
Wanneer je het werk van kunstenaar Danielle Lemaire als een vlecht beschouwt, als een metafoor om haar werk te duiden, kun je ook daarin drie strengen onderscheiden. Drie thema’s die steeds terugkeren. Net als de haren in een vlecht, zijn ze verweven. Om te herleiden hoe de vlecht is ontstaan, ontrafel je haar streng voor streng, helemaal terug tot aan de wortels.
De eerste streng van deze vlecht representeert de kosmos.
Danielle ziet haren als geleiders, als ‘spirituele antennes’ die ons afstemmen op wat zich onder of achter de zichtbare werkelijkheid bevindt. In haar tekeningen zijn figuren vaak herkenbaar aan hun haardracht. Hoe het haar valt, wordt samengebonden, het gezicht verhult of wild langs het lichaam golft: het onthult een innerlijke wereld die we doorgaans via de blik of het gelaat proberen te doorgronden. Dat juist het haar die rol vervult, is geen toeval. Over de hele wereld, in tal van culturen, wordt er een bijzondere oerkracht aan toegeschreven. Haar draagt energie, belichaamt levenskracht en verbindt ons met de wereld om ons heen.
Tekenen is voor Danielle een manier om die oerkracht op te roepen. Om haar spirituele antennes aan te zetten, trekt ze lijn na lijn. Vanuit haar potlood ontstaat een vrouw, knielend en biddend naast een vuurschaal. Tussen de plooien van een sluier verschijnt het gezicht van een verdwenen bruid. Op een ander blad wordt een lichaam aan de hemel geregen. Een satéprikker doorboort de kin en komt vanuit de kruin weer tevoorschijn. Er zijn schaduwwezens, spiegelportalen, rozenkransen en dichtbegroeide boslandschappen.
Voor Danielle staat niets op zichzelf. In de beweging van haar hand zoekt ze de connecties op papier.
De tweede streng van deze vlecht representeert de aarde.
In een van haar tekeningen heeft Danielle zichzelf afgebeeld tussen bloemstengels en een ijl bladerdek. Ze buigt haar rug voorover en reikt met haar handen naar de grond. Back to Earth. Terug naar de aarde. Steeds opnieuw worden plant, dier en mens naast elkaar afgebeeld, zonder hiërarchie. De natuur is verleidelijk, maar ook in het paradijs ligt gevaar op de loer. Tussen de begroeiing kronkelen slangen. Krokodillen laten er hun tanden zien. Wonderbaarlijk mooie wezens, maar tegelijk levensgevaarlijk. Danielle heft die tegenstellingen niet op, maar laat ze naast elkaar bestaan. De schoonheid en de dreiging. Het menselijke en het dierlijke.
In de tekeningen schuilt een ander perspectief op de natuur: niet als iets dat losstaat van de mens, iets wat we kunnen beheersen of temmen, maar als iets waar we zelf onderdeel van zijn. De slang leeft ook in ons. De krokodil mag als een goede vriend omarmd worden.
De derde en laatste streng van deze vlecht representeert Danielle’s voorouders, en is daarmee verbonden met Indonesië en haar geschiedenis.
Na het overlijden van haar vader, die als jongeman van Java naar Nederland verhuist, verdiept Danielle zich in haar familieverleden en Indonesische wortels. Ze verzamelt foto’s en boeken, legt een persoonlijk archief aan en leert over mythen en rituelen. Maar het verleden laat zich niet volledig reconstrueren. In het materiaal ontbreken gezichten en namen. Veel verhalen zijn door de tijd verloren gegaan of met geweld uitgewist. De geschiedenis van Indonesië, het verleden van haar voorouders, is door een koloniale blik uit focus geraakt. Door archiefmateriaal uit de koloniale periode te vermengen met persoonlijke symbolen en associaties, probeert Danielle het beeld opnieuw scherp te stellen.
Haar voorouders fluisteren in haar oor over wat lang onzichtbaar was: veerkracht, gemeenschap en de levens van mensen, meestal vrouwen, die ongehoord zijn gebleven.
Met de derde streng is de vlecht compleet. Vanaf dat moment is het moeilijk om nog te achterhalen waar de ene streng ophoudt en de andere begint. De thema’s lopen over, door en onder elkaar heen. Kosmos, aarde, voorouders, samen één geheel.
—
In Galerie Getekend in Heereveen is nog tot en met Danielle Lemaire’s solotentoonstelling Origin te zien. In 2027 presenteert Drawing Centre Diepenheim een solotentoonstelling van haar werk.