Een wereld zonder pijn en zorgen – over K-Pop: A Snapshot
‘In de jaren 90 probeerde ik op krakkemikkige Engelstalige websites bands en artiesten van de ‘eerste generatie’ K-popartiesten te volgen, zoals g.o.d. en Seo Taiji and Boys. […] In een tijd zonder YouTube was het extreem moeilijk om naar hun muziek te luisteren. Toch was ik geïnteresseerd, juist omdat ik in de Free Record Shop artiesten miste die op mij leken. Popsterren met een Aziatische achtergrond. Ik had geen cd’s van Aziatisch-Nederlandse of Aziatisch-Amerikaanse artiesten omdat ze er in mijn beleving niet waren. Toen ik K-pop ontdekte, was dat dus een kleine openbaring. Al kon ik mij niet voorstellen dat het genre ooit een globaal fenomeen zou worden.’ Joost bezoekt de tentoonstelling K-Pop: A Snapshot in het Wereldmuseum in Leiden. In deze column verkent hij hoe het zorgeloze universum dat K-Pop schept, ook een subversieve kant heeft.
Terwijl in Nederland de Free Record Shop al lang uit het straatbeeld is verdwenen, vond ik in een winkelcentrum in Seoul meerdere cd-winkels. Ze verkochten er alleen K-pop. Nietsvermoedend trok ik een willekeurig album uit de schappen. Toen ik een week later, weer terug in Nederland, het album uit het plastic haalde, rolde tot mijn schrik het schijfje er meteen uit. Zonder een beschermend hoesje zat het samen met een hoop stickers en kaarten tussen een opgevouwen poster.
Ik had de posterversie gekocht van ISTJ, het derde album van NTC Dream. K-popalbums hebben vaak meerdere versies, dat wist ik toen niet. Ik vroeg mij af hoe ik mijn cd moest opbergen. Later leerde ik dat cd’s niet eens de meest gewilde items zijn in K-popalbums. Dat zijn de fotokaarten, kleine portretjes van de artiesten, waarvan elk album er meestal één heeft. Ik had Jeno ‘getrokken’. De meeste fans hebben geen cd-speler en sommigen gooien het schijfje weg. Dat zit er meestal bij omdat de verkoop van een album zonder muziekdrager niet meetelt in de officiële cijfers.
De albums die ik in mijn jeugd bij de Free Record Shop kon kopen waren eigenlijk niet zo spannend. Alle creativiteit zat in het boekje, waarvan het voorplat tevens de cover vormde, maar veel meer kon er niet af bij de Amerikaanse platenmaatschappijen. Het Wereldmuseum (Leiden) laat in de tentoonstelling K-pop: A Snapshot zie hoe fantasierijk de verpakkingen van K-popalbums zijn. Zoals Gasoline van Key, een lid van de band SHINee. Verbazingwekkend wat er allemaal in zit: een poster, fotoboek, fotokaarten, ansichtkaarten en ja, ook een cd. De hoes lijkt sprekend op die van een videoband, alsof het album een film is, en visueel een eigen universum schept. Niet in de tentoonstelling maar ook mooi: een versie van het album The Firstfruit van Mark, dat als een pakje vruchtensap wordt gepresenteerd.
In de jaren 90 probeerde ik op krakkemikkige Engelstalige websites bands en artiesten van de ‘eerste generatie’ K-popartiesten te volgen, zoals g.o.d. en Seo Taiji and Boys. Deze pioniers verrijkten de traditionelere Koreaanse popballades van de jaren 80 met modernere stijlen als hiphop, alternatieve rock en techno. In een tijd zonder YouTube was het extreem moeilijk om naar hun muziek te luisteren. Toch was ik geïnteresseerd, juist omdat ik in de Free Record Shop artiesten miste die op mij leken. Popsterren met een Aziatische achtergrond. Ik had geen cd’s van Aziatisch-Nederlandse of Aziatisch-Amerikaanse artiesten omdat ze er in mijn beleving niet waren. Toen ik K-pop ontdekte, was dat dus een kleine openbaring. Al kon ik mij niet voorstellen dat het genre ooit een globaal fenomeen zou worden.
Of dat musea er tentoonstellingen aan zouden wijden. In 2022 was er in het V&A in Londen al een grote expositie over Hallyu, de bredere Koreaanse popcultuur, waar naast muziek ook films, series en boeken bij horen. Die tentoonstelling reisde verder naar andere landen, maar sloeg Nederland over. Daarom is het mooi dat het Wereldmuseum nu een eigen tentoonstelling heeft, hoewel die erg klein is en vooral de inhoud van de albums in mini-installaties presenteert. Helaas krijg ik geen antwoord op de vraag waarom de muziek en de artiesten nu zo’n globaal bereik hebben. Wat is de aantrekkingskracht van het genre?
Bij de tentoonstelling presenteert het museum een muur met fan art. Fans konden na een oproep werk inzenden: hun illustraties van artiesten, veelal eigen interpretaties van bestaande foto’s. Door het democratische karakter van die muur dacht ik aan Minwha, traditionele Koreaanse folkloristische kunst. Minwha betekent letterlijk kunst van het volk. De tekeningen en schilderijen binnen dit genre werden van oudsher gemaakt door anonieme ambachtslieden volgens herkenbare conventies, thema’s en symbolen. Bekende subgenres zijn verstilde tekeningen van boekenkasten of van een tijger in dialoog met een ekster. Ook nu beoefenen veel mensen zonder kunstopleiding Minwha. Mijn Koreaanse tante bijvoorbeeld, die eens zei dat het haar een gevoel van rust geeft. Iedereen mag zich een Minwha-kunstenaar noemen.
Eigenlijk gaat het wat ver om K-pop met Minwha te vergelijken, hoewel het tijgertje en de ekster in de film K-pop Demon Hunters een ode zijn aan deze unieke Koreaanse kunstvorm, maar wat beide fenomenen gemeen hebben is misschien iets escapistisch. Een Engelse kunstenaar schreef in een blog post dat Minwha typisch optimistisch is, een wereld zonder pijn en zorgen voorstelt. En dat geldt in essentie ook voor K-pop. De wereld van de fotoboeken en de albums voelt nostalgisch, grijpt terug op een tijd die nooit heeft bestaan. De jongensgroepen cultiveren vaak de uitstraling van de boy-next-door, hoewel ze dat op basis van hun sterrenstatus niet zijn en de individuele leden lang niet altijd zonder zorgen door het leven gaan. Dus misschien vormt die sfeer van optimisme en zorgeloosheid het begin van een verklaring voor de populariteit van het genre.
Maar na al die jaren dat ik het fenomeen van een afstand volg, blijft K-pop voor mij wat ondoorgrondelijk. Een tijd terug waren fans in staat om haatdragende hashtags op Twitter (nu X) te overspoelen met gifs en foto’s van artiesten. Omdat ze met zovelen zijn. Dus als je op de hashtag klikte, zag je alleen maar vrolijkheid in plaats van racistische of extreemrechtse content. Dat kan een subversieve kant zijn van escapisme en zorgeloosheid. Wat ook voor de lightsticks geldt, speels vormgegeven lampen – elke artiest of band heeft zijn eigen ontwerp – waarmee fans tijdens concerten zwaaien. Want in 2024 werden ze ’s avonds gebruikt tijdens massale demonstraties tegen de toenmalige president van Zuid-Korea. Misschien ook het ontwerp dat nu is te zien in de tentoonstelling van het Wereldmuseum; een lightstick in de vorm van een gele bloem.
—
De tentoonstelling K-Pop: A Snapshot is nog tot en met 18 oktober 2026 te zien in het Wereldmuseum in Leiden. In de Hyundai Gallerie in Seoul is tot eind februari 2026 een tentoonstelling te zien met Minwha uit de tijd van de Joseondynastie en een visie op het genre door eigentijdse kunstenaars.