Hanne Hagenaars

Het huis en haar bewoner – over Ans Verdijk

Interview
8 juli 2026

‘Wat ik te zien krijg is totaalkunst: haar huis, de tentoonstellingsruimten, haar tekeningen en sculpturen, een vlaggenproject, brillendoosjes met kunstwerkjes van anderen en niet te vergeten zijzelf, alles is met elkaar verknoopt. Vaak poseert ze in of met het werk, alsof ze wil zeggen: wij zijn onafscheidelijk.’ Hanne Hagenaars ging op bezoek bij kunstenaar Ans Verdijk en sprak met haar over de verstrengeling van haar kunst met haar leven.

In december 2025 opende in Museum Alarm een expositie over Ans Verdijk met als titel De jonge jaren. De uitnodiging bevat een foto van Ans als kind, naast een poppenwagen, een gigantische opblaasbare giraffe en een ouderwets televisietoestel. Een gestreept gordijn op de achtergrond. Maar wat opvalt zijn de grote ronde ogen, als knikkertjes in een verschrikt gezicht.
‘Haar kinder- en jeugdjaren zijn tot dusverre altijd in nevelen gehuld gebleven. Volkomen ten onrechte. Daarom brengt deze expositie hierin verandering.’[1]
Ik heb de expositie niet gezien, maar wat had ik deze graag willen zien. Ongewoon ook, dat niet het oeuvre centraal staat maar haar biografie, alsof we haar op die manier beter kunnen doorgronden, zoals bij publieke figuren als Koningin Máxima. Ongebruikelijk bij kunstenaars. Zou de expositie nieuw licht werpen op dat eigenzinnige oeuvre?

Ans achter het Stuk altaarstuk.

Als ik op bezoek ga bij kunstenaar Ans Verdijk in Beugen begrijp ik de ‘noodzaak’ of de vanzelfsprekendheid van zo’n tentoonstelling beter. Dat deze kunstenaar en haar werk samenvallen wordt me in één klap duidelijk.
Wat ik te zien krijg is totaalkunst: haar huis, de tentoonstellingsruimten, haar tekeningen en sculpturen, een vlaggenproject, brillendoosjes met kunstwerkjes van anderen en niet te vergeten zijzelf, alles is met elkaar verknoopt. Vaak poseert ze in of met het werk, alsof ze wil zeggen: wij zijn onafscheidelijk.
Ze kleedt zich naar de gelegenheid, vertelde ze me, toen ik haar de eerste keer ontmoette. Ook dit keer ziet ze er weer bijzonder uit, met blauwe bloemen bungelend aan haar oren, een kralen-tiara in het haar, en ze draagt twee wapenschilden van stof, waarop een sleutel is genaaid, op haar bloes met geometrisch dessin. De tiara suggereert koninklijk bezoek. Ik ben vereerd.
Kunst is het belangrijkste ingrediënt voor haar leven, een leidraad voor alles wat ze doet en ook haar spel met kleding hoort daarbij.

Ans Verdijk – Vernuftige, uitmuntende sluiers, 2024.

Ans haalde me op bij station Boxmeer en we rijden met haar auto naar Beugen. Het jaren jaren-twintighuis is groot met een enorme lap grond eromheen. ‘Een rontonde in eigen tuin’, roept Ans opgewekt terwijl ze met de auto een rondje om een boom cirkelt om hem bij de oprijlaan met zijn neus naar de weg te parkeren. Klaar om weer op pad te gaan.
Ze woont in het huis waar ze is geboren en opgegroeid. Op haar twaalfde gaat ze naar kostschool, vervolgens naar de academie in ‘s Hertogenbosch om na wat omzwervingen terug te keren naar Beugen. Op de begraafplaats liggen haar ouders en andere familieleden vlak bij elkaar.

Hoe is dat, zo te leven op een en dezelfde plek? Daar is niet één antwoord op te geven maar het ligt zeker verscholen in haar kunst.
Het huis is bijzonder, met een groot aantal aparte kamers, en zelfs een overdekte buitenruimte. Veel is hetzelfde gebleven, de indeling, de ramen, een granieten vloer, houten lambriseringen, maar het heeft niets muffigs of ouderwets, eerder speels en uniek. Zo is de lambrisering op sommige plekken opengewerkt door kunstenaar Carien Vughts. De ruimten staan in open verbinding met elkaar omdat alle deuren zijn verwijderd. De kunstwerken van Ans hangen en staan door het hele huis, als een klein privémuseum. 

Ik zie een schimmige foto van een installatie met blikken waarin een danseres poseert, bij lang kijken komt zij, nog steeds wat wazig, tevoorschijn.
In de gang hangt een reeks megagrote wat hompige ballen aan het plafond, als een buiten proporties gegroeide feestslinger, maar door hun formaat krijgen ze ook iets dreigends.
Aan de muur hangen vrij platte sculpturen, als weefsels die elkaar overlappen, of die samen een nieuw geheel vormen. Als samenvattend woord is ‘barok’ zeker op z’n plek maar dan wel in zachte, bijna weeë pastelkleuren. De hoeveelheid gebruikte materialen is eindeloos: papier-maché, stof, kant, een sierlint van kleine bolletjes, zilverpapier, veren, een kerstbal. Er hangen lintjes naar beneden. Losse draadjes. Suikerzoete kleuren. Het bolt naar buiten, trekt naar binnen. Het is een en al overdaad en vraagt om een geduldige blik.

Sculpturen van Ans Verdijk.
Sculpturen van Ans Verdijk.
Sculpturen van Ans Verdijk.
Sculpturen van Ans Verdijk.

‘Ik maak geen mooi werk, wel eigen. Dat is geen keuze. Soms zie ik werk dat ik echt prachtig vind, dat imponeert, maar ik kan dat niet en ik wil het ook niet.’
Dwars is een ander toepasselijk woord.
‘Het is alsof die esthetiek in mijn brein zit, een sturing van binnenuit. Ik heb vooral affiniteit met kunstenaars die dat ook hebben, zoals Mike Kelley.’
Ja, Mike Kelley. Zijn portretfoto’s van gehavende knuffels paginagroot afgebeeld in een tijdschrift, staan me nog levendig voor ogen. Verpletterend. De trauma’s van zijn jeugd liet hij in zijn werken terugkomen, niet therapeutisch maar activistisch en rebels.
‘Lets talk about disobeying’, zegt hij ergens. In zijn gezin was hij niet normaal genoeg. In de kunst kon hij buitengewoon zichzelf zijn.
‘Wie kunst wil maken moet zijn trauma’s onder ogen zien’, schreef Lucette ter Borg in de krant.[2*]

In de gang hangen twee tekeningen in rood en zwart alsof de blik van Ans twee mensen tijdens hun transformatie naar een dier heeft betrapt. Misschien zijn ze woedend want bij beiden ontsnapt stoom uit het hoofd, alsof het van binnen kookt.  Bij de één verdriedubbelen de ogen en rolt de mond in veelvoud naar beneden. De ander draagt een beschermende helm en een dierensnuit-masker. Zo staan wij mensen daar als wezens die verbijsterd zijn door de wereld om ons heen. 

Voor Ans Verdijk is wonen in het ouderlijk huis ook een verder leven te midden van haar herinneringen en trauma’s.
Een vrijstaand huis in een klein gehucht, een huis dat er aan de buitenkant zo idyllisch uitziet, zo normaal ook. Maar achter de voordeur, we weten het, trekken kleine of grote drama’s zich terug, vaak verborgen.
Haar ouders woonden hier samen met haar opa en oma Verdijk. In het zuiden van het land gelden regels waar ik nog nooit van gehoord heb, rondom zorg en verplichtingen.
De oudste zoon erft de boerderij en de jongste zoon heeft de plicht om voor de ouders te zorgen. Haar moeder trouwde de jongste en woonde na het trouwen dus opeens samen met haar schoonmoeder. Dat boterde helemaal niet. Een klein machtsspel om het (klein)kind kreeg grote vleugels. Ans groeide op in de spanning van dat ongewenste huishouden van twee vrouwen – en dat disfunctionele  samenwonen duurde zeventien jaar.
In de romantiek van de groentetuin en bloeiende appelbomen waar ze naar hartenlust speelde, druppelde ook het gevoel binnen dat ze niet goed genoeg was. Dat ze tekortschoot. Dat niemand naar haar omkeek.

Ans Verdijk.
Ans Verdijk.

Na de jaren op het internaat keert ze wijzer en volwassener terug. Introverter ook. En met meer eigen wil en dus niet meer zo gehoorzamend, en dat botst opnieuw in huis.
In het dorp bleek ze opeens een buitenstaander: voor ze naar kostschool ging, was het rondom haar huis een groot speelparadijs, maar daarna komt niemand meer langs. Dat maakt haar eenzaamheid net weer wat dieper. Vastberaden besluit ze haar eigen weg te gaan.
‘Ik maak mijn ouders geen verwijten, ik zie hoe het zo is gegaan. Maar het heeft me wel getekend. Lot of toeval? Gewoon het leven.’
Het leek niet anders te kunnen, dan zoals het gegaan is. Zo won oma Verdijk een bungalow in een loterij, de situatie leek zich op te lossen. Maar het papieren lot was onvindbaar en zo bleef alles bij het oude.
‘Dat beladen verleden zit nog steeds in mij’, zegt Ans, ‘het ongemak, de onzekerheid’, zegt ze bijna lachend. ‘Ik heb me afgesloten. Niemand komt meer dicht bij me. Gezellig koffiedrinken ligt me niet zo. Maar ik heb m’n werk en ik heb mijn stilte nodig.’

Na het internaat kwam ze eindelijk terecht op een plek waar ze zich meteen volledig thuis voelt: de academie in s-Hertogenbosch. ‘Dit is mijn wereld’, beseft ze. Ze springt het diepe in en verbergt alle onzekerheid. Beïnvloed door Krijn Giezen bouwt ze tenten van grote palen en creëert met hooibalen nieuwe ruimten, het vloeide direct voort uit het landschap van haar jeugd.
Nu speur ik rond in haar huis en zie waar het werk naar toe is gegroeid en hoe sterk het samenhangt met de plek.
Terwijl ik rondloop zie ik aan alle kanten ramen, zelfs de achterdeur naar de tuin heeft een groot raam. Elk omkaderd uitzicht naar buiten biedt een ander facet van de ruimte rondom, van het weer, het jaargetijde of een passant. Kleine verschuivingen, steeds een nèt andere blik op de buitenwereld. Die kaders en verschuivingen zie ik terug in het werk. Vensters met veel ‘gedoe’ eromheen hoewel ze zelf soms leeg blijven.
‘Ieder mens kijkt door een venster. Mijn werk laat zien hoe ik kijk en hoe die vensters mij terugseinen. Hoe die verschillende blikken samenkomen. Dat over elkaar schuiven is geen ontwerp maar toeval.’
Je zou ook kunnen zeggen dat het leven van vroeger en dat van nu hier over elkaar heen schuiven, in steeds wisselende verhoudingen.
In een huis blijven wrijvingen of conflicten vaak buiten zicht, maar wel binnen gehoorsafstand. Achter iedere deur speelt zich iets af, maar als kind krijg je daar nauwelijks vat op. Daar ging de fantasie van Ans mee aan de haal en begrippen als ‘waar of niet waar’ werden diffuus.
Haar werken brengt die herinneringen uit balans. Omdat de waarheid altijd net ontsnapt, moet het werk ook ‘niet kloppen’.
Hier leeft Ans met al die gedachten aan vroeger in het hoofd. Soms duiken ze op, soms duiken ze onder, soms mengen ze zich met nieuwe ervaringen.
‘Wat ik tijdens mijn leven heb geabsorbeerd, zie ik als geesten, als silhouetten. Kleine vingertjes die ik wil uitzuigen. Het is een mist, voor mij èn voor jou. Ik zie iets wat niemand anders ziet. Die geesten verwezenlijk ik in mijn atelier.’
Het gaat haar om een kort moment van helderheid. Alsof je iets in de lucht gooit dat even blijft zweven, een kort stil moment, voordat het weer naar beneden valt. In dat minimale oponthoud schuilt een glimp van waarheid – en daarna is het weer verdwenen. In dat korte moment geeft de mist iets terug.
Het geliefde leven ontvouwt zich in wisselende gedaanten, in verbindingen die steeds opnieuw worden gelegd en weer losgelaten: alles wat gezien is en niet gezien, maar wel gevoeld.
‘Ik doe het in veelheid, ik wil het ook niet invullen voor anderen. En wie bepaalt wat waarde heeft? In de veelheid raakt dat ondergeschikt. Soms dik ik dat aan en stop ik een robijn of pareltje tussen alle papier-maché en resten stof.’

Jubilieumexpositie 10-jarig bestaan Museum van Alle Tijden.
Sculpturen van Ans Verdijk.
Sculpturen van Ans Verdijk.
Ans Verdijk – Whispering Island met heillah.

Haar atelier blijft gesloten. ‘Dat is echt te bloot, te ongemakkelijk, nog niet uitgekristalliseerd’, zegt ze.
Ik begrijp het, het is alsof ik iemand een kladversie van mijn teksten zou laten lezen, dat heeft meestal nog weinig met de uiteindelijk tekst te maken. Ik dring niet aan.
Toch kreeg Joep Vossebelt een voet tussen de deur, omdat hij zo vasthoudend bleef aandringen. Hij bracht het hele atelier over naar kunstruimte Odapark. Het was perfect. Op de foto ziet het er totaal niet onaf uit, maar meer als een ruimte vullende installatie. BEWAAR / BEWARE ZIMMER.
Of misschien zijn de onderdelen onaf: ontroerend onaffe, fragiele, kapotte, gebroken dingen, maar gezamenlijk vormen ze een beweeglijk netwerk. Het is vooral weerloos in zachte tonen en veel roze. Het onaffe is een kwaliteit, net als ‘niet mooi’, waarin de emoties zich beduusd verschuilen.

Als kunstenaar beheert Ans twee kunstruimten.
Het Museum van Alle Tijden staat langs de weg, geïnspireerd op voedersilo’s en Mariakapelletjes. Als een soort wegkapel voor kunst biedt het een moment van bezinning maar het wil vooral mensen die niet zo met kunst bezig zijn enthousiasmeren.
In de oude fruit- en kalverenstal bevindt zich Museum Alarm, waar werk van andere kunstenaars wordt getoond, soms samen met dat van Ans.
Terwijl we naar de tekeningen kijken, klopt er een man op de deur.
‘Kan ik hier tekeningen van naakte vrouwen kopen?’ vraagt hij.
Ans legt rustig uit dat dat niet zo is.
‘Kan ik dan een naakttekening van mezelf laten maken? Ik hoorde dat jij dat zou kunnen doen.’
Serieus en waardig staat ze hem te woord.

Geen saai leven daar in Beugen. In datzelfde huis waar ze vroeger als kind ongelukkig rondliep, is nu zij degene die de regie heeft.
Maar is Beugen niet te klein voor jouw kunst?
‘Erkenning, daar ben ik niet zo mee bezig. Er zijn zoveel goede kunstenaars. Ik werk eigenlijk voor de stort, maar ik moet het doen.
Geen zorgen, ik ben totaal niet gefrustreerd, daar is het leven te kort voor. Kunst maken is mijn vak. Ik omarm mijn tijd en dat is een kostbaarheid. En ik gun anderen het succes van harte.’

‘Ik weet waar ik mee bezig ben, maar je moet voorzichtig zijn, het is allemaal façade.’ zegt Ans terloops en dat is een zin die ik mee naar huis neem.

Ans in de installatie BEWAAR / BEWARE ZIMMER in Odapark Venray.

Voetnoten

[1] Deze expositie werd samengesteld door de kunstenaars Moorman en Siwek. Door hun blik ontstond een beeld waarin bezoekers de verhalen en objecten direct aan mijn jeugd koppelden.
[2] in de NRC, 15 december 2012.

Advertenties

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar advertenties@mistermotley.nl

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

* verplicht