Het kind dat zich niet in een binaire wereld laat dwingen – over trying not to know … van Sharan Bala
Onze cultuur trekt strikte grenzen rond de hokjes ‘man’ en ‘vrouw’ en laat vrijwel geen ruimte voor de mensen die zich aan deze tweedeling onttrekken. Dat toont het werk trying not to know … van Sharan Bala aan. Hen biedt totale openheid van zaken door hun medische dossier tentoon te stellen. Honderdzestig pagina’s tekst, over een kind dat in principe gezond is, maar toch is gemedicaliseerd, omdat hun lichaam niet is te reduceren tot onze binaire denkbeelden. Maurits de Bruijn ziet hoe Bala met dit gebaar het zogenaamde probleem terugkaatst naar de toeschouwer, naar de medici die hen in hun spreekkamer zagen, naar de maatschappij. ‘Het werk zegt: dit zijn jullie bedenksels, dit is jullie probleem, niet dat van mij.’
Aan de achterste wand van kunstruimte Nest hingen tientallen clipboards die aan vergaderzalen of medici deden denken. Onder de metalen klem papieren A4’tjes vol tekst. In de rechterbovenhoek het logo van een ziekenhuis. Verslagen van artsen zijn het, de ene medicus rapporteert aan een andere medicus over een onderzoek dat bij een en hetzelfde kind werd afgenomen. Ieder clipboard staat voor een ander consult, een ander moment van overdracht. Wie een blik op de hoeveelheid slaat, zou denken dat het kind ongelofelijk ziek is. Maar dat is hier niet het geval. Uit de klinische rapportages op de 160 pagina’s die aan de muur hangen, blijkt het kind intersekse te zijn.
Wie niet over medische kennis bezit, moet zich door sommige zinnen van trying not to know is an active process of denial and forgetting, don’t forget to forget heen zien te worstelen. En daarin schuilt meteen een mate van ontoegankelijkheid en ongelijkwaardigheid. Want de persoon waar deze woorden over gaan, is een kind. Een kind dat in principe gezond is, en toch in de medische molen is terechtgekomen – omdat hun lichaam niet is te reduceren tot hoe we hebben besloten dat het lichaam van een kind eruitziet. Dat moet binair zijn, te reduceren zijn tot een meisje of een jongen. Ertussenin of daarbuiten bivakkeren is niet toegestaan. Tot die tijd is hen een medisch geval, iemand over wie in de derde persoon wordt gesproken en verworden is tot een speelbal van medische interventies, hormoonbehandelingen en boven alles een eindeloze reeks correcties op een lichaam waar niks mis mee is.
De rapporten van deze installatie beschrijven een onmogelijke tocht vol pogingen het lichaam van Sharan Bala te proppen binnen de nauwe hokjes die medici en onze maatschappij voor man en vrouw hebben ingericht, terwijl 1,7% van de bevolking als intersekse persoon wordt geboren. Dat binaire denken dat zo diep verankerd is in onze cultuur, strookt dus allerminst met de realiteit.
De toeschouwers van de voorbije tentoonstelling Urning and Urningin kregen toegang tot het dossier en dat deed bij mij een niet te onderdrukken gevoel van ongemak oprijzen. Ik voelde me een indringer, het voelde ongepast deze klinische taal die over zulke intieme zaken handelt zomaar tot me te nemen. Ik moest me laten aansporen door andere bezoekers, die net als ik de tijd namen en langs de muur bleven meanderen. Wie dat doet, ontdekt dat er maatschappelijke afwijzing en medische agressie schuilgaat in de teksten. Die ziet in hoeverre die twee domeinen met elkaar verweven zijn.
Dat kind is inmiddels uitgegroeid tot een kunstenaar die zelf kan bepalen wat hen prijsgeeft en wat hun genderidentiteit is. Met de volledige openheid van zaken die Bala met dit werk aanreikt, legt hen het zogenaamde probleem terug bij de toeschouwer, bij de medici die hen in hun spreekkamer zagen, bij de maatschappij. Het werk zegt: dit zijn jullie bedenksels, dit is jullie probleem, niet dat van mij.
Daarmee krijgt het gevoel van ongemak dat ik ervoer waarde, want trying not to know … laat, zeker met de overdaad aan papieren, zien hoe obsessief en agressief onze houding ten op zichte van gender is. Het werk herinnerde me daarmee onbedaarlijk aan het vlammende Can the Monster Speak? van Paul B. Preciado. Een essay van een filosoof die betoogt dat de traditie van de psychoanalyse trans en queer lichaam altijd heeft gepathologiseerd en dat er niets minder dan een revolutie voor nodig is om de heternormatieve grondvesten uit dit vakgebied te bannen.
Tegenover de wand waaraan het medische dossier van Bala is bevestigd, hangt een videowerk van dezelfde maker. Sharan ligt ontkleed op een eenvoudig bed. Hen kijkt de camera in, ligt doodstil. Hun pose en het bed vormen een knipoog naar De slapende Hermafrodiet van Bernini – op dit moment voor het eerst in Nederland te zien in Metamorfosen van het Rijksmuseum te Amsterdam.
In tegenstelling tot dit veelgeroemde en veelbesproken werk is Bala niet uit steen gehakt. Hen is een mens van vlees en bloed. Niet slapend, maar wakker. Geen lijdend voorwerp waar de bezoeker ongestoord omheen kan lopen om zichzelf toegang te verschaffen tot het gehele lichaam, maar iemand met zeggenschap die zelf bepaalt hoe hen zich representeert, die zelf de invalshoek en mate van toegang kiest. Het meest schrijnende verschil met de marmeren evenknie is misschien wel dat de video-installatie geen geheim onthult en daarmee weigert zich te laten beknotten door welke hiërarchische categorisering of medicalisering dan ook.