Romy Day Winkel

‘Het landschap blijft me vinden’ – in gesprek met Marieke van Ringelesteijn

Interview
9 oktober 2026

Marieke van Ringelesteijn is een van de zes winnaars van de Buning Brongers Prijzen 2026. Mister Motley interviewt dit jaar alle kunstenaars. Romy Day Winkel sprak haar op de boerderij in de Hoeksche Waard waar ze opgroeide en nog altijd haar atelier heeft. ‘Grond, lucht, een horizon: dat is de basis waarop ik reageer. Daarbovenop komen geabstraheerde vormen van bijvoorbeeld de landbouwmachines die hier in de schuren staan: messen, punten, rare vormen.’

’

We spreken elkaar op de boerderij op de Hoeksche Waard waar Marieke van Ringelesteijn opgroeide. Haar moeder is boerin; het land, de schuren met landbouwmachines en de horizon eromheen vormen al jaren het beginpunt van Van Ringelesteijns werk. Ze studeerde vijf jaar aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU) en vertrekt binnenkort naar België, waar ze een pre-master Beeldende Kunst/Autonome Context aan Sint Lucas Antwerpen gaat volgen.
De boerderij was voor haar als kind niet alleen een plek van natuur en vrijheid. Haar school stond in Klaaswaal, een dorp verderop, en tot ze zelf kon fietsen werd ze er met de auto naartoe gebracht. “Ik lag er altijd net een beetje buiten”, zegt ze erover. Fysiek, vanwege de afstand, maar ook gevoelsmatig. Ze voelde zich anders dan de rest van de klas. Als tiener wilde ze vooral weg: naar de stad, iets nieuws opbouwen, het platteland achter zich laten. Toen ze in Utrecht ging studeren, merkte ze dat ze, vaak onbewust, geabstraheerde landschappen tekende. Na drie jaar besloot ze dat te onderzoeken in plaats van te ontwijken en omarmde ze het landschap als onderwerp. Sindsdien is het schilderen voor haar een manier om zichzelf terug te vinden in die plek en daar zowel schoonheid als spanning in te leggen.

Romy Day Winkel

Je werkplek bevindt zich op een verhoging in een grote schuur naast je ouderlijk huis. Hoe ziet je studiopraktijk eruit?

Marieke van Ringelesteijn

Ik word graag vroeg wakker, want tijd is voor mij heel belangrijk om goed te kunnen werken. Ontbijten en dan zo snel mogelijk naar boven. Soms lees of schrijf ik nog even voor ik aan de slag ga. Ik werk veel met mijn handen, puur het fysieke van de olieverf op het doek en experimenteren. Ik heb zoveel mogelijk doeken klaarstaan, en als ik iets nieuws heb gevonden op het ene doek, pak ik meteen het volgende. Zo kan ik met een grote vaart doorwerken.

Mislukt een doek weleens?

Zeker, dan gooi ik er een hele hoop terpentine overheen en laat ik het afdruipen, dan zit de intentie tenminste nog in dat doek. Het is ook mooi omdat je nog een beetje kunt zien wat je daarvoor hebt geprobeerd. Daar reageer ik dan weer op.
Kleinere doeken zijn een aanloop voor de grotere. Ik moet ook zelfvertrouwen opbouwen, het moet in mijn handen gaan zitten voordat ik aan zo’n groot, leeg doek begin. Meestal breek ik dat meteen met een bruine of rode laag, of een horizon. Het begin is heel intuïtief, een soort trance, met grote gebaren waar ik nog niet veel over nadenk. Op het einde werk ik juist heel geconcentreerd. Dan denk ik: het heeft nog precies dit nodig en dat moet ik heel goed opzetten. Dan is het af.

Marieke van Ringelesteijn – Zonder titel, 24 x 18 cm., olie op canvas, 2026.

Had je dat altijd al, dat vertrouwen in een intuïtieve werkwijze?

Nee, juist niet. Aan het begin van mijn tijd aan de HKU dacht ik dat er iets ‘goeds’ en iets ‘fouts’ was, bijna wiskundig. Ik verwachtte dat mijn docent zou zeggen wat ik moest doen, zoals ik op de middelbare school gewend was geweest, maar in het kunstonderwijs werkt dat heel anders en dat vond ik aan het begin heel lastig. Ik dacht dat er een gouden greep bestond, die ik nog moest vinden. Ik heb toen een jaar overgedaan en toen pas kon ik mijn eigen formule ontdekken en accepteren dat ik fouten mag maken. Daarvoor was ik veel te perfectionistisch.

Je bent niet meteen bij schilderen uitgekomen op de HKU.

Nee, hoewel ik er wel ben binnengekomen met het idee dat ik schilder was. Ik heb altijd al getekend en geschilderd, ook vóór de HKU. Zo volgde ik bijvoorbeeld een jaar schilderles bij de vrouw van de organist uit onze dorpskerk. Tijdens de opleiding kreeg ik ook fotografieles en in mijn tweede jaar was ik ervan overtuigd dat ik fotograaf zou worden. Collage pas ik trouwens nog steeds graag toe. Ik heb mezelf altijd als 2D’er gezien, installatie of film ligt me niet. Op een gegeven moment moest ik kiezen en schilderen voelde voor mij het duidelijkst.

Marieke van Ringelesteijn – Zonder titel, 30 x 24 cm. olie op canvas, 2026.
Marieke van Ringelesteijn – Zonder titel, 30 x 24 cm., olie op canvas, 2026.

Wat zijn vaste elementen in je schilderijen?

Grond, lucht, een horizon: dat is de basis waarop ik reageer. Daarbovenop komen geabstraheerde vormen van bijvoorbeeld de landbouwmachines die hier in de schuren staan: messen, punten, rare vormen. Ook stippen komen terug; die zijn ooit ontstaan doordat ik met mijn vingers te dunne verf op een mislukt doek smeerde.

En je kleurgebruik, vooral dat roze?

In mijn derde jaar werkte ik voor het eerst met olieverf. Ik begon met rood en later kwamen daar roze en blauw bij. Roze is gebleven. Ik ben tijdens het werken niet bezig met wat een kleur betekent, ik zoek vooral iets wat spanning oplevert. Pas achteraf, toen ik hier op het platteland weer om me heen keek, zag ik dat het rood, het oker en het groen al in dit landschap zitten. Er staat een rode boerderij. Alleen roze zie je hier nergens.

Wat maakt dat roze dan jouw kleur?

Juist omdat het er niet in past. Ik voel me soms vervreemd van deze omgeving en zo voelt dat roze ook: het hoort er intuïtief niet bij en ik zet het er toch in. Het is ook gewoon mijn favoriete kleur. Achteraf denk ik dat het een manier is om mezelf toch terug in dit platteland te plaatsen. Tegenover het rode, stekelige, zet ik dat roze als iets zachts. Die spanning wil ik erin houden.

Marieke van Ringelesteijn – Zonder Titel, 75 x 65 cm., olie op canvas, 2026.
Marieke van Ringelesteijn – Drieluik Landschap, 200 x 330 cm., olie op canvas, 2026.

Zijn er kunstenaars bij wie je het gevoel hebt dat je in hun traditie staat?

Het afgelopen jaar heb ik veel naar het werk van Joan Mitchell gekeken. Zij draagt het landschap ook met zich mee, voor haar is het een vertaalmiddel van haar innerlijke wereld en dat herken ik heel erg. Ze is ook een purist met olieverf, wat ik bewonder. Al voor mijn studietijd bewonderde ik Charlotte Salomon enorm, om hoe zij haar leven vertaalde naar beeld. Heel anders dan wat ik doe, maar het heeft me altijd geïnspireerd. Verder haal ik veel uit de muziek van Sun Kil Moon en uit fictie van vrouwelijke schrijvers zoals Joan Didion en Mensje van Keulen. Ik schrijf zelf ook en dat vloeit onbewust mee in het werk.

Je vertelde dat je terughoudend bent over de nadruk op theorie binnen de kunstwereld. Waar ligt daarin voor jou het probleem?

Ik ben zelf veel bezig met wat ik zie. Kunst spreekt volgens mij voor zich. Filosofische taal rondom kunstwerken voelt voor mij als een barrière. Al is het misschien een goede tekst, het voelt opgelegd, alsof er ineens een filosoof moet worden aangehaald. Je creëert zo een kleine kring van mensen die het begrijpen en of ze het echt begrijpen is dan nog maar de vraag.

Je schrijft zelf ook. Hoe verhoudt taal zich dan tot je werk?

Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in handschriften, handtekeningen en graffiti. Sommige vormen en lijnen in mijn werk komen voort uit deze interesse. Cy Twombly is daarom een van mijn favoriete kunstenaars. Zelf schrijf ik vooral in mijn dagboek. Dat voedt het schilderen, omdat ik de emoties en herinneringen dan helder voor de geest heb. Ik schrijf en dan schilder ik, dat vloeit over in elkaar.

Zie je die behoefte aan uitleg en verantwoording ook terug in de tentoonstellingen die je bezoekt?

Ja, dat vind ik soms raar. Ik bezocht laatst een groot museum. Er hing prachtig werk, pas in de kelder bleek dat het deels gekocht was met de opbrengsten van de slavernij en de tabaksindustrie. Heel heftig. Dus ik vroeg me af: waarom maak je daar dan niet een hele tentoonstelling van, in plaats van het zo weg te stoppen? Het voelt als een manier om als instelling aan de goede kant van de geschiedenis te blijven staan, zonder het echt te verwerken als hoofdzaak.

Marieke van Ringelesteijn – Landschap Zonder Titel, 75 x 65 cm., olie op canvas, 2026.
Marieke van Ringelesteijn – Astérix, olie op canvas, 155 x 130., 2026, foto in Numansdorp genomen.
Marieke van Ringelesteijn – Zonder titel, 24 x 18 cm., olie op canvas, 2026.

Je vertrekt binnenkort naar Antwerpen. Wat hoop je daar te vinden?

In België is het kunstonderwijs anders, de kunstacademie is daar een opleiding op universitair niveau. Dus moet ik eerst een pre-master doen om tot de master toegelaten te worden. Daar staat de theorie in dienst van de praktijk en dat is precies wat ik wil.
Ik vond het moeilijk om in Utrecht mijn plek te vinden. Ik was jong en best angstig toen ik daar begon, dus ik stapte niet overal op af. Antwerpen lijkt me een stad waar ik waarschijnlijk beter bij aansluit. Ik zit er ook dichter bij mijn ouders en met mijn rijbewijs kan ik makkelijk heen en weer. Ik wil er sociaal actiever worden dan ik in Utrecht was, waar ik op mezelf en mijn vriendengroep gericht was. In Antwerpen wil ik vooral mijn eigen studiopraktijk opbouwen. Wat daar uit gaat komen, weet ik nog niet.

Foto van Marieke's studio in Numansdorp.

Over de Buning Brongers Prijzen
De Buning Brongers Prijs is een Nederlandse kunstprijs voor jonge beeldend kunstenaars. De prijzen worden eens in de twee jaar uitgereikt door de Buning Brongers Stichting uit de nalatenschap van Johan Buning en zijn familie. De prijs bestaat dit jaar 60 jaar en is sinds 1966 uitgereikt aan 174 kunstenaars. Aan de prijs is een geldbedrag verbonden van € 4.500 per winnaar. De kandidaten voor de prijs zijn de afgelopen twee jaar afgestudeerd aan kunstacademies in Nederland en voorgedragen door hun academie. De prijsuitreiking en opening van de tentoonstelling van de zes winnaars vinden plaats op vrijdag 13 november in Arti et Amicitiae te Amsterdam. Je bent van harte uitgenodigd hierbij aanwezig te zijn.

Een gesprek over kunst en kwaliteit in Spui 25
Voorafgaand aan de prijsuitreiking in Arti et Amicitiae organiseert de stichting een gesprek over kunst en kwaliteit in Spui 25. Hans den Hartog Jager en Heske ten Cate geven elk een presentatie waarin ze dieper ingaan op hun persoonlijke ervaringen en inzichten. Aansluitend gaan Dineke Blom, Ricardo van Eyk en Robert Zandvliet met elkaar in gesprek. Je bent ook hier van harte welkom!

Advertenties

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar advertenties@mistermotley.nl

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

* verplicht