Hanne Hagenaars

Het panseksuele universum: de geheime tekeningen van Arnoud Holleman en Sergei Eisenstein

Interview
29 januari 2026

Het tekenen is dan wel de motor van Arnoud Holleman’s artistieke productie, er kleven ook allerlei taboes aan. Het is een censuur van binnenuit, zijn innerlijke stem die alsmaar twijfelt en zijn onzekerheid voedt. En misschien deinsde hij ervoor terug om de seksualiteit in al die vloeiende vormen naar buiten te brengen. Tot hij de panseksuele tekeningen van cineast Sergei Eisenstein onder ogen kwam. ‘Toen ik de galerie binnenkwam en oog in oog stond met the real stuff was het of ik water zag branden.’

‘Tekenen is de motor van mijn werk’, staat er hoopvol boven de website van Arnoud Holleman. Opmerkelijk voor een kunstenaar die vooral naam heeft gemaakt met theater, dramaseries en documentaires voor televisie, tijdschriften, conceptuele werken en een langlopend onderzoek naar Auguste Rodin, maar zijn tekeningen liever in archiefladen verborg, ze sporadisch toonde, om daarna meteen weer te stoppen met het tekenen, en ook altijd weer begon.

Cum Laude kreeg zijn afstudeerwerk als beeldhouwer aan de KABK in Den Haag. De sterren van de show waren de assemblages van spullen die uit containers waren opgedoken. Alleen zijn vriend zag het anders, en gaf zijn waardering enkel aan de tekeningen die ook in de presentatie hingen.
Arnoud: ‘Best wel een lef, zo’n opmerking, al bromde ik op dat moment iets als ‘wat weet jij er nou van?’ Hij doorzag toen al het conflict waar ik later tegen opliep. Assemblages zien er al snel lekker uit, als goede kunst, maar kunnen ook veel verbloemen. Er kan altijd nog iets bij, of iets af. Bij tekenen gebeurt iets anders. Dat is bloedeerlijk en als je tekent ga je ergens doorheen. Je vaardigheid vertaalt het naar een vorm die er eerder nog niet was.’
Met zijn afstudeerwerk werd Arnoud toegelaten op de Rijksakademie. Daarna startte hij allerlei samenwerkingen. Daar lag een vrijheid die hij in de kunst niet vond. Hij wilde het leven niet afbeelden maar er middenin staan om het via de kunst te verbijzonderen, om een analyse van de media om te zetten in een soap-opera- televisiefilm. Hij nam de alledaagse kunstgekte mee naar het theater, en deed dat altijd vanuit een conceptueel denkende geest.
Het tekenen komt en gaat in het artistieke leven van Arnoud Holleman. Toch pakt hij het steeds weer op weer op, bijvoorbeeld als hij vastloopt bij de succesvolle maar misschien te intense werkperiode bij het theatergezelschap Mugmetdegoudentand. ‘Ik was zo door elkaar geschud in dat samenwerken waarin je elkaar behoorlijk uitdaagde – tegenwoordig zou je het toxic noemen. Iedere repetitie en voorstelling speelt zich af in dat hyper NU. Toen dat voorbij was wilde ik terug naar iets dat helemaal van mij was, en wat niets kost, een A4tje en een potloodje.’
In vloeiende lijnen ontstaat een fantasmagorisch seksueel universum waar alle openingen van het lichaam gevuld worden door vingers, piemels. De interacties zijn niet verleidelijk of pornografisch, meer als een spel Twister, waarin onmogelijke posities elkaar in stand houden. Een heel mens kruipt uit de anus van een paard. Uit de mond van een man met vele armen, die allemaal aan het werk zijn, steekt een hand die een trosje druiven vasthoudt. De vrijheid in deze beelden is ongekend. Taboes, verlangens in enkel lijnen. Het kader van de voorstellig ligt soms buiten de randen van het papier en soms heel krap binnen de maat van het vel.
‘Het tekenen voelde als een openbaring: Bij elk vel papier was ik zo benieuwd waar ik zou uitkomen. Al die anale fixaties en die ongeremdheid. Het begon als een hele geconcentreerde werkperiode, al die vloeiende fantasieën. Maar ik herinner me ook het moment dat ik dacht: nu weet ik het wel dat er ergens een pik in een gat gaat. Ik voelde dat het maniëristisch werd en ben toen gestopt.’
De tekeningen lagen een paar jaar in de la maar werden in 1998 tentoongesteld bij galerie De Praktijk, met een catalogus erbij. Dat gaf hem de bevestiging dat hij meetelde, maar het waren inmiddels ook al oude tekeningen die geen vervolg hadden gekregen. De deksel zat weer stevig op de tekeningenpan.

Arnoud Holleman - Spreads & pages, 2025 Afm. 29,7 x 35 en 59,5 x 35
Arnoud Holleman - Spreads & pages, 2025 Afm. 29,7 x 35 en 59,5 x 35
Arnoud Holleman - Zonder titel, 2017 83 x 57
Arnoud Holleman - Spreads & pages, 2025 Verschillende tekeningen, afm A4 en A3

Het tekenen is dan wel de motor van zijn artistieke productie, er kleven ook allerlei taboes aan. Een censuur van binnenuit, zijn innerlijke stem die alsmaar twijfelt en zijn onzekerheid voedt. En misschien deinsde hij ervoor terug om de seksualiteit in al die vloeiende vormen naar buiten te brengen.
‘De laatste tijd heb ik regelmatig een spijtgevoel: waarom heb ik niet veel eerder het belang van tekenen onderkend. Ik had ook kunnen zeggen, ik duik een half jaar de studio in en ga net zolang werken tot er iets nieuws ontstaat. Maar het gevoel van impasse was er altijd en het hoorde bij mijn kunstenaarschap. Omdat ik ook een praktijk van samenwerken, televisie en tijdschrift had, was er altijd een excuus om niet in het atelier de diepte in te hoeven gaan.’

Vijf jaar na de expositie in De Praktijk waren er weer tekeningen te zien: Spermdrawings als onderdeel van de solotentoonstelling Being There in Bureau Amsterdam. De tekeningen hingen niet aan de muur maar werden ondergebracht in een publicatie, vormgegeven door Jop van Bennekom. De artistieke impasse verbeeld door masturberen op papier. Het plezier van het tekenen lag hier niet in de verbeelding, maar juist in het tegendeel, het lekker zwarten. Het monomaan zwart arceren rond de witte spermablobs creërde een soort sterrenhemels.
‘Dichterbij niets kon ik achteraf gezien niet komen. De verbeelding bleef op slot. Ze brachten ook niet veel teweeg en daar waren twee redenen voor. Mensen dachten bij sperma aan pornografische afbeeldingen en waren teleurgesteld dat je niks zag. Of ze vonden het idee van sperma zo afstotelijk dat ze er bij voorbaat al niets van moesten hebben.’

Twee manieren van tekenen, allebei gekoppeld aan seksualiteit en taboe. En daartussen hele periodes niks, ook zonder sperma bleef Arnoud vellen zwarten.
In die tijd ontdekte hij online de tekeningen van de cineast Sergei Eisenstein, en kocht direct het boek Dessins Secrets. Hij voelde een intense connectie met dit panseksuele universum. Ook het verborgene van de tekeningen, die decennialang onder het bed lagen en pas na 1989 uit de Sovjetunie werden geëxporteerd, om vervolgens weer te verdwijnen in een privécollectie, sprak hem aan.
‘De jaren ‘10 waren niet florissant. Samenwerkingen droogden op, inclusief de vriendschappen waardoor ze succesvol waren geworden. Halbe Zijlstra zag ons als subsidieslurpers en door zijn bezuinigingen verdwenen alle opdrachten. In 2014 overleed mijn moeder, twintig jaar na mijn vader. En rouw doet gekke dingen. De publicatie van mijn onderzoek naar de mythevorming van Auguste Rodin stokte. Dat was ik ergens rond 2005 begonnen, maar het kwam maar niet af. Vanaf toen was het pillen en praten met een psychiater en heel veel TLC kijken. Say yes to the dress en een realityserie over een chocolatier in Engeland die lelijke sculpturen maakt.’

Arnoud Holleman - Zelf kunstenaar worden? Doe Het Niet 2019 afm 100 x 120,
Arnoud Holleman - Spreads & pages, 2025 Verschillende tekeningen, afm A4 en A3
Arnoud Holleman - Spreads & pages, 2025 Verschillende tekeningen, afm A4 en A3
Arnoud Holleman - Zonder titel, 1999 19 x 24 cm

In die mentale duisternis begon Arnoud weer te tekenen en maakte het sleutelwerk Zelf kunstenaar worden? DOE HET NIET. Een grote tekening van 100 bij 120, die stap voor stap ontstond. ‘Mijn atelier is in een broedplaats en beneden bij het vuil lag een grote poster. ‘DOE HET NIET ’ stond er met hele grote zwarte letters op het witte papier. Weet je wat, dat ga ik natekenen, dacht ik. Ik voelde me aangesproken en kon weer lekker zwarten.’
De nieuwgierigheid was weer terug en er viel weer wat te ontdekken. ‘In de krant zag ik een foto van de opening van museum Corpus in Leiden, waar je als bezoeker door een lichaam loopt. Beatrix stond met een boeketje in haar hand in een mond met een enorm gebit. Ze poseerde op de tong, de fotograaf stond achter in de keel. Dat standpunt was geweldig en dat heb ik toen achter de koeienletters DOE HET NIET gezet.
De keel duikt geregeld op in mijn tekeningen. Toen mijn moeder hoorde dat een 16-jarige buurjongen tijdens het eerste ritje op zijn nieuwe brommer was verongelukt moest ze bijna kotsen van ontzetting. Uitslikken. Ik heb nog steeds een gevoeligheid voor keelgeluiden en slikken. In die tekening kwamen allerlei dingen bij elkaar. Qua techniek was contékrijt mijn ontdekking, naast het lijntekenen. Allerlei figuurtjes gingen de tekening bevolken. Potloodmannetjes, een stripfiguurtje dat ik in de jaren daarvoor had ontwikkeld. Maar ook de seksuele wezens van de eerste serie kwamen weer terug. Een mannetje met een onherkenbaar kronkelende piemel stelt de vraag Zelf kunstenaar worden? waardoor de tekening DOE HET NIET een antwoord wordt. Ik doe het dus wel. Als je tekent kan dat gewoon. En als laatste heb ik mijn moeder erin getekend, met een penseel in haar mond.’

‘Toch ben ik liever niet in dat tekengebied. Met een negatief zelfbeeld, angsten en vermeende tekortkomingen wordt dat persoonlijke al gauw een glijbaan. Met gebrek aan zelfwaardering, wie of wat ben je dan? Het kunstenaarschap is toch gebaat bij een gezond ego? De gebiedende wijs in DOE HET NIET , daarin klinkt de stem door van mijn moeder, van Auguste Rodin, maar ook een geïnternaliseerde negatieve stem die me straft voor grootheidsfantasieën. En misschien gaat het er wel om die negatieve stem tot stilte te manen, of op zijn minst in mijn voordeel te laten werken. Maar dit is allemaal weer zelfbeschouwing. Als ik teken is het wat het is, het gebeurt met de andere hersenhelft.’

‘Op Instagram zag ik een bericht over de geheime tekeningen van Eisenstein. (The rhythm of ecstasy: the sex drawings, 1931–1948 bij Ellen de Bruijne projects.) Deze tekeningen, waar ik al twintig jaar mee leefde, die eigenlijk de enige referentie vormden voor mijn eigen tekenwerk en waarvan ik dacht dat ze nooit publiek zouden worden, hingen zo ongeveer om de hoek. Het was de laatste dag en voor mijn gevoel ging ik er echt buiten adem heen. Toen ik de galerie binnenkwam en oog in oog stond met the real stuff was het of ik water zag branden.
Deze opwinding viel samen met een periode waarin ik weer dagelijks tekende, op A4- en A3-formaat, maar zonder doel of verwachting. Op dat beslissende moment kwam alles samen. Ik was op zoek naar nieuwe manieren van tekenen en vond in deze expositie van Eisenstein een voorbeeld. Een top-kunstervaring zoals je maar weinig meemaakt. Het werk ademde zo’n vitaliteit dat het voor mij de deur opende naar tekenen in totale vrijheid. Door het boek had ik al een sterke identificatie, maar in het echt was het een explosie. Dit ben ik! Dit doe ik ook! Dat panseksuele, in tekeningen die niet persé pornografisch zijn, maar die alles met alles verbinden, met piemels en vagina’s waar tegelijk een kinderlijke onbevangenheid in zit. Erotisch in de zin van, een sterke levenskracht waarin je jezelf alles toestaat, dwars door alle beperkingen en verboden heen.

Sergei Eisenstein, Untitled, 1930s-1940s, graphite and coloured pencil on paper, 37,2 x 27 cm. Collectie Stedelijk Museum Amsterdam
Sergei Eisenstein, Untitled (DRAG NEW YORK), 26-Sept. 1942, graphite and coloured pencil on paper, 21,4 x 26 cm. Collectie Stedelijk Museum Amsterdam
Sergei Eisenstein, Untitled, 1930s-1940s, graphite and coloured pencil on paper, 33 x 21,7 cm. Collectie Stedelijk Museum Amsterdam
Sergei Eisenstein, Untitled, 1930s-1940s, graphite and coloured pencil on paper, 32,9 x 21,6 cm. Collectie Stedelijk Museum Amsterdam

De seksualiteit van Eisenstein is altijd met raadsels omgeven. Hij is nooit openlijk als homoseksueel naar buiten getreden. Integendeel, hij ontkende het, wat niet zo vreemd is gezien het verbod in stalinistisch Rusland: I have never felt a homosexual longing, not even for Grisha [Alexandrov]. Perhaps I have a bisexual tendency, like Zola or Balzac, but on an intellectual level.

‘Je moet ook oppassen om hem te labelen. Misschien vond hij ook seks met vrouwen fijn, hij was getrouwd met Pera Atasheva, zijn studio manager, maar misschien was dat voor de bühne. Het is moeilijk te achterhalen hoe het echt zat. Misschien was hij niet praktiserend seksueel, maar in zijn fantasie des te meer. Het universum dat hij tekende was vooral panseksueel. Mannenseks, vrouwenseks, groepsseks, intergenerationele seks, seks met dieren, lijken, geestelijken, alles.
Toch zeg ik ook: Eisenstein zou gequeerd moeten worden! Als je naar die tekeningen kijkt denk je vooral: wat is hier aan de hand?  Wat jarenlang onder het matras heeft gelegen moet je eigenlijk bovenaan zijn oeuvre zetten. Wie de tekeningen kent, kijkt anders naar zijn films. Het doet hem eer om hem alsnog queer te noemen maar ook daarin alle ruimte te geven. Door de tekeningen is queerness onmiskenbaar deel van zijn identiteit, van zijn seksuele zijn waar hij niet voor uit kon komen.’

De erotische tekeningen van Eisenstein vormen een relatief klein onderdeel van een groot oeuvre aan tekeningen dat vooral uit schetsen in verband met zijn films bestaat.
Tijdens zijn verblijf in Mexico brak er iets open en maakte hij expliciet erotisch tekeningen waarin alle taboes werden doorbroken maar die ook een zekere lichtheid en humor bevatten. Hij zag dat in de Mexicaanse cultuur leven en dood en eros en geweld naast elkaar konden bestaan. Ook binnen de religie waren de beelden zeer lichamelijk. In zijn ogen waren de Mexicanen zo aantrekkelijk omdat de mannen hun vrouwelijke kant niet hadden verloren en de vrouwen op mannen leken. Hij had het idee dat seksualiteit niet onderdrukt was maar geïntegreerd in de cultuur.
Na zijn (gedwongen) terugkeer naar Stalinistisch Rusland lagen deze tekeningen veilig opgeborgen onder zijn bed. Hij bleef doortekenen, maar liet het werk aan niemand zien. Deze taboeloze tekeningen zouden zijn leven in gevaar kunnen brengen. Bij zijn overlijden in 1948 hield zijn vrouw de erotische tekeningen achter, en gaf ze in bewaring bij verschillende vertrouwelingen. Na de perestrojka werden ze verkocht aan een Franse privéverzamelaar. Uitgever Editions Du Seuil maakte in 1999 het boek Les dessins secrets.

Sergei Eisenstein, Untitled, 1931-48 Graphite and coloured pencil on paper, Dimensions: 22,5 x 28,7 cm. Private collection
Sergei Eisenstein, Untitled, 1931-48 Graphite on paper, Dimensions: 27,2 x 20,9 cm. Private Collection
Sergei Eisenstein, zonder titel. Afm. 36 x 24
Arnoud Holleman - Zonder titel, 1996 23 x 30 cm

De verzamelaar overleed en nu zijn de tekeningen te koop. Ze zijn peperduur, maar Arnoud is zo overrompeld dat hij er een moet kopen. Hij wil iets van de herkenning meenemen naar huis, in de buurt houden. De tekening heeft een afgescheurde rechterhelft en is daardoor betaalbaar.
Deze is in 1944 gemaakt toen Eisenstein in Alma Ata aan een film werkte. Niet een heel seksuele tekening, geen geslachtsdelen, maar wel met een vreemde spanning. Een man zit met ontbloot bovenlijf op een krukje in een ziekenhuisachtige omgeving. Zijn bovenlijf is enorm uitvergroot. Zijn hand op zijn kruis en die lage broek zijn zonder twijfel seksueel geladen. Hij wacht op een injectie, rechtsonder houdt een forse verpleegster een naald omhoog. Het kastje tegen de muur loopt door in de tekening van de man. Zoals in de tekeningen van Eisenstein armen vaak transformeren tot een zwaard, ontstaat hier een pin, iets agressief. De scéne doet denken aan het begin van een pornofilm: de loodgieter die aanbelt, of de dokter die een patiënt komt onderzoeken. Maar de tekening wijst ook naar de psychiatrische inrichtingen uit de tijd van Stalin waar queers werden platgespoten.

In veel tekeningen die hij in Rusland maakte schuilt een zekere nostalgie. Via het tekenen kan hij beelden van vroeger oproepen: van de tijd dat hij in New York een travestieshow bezocht, of gay bars in Berlijn en Mexico. Daar zit ook een soort terughalen in: hij was er ooit geweest en wist, het bestaat allemaal. Het tekenen werkt als een tijdmachine, via de tekeningen kan hij een connectie maken met de oorspronkelijke ervaring.

Vanaf 1930 lanceerde de Sovjetstaat een grootschalige campagne van politieke repressie. Vrienden van Eisenstein werden gearresteerd en geëxecuteerd. Terreur was alomtegenwoordig. De tekeningen bevatten geen enkel element dat niet verwijst naar een werkelijkheid buiten de tekening zelf. De gruwelijkheden van oorlog en repressie zijn immers enorm. Een man met geamputeerde benen en gigantische armen, penetreert een vrouw. Een grote man, hoedje op, stopt een vinger in haar mond en anus – de verlegenheid, verlekkerd, schaamte.

Madame La General, de man als een handpop. Wisselende machtsposities tussen mannen en vrouwen. Medailles worden opgespeld, en afgenomen. Macht en oorlog en de gevolgen. Missende armen, een geamputeerd been, een mens zonder hoofd, een helm, en tegelijk handen die erotische handelingen verrichten. Matrozen, generaals, uniformen die uitgaan. Eisensteins potlood glijdt vrijwel ongestoord over het papier, schetst elegante, vormloze figuren en beeldt, met soms schokkend sadistische intensiteit, het hulpeloze slapende slachtoffer af dat wordt opengesneden, geamputeerd of onthoofd. In deze tekeningen werkt de klare lijn  zonder perspectief of schaduw als een filter, om het toch een beetje bij de werkelijkheid weg te houden.

In Mexico ontdekte Eisenstein opnieuw de vrije loop van de lijn. Het was volgens hem ‘ondergeschikt aan niets anders dan de innerlijke wet van het ritme, geleid door de vrije beweging van de hand.’

In Beyond the Stars herinnert Eisenstein zich een soirée uit zijn jeugd, waarbij een gast, meneer Afrosimov, met wit krijt dieren tekende op een diepblauw tafellaken. Vooral een vette kikker met O-benen maakte indruk. Voor Eisenstein leek de tekening ter plekke te ontstaan uit beweging: de lijn was het spoor dat die beweging achterliet.
Eisenstein hangt veel op aan deze herinnering. Dit was de openbaring van de beweeglijke lijn die alles kon toveren. De lijn danst over het papier en het dansen, dat wordt de tekening. Op dansschool was Eisenstein de slechtste leerling van de klas, dat tellen van 1, 2, 3, 1, 2, 3, benauwde hem. En hier in de tekening kon hij het dansen opeens aan vrijheid koppelen en zwieren: ‘Dancing and drawing take their root from the same impuls.’
Eisenstein liet zien dat tekenen een lijn in beweging is, dat tekenen een beweging is die stokt maar ook weer kan beginnen. De expositie gaf Arnoud een grote duw vooruit, voorbij Doe het niet. Het leidde tot een volgende stap: het besef dat je de vellen papier in een sequentie kunt plaatsen en die steeds kunt wijzigen.
Opeens hing de muur in zijn studio vol tekeningen in lijnen en daardoor ook in een bepaalde volgorde. Ze waren als spreads opgehangen en zo leek iedere tekening een pagina uit een boek waar de rug van was weggesneden. Maar de volgorde, het narratief, kon ook weer veranderen. Het was zoeken naar de meest dwingende combinatie, speels en puzzelend. Het verhaal opnieuw in scene zetten. Losgesneden voeren de sequenties het beeld verder, naar de volgende beweging van de leporello. De tekeningen voeren een dans in de ruimte uit, of meer acrobatisch als een vlak op de tafel met de zijkanten naar beneden hangend.

De expositie met de geheime tekeningen van Eisenstein gaf het geheime tekenen van Arnoud Holleman een grote duw vooruit. Het kreeg eindelijk de belangrijke plek die het verdient en ontwikkelt zich in een rap tempo in een lange sequentie die soms oprolt en dan weer uitrolt. Altijd in beweging. Het tekenen is nu zijn werk.

Arnoud Holleman - Leporello, 2025 29,7 x 35 x 21
Arnoud Holleman - Spread, 2025 35 x 59,5
Advertenties

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar advertenties@mistermotley.nl

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

* verplicht