Alex de Vries

Het verschil tussen echt en onecht – op atelierbezoek bij Harald Vlugt

Interview
12 juni 2026

‘Kunst is voor mij eigenlijk een kwestie van goed om je heen kijken om na te gaan wat je eigenlijk ziet en dat doe ik de hele dag. Alles wat ik zie kan in mijn werk een plaats krijgen.’ Alex de Vries ging op atelierbezoek bij Harald Vlugt. Met zijn analoge archief van meer dan een half miljoen beelden componeert hij ingenieuze collages, binnenkort te zien in Museum Kranenburgh en onderdeel van  het in december te verschijnen boek Mijn Kust van Adriaan van Dis.

Harald Vlugt (Bergen [NH], 1957) woont en werkt sinds 1981 in de voormalige distilleerderij van de firma Bols aan de Rozengracht in het hart van Amsterdam. Dag en nacht is hij omgeven door zijn werk en kan hij wanneer hij maar wil zijn verbeelding de vrije ruimte geven. Ooit ontving hij er Freddy Heineken, die een werk van hem kocht en die hij een beugelfles Grolsch als verfrissing aanbood. Tijdens mijn atelierbezoek bewijst Harald Vlugt een ongeremde kunstenaar te zijn die met smaak en bravoure vertelt over zijn manier van werken en leven.

Harald Vlugt – Collage/mixed media voor het boek/expositie ‘Mijn Kust’.

In december verschijnt bij Uitgeverij Atlas/Contact het hardcoverboek Mijn Kust, met verhalen van Adriaan van Dis en collages van Harald Vlugt. De werken zelf worden vanaf 14 november tentoongesteld in Museum Kranenburgh in Bergen. Van Dis en Vlugt hebben beiden een verleden in de Noord-Hollandse badplaats. Van Dis, die als het boek wordt gepresenteerd 80 wordt, bracht er zijn vroege jeugd door in een zogenaamd repatriantenhuis aan zee waar mensen uit Nederlands-Indië na de Tweede Wereldoorlog werden gehuisvest. Harald Vlugt is in Bergen geboren en getogen en is tot op de dag van vandaag verknocht aan zijn geboorteplaats. Mijn Kust is niet de eerste samenwerking tussen de schrijver en de kunstenaar. In 2008 verscheen bij 99Uitgevers al de poëziebundel Totok 2 van Van Dis met collages van Vlugt. De wisselwerking tussen literatuur en beeldende kunst is een terugkerende fascinatie in de loopbaan van Vlugt: ‘Iedereen in de Nederlandse beeldende kunst kent natuurlijk de Bergense School met kunstenaars als Charley Toorop, Leo Gestel en John Rädecker, maar voor mij is Bergen vooral een literair mer à boire met vooroorlogse schrijvers als Adriaan Roland Holst, Herman Gorter en E. du Perron die er waren gevestigd en meer recent met schrijvers als Joost Zwagerman en Pieter Boskma die er inspiratie opdeden en met wie ik ook heb samengewerkt. Met mijn beeldende werk kan ik meebewegen op hun literaire vleugels. Dat gaat eigenlijk vanzelf. Nu ook weer met Adriaan van Dis. We vullen elkaar volkomen vanzelfsprekend aan.’

Harald Vlugt – Collage/mixed media voor het boek/expositie ‘Mijn Kust’.
Harald Vlugt – Collage/mixed media voor het boek/expositie ‘Mijn Kust’.

Harald Vlugt heeft als beeldend kunstenaar in Nederland en daarbuiten een flinke reputatie opgebouwd. In 1976 verhuisde hij van Bergen naar Amsterdam om de lerarenopleiding tekenen en handvaardigheid aan De Witte Lelie (nu de Breitner Academie van de Amsterdamse Hogeschool voor Kunsten) te volgen, waar hij in 1981 afstudeerde. Samen met Aldert Mantje en Peter Giele was hij meteen na zijn afstuderen een van de organisatoren van het kunstenaarsinitiatief Aorta, om twee jaar later toe te treden tot de galerie The Living Room, en in 1987 had hij samen met Mantje al zijn eerste grote museale tentoonstelling Gute Kameraden in het toenmalige Museum Fodor. In die roerige jaren tachtig was Harald Vlugt met zijn uitbundige werk en niet te missen aanwezigheid een van de meest opvallende vertegenwoordigers van een nieuwe generatie kunstenaars die met bravoure en bombarie hun plaats in het professionele kunstcircuit veroverden.
‘Al vanaf mijn twaalfde maakte ik tekeningen. Mijn moeder was keramiste en mijn vader neerlandicus en musicus. Ik koos er bewust voor om niet naar de Rietveld Academie te gaan, maar naar De Witte Lelie omdat het een heel gedegen lerarenopleiding was waar je niet alleen veel leerde over de ambachtelijke kant van het kunstenaarschap, maar ook vakken als pedagogiek, didactiek, kunstbeschouwing en psychologie kreeg. Bovendien deden de kunstenaars die er lesgaven zeker niet onder voor Rietveld-docenten. Ze waren veelal zelf tegelijkertijd verbonden aan de Rietveld Academie, zoals Erik de Nie en Adriana Baarspul.’

Foto in Volkskrantartikel over de alternatieve galerie Aorta, vlnr: Peter Giele (+), Aldert Mantje (+) en Harald Vlugt,1981, foto: Wim Ruigrok.

Harald Vlugt begon zijn professionele kunstpraktijk tijdens de hoogtijdagen van het zogenaamde postmodernisme – door Vlugt getypeerd als een ‘bierviltjesfilosofie’. Deze kunststroming, die zonder scrupules kopieert, citeert en leent uit alle stijlen en stromingen van de kunstgeschiedenis en de populaire cultuur, propageert een eclectische beeldtaal en een ‘anything goes’-mentaliteit. Parallel daaraan ontwikkelde Harald Vlugt zich tot een veelzijdige kunstenaar van uiterst bewerkelijke sculpturen en collages. Hij beperkte zich in zijn jonge jaren niet tot één discipline maar werkte onder meer samen met het theatercollectief de Dogtroep, waarvan de leden met verschillende achtergronden op ongewone locaties spectaculair straattheater maakten, een vorm van landschappelijke performancekunst die tegelijkertijd experimenteel en toegankelijk was, grotesk en inventief, muzikaal en beeldend. ‘Ik had een hele brede belangstelling. Ik volgde naast mijn opleiding ook een mime-opleiding en was lid van een cabaretgroep.’
Vlugt verzon voor zijn manier van werken de paradoxale kunststroming minimal baroque om aan te geven dat hij uitgebeende ideeën op flamboyante en meeslepende wijze wilde verbeelden. Een goed voorbeeld daarvan is zijn grote collage Nieuw Amsterdam van twee bij zeven meter.
‘Die heb ik in 2009 gemaakt voor het cruiseschip De Nieuw-Amsterdam van de Holland-Amerika Lijn. Het werk laat de skyline van New York zien die ik helemaal heb samengesteld uit duizenden afbeeldingen van Europese, Afrikaanse en Aziatische kasten en meubels uit de zeventiende en achttiende eeuw als metafoor van alle landverhuizers die toen en nu naar de nieuwe wereld trokken. Op de voorgrond zie je een zeeslag in de monding van de Hudsonrivier van vierhonderd schepen uit allerlei landen en tijden.’

Harald Vlugt – De bronzen sculpturen en ornamenten voor de Oranje Zaal van het (kopie) Paleis Huis ten Bosch, Nagasaki, Japan., 1995.

Dit spectaculaire werk realiseerde Harald Vlugt tien jaar nadat hij in 1994 alle sculpturen en ornamenten had ontworpen voor de Oranje Zaal in de kopie van Paleis Huis ten Bosch in Nagasaki, waar destijds ook Rob Scholte zijn immense wandschildering van 1200 vierkante meter maakte. De toepassingen van Vlugt in deze zaal laten een speelse omgang met stijlen, materialen, ambachten en technieken zien en een inhoudelijke verwerking van historische elementen die hij met gevoel voor humor naar zijn hand zet zonder ze belachelijk te maken. Het is tegelijkertijd een eerbetoon aan het verleden en een kritische verwerking van een beladen geschiedenis van rijkdom en machtsvertoon. In deze grootschalige monumentale werken laat Harald Vlugt zijn maniakale omgang met de kunst in zijn leven zien. Hij is er dag en nacht mee bezig en hij ‘staat altijd aan’, zoals dat heet. Die manier van denken en werken ontstond al bij zijn eerste grote presentatie die hij samen met Aldert Mantje in het voorjaar van 1982 organiseerde, in de 1200 vierkante meter grote ruimte van Aorta onder de titel Wir bauen eine neue Stadt. Ze nodigden tal van generatiegenoten uit de Amsterdamse kunstwereld uit om er een bijdrage aan te leveren en pasten gedurende de manifestatie de presentatie voortdurend aan.
‘Kunst is voor mij eigenlijk een kwestie van goed om je heen kijken om na te gaan wat je eigenlijk ziet en dat doe ik de hele dag. Alles wat ik zie kan in mijn werk een plaats krijgen. Ik heb een analoog archief opgebouwd van een half miljoen beelden die de bron vormen voor de collages die ik maak. Daaruit is ook mijn ééndocentsacademie ontstaan, een collage-academie waarbij ik tijdens intensieve workshops met onder andere hoogwaardige scan- en kopieerapparatuur in mijn atelier mensen laat zien hoe je collages kunt samenstellen en wat daar allemaal bij komt kijken.’
Dat hij zich er in zijn manier van werken niet met een Jantje van Leiden van afmaakt, bewijst zijn metershoge collage van een waterval waarin 1500 rode auto’s als lemmingen in een stroom naar beneden storten.
‘Ik ontdekte dat het werk te veel reflecteerde door alle autoruiten. Om de collage goed te krijgen heb ik met een scalpel al die autoruitjes uit het werk gesneden. Geen moeite is mij te veel om mijn werk de kwaliteit te geven die ik nodig vind.’

Harald Vlugt – ‘Waterful’, 2023, 250 x 150 x 3 cm, vollage/mixed media op Dibond., collectie: Courtesy kunstenaar.

Harald Vlugt mag dan met zijn werk vertegenwoordigd zijn in negentien Nederlandse musea en in het buitenland hebben deelgenomen aan opzienbarende tentoonstellingen en projecten, les hebben gegeven aan gerenommeerde academies en gewerkt hebben in opmerkelijke kunstenaarsresidenties, hij is sinds 1987 in Nederland ‘een kunstenaar zonder galerie’, zoals hij zichzelf typeert.
‘In 1986 ging ik weg bij galerie The Living Room en werd ik uitgenodigd door galerie Nikki Diana Marquardt op de Place des Vosges in Parijs. Dat kwam de internationale belangstelling voor mijn kunst weer ten goede. Ik kwam in aanraking met een andere maatstaf voor kwaliteit dan ik gewend was en merkte dat mijn werk op dat niveau serieus werd genomen. Ik heb daarna al met al op alle vijf de continenten exposities gehad en projecten gedaan en woonde kortere of langere tijd in onder meer São Paulo, New York, Caïro, Oranjestad, Auckland, Trinidad, de Caraïbische eilanden en verbleef een jaar in het Van Doesburghuis in Parijs. Later ben ik gaan exposeren bij Galerie Saro León in Las Palmas op Gran Canaria, maar ik moet sinds die tijd de presentaties van mijn werk toch vooral zelfstandig organiseren en uitvoeren.’
Dat gaat Harald Vlugt goed af. Opvallend is zijn genereuze houding ten opzichte van collega-kunstenaars. Hij onderneemt talloze samenwerkingsprojecten met kunstenaars als de Schotse beeldhouwer RA David Mach, met wie hij in het voormalige Ajax-stadion in de Amsterdamse Watergraafsmeer een aantal opmerkelijke en complexe locatieprojecten uitvoerde. Met Mach bereidt hij nu een museale duo-expositie voor, die ze in Londen en/of Edinburgh willen presenteren.

Harald Vlugt – Project ‘Park de Meer’, 2002, 3 keramische kunstwerken van 3600 x 200 x 140 cm als onderdeel van 18 keramische kunstwerken in de wijk Park de Meer, de locatie van het oude Ajax-stadium in de Watergraafsmeer.
Harald Vlugt – Collage/mixed media voor het boek/expositie ‘Mijn Kust’.

De laatste jaren heeft Harald Vlugt geschreven aan zijn verhalenbundel Vlugtroute (Kunst en andere avonturen) waarin hij verslag doet van wat hem in zijn loopbaan allemaal is overkomen, variërend van zijn ontmoetingen met kunstenaars als Dan Flavin en Donald Judd tot een incident in New York waarbij hij per ongeluk Woody Allen van zijn sokken reed. Het zijn 73 verhalen die hij volgend jaar wil uitgeven en die vooral betrekking hebben op het verschil tussen kijken en zien, een notie die doorslaggevend is voor zijn kunstenaarschap.
‘Voor mij is het een kwestie van het verschil tussen echt en onecht. Daarom heb ik ook grote moeite met de huidige ontwikkeling van Artificial Intelligence als een methode om beeldende kunst tot stand te brengen. Ik ben daarover in discussie gegaan met AI-icoon Rodger Werkhoven die op de Kunstrai in 2024 bij de Dead End Gallery door AI gegenereerde kunst liet zien van verschillende makers. Wat mij betreft heeft dat werk geen ziel. Het is zo plat als een dubbeltje. Het ontbeert een persoonlijk handschrift, een unieke signatuur en het klassieke vakmanschap is volstrekt uit beeld. AI verwerkt alleen bestaande informatie, niets nieuws.’
Toch wijst Vlugt AI-kunst niet categorisch af. Hij beseft dat de ontwikkeling ervan nog in de kinderschoenen staat en dat er intrigerende beelden mee tot stand kunnen worden gebracht. Naar aanleiding van zijn collage van de waterval met rode auto’s gaf hij ChatGPT de opdracht die hij zelf al had uitgevoerd: maak een 250 cm hoog ovaal kunstwerk waarbij 1500 verschillende rode auto’s neerstorten in een waterval. Het AI-resultaat was een brave, platte illustratie die in niets lijkt op de wervelende, oogverblindende handgemaakte originele collage van Vlugt zelf. Ik moet hem nageven dat bij het bekijken van zijn authentieke collages, je iets ziet wat je zelf niet kunt bedenken. Het oeuvreoverzicht van 43 jaar in zijn boek Explosition uit 2024 is een beeldbombardement van 160 pagina’s. Je voelt in alles zijn ‘manische optimisme’ – de manier waarop hij beeldend op de trom slaat – de overtuiging dat hij zich door niets en niemand tegen laat houden om zijn persoonlijke opvattingen in de waagschaal te stellen. Hij doet dat in een meeslepende verwerking van de invloeden die hij in zijn leven ondergaat, die hij werkelijk heeft beleefd en waarover hij de dialoog zoekt met direct betrokkenen en gefascineerde belangstellenden. Het boek Mijn Kust, dat nu op stapel staat, met persoonlijke verhalen van Adriaan van Dis en zelfstandige collages van Harald Vlugt, is een nieuw hoofdstuk in dat levensverhaal.

Harald Vlugt – Collage/mixed media voor het boek/expositie ‘Mijn Kust’.
Advertenties

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar advertenties@mistermotley.nl

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

* verplicht