Monica Aerden

Het vieze donker

1 december 2015

Een atelier hebben ze niet, en dat is ook niet nodig. De wereld is al schouwtoneel genoeg, vinden Harald Thys en Jos de Gruyter met wie ik op een terras zit op de vismarkt in Brussel. Bij café-restaurant La Dolce Vita. De situaties voor hun films, installaties, foto’s en tekeningen zijn allemaal hier te vinden. Vorige keer dat ze hier waren, zat de maffioso baas van het café aan het tafeltje achter hen een medewerkster te commanderen en te vernederen, ooit of nog steeds een Albanees hoertje volgens de kunstenaars. Het meisje moest de auto’s wegsturen die voor het café wilden parkeren, zij moest de parking vrijhouden. Bovendien moest de Albanese zich voordoen als een Italiaanse. Het leven is zoet in Brussel.

Zulke personages zie je terug in de films die Thys en De Gruyter maken, zoals in The Hole (2010) die te zien was op de kunstbeurs in Bazel. In het filmpje zijn het piepschuimen poppen met fluorescerend geschilderde gezichten. Een van die figuren heeft een vuurrood hoofd met een zwart opplakbaardje en een zwarte bril. Meer is er niet aan de kop te zien, effectief genoeg om macht en misbruik uit te drukken. Het type maffiabaas stond ervoor model. De pop praat met voice-over onophoudelijk over megapixels en gigabytes, over veel drank, hard rijden en lekkere wijven. ‘Ook de Mediamarkt stond ervoor model,’ zegt Jos, ‘de supermarkt voor elektronica, waar ze allerlei accessoires verkopen voor mobieltjes en zo, voor mensen die geobsedeerd zijn door gigabytes. De Mediamarkt heeft veel macht. Je doet er niets aan. The Hole gaat over het zwarte gat waar we uiteindelijk allemaal in zullen verdwijnen.’




The Hole — Jos de Gruyter and Harald Thys

Zelf zijn ze heel kort over hun techniek. ‘We gebruiken een high definition dvd camera, die fotografeert alles heel scherp, waardoor je de dingen scherper ziet dan je ze normaal kan waarnemen.’ Ook in de film The Hole gebruikten ze die camera – achtergrond, voorgrond en schaduwen zijn keischerp, en dan ook nog eens snoeihard uitgelicht. Alles is even aanwezig en even belangrijk als hetgeen ernaast of erachter staat. Het zegt veel over hoe Thys en De Gruyter de wereld beleven, en over hoe zij in de wereld staan. Een universum waarin alles even scherp is. Ik zeg hen dat ik het heel moedig vind, want het vraagt een heel open houding – als je niet selecteert, is er toch bijna niet te leven? Dan leef je met je zenuwen bloot. 
‘Onze drijfveer is dat we er zijn, dat we bestaan, en dat we op plekken en in situaties komen die ons traumatiseren,’ zegt Jos. ‘Ik herinner me een bezoek aan een winkelcentrum, buiten was het 30 graden, binnen 35 graden, waar tussen het winkelend publiek jonge ouders hun baby konden laten fotograferen, in een wiegje en zo. Allemaal mensen eromheen. Ouders nerveus of het wel ideaal ging. Wij ervaren die realiteit als psychotisch. Zo’n gevoel kun je heel moeilijk delen met anderen. Het is een soort van psychose waar wij allemaal in zitten. Voor hen, de maffioso baas, de mensen in het winkelcentrum, is er niets aan de hand. Maar voor ons is het interessante materie om iets mee te maken. We willen die realiteit daarom ook niet veranderen. Je zou ons werk kunnen zien als een soort van verdedigingsmechanisme, en we ensceneren het zo dat je het soort van ongemak ervaart dat wij ervaren. Als het publiek om ons werk lacht, dan is het weglachen.’




The Silence of the Lamps — Jos de Gruyter and Harald Thys

De foto in grijzen van een man die drie andere personages laat schrikken, hoe is die gemaakt? ‘We maken een compositie van die mensen in een kamer, de mensen staan in het donker in die pose en dan gaat de flits af,’ legt Harald uit. ‘Dus daarom kijken die mensen die zouden moeten schrikken zo apathisch.’ En de foto van de man in narrenpak die een hengel in zijn hand heeft waaraan een boterham met chocopasta bungelt? ‘Die foto is gebaseerd op een foto uit een archief van een psychiatrische inrichting waar ik eens heb gewerkt,’ zegt Harald. ‘De patiënten werden aangespoord om spelletjes te spelen en evenementen te vieren zoals Sinterklaas en carnaval. Dit is een spel waarbij iemand met de handen op de rug een boterham moet proberen te eten. Maar die blikken van die mensen, ze zijn totaal ergens anders. Het was een wanhopige poging om die mensen te laten integreren, door hen de rituelen die in de maatschappij plaatsvinden, te laten naspelen.’

Harald had als kind veel schrik voor het donker, nog steeds eigenlijk. ‘Ik vind donker heel vies, als je je ervan bewust bent dat het over tien uur opnieuw donker is, dan is het een soort nachtmerrie. Vandaar dat we veel naar het café gaan.’ Jos: ‘Ik heb als kleine jongen in een waterput gekeken die leeg was en dertig meter diep… en dat je daar dan inviel. Aan een klein glinsterend cirkeltje kon je zien waar de bodem ongeveer moest zijn. Ik droom er nog van. De put is nu afgedekt met twee houten platen. Eigenlijk wil ik er nog een keer naar toe, maar dan met mijn kinderen. Ik moet dan wel opletten, want als zij erin vallen dan moet ik er achteraan springen. Daar beneden is vast geen zuurstof, daar is modder of zoiets, denk ik.’ ‘Wat ook vies is,’ zegt Jos, ‘zijn branden, een vuurzee, dat vieze gas.’
In de film The Spinning Wheel (2002) gebeuren in een kamer de vreemdste dingen. Drie personages (twee mannen en een vrouw) leven er met elkaar en soms komt een vierde personage, een ‘indringer’, de kamer in. Een van die personages maakt de kamerbewoners aan het schrikken door een paar keer luidkeels ‘whaaa!’ te roepen, met dreigende gebaren. Een volgende persoon wil meedoen met een toneelstukje dat ze gaan spelen. Hij mag de Zonnekoning zijn, terwijl twee anderen de zonnestraaltjes verbeelden (de een het goede zonnestraaltje, de ander het slechte zonnestraaltje, en daarna mag het andersom). Ze zullen alle mensen gelukkig maken, en wakker. De vrouwspersoon regisseert het verhaal. De Zonnekoning gaat helemaal op in zijn rol, tot de vrouw denkt de regie te verliezen en het bevel geeft deze persoon te wurgen. Hetgeen gebeurt, door de zonnestraaltjes. Het is slechts een van de gebeurtenissen in deze sublieme film die, zoals al hun films, gespeeld wordt door amateurs.




The Spinningwheel — Jos de Gruyter and Harald Thys

Merkwaardig en fascinerend hoe de eigen angsten voor het donker en voor diepe gaten terug te zien zijn in hun werk. Dat al hun installaties kleurloos zijn, letterlijk in grijzen en wit, dat ze je naar hun films laten kijken in kelders of andere afgesloten ruimtes, waarbij de deur achter je op slot wordt gedaan. De Zonnekoning wordt vermoord door de zonnestralen, de bron van licht dooft uit. De titel The Hole doet denken aan de put waar Jos  zo bang voor is, waarin je verdwijnt, in die zwarte prut. Een pop met zwart geschilderde kop in deze film zegt in het Italiaans: ‘We zullen binnendringen in al je gaten. Dit doen we tot er slechts één groot gat overblijft. Het zwarte gat dat ruikt naar de dood, en ook daarin zullen we binnendringen. En wanneer we in alles zijn binnengedrongen, beginnen we weer opnieuw. Dit is hoe we zijn, dit is hoe we zijn. Hoe we zijn.’ Een andere pop, die een romantische schilder moet verbeelden, zegt: ‘The colours, it’s all about them. Without colours, one cannot live. Without colours, the world is dead. (….) Including you and me.’
Angst waarvoor? ‘Wat ons beiden intrigeert is de op- en teloorgang van het Duitse Derde Rijk, we zoeken naar parallellen in het nu, die even onheilspellend zijn en van een soortgelijke esthetiek; een bepaalde geest die bepaalde producten teweegbrengt, bijvoorbeeld die Mediamarkt, die wij zien als het centrum van het materialistisch denken, iets wat op zich nogal gevaarlijk is. Zoals die groenbeweging in Europa, het zou best de kant op kunnen gaan dat dat rechtse partijen worden, ze propageren dat je alleen dit en dat mag, met als gevolg dat alleen een kleine elite kan overleven. Gezond eten en goede gezondheidszorg kosten geld en zijn daarom alleen voor de kapitaalkrachtigen bereikbaar. Wij zoeken naar de verborgen mechanismen die invloed hebben op ons. De mensen zijn zoals ze zijn, ze kunnen niet anders handelen, ze zijn voorbestemd.’ 

Jos heeft twee kinderen, zij bekijken de films graag, ‘het is maar film,’ weten ze, maar de poppen in real life vinden ze eng. De ‘doeme’, zo noemt zijn oudste zoon de poppen, de dommeriken, ze kunnen namelijk niets. ‘Maar ja, dat zeggen ze om ze ongevaarlijk te maken,’ zegt Jos. De jongste zoon is gefascineerd door de film The Spinning Wheel. Zijn zoon wil ’m alsmaar terugzien, hij kijkt naar die film gezeten op een gevonden wijnkistje dat hij rondom helemaal heeft gebarricadeerd. In de kist zitten, in zijn verbeelding, de figuranten. Hijzelf heeft de macht. De poppen worden gemaakt in een kelder van een kunstcentrum waar Harald werkt, de kinderen vinden het eng, maar ze worden er toch toe aangetrokken. Ze willen het altijd even zien. 





‘De kinderen zijn het testpubliek, de films lijken lang of traag (ze duren ongeveer dertig minuten), maar zolang de kinderen er met open mond naar kijken is het goed. Het gaat over een oerangst die je niet kunt benoemen, en waar kinderen meer open voor staan. Wij volwassenen denken te veel.’ 
Is angst ook een beetje nodig? Jos: ‘Angst, ik wil het graag hebben, zonder dat is het een beetje saai. Een film waar ik erg van geniet en die ik elke keer weer opnieuw kan zien, is The Exorcist. Lekker griezelen. Ik ontdek steeds weer iets nieuws. Zoals die Duitse butler, misschien met een naziverleden, en de familie die wegtrekt uit hun spookhuis, in de zwarte limousine van die nazi, met de nazi achter het stuur… het werkt nogal hard in op het onderbewuste.’

Waar ze echt angst voor hebben is een atelier. Jos studeerde aan de postopleiding Rijksacademie in Amsterdam en Harald aan de Jan van Eijck in Maastricht, maar lang heeft dat niet geduurd. ‘Lekker werken in een eigen atelier, zeiden ze. Het ging niet, we werden depressief van het idee om een atelier te hebben en iets te moeten uitproberen. Het werd rondhangen.’ Nu werken ze alleen als er iets gevraagd wordt voor een expositie, zeggen ze, maar als je het mij vraagt zijn ze dag en nacht aan het werk, juist als ze op een terras zitten, of door de stad lopen. Werken door te kijken naar die vreemde situaties die mensen samen maken, naar die wrede verhoudingen in werk en relaties, die bizarre tafereeltjes in winkelcentra en op terrassen. De wereldjes waarin mensen zitten opgesloten en die ze weigeren op te geven. 




portret Jos de Gruyter and Harald Thys

Dit artikel verscheen eerder in Motley – gids voor bange mensen

Advertenties

Ook adverteren op mistermotley.nl ? Stuur dan een mail naar advertenties@mistermotley.nl

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

* verplicht

Meer Mister Motley?

Draag bij aan onze toekomstige verhalen en laat ons hedendaags kunst van haar sokkel stoten

Nu niet, maar wellicht later