Hoe een grote berg snoepjes gestalte gaf aan een onzichtbare ziekte
Maurits de Bruijn las de roman Nova Scotia House waarin de vroege jaren van de hiv/aids-crisis gestalte krijgen én hij een onvergetelijke verwijzing ontdekte naar “Untitled” (Portrait of Ross in L.A.) van Félix González-Torres. ‘Dit werk is niet onbegrijpelijk of hermetisch, maar vlamt, is activistisch, was broodnodig in een tijd waarin mensen die hiv-positief waren niet de zorg of aandacht kregen die ze verdienden. Zeker niet in de VS. Die slinkende berg was een wanhoopskreet. De snoepjes schreeuwden: we sterven, we verdwijnen, als niemand voor ons zorgt.’
Een hoop snoepjes, in de hoek van een tentoonstellingsruimte, waar twee witte wanden samenkomen. De berg slinkt, want bezoekers mogen een snoepje pakken. Of twee. Of drie. De volgende dag wordt de berg weer aangevuld tot het gewicht dat het ook de voorgaande ochtend telde. Een gewicht dat exact overeenkomt met het lichaamsgewicht dat de partner van Félix González-Torres had op het moment dat hij werd gediagnosticeerd met een hiv-infectie.
In formele zin een typisch werk uit de hoogtijdagen van de conceptuele kunst, zeker omdat het op verschillende niveaus vragen stelt over de kunstwereld en de mechanismen die erachter schuilgaan. Als een werk uit snoepjes bestaat, wat is het dan waard? Als een werk weer tot die individuele snoepjes gereduceerd kan worden en geconsumeerd kan worden, wat is dan haar waarde? Als het gewicht van de berg overeenkomt met het lichaamsgewicht van een individu, komt de waarde dan overeen met de waarde van een mensenleven? Is kunst meer waard dan zo’n leven?
Een vrijwel oneindige reeks vragen dus, die – zo heb ik altijd gedacht – zonder de schrijnende, intieme realiteit die achter het werk schuilgaat, zouden blijven hangen in dat conceptuele kader. Maar wie “Untitled” (Portrait of Ross in L.A.) uit 1991 ziet en meer kennis heeft over Ross komt uit bij een tragisch liefdesverhaal en krijgt dus veel meer dan het l’art pour l’art-gehalte dat aan conceptuele kunst kleeft.
Dat contrast tussen een kunstwerk dat bestaat uit massaproducten en een bijna ondraaglijk intiem achtergrondverhaal is wat “Untitled” (Portrait of Ross in L.A.) tot een icoon van het romantische conceptualisme maakt.
Wie het achtergrondverhaal niet kent, blijft in dat koude, hermetische vocabulaire hangen waaruit zoveel van het werk van Félix González-Torres is opgemaakt. Voor mij maakt precies dat gegeven González-Torres tot de meest queere queer kunstenaar die er is. Want zijn werk kan alleen volledig worden begrepen door de mensen die zijn levensloop kennen, zijn maatschappelijke positie, zijn pijn.
Dit werk was dus niet onbegrijpelijk of hermetisch, maar vlamde, was activistisch, broodnodig in een tijd waarin mensen die hiv-positief waren niet de zorg of aandacht kregen die ze verdienden. Zeker niet in de VS.
Die slinkende berg was een wanhoopskreet. De snoepjes schreeuwden ‘we sterven, we verdwijnen, als niemand voor ons zorgt.’
Het is een van mijn favoriete werken dat een permanente plek heeft gekregen in mijn binnenwereld, en daarin ben ik niet alleen, bleek onlangs terwijl ik de roman Nova Scotia House van Charlie Porter las. Het boek gaat, net als “Untitled”, over een man die zijn partner aan de gevolgen van aids verloor.
Ik moest wennen aan de schrijfstijl, die mijmerend en tastend is en vol herhalingen zit, alsof je naar de monoloog luistert van iemand die er maar niet in slaagt zijn gedachten ordelijk over te brengen. De protagonist Jonathan blikt terug op zijn relatie met Jerry. Dat gedeelde verleden, het ziekteverloop van Jerry, en de ontluikende liefde tussen de twee mannen raakt continu vertroebelt met het heden van Jonathan. Daarmee leest Nova Scotia House als een koortsdroom, en doet het de suggestie dat het heden alleen staande kan blijven wanneer rouw op afstand blijft. De pijn van het verliezen van Jerry is op iedere pagina voelbaar, juist omdat dat gedeelde verleden constant op de deur klopt. Het verhaal kán niet helder worden verteld, omdat het verlies een permanente stoorzender vormt. Net als Jonathan weet de lezer vaak niet het onderscheid te maken tussen nu en toen, tussen liefhebben en missen.
Tegen het einde van het boek stuit Jonathan in New York op een tentoonstelling waar “Untitled” (Portrait of Ross in L.A.) te zien is. En daar detoneert de dromerige vertelling met een glasheldere beschrijving van een kunstwerk dat zoveel queer lezers zullen herkennen. Daarmee verwordt de scene tot een onvergetelijke insider joke.
Het knappe is dat de protagonist het werk ziet en beschrijft, maar er geen full circle moment van wordt gemaakt, de lezer geen inzicht krijgt in hoe dat werk landt. Juist dat maakt dat deze knipoog naar de queer kunstgeschiedenis bij mij resoneerde. In dit boek mag ik “Untitled” zelf opnieuw ontdekken. Het maakte me enigszins jaloers op de lezers voor wie dit werk nog onbekend is, voor wie Félix González-Torres nog een raadsel is. Want wat een unieke kans, om de eerste kennismaking er een te laten zijn die niet uit snoepjes maar uit woorden is opgemaakt en te beginnen met precies de context waaruit het werk is herrezen: de crisisjaren van de hiv/aids-epidemie.
Tegelijkertijd maakt auteur Charlie Porter met deze scene een onvergetelijke ode aan de kunstenaars die hem zijn voorgegaan. De pioniers die, toen de aidscrisis nog volop woedde, de kracht hadden haar aanhangig te maken. Door middel van een berg snoepjes die 175 pound (ruim 79 kilo) weegt.