Anna Lillioja

In ons drukke, moderne bestaan is geen ruimte voor eigenaardigheden — in gesprek met bezoekers van de tentoonstelling ‘De laatste dagen van de dorpsgek’

Interview
28 maart 2024

Anna Lillioja bezoekt de tentoonstelling De laatste dagen van de dorpsgek in Theaterkerk Nes over hoe er om is gegaan met het geestelijk welzijn op het platteland en spreekt bezoekers over hun ervaring. ‘Mensen op het platteland hebben door de geschiedenis heen de neiging gehad om hun emoties letterlijk te verwerken, staat er ook op een bordje verderop in de expositie te lezen. Arbeid werd, naast noodzaak, ook zelfverkozen bezigheidstherapie.’

In Theaterkerk Nes, ‘het meest noordelijke culturele bolwerk op het vasteland’, is sinds een week of twee de expositie De laatste dagen van de dorpsgek te zien. Het is het resultaat van zo’n vier jaar onderzoekswerk naar geestelijke gezondheid op het platteland van antropologe Anne-Goaitske Breteler, die in het najaar ook een boek over het thema publiceert. Anne-Goaitske gaf haar boek en de expositie de titel De laatste dagen van de dorpsgek, omdat de dorpsgek een krachtig symbool is voor hoe er om is gegaan met het geestelijk welzijn op het platteland. Vroeger kende ieder dorp wel een dorpsgek, die zowel werd omarmd door de gemeenschap zijnde onderdeel ervan, als geplaagd werd om het anders-zijn. In ieder geval was de dorpsgek zichtbaar. Nu worden de ‘dorpsgekken’ aan het zicht onttrokken, naar instellingen buiten het dorp gebracht of worden hun eigenaardigheden met medicijnen getemperd.

Onderweg naar Nes strand ik op busstation Dokkum. De bus die volgens mijn routeplanner zou komen, is er niet. Na wat uitzoekwerk blijkt het een belbus te zijn, die ik van tevoren had moeten reserveren. Terwijl ik een andere manier uitvogel om op mijn eindbestemming te komen, loop ik rond op het station. Het is een verlaten plek, tussen boerenland en industrieterrein, die meer wegheeft van een tankstation dan een reizigersterminal. In het midden ervan vind ik echter tot mijn verbazing een cafeetje, dat biologische sapjes, baksels en koffie verkoopt. ‘We zijn vandaag eigenlijk niet open, maar ik kan je wel een koffie aanbieden!’, zegt de vrouw achter de toonbank als ik de deur binnenloop. Voor haar liggen dampende, verse quiches. ‘Ik ben bezig met een cateringklus.’ Nadat ze een cappuccino voor me heeft ingeschonken, bukt ze om nog iets te pakken. ‘Kijk eens wat ik bij me heb’, zegt ze vanonder de toonbank en tilt dan een kratje op. In het kratje ligt, onder fleecedekens, een babygeit van een week oud. ‘De moedergeit heeft niet genoeg melk voor dit geitje,’ zegt de vrouw. ‘Hij is heel slap. Ik probeer hem melk te geven en om de zoveel tijd te aaien. Als je wilt mag je hem ook even over zijn buikje masseren.’  Ze zet het kratje met de geit neer naast mijn cappuccino.

Expositie 'De laatste dagen van de dorpsgek'. Foto: Binne Louw Katsma.
Expositie 'De laatste dagen van de dorpsgek'. Foto: Binne Louw Katsma.

Doorgaan

Terwijl ik het kleine dier zachtjes aai en het zonder geluid te maken zijn bek opent in een poging te mekkeren, praten we over het leven op de boerderij. Plotseling zie ik het geitje helemaal niet meer bewegen. ‘Hij is nu wel erg stil’, merk ik geschrokken op. De boerin komt naast me staan. ‘Hij zal toch niet nú doodgaan?’, zegt ze aangedaan. Maar het is wel zo. Het geitje is opgehouden met ademen en het lijfje wordt stijf. ‘Ach,’ zuchten we. ‘Kan je er tegen?’, vraagt de vrouw me even later. Lichtelijk in de war knik ik. ‘Uhm, jawel, en jij?’ De vrouw kijkt even vertederd naar het geitje, gaat dan verder met het inpakken van haar quiches en antwoordt: ‘Ja, ik moet wel. Hier op het platteland liggen leven en dood dichtbij elkaar.’ 

Nog overrompeld door de gebeurtenis van net, kom ik een half uur later aan in Nes, nadat Anne-Goaitske mij zelf is komen ophalen. Op de muur in de grote zaal van de theaterkerk staat een tekst: ‘Het ervaren van gevoelens, zowel positieve als negatieve, is van alle tijden. De manier waarop daarmee omgegaan wordt, verschilt enorm. Ieder mens verwerkt emoties anders. De cultuur waarin je opgroeit, bepaalt mede wat voor jou ‘normaal’ is en in hoeverre er ruimte is voor het tonen van mentale problemen.’ De Friezen staan bekend als nuchter, stug en hardwerkend. Zijn dit hardnekkige vooroordelen, of is dit karakter gewoonweg ontstaan uit noodzaak? Zoals de boerin in het café mij vanochtend al zei: ‘Je voelt misschien wel dingen, maar je moet ook door.’ Ook al voel je je verdrietig, ben je wanhopig of is er net een babygeitje doodgegaan: de quiche moet gebakken, de dieren gevoed, de akkers geploegd. Mensen op het platteland hebben door de geschiedenis heen de neiging gehad om hun emoties letterlijk te verwerken, staat er ook op een bordje verderop in de expositie te lezen. Arbeid werd, naast noodzaak, ook zelfverkozen bezigheidstherapie.

‘Een gekke tegenstelling, eigenlijk: de mensen die nog deel van de maatschappij waren, ‘verwerkten’ hun emoties, terwijl de mensen die opgenomen moesten worden, juist zo dociel mogelijk werden gehouden.’

Drinkende arbeiders denken niet, denkende arbeiders drinken niet

De expositie is ingedeeld in thema’s als ‘armoede’, ‘rijkdom’, ‘de vrouw’, ‘de dorpsgek’ en ‘geestelijke gezondheidszorg’. Elk onderdeel laat zien en lezen hoe dit thema verband hield met het geestelijk welzijn op het platteland. Onder een spandoek met de tekst ‘Alcohol vergiftigt ziel en lichaam’ tref ik bezoekers Maria (70) en Simon (75). Simon wijst op een blauw knoopje dat in de vitrinekast onder de spandoek ligt. Het is een knoopje dat geheelonthouders vroeger op hun borst droegen. ‘Zo een had mijn vader ook,’ zegt hij. ‘Ken je die uitspraak: ‘drinkende arbeiders denken niet, denkende arbeiders drinken niet’? Er gingen ontzettend veel landarbeiders onderdoor aan de alcohol. Hij was er faliekant op tegen.’ Simon kijkt zijn echtgenote aan. ‘En toen trouwde ik met de dochter van de kastelein.’ Ze lachen.
Maria, die dochter van de kastelein, komt uit een dorp op 7 kilometer afstand van Nes: Ternaard. Zij herinnert zich een markant persoon uit haar eigen jeugddorp: Malle Eppie. ‘Alle dorpskinderen waren bang voor Eppie,’ vertelt ze. ‘Maar ik niet. Ik vond het fascinerend: waarom doet hij dingen, die wij niet doen? Hoe komt het dat hij anders is?’ Maria was het enige dorpskind dat wel contact zocht met Eppie en denkt dat hier een levenslange interesse begon. Later ging ze namelijk als verpleegster werken in het Psychiatrisch Ziekenhuis Franeker, het eerste grote gezondheidscentrum voor psychische problemen in Friesland, dat in 1851 haar deuren opende. Aan dit ziekenhuis zijn ook in de expositie meerdere verhalen en objecten gelinkt. ‘Ik vind het mooi om hier terug te zien hoe de ggz door de jaren heen veranderd is,’ zegt ze. ‘In mijn tijd pasten we nog elektroshocktherapie toe en is er zelfs een keer een man gecastreerd, in een poging hem rustiger te maken.’ 

Het sussen van mensen met mentale zorgen is een terugkerend thema in de expositie. Te zien zijn onder meer een oude dwangbuis en verschillende kalmerende medicijnen, zoals chloraalhydraat, bedoeld om ‘hysterische’ vrouwen kalm te krijgen. Ook is te lezen dat patiënten soms dagenlang ter bevordering van ontspanning in een lauwwarm bad moesten weken. Een gekke tegenstelling, eigenlijk: de mensen die nog deel van de maatschappij waren, ‘verwerkten’ hun emoties, terwijl de mensen die opgenomen moesten worden, juist zo dociel mogelijk werden gehouden.

Expositie 'De laatste dagen van de dorpsgek'. Foto: Binne Louw Katsma.

De dorpsgek als onderdeel van de dorpsgemeenschap

Toch heerste er volgens Maria in het psychiatrisch ziekenhuis, naast de sporadische extreme behandeling, vooral het idee dat de patiënt met empathie benaderd diende te worden. De empathische blik komt ook naar voren in de korte documentaire die achterin de kerk te zien is over het idee van de ‘dorpsgek’ en de redenen waarom mensen als anders werden bestempeld: omdat ze geestelijk onderontwikkeld waren, omdat ze rondzwervende landlopers waren, einzelgänger. Vooral de ‘simpele’ dorpsgek, vaak iemand die geestelijk onderontwikkeld was ten opzichte van de gemiddelde dorpsbewoner, werd omarmd in het dorpsleven. Zij kregen speciale taken, en waren een vast onderdeel van de gemeenschap. Zo zijn er verhalen bekend over een dame die dagelijks onkruid wiedde in het dorp en van een jongen die aangesteld was als schillenboer. Met de schillenwagen (het originele exemplaar is te zien in de theaterkerk) ging hij de boeren langs en pikte al hun groente- en fruitschillen op voor de compost. Voor anderen in het dorp was de aanwezigheid van deze mensen een dagelijkse herinnering aan het feit dat ze samenleefden met mensen die anders waren dan de norm. Maar niet elke persoon die ‘anders’ was, werd met dezelfde empathie behandeld. Mensen die het dorpsleven te veel ‘verstoorden’ met hun afwijkende gedrag, werden juist buitengesloten. 

Op de sofa in de Freud-hoek

Aan het einde van de expositie, naast de uitgang, is een hoekje ingericht met een sofa en een stoel. Het Freud-hoekje noemt Anne-Goaitske dit. Op een salontafel liggen in het midden emotiekaarten, waarop verschillende gemoedstoestanden in het Nederlands en Fries zijn uitgeschreven. De bedoeling is dat deze kaarten helpen het emotionele vocabulaire, waar volgens Anne-Goaitske’s onderzoek gebrek aan is op het platteland, te verrijken. Ik neem plaats in de fauteuil en begin wat aantekeningen te maken als er tegenover mij op de sofa een vrouw neerploft. Caroline (59) blijkt zelf als psycholoog te werken, woont in Eindhoven en heeft met haar man samen een tweede huis in Moddergat, aan de Friese Waddenkust, niet ver hiervandaan. ‘Geweldig deze sofa!’, zegt ze. ‘Twintig jaar geleden in mijn praktijk vroegen cliënten mij geregeld waar de sofa was. Ze hadden toen nog steeds de verwachting dat een behandeling het uiteenzetten van je levensverhaal inhield, terwijl de psycholoog knikte en notities maakte.’ In werkelijkheid vraagt de moderne psychotherapie volgens haar veel meer actieve participatie van de client. Zou dit ook te maken hebben ons drukke bestaan: in plaats van de tijd te kunnen nemen voor urenlang geanalyseer, willen we actie en snel resultaat? 

Om empathisch met onze en andermans eigenaardigheden om te gaan, hebben we juist rust en ruimte nodig, denkt Caroline. In haar eigen geboortedorp in de Achterhoek was bijvoorbeeld een dorpsgek, die graag de schoenveters van anderen strikte op straat. Caroline: ‘Als je druk bent, heb je de ruimte niet om zo’n afwijkende vraag te tolereren. Doe gewoon normaal, want dat is berekenbaar, denken we dan.’ Ook ik kan me makkelijk voorstellen dat het irritatie kan opwekken, als iemand je veters wilt strikken als je haastig onderweg bent. Terwijl dezelfde vraag in ontspannen toestand misschien juist leuk is of je die in ieder geval op een positieve manier curieus zou vinden.
In Friesland ontsnappen Caroline en haar man aan hun drukke bestaan. ‘We komen hier eens per maand een lang weekend,’ zegt ze. ‘En bezoeken dan altijd wel een tentoonstelling of concert.’ Dan wordt ons gesprek onderbroken door de man van Caroline, die naast ons is komen staan. Hij kijkt mij aan, en daarna Caroline. ‘Zo, zit je eens aan de andere kant?’ 

Voor de terugweg heb ik de belbus, met voortschrijdend inzicht, wel gereserveerd. Terwijl ik over de dorpsweg richting de bushalte loop, word ik vriendelijk begroet door drie dorpsbewoners die in het zonnetje voor hun woning zitten. Al voordat ik de halte bereik, komt de witte bus mij tegemoet rijden. ‘Ik dacht al: zou dat mijn passagier zijn?’, zegt de chauffeur, terwijl ik instap. In het busje zijn een zestal inklapbare stoelen op vloerrails gemonteerd. Het is een busje, waar ook iets anders in gezet zou kunnen worden, zoals een rolstoel of brancard. Dezelfde busmaatschappij, leer ik later, vervoert hier namelijk ook de mensen die onder behandeling zijn in de ggz. Langs oude huisjes en een bloemenkwekerij rijdt de chauffeur me over de Nijtsjerksterwei, in stilte, het dorp uit.

Advertenties

Ook adverteren op mistermotley.nl ? Stuur dan een mail naar advertenties@mistermotley.nl

#mc_embed_signup{ font:14px Riposte, sans-serif; font-weight: 200; } #mc_embed_signup h2 { font-size: 3.6rem; font-weight: 500 } #mc_embed_signup .button { border-radius: 15px; background: #000;} #mc_embed_signup /* Add your own Mailchimp form style overrides in your site stylesheet or in this style block. We recommend moving this block and the preceding CSS link to the HEAD of your HTML file. */

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

* verplicht
Email formaat
(function($) {window.fnames = new Array(); window.ftypes = new Array();fnames[0]='EMAIL';ftypes[0]='email';fnames[1]='FNAME';ftypes[1]='text';fnames[2]='LNAME';ftypes[2]='text'; /* * Translated default messages for the $ validation plugin. * Locale: NL */ $.extend($.validator.messages, { required: "Dit is een verplicht veld.", remote: "Controleer dit veld.", email: "Vul hier een geldig e-mailadres in.", url: "Vul hier een geldige URL in.", date: "Vul hier een geldige datum in.", dateISO: "Vul hier een geldige datum in (ISO-formaat).", number: "Vul hier een geldig getal in.", digits: "Vul hier alleen getallen in.", creditcard: "Vul hier een geldig creditcardnummer in.", equalTo: "Vul hier dezelfde waarde in.", accept: "Vul hier een waarde in met een geldige extensie.", maxlength: $.validator.format("Vul hier maximaal {0} tekens in."), minlength: $.validator.format("Vul hier minimaal {0} tekens in."), rangelength: $.validator.format("Vul hier een waarde in van minimaal {0} en maximaal {1} tekens."), range: $.validator.format("Vul hier een waarde in van minimaal {0} en maximaal {1}."), max: $.validator.format("Vul hier een waarde in kleiner dan of gelijk aan {0}."), min: $.validator.format("Vul hier een waarde in groter dan of gelijk aan {0}.") });}(jQuery));var $mcj = jQuery.noConflict(true);

Meer Mister Motley?

Draag bij aan onze toekomstige verhalen en laat ons hedendaagse kunst van haar sokkel stoten

Nu niet, maar wellicht later