‘Kunstenaars kunnen ons bewuster maken’ – over hoe een kunstproject negen locaties vindt in een veranderend landschap
In het Noord-Groningse Hogeland onthult Sense of Place dit voorjaar Soundings, een kunstproject dat op negen plekken in het landschap landt. In de tiendelige serie Grond voor kunst blikt Anika van de Wijngaard met betrokkenen vooruit op de komst van het nieuwe kunstproject. ‘Het proces om hier te komen duurde lang, wat overigens niet ongewoon is bij kunst in de buitenruimte.’
Kunnen we een landschap ooit leeg noemen? Zelfs als er weinig visuele referentiepunten zijn en het uitzicht oneindig ver strekt, is er toch altijd ‘iets’. Je kijkt uit over het landschap, vlak of juist glooiend, over de kwelder of het wad. Het is open, weids, eenzaam, stil. Of misschien is het niet echt stil, want vrijwel altijd hoor je de wind.
Erfenis
Op een stukje rijden van het dorp Winsum in het Hogeland ligt de wierde Maarhuizen, een woonheuvel in het Noord-Nederlandse kustgebied die al sinds het begin van de jaartelling wordt bewoond. Links van de weg staat een leegstaande boerderij, iets verder de Enne Jans Heerd. De Enne Jans Heerd was ooit ook een boerderij. Het gebouw is gerenoveerd en werd in 2023 een cultureel centrum met horecagelegenheid: Op Maarhuizen.
De Enne Jans Heerd staat tussen bomen. Verderop ligt een kleine oude begraafplaats. Ooit heeft er op de wierde nog een kerk gestaan, maar die is mettertijd verdwenen. Bij de wierde komt binnenkort iets nieuws: een van de negen kunstwerken van Soundings. Het is het project van de vorig jaar overleden Amerikaanse theatermaker Robert Wilson en de organisaties Ruimtetijd van scenograaf Theun Mosk en Sense of Place.
In het café van Op Maarhuizen neemt voorzitter Ruud Reutelingsperger van Sense of Place tegenover mij plaats aan tafel. Het is de tweede keer dat we elkaar ontmoeten, zo’n vier maanden eerder spraken we af in Ruuds woonplaats Rotterdam. Daar vertelde hij over de missie van Sense of Place. De organisatie realiseert kunstwerken in het Waddengebied, dat sinds 2009 UNESCO Werelderfgoed is, om de aandacht voor het gebied te vergroten, de lokale economie een impuls te geven en bovenal om mensen uit te nodigen om te vertragen in het bijzondere landschap. Hij noemde Soundings een van de erfenissen van Joop Mulder, de oprichter van Sense of Place en theaterfestival Oerol die in 2021 plotseling overleed. Hij werkte destijds aan de ontwikkeling van Soundings samen met kunstenaar Robert Wilson.
Theun Mosk, die al bij het project betrokken was, nam na het overlijden van Robert Wilson de artistieke leiding over. Hij werkt samen met kunstenaars Andreas Oskar Hirsch en Rita Hoofwijk. Soundings zal bestaan uit negen kunstinstallaties in Het Hogeland en verbinding aangaan met elementen en kenmerken van het Groningse Waddengebied. Vanaf mei worden de kunstwerken geleidelijk onthuld. Het is de bedoeling dat aan het einde van de zomer alle negen werken te zien zullen zijn.
Het proces om hier te komen duurde lang, wat overigens niet ongewoon is bij kunst in de buitenruimte. Nadat Robert Wilson in 2008 een drie uur durende wandeling getiteld Walking regisseerde en presenteerde op Oerol, waarin de verbinding met het landschap centraal stond, ontstond het idee voor Soundings. Het zou een vervolg zijn op het eerdere werk. En het zou in 2012 op Oerol landen, maar dat lukte niet.[1] Uiteindelijk verschoven Robert Wilson en Joop Mulder hun aandacht naar de provincie Groningen.
Waarom daar? ‘Door de betovering die het landschap had op Robert Wilson. Je hebt dan een groot kunstenaar die iets in het landschap ziet’, zegt Ruud tijdens ons eerste gesprek. Meteen wordt duidelijk dat hierin ook een uitdaging zit, namelijk of de lokale gemeenschap ervoor openstaat dat er een artistiek project in ‘hun’ landschap komt. Of zitten zij hier misschien helemaal niet op te wachten? Hoe vlieg je zo’n project aan als culturele organisatie en hoe creëer je draagvlak?
Zelf lijkt Ruud eerder een voorkeur te hebben voor het initiëren van het ontwikkelproces vanuit een gemeenschap. Hij is, behalve voorzitter van Sense of Place, ook beeldend kunstenaar en onderdeel van het kunstcollectief Observatorium. Observatorium maakte met Sense of Place het landschapskunstwerk Terp fan de Takomst.[2] Het werk staat ten noorden van het Friese dorp Blije in het kweldergebied achter de zeedijk. Bewoners wilden meer in contact komen met het landschap en hun verbinding met de Waddenzee herstellen. Het concept van een terp werd daarom vanuit de gemeenschap bedacht. De kunstenaars werden gevraagd om het idee vorm te geven en te realiseren. De realisatie van het werk duurde bijna tien jaar; in 2022 werd het werk onthuld.
Bij Soundings is er sprake van een ander proces, merkt Ruud op. Er is een concept bedacht door de kunstenaars. Sense of Place ging vervolgens langs dorpen in Het Hogeland met als belangrijkste vraag: wie bezit grond en wil het ter beschikking stellen voor dit kunstproject? Niet voor een paar maanden, maar voor de komende vijf tot tien jaar.
Het aanstaande landingsproces van Soundings besluiten we verder te bespreken bij Op Maarhuizen, waar ook Mayke Zandstra en Harm Post zich bij ons voegen. Mayke heeft samen met haar man Gijs de Enne Jans Heerd gerenoveerd en er een culturele locatie van gemaakt. ‘Het was onze droom om een plek te creëren op het platteland’, vertelt ze. ‘We zijn het hele noorden afgestruind, kerkjes, schooltjes, van alles.’ Hun zoektocht leek op een dood spoor te komen tot Staatsbosbeheer hen in 2017 benaderde over de boerderij op Maarhuizen. De boerderij is vandaag de dag eigendom van Stichting Enne Jans Heerd en zij beheren de plek.
Harm is bestuurslid van het Noordelijk Cultuur Fonds. Het is een fonds dat voortkomt uit ondernemersvereniging VNO-NCW Noord, waar Harm eveneens jarenlang bestuurslid was. Het fonds verbindt ondernemers uit de regio aan culturele projecten. Harm woont sinds 1980 in Winsum. Tot 2017 was hij directeur van Groningse Eemshaven. Onder zijn leiding breidde de haven uit en werden grote bedrijven aangetrokken. De haven ontwikkelt zich vandaag de dag tot een belangrijk energieknooppunt met centrales en windmolens op zee.
Hij vertelt dat hij destijds ook in kunst en cultuur investeerde vanuit de haven, omdat hij het zag als middel om de regio aantrekkelijker te maken voor grote internationale bedrijven. Om die bedrijven naar Groningen te krijgen, spelen harde economische afwegingsfactoren een rol, stelt hij. ‘Maar ook kunst en cultuur, want met name internationaal opererende bedrijven willen dat er iets te doen is voor hun medewerkers.’
Intuïtie
Wat gaat Soundings betekenen voor hen, vraag ik ze. ‘Ik heb hoop dat het de taal van het landschap overbrengt en een dialoog ermee aangaat’, zegt Mayke. ‘Het is nu vooral nog een papieren realiteit.’
Mayke beschouwt het als haar plicht om vanuit het cultuurhistorisch erfgoed te kijken en erop te letten dat er aansluiting wordt gevonden bij het verhaal en uitstraling van de plek. In de gesprekken die ze met Sense of Place voerde, kwam aan het licht dat toch niet elke artistieke gedachte past bij de culturele erfgoedlocatie. Er werd aanvankelijk een kunstwerk op de plek voorgesteld dat bestond uit aardappelkisten en verwees naar de aardappelteelt in Noord-Groningen. Het voorstel om dit werk in de directe omgeving van de boerderij te plaatsen werd afgewezen door Mayke, haar partner en Staatsbosbeheer.
‘We vonden de schaal van dit werk niet passen op het erf van de Enne Jans Heerd’, legt ze uit. Er is daarna wel gezocht in de omgeving van de boerderij. Daarvoor moesten andere grondeigenaren worden benaderend en die wilden niet meewerken. Er werd een keuze gemaakt voor een ander werk, een blank canvas te midden van het landschap dat letterlijk en figuurlijk kleur gaat krijgen in de loop der tijd. ‘Ik vind het mooi dat we bij het project intuïtief aanvoelen wat wel of niet klopt’, zegt Mayke. ‘Waar we nu staan met Soundings klopt het.’
Mayke vindt niet dat ze met de afwijzing op de stoel van de kunstenaar is gaan zitten. ‘Maar toch doe je dat eigenlijk wel’, zegt Harm. ‘Als de kunstenaar deze plek uitzoekt voor dit werk, dan hij heeft in zijn hoofd al een combinatie gemaakt van de plek en de uitingsvorm.’ Ruud stelt dat eigenaren en beheerders die grond beschikbaar stellen voor een kunstwerk in de buitenruimte ook een stem hebben in het proces. Zij vertegenwoordigen de locatie.
‘Ik heb het dan makkelijker. Vanuit het fonds bemoeien we ons niet inhoudelijk’, vertelt Harm. Keuzes liggen wat hem betreft bij kunstenaars en het project ziet hij als een economische impuls voor de regio. Het draagt namelijk bij aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat én toerisme in de regio. Ook Mayke ziet in Soundings een kans om meer aandacht en toeristen naar de regio te trekken. ‘Om de leegte en ruimte te leren kennen of het meer te gaan waarderen’, zegt ze. Hoewel Harm eveneens de kenmerken van het Groningse landschap waardeert, merkt hij op dat enkel de ‘leegte’ ervan mensen niet zozeer naar hier trekt: ‘Je moet er ook wat te doen hebben.’
‘Wat wonen we hier toch mooi’
Soundings zal landen in het landschap, maar zal het ook omarmd worden door de bewoners van Winsum en de regio? ‘De meeste bewoners weten er weinig over’, zegt Mayke. Ze is ook benieuwd naar hun reactie. Acceptatie van nieuwe kunst in de openbare ruimte is overal een proces, niet alleen hier. Dat haalt Mayke ook aan. Ze noemt als voorbeeld 11Fountains, dat in 2018 in Friesland werd onthuld in het kader van de benoeming tot culturele hoofdstad van Europa. De elf fonteinen waren gemaakt door internationale kunstenaars. Het project kreeg veel kritiek, omdat er gebrek aan steun was vanuit de gemeenschap en ook omdat er geen enkele Friese kunstenaar benaderd was.
‘Ik denk ook dat hier mensen zijn die zich afvragen: wat moet dat’, zegt Harm. Wel verwacht hij dat bewoners het gaan omarmen. Hij merkt op dat het Noord-Groningse landschap vaak bijzonder wordt gevonden door mensen van buiten, maar dat het voor bewoners een bekend en daarmee soms ook vanzelfsprekend landschap is. ‘Het is goed als een kunstproject tot gevolg heeft dat de mensen weer doorkrijgen: Wat wonen we hier toch mooi.’
Toch is het ook een vraag of kunst in de openbare ruimte altijd maar omarmd moet worden door de gemeenschap. Harm stelt dat kunst wel mag schuren. En Mayke, die zich in haar vroegere werk als socioloog bezighield met sociaal ruimtelijke vraagstukken, vindt dat de mate van participatie en inspraak vanuit de gemeenschap ook kan afhangen van het type locatie waar een kunstwerk landt. ‘Een kunstwerk in een weiland vraagt minder inspraak dan een hoog standbeeld te midden van het dorp’, zegt ze. ‘Het is ook niet zo dat de kunstenaar altijd maar moet meebewegen en moet luisteren naar wat iedereen wil.’ Ook Harm is het daarmee eens. Met alle ideeën en wensen vanuit de gemeenschap meegaan, kan het kleurloos maken, vinden ze.
Bewonersbijeenkomsten horen wel bij het proces van Sense of Place. Alleen al om praktische redenen zijn ze noodzakelijk; gebrek aan communicatie kan makkelijk leiden tot bezwaarschriften van bewoners richting de gemeente. Soms merk je dat mensen echt niet willen dat er een kunstwerk komt, deelt Ruud. Ook op de informatieavonden over Soundings stuitte hij weleens op weerstand. In een dorp, waar hij kwam vertellen over het project, waren enkele bewoners er zo op tegen dat hij vrijwel meteen zijn poging staakte. ‘Als mensen het niet willen, houdt het op.’ Hij voegt eraan toe dat het niet zozeer een weerstand is tegen de kunst, maar mensen vinden het niet altijd passen in de omgeving. Willen ze dus vooral het landschap beschermen?
Transitiepijn
In ons eerste gesprek gaf Ruud aan dat een kunstproject in mindere mate een claim op het landschap legt dan bedrijven en overheden die er wat willen. De zogenaamde ‘leegte’ van het landschap trekt partijen aan die hier kansen zien om zich te vestigen of uit te breiden. Defensie richt de blik op deze regio en TenneT, die het hoogspanningsnet in Nederland beheert, wil uitbreiden. Aan de aardgasboringen, die plaatsvonden in de provincie, kwam in 2022 een einde, maar ze zijn nog altijd de oorzaak van aardbevingen: de schade en impact zijn nog zicht- en voelbaar. Het landschap verandert, maar daarin kan kunst volgens Ruud een tegenwicht bieden voor de transitiepijn die mensen, die zich verbonden voelen met het landschap, kunnen ervaren.
Ik werp het op aan tafel bij Mayke en Harm; ze zijn op de hoogte van de ontwikkelingen in hun omgeving en kennen het ritueel van inspraak- en informatieavonden dat ermee gepaard gaat. ‘Wat ik vooral in mijn vroegere werk heb geleerd, is dat het gaat om eerlijk zijn in hoeverre mensen iets kunnen bepalen. Je wilt draagvlak in de gemeenschap, maar niet iedereen kan altijd meebeslissen’, zegt Mayke.
Harm is zelf verantwoordelijk geweest voor grote ontwikkelingen van de Eemshaven die ook invloed hadden op het landschap. ‘Je kunt evengoed genieten van een industriële haven als van het landschap eromheen’, zegt hij. Tegelijkertijd weet hij ook dat er kritiek is. ‘Ik ben weleens door mijn dochter van compensatiegedrag beschuldigd, omdat de havens zijn vol gezet met foeilelijke grote centrales, olieopslagtanks en windmolens. Nu ga je heel stoer doen over de ondersteuning van kunstprojecten, merkte ze toen op.’
‘En is dat zo?’, vraagt Mayke. ‘Nee, zo zie ik het niet,’ antwoordt hij. ‘Ik hou oprecht van dit landschap. Ik ben alleen niet van de school die stelt dat mensen de verstoorders zijn van het landschap. Er wonen en leven mensen in dit gebied, die moeten hier ook kunnen werken.’
Door zijn betrokkenheid bij het private Noordelijk Cultuur Fonds vertegenwoordigt Harm het lokale bedrijfsleven dat bijdraagt aan het project met gesponsorde materialen en hulp in de realisatiefase. ‘Hoe overtuig jij lokale ondernemers om ons te helpen’, vraagt Ruud aan Harm. ‘Het begint bij de constatering dat al deze ondernemers ook van de omgeving houden,’ zegt Harm. ‘Ze werken voor deze regio en voelen zich ook verplicht richting hun regionale opdrachtgevers om iets bij te dragen.’
Doordat lokale ondernemers en werknemers betrokken worden, materialen beschikbaar stellen, helpen bij kostencalculaties en de aanleg van werken ontstaat volgens Harm ook een band met het kunstproject bij de lokale bevolking. Die ondernemers en werknemers wonen immers ook in de regio.
Niemandsland
‘Dat het tijdelijke kunstwerken zijn in landschap, vind ik wel spannend’, merkt Harm op. Hoe zien de negen werken er over enkele jaren uit? Het woord ‘tijdelijk’ impliceert in zijn ogen dat er snel verval kan optreden. ‘Is daar voldoende over nagedacht?’
Volgens Ruud wel. Het onderhoud van Soundings blijft bij Sense of Place. Dit beantwoordt aan een praktische vraag, waar doorgaans vaak de problemen ontstaan bij kunst in de publieke ruimte: het onderhoud op langere termijn. Kunst kan zelfs belanden in een zogenaamd ‘niemandsland’: het is dan van niemand en zodoende draagt niemand er verantwoordelijkheid voor.
Ruud vindt het waardevol als kunstenaars, die hun kunst in het landschap plaatsen, ook na het realisatieproces betrokken kunnen blijven bij de plek en de gemeenschap: een keer langsgaan, af en toe weer een kopje koffie met elkaar drinken, zoals dit ook tijdens het ontwikkelproces gebeurde. Soundings is de erfenis van twee overleden grootheden in de kunsten, nu ligt dit bij de levende kunstenaars die het zogenaamde stokje over hebben genomen.
Behalve het realiseren van een kunstwerk in het landschap, zou hun rol volgens Ruud ook nog verder kunnen strekken. Kunst laat ons soms op andere manieren kijken en denken; het kan ons bewuster maken van de omgeving. Het veranderende landschap in Groningen, maar ook in de rest van Nederland, lijkt het exclusieve domein te zijn van overheden, projectontwikkelaars en landschapsarchitecten. Kunstenaars zouden aan de ontwerptafels gevraagd moeten worden om nieuw perspectief toe te voegen. ‘De kunstenaarsblik,’ vult Mayke aan. Harm reageert instemmend. ‘Sense of Place gaat over de leefomgeving,’ zegt Ruud. ‘Het gaat dus ook om het gesprek daarover.’
—
Voetnoten
[2] Het proces begon voordat Ruud voorzitter werd van Sense of Place.
—
De tiendelige reeks Grond voor kunst wordt mede mogelijk gemaakt door een bijdrage uit de Kunst Media regeling van het Mondriaan Fonds.