Alex de Vries

Morocco Revisited – op atelierbezoek bij Mattijs van den Bosch

6 mei 2026

Alex de Vries ging op atelierbezoek bij Mattijs van den Bosch. Alex zag het werk Mattijs voor het eerst in 1990 toen Mattijs nog aan de opleiding Vrije Kunst van de kunstacademie in Arnhem studeerde. Zijn heldere, figuratieve schilderijen vielen op door hun onomwonden stilering van de werkelijkheid. ‘Die vorm van realisme waarin de werkelijkheid op een bijna abstracte manier wordt gecomponeerd, is een persoonlijk handschrift dat eerder een eenheid in contrasten genoemd zou kunnen worden dan fotografische precisie, hoewel hij bijna altijd werkt vanuit zelfgemaakte foto’s.’

Het eerste wat opvalt in de schilderijen van Mattijs van den Bosch (Rabat, Marokko 1964) is het genadeloze licht. De zon schijnt keihard op zijn doeken en maakt alles zichtbaar. Niets blijft verborgen, vooral de schaduw niet. Die schildert hij net zo onomwonden als het zonlicht. Licht en schaduw zijn in zijn schilderijen gelijkwaardig.
In zijn atelier in een voormalig schoollokaal in Amsterdam-Oost vertelt hij over zijn vroege jeugd in Marokko en hoe het leven daar zijn schilderkunst beïnvloedde. Het kon niet uitblijven dat hij als Hollandse schilder terugging naar zijn land van herkomst.

Tot zijn negende woonde Mattijs van den Bosch in Rabat. Zijn vader deed er als geoloog veldwerk en kreeg daarna een kantoorbaan. Zijn moeder is een Zweedse. Thuis werd er daarom Zweeds gesproken, maar Mattijs en zijn twee zussen gingen naar een Franstalige school. De overgang in 1974 naar Purmerend was plotseling: omgeving, klimaat, taal, eten en drinken, mensen, cultuur: alles was anders.

‘Het is wonderbaarlijk hoe groot je aanpassingsvermogen op die jonge leeftijd is,’ vertelt Mattijs van den Bosch. ‘Binnen korte tijd sprak ik Nederlands. Mijn vader was amateurschilder en een enthousiast smalfilmer. Hij maakte veel acht millimeter films. Ik heb daardoor veel visuele herinneringen aan mijn jeugd in Marokko. We woonden als expats in residentiële wijken en hielden er geen Marokkaanse leefstijl op na, maar de atmosfeer van het land heeft me onmiskenbaar gevormd. Ik heb het verlangen om terug naar Marokko te gaan altijd gekoesterd en had daar een geïdealiseerd beeld van.’



Mattijs van Den Bosch – Man in gestreepte djellaba, 2025, 175 x 140 cm, acryl op doek.
Mattijs van Den Bosch – Vrouw met kinderwagen, 2019, 128 X 97 cm, acryl. Collectie LUMC.

Al in Marokko was Mattijs van den Bosch begonnen met striptekenen waar hij in Purmerend mee doorging. Daarin kwam het aan op narratieve beeldopeenvolging. ‘Vanuit mijn belangstelling voor het stripverhaal werkte ik natuurlijk figuratief. Ik was geïnteresseerd in Chinese propagandaposters. Op mijn zestiende ontdekte ik de verf. Dat was voor mij een explosie. Ik merkte dat ik daarmee meer kon dan verhaaltjes vertellen.
Ik maakte kleurige droombeelden en full colour weergaven van Marokkaanse herinneringen. Ik kocht olieverf en verdiepte me in het impressionisme en expressionisme en raakte onder de inruk van COBRA en had bewondering voor kunstenaars als Appel en Lucebert. Ik werkte ook naar de waarneming en deed een modeltekencursus.
Dat ik naar de kunstacademie zou gaan, stond voor mij vast, maar ik ben bij mijn eerste toelating aan de Rietveld Academie in Amsterdam afgewezen en ik moest na de middelbare school eerst in militaire dienst. Ik kwam zo terecht bij de Medisch Geneeskundige Dienst in Utrecht en werd ziekenverzorger in mobiele legerhospitalen. Dat was een goede ervaring voor me, want ik was tot die tijd een verlegen en schuwe jongen.’

Hoe zelfverzekerd Mattijs van den Bosch als zestiger nu over zijn werk en leven ook praat, in de kern is die schuwe verlegenheid nog voelbaar. Juist die karaktertrek geeft zijn persoon en zijn werk iets onweerstaanbaars. Ik zag zijn werk voor het eerst in 1990 toen hij aan de opleiding Vrije Kunst van de kunstacademie in Arnhem afstudeerde en zijn heldere, figuratieve schilderijen opvielen door hun onomwonden stilering van de werkelijkheid. Die vorm van realisme waarin de werkelijkheid op een bijna abstracte manier wordt gecomponeerd, is een persoonlijk handschrift dat eerder een eenheid in contrasten genoemd zou kunnen worden dan fotografische precisie, hoewel hij bijna altijd werkt vanuit zelfgemaakte foto’s.

Mattijs van den Bosch – Sunny corner, 2017, 28,9 x 40,8 cm, acryl op paneel.
Mattijs van den Bosch – Pioneering, 2017, 75 x 130 cm, acryl op doek.

In 1984 bezocht hij in het Stedelijk Museum de tentoonstelling La Grande Parade over veertig jaar naoorlogse schilderkunst en raakte daar onder de indruk van Georg Baselitz en Max Beckmann. Het was in de tijd dat hij nog een reproductie van een schilderij van Picasso boven zijn bed had.

‘Na mijn militaire dienst werd ik toegelaten aan de academie in Utrecht. Daar heb ik in 1986-1987 het basisjaar gedaan om daarna over te stappen naar de academie in Arnhem waar ik mijn belangrijkste vorming heb gehad. Ik had er studiegenoten als Wouter van Riessen en Mark Manders met wie ik muziek maakte; ik deed slagwerk op lege potten acrylbinder. Ik herinner me vooral het plezier dat we hadden.
Ik leerde op de academie ook Ko Aarts, Aafke Bennema, Jaap Kroneman en Rosemin Hendriks kennen. Ik had er les van Jaap Wieseman en Marten Hendriks die in het modelschilderen de nadruk op vormbeheersing legde. Ik werd gestimuleerd om als schilder meters te maken. De steun van Marten Hendriks heb ik weten te behouden. Ook na de academie kwam hij op atelierbezoek.

 

Mattijs van den Bosch –Schilder, 2023, 38 x 28 cm, acryl op papier.
Mattijs van den Bosch – City by the sea, 2018, 90 x 125 cm, acryl op doek. Foto: Jonathan de Waart.

Ik woonde in een driekamerappartement in een grote flat op het Schipholplein, een wezenloze nieuwbouwwijk in Arnhem-Zuid. De stedelijke geometrie gebruikte ik als onderwerp voor mijn schilderijen, om er een menselijke maat aan te geven zonder de mens erin. Ook viaducten, verspringende kleuren van lichtbanen op het wegdek en stationsborden had ik als onderwerp. En ze noemden me een tijdje “de jongen van de zwembaden”.
Ik vervreemde een beetje van mijn sociale omgeving, schilderde soms wekenlang in mijn appartement om ’s avonds bij de PTT te werken. In de omgeving van Arnhem schilderde ik ook buiten natuurstudies, vooral vanwege de lichtval in het landschap.’

Het was de tijd dat kunstacademies aan de eerste experimenten met zogenaamd tweefasen onderwijs begonnen als voorloper van het later ingevoerde bachelor-master systeem. In Arnhem werd als vervolgopleiding Ateliers Arnhem opgezet. De jaargenoten van Mattijs van den Bosch die daarvoor toelating deden, werden aangenomen, maar tot zijn verbazing werd hij zelf afgewezen. Wel kreeg hij een startstipendium.

‘Opeens had ik de tijd en de middelen om terug te gaan naar Rabat. Daar had ik hoge verwachtingen van, omdat ik er vandaan kwam. Het liep uit op een teleurstelling, want er ging veel mis omdat ik geen enkele reiservaring had. Ik voelde me er een toerist. Het Frans dat ik er geleerd had werd er door Marokkanen met duidelijke tegenzin gesproken en ik kende geen Marokkaans. Voor de Marokkanen was ik een lopende geldbuidel. Ik ben er weggevlucht. Ik kwam er vooral om buiten te schilderen en dat ben ik toen in Zuid-Spanje gaan doen.
Pas vijfentwintig jaar later, in 2017, ben ik opnieuw naar Marokko gegaan nadat ik Aline Thomassen had leren kennen en zij mij aanbood om in haar huis in Larache te verblijven. Sindsdien ben ik er zes keer voor langere perioden geweest en is het land belangrijk geworden in mijn schilderijen.’

Mattijs van Den Bosch – Het voltooien van de moskee, 2023, 250 x 135 cm, acryl op doek.
Mattijs van den Bosch – Het ouderlijk huis, Agdal, 2026, 70 x 50 cm, acryl op doek.

Terug in Nederland werd hij in 1991 geselecteerd als deelnemer aan het programma van de Rijksakademie waar de begeleiders de nadruk legden op conceptuele uitgangspunten. ‘Het ging er soms hard aan toe vanuit confronterende vragen als: waar gaat het over, waar wil je naartoe? Van de weeromstuit ging ik plein air schilderen en toen ik me concentreerde op de stedelijke omgeving kreeg ik het advies daarmee door te gaan, omdat ik dat goed kon. In die tijd werkte ik met olieverf en maakte nat in nat dik doorwerkte schilderijen. Het lukte me nog niet de stap te zetten om groter werk te gaan maken. Dat is me pas later gelukt, toen ik vanuit de fotografie ging werken. Ik concentreerde me op het zonlicht: in een lege kamer, op gebouwen; maar ook op kleur zoals de licht- en schaduwkant op containers. Ik had een heel systeem ontwikkeld vanuit locaties in Amsterdam, maar in de zomer van 1993 regende het steeds en moest ik iets anders verzinnen. Ik ging grote doeken maken naar aanleiding van kleine geschilderde schetsen.’

Een ongeluk veranderde het kunstenaarschap van Mattijs van den Bosch. Bij een ernstige valpartij liep hij een zware hersenschudding op. Sindsdien kan hij het werken met olieverf niet meer verdragen en schildert hij in acryl of in aquarel. De eerste tijd na zijn herstel gebruikte hij vooral gewassen inkt op papier.

‘Mijn onderwerpen werden daardoor directer en persoonlijker en ik maakte foto’s van wat ik op straat zag als vertrekpunt. Ik gebruik die zelfgemaakte foto’s als materiaal voor studies en schetsen die ik eerst klein uitwerk op papier of paneel Daaruit volgen dan levensgrote schilderijen. Ik put ook uit een groot archief van folders en foto’s uit tijdschriften.’



Mattijs van den Bosch – Restauration, 2024, 170 x 200 cm, acryl op doek. Foto: Jonathan de Waart.
Mattijs van Den Bosch – Het voltooien van de moskee, 2023, 250 x 135 cm, acryl op doek.

Door de keuzes die Mattijs van den Bosch noodgedwongen moest maken, kreeg zijn werk een sterke eigen identiteit, gebaseerd op de gestileerde figuratie die al van jongs af zijn belangstelling had en de aanwezigheid van mensen in de stedelijke omgeving. Frappant is dat zijn op het oog afstandelijke, abstraherende stijl toch een groot gevoel van intimiteit en maatschappelijke betrokkenheid belichaamt. De mensen op zijn doeken hebben een noodzakelijk aanwezigheid en zijn niet willekeurig afgebeeld. Mensen in werkkledij – bouwvakkers, vuilnisophalers, schoonmakers – bepalen vaak de situatie. Het zijn weliswaar geen portretten die hij schildert, maar door de houdingen die ze aannemen en hun door hun functie bepaalde uiterlijk vertoon zijn het geen geanonimiseerde figuren, maar mensen met een hart en een ziel. Zijn verhouding met het grotestadsleven onderzocht hij verder in 1997 tijdens een residentie van twee maanden in de Verenigde Staten in Villa Montalvo in Saratoga, Californië.

In 1998 kreeg hij de erkenning voor de kwaliteit van zijn werk toen hij de Koninklijke Subside voor de Schilderkunst kreeg toegekend. Achtereenvolgens kon hij zijn schilderijen tonen bij de galerie van Anna Oele, galerie de Praktijk en de Wetering Galerie, die alle drie kort nadat hij er tentoonstellingen had ophielden te bestaan.
Tegenwoordig vertegenwoordigt Mattijs van den Bosch zichzelf in een gevarieerde tentoonstellingspraktijk in kunstenaarsinitiatieven, musea, publieke collecties van bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden en door collectieve en persoonlijke activiteiten.

‘Na verloop van tijd vond ik dat ik me in mijn werk begon te herhalen en zocht ik naar nieuwe impulsen. Door het aanbod van Aline Thomassen om in haar huis in Larache te verblijven, reisde ik in 2017 toch weer naar Marokko. Daar heb ik andere, meer op mezelf betrokken onderwerpen kunnen aanboren die teruggaan naar mijn jeugdervaringen, het zonlicht op de Marokkaanse gebouwen, de wisselwerking tussen traditionele leefwijzen en eigentijdse inbreuken daarop, de vegetatie tussen de architectuur.



Mattijs van den Bosch –Moeders met kind”, 2018, 80 x 60 cm, acryl op doek. Foto: Jonathan de Waart.
Mattijs van Den Bosch – Straathoek, Casablanca, 2020, 150 x 150 cm, acryl op doek.

Ik ben Marokkaans gaan leren, omdat ik echt contact wil maken met de mensen en in mijn schilderijen de sociale verstandhoudingen wil laten zien. Het gaat mij om het leven daar. Ik maak daarvan foto’s in het voorbijgaan, maar ook vanuit het bewuste voornemen om van bepaalde situaties een schilderij te maken. Soms heb ik een onderwerp dat uitgroeit tot een thema, zoals een aantal schilderijen van moskeeën. Op een schilderij van een plek waar ik vroeger speelde ontdekte ik later ook nog een moskee. Die vanzelfsprekende aanwezigheid ervan is blijkbaar een gegeven. Daarna maakte ik een schilderij van mijn ouderlijk huis in Rabat met bougainville die daar groeit. Dat heeft iets ontroerends. Ik wil de geijkte onderwerpen verruimen. Er is geen traditie of geschiedenis van figuratieve kunst die het Marokkaanse leven afbeeldt. Mijn Marokkaanse vrienden zien dat ik dat wel doe. Ik schilder mijn vertrouwdheid ermee en niet om een sluimerende maatschappelijke discussie aan te gaan.
Ik ben gefascineerd door het leven en de schoonheid van Arabische vrouwen, zoals te zien in een schilderij van een moeder en een dochter met een smartphone. Verder blijf ik heel gereserveerd. Het gaat me om de context en de houding. In mijn schilderij van jongens met hun brommers op een straathoek in Casablanca zie je dat sommigen traditionele kleding dragen, maar dat ze wel met hun brommersleutels spelen.’

Kijkend naar de schilderijen van Mattijs van den Bosch zie ik een kunstenaar die juist door in zichzelf af te dalen aan zichzelf weet te ontstijgen, om zich van daaruit te verhouden tot wat er om hem heen gebeurt in een nietsontziend stralend licht. Hij is een schilder onder de zon.

Mattijs van den Bosch heeft een solo tijdens Art Island op het Forteiland IJmuiden van 22 t/m 24 mei 2026 via Brinkman en Bergsma en committeert zich aan een groepsexpositie in Kunstgarage Franx in Zoetermeer in 2027. Voor We Like Art is van een van zijn recente werken een editie gemaakt en in maart van dit jaar toonde hij nog nieuw werk in De Bouwput in Amsterdam waar hij samen met Ko Aarts exposeerde.



Advertenties

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar advertenties@mistermotley.nl

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

* verplicht