Tom Jansen Klomp

Nieuwe taal om te blijven begrijpen wat je ervaart – met Moni Zwitserloot naar Testing Patterns van Werker Collective in Plaatsmaken

Interview
25 januari 2024

Samen met dichter Moni Zwitserloot brengt Tom Jansen Klomp een bezoek aan Testing Patterns in Plaatsmaken. Daar combineert Werker Collective een archief aan verzetspublicaties met een groot hangend doek dat een verzameling gestempelde patronen bevat die hun oorsprong vinden in die verschillende verzetsgeschiedenissen. ‘Ik denk dat dat collectieve heel erg nodig is, activisme doe je met een groep’, zegt Moni. ‘Je wil er voor elkaar zijn, en je wil verhalen van heel veel verschillende mensen horen. Ik heb ook maar één perspectief.’

Met kopjes thee en koffie in onze handen staan Moni, Leonne en ik midden tussen de kunstwerken, het materiaal en het archief van Werker Collective. Leonne vertelt enthousiast over het programma van Plaatsmaken dit jaar: een reeks tentoonstellingen waarvan Testing Patterns van Werker Collective de eerste aflevering is. Voor deze serie, Half Rhyme, gaan heel 2024 kunstenaars en dichters aan het werk op basis van een gedeeld archief. Verschillende overkoepelende thema’s staan centraal, zoals het idee van commons, het gemeengoed, en de sociaal-politieke functie van publiceren.

Testing Patterns van Werker Collective. Foto: Koen Kievits.

Terwijl Leonne uitlegt geeft over de tentoonstelling, zien we voor ons een groot stuk textiel bedrukt met patronen van Werker Collective, en horen we achter ons het geluid van de kunstenaar Bert Scholten die in de werkplaats druk bezig is met de volgende fase van de Half Rhyme-serie. Ik bezoek de tentoonstelling samen met Moni Zwitserloot, een Nijmeegse dichter die naast diens schrijfwerk betrokken is bij initiatieven zoals de actiegroep Trans Zorg Nu en de Nijmeegse tak van het COC. Moni geeft ook cursussen over queerpoëzie en is oprichter van de Queer Open Mic, een open podium waar queer mensen hun teksten kunnen voordragen.

Bijna elke hoek van de tentoonstellingsruimte is door Werker Collective, een kunstenaarscollectief opgericht door Marc Roig Blesa en Rogier Delfos, in gebruik genomen. Voorin de ruimte – Moni en ik konden het al zien toen we door de glazen buitendeur een blik naar binnen wierpen – hangt een groot doek. Het lange stuk textiel lijkt doordat het op sommige punten met touwtjes aan het plafond bevestigd is bijna te zweven, maar op andere plekken raakt de stof ook de stenen vloer. Het doet denken aan een hangmat die tussen twee bomen schommelt of aan kleding die aan de waslijn hangt. Het doek staat vol met motieven en teksten die de kunstenaars van Werker Collective met houtblokstempels hebben aangebracht. Afdrukken van gestileerde kettingen, boekenkasten en woorden vormen samen herhalende patronen.

Testing Patterns van Werker Collective. Foto: Koen Kievits.

Verderop in de ruimte stellen de kunstenaars tentoon hoe ze te werk gaan. Op een grote werkbank ligt een nieuw doek uitgespreid. Moni en ik zien hoe een zwart patroon van alsmaar gekopieerde ogen al een groot deel van de witte stof beslaat. Het materiaal waarmee de ogen zijn aangebracht ligt nog op tafel. Het lijkt alsof hier niet al te lang geleden nog iemand aan het werk was.
Op een andere, net wat kleinere tafel heeft het collectief zijn gereedschap uitgestald. De gesneden stukken hout die ze als stempels gebruiken liggen naast grote potten met inkt. De kunstenaars hebben het materiaal en gereedschap zelf gemaakt van stoffen uit de omgeving. Hierbij hebben ze in de gaten gehouden of de grondstoffen ecologisch verantwoord en onder de juiste arbeidsomstandigheden geproduceerd zijn, vertelt Leonne ons.

Testing Patterns van Werker Collective. Foto: Koen Kievits.
Testing Patterns van Werker Collective. Foto: Koen Kievits.

Om deze doeken, dit gereedschap en deze werktafels heen presenteert Werker Collective een deel van hun archief. Aan de wanden van de ruimte zijn houten planken gemonteerd waar allerlei boeken, tijdschriften, zines en posters op leunen. De verzameling documenten, die zich sinds de oprichting van Werker Collective in 2009 steeds verder uitbreidt, omvat diverse thema’s. In Plaatsmaken zien we 20e-eeuwse posters en bladen door en voor queer mensen, maar ook teksten over dekolonialisme, ecofeminisme en woningnood. ‘Verslagheffingen van alternatieve vormen van leven en zijn’, merkt Moni op.

Moni en ik wandelen rond de tafels, bekijken wat van de boekjes en periodieken, en komen uiteindelijk terug bij het grote, hangende doek. Een specifiek patroon dat bestaat uit afwisselende afbeeldingen van een groepje dansende mensen en van een gebalde vuist, spreekt ons aan. ‘Ik vind dit een heel krachtig symbool, omdat het allerlei stromen binnen het activisme verenigd’ zegt Moni, wijzend op de vuist. Vooral de combinatie van de vuist en de dansers valt ons op. Het patroon lijkt uit te drukken dat activisme soms hand in hand kan gaan met iets vieren. Moni kan zich daar in herkennen. ‘We hebben dat bij Trans Zorg Nu vaak besproken. Het is jammer dat het demonstreren nodig is, maar het is ook heel fijn om het met elkaar te doen. Het kan heel krachtig voelen om ergens samen tegenin te gaan.’

Testing Patterns van Werker Collective. Foto: Koen Kievits.

Op een van de boekenplanken aan de wand zien we een Brits manifest over homo-emancipatie uit de jaren 70 met op de omslag hetzelfde groepje dansende mensen. Het plaatje op het zwevende doek is dus, net als veel van de andere motieven die Werker Collective voor hun gestempelde patronen gebruiken, geleend uit het archief. De kunstenaars bouwen in het nieuwe werk voort op een lange geschiedenis van publicaties. ‘Door de beelden uit die oude boeken en bladen te halen, breng je ze weer tot leven’, merkt Moni op.

Naast zulke visuele verbanden, lijkt de kunst van het collectief ook in een manier van aanpak in relatie te staan tot het archief. Veel van de documenten die in het archief verzameld zijn worden gekenmerkt door een bottom-up karakter, een eigenschap die Moni terugziet in het stempelwerk van Werker. ‘Het is heel erg DIY’, zegt die. ‘Het moedigt ook aan om zelf iets te maken.’ Dit wordt nog eens onderstreept door de tafel met gereedschap: de kunstenaars delen hun materialen en technieken met het publiek, ze houden niks geheim.

Het manifest met het groepje dansers op de kaft zet Moni en mij ertoe aan om de archiefstukken aan de wand nog eens goed te bekijken. Een specifiek tijdschrift, waar prominent het woord transvestism op staat, valt ons op. De term die op de voorkant van dit oude emancipatoire blad staat, wordt nu vooral als ongepast gezien. ‘De woorden waarmee je dingen beschrijft veranderen en ook daarvoor zijn archieven belangrijk’, zegt Moni. ‘Je moet het in de context van de tijd plaatsen en daar heb je dit soort materiaal voor nodig.’ Tegelijkertijd zijn er ook termen zoals queer, bedenken we, die vroeger denigrerend geacht werden maar die tegenwoordig door mensen als emancipatoire geuzenamen in gebruik worden genomen.

Het archief laat ons niet alleen zien dat taal verandert, maar ook dat taal van groot sociaal belang is. De structuren en patronen van taal kunnen bijdragen aan onderdrukking, maar taal kan ook een emancipatoire werking hebben. Misschien, denken Moni en ik, proberen de kunstenaars van Werker Collective daar wel op te reageren met hun repetitieve patronen: het spiegelt de herhaling van taal en sociale normen.
Onze gesprekken over taalpatronen doen Moni denken aan Polari, een geheime taal die lange tijd door queer personen in het Verenigd Koninkrijk werd gebruikt om onopvallend te communiceren. ‘Omdat je bijvoorbeeld niet wilde dat de politie begreep waar je het over had, of soms kon het ook nodig zijn omdat je iets nog niet precies kon benoemen’, vertelt Moni. ‘Soms heb je ook nieuwe taal nodig om te begrijpen wat je ervaart.’
Met Polari in gedachten kijken we nog eens naar de doeken van Werker Collective. De Britse geheime taal was een nieuwe structuur, een nieuw patroon, bedoeld om de taalvormen van de gevestigde orde te ondermijnen. Is het stempelwerk van Werker Collective ook een soort subversief patroon dat de status quo bevraagt, in dit geval op basis van een archief vol verzetsgeschiedenis?

Testing Patterns van Werker Collective. Foto: Koen Kievits.
Testing Patterns van Werker Collective. Foto: Koen Kievits.

Het collaboratieve en het gemeengoed lijken, op verschillende schalen, essentiële concepten voor de tentoonstelling in Plaatsmaken. Testing Patterns is niet alleen een samenwerking tussen de kunstenaars van Werker Collective onderling, maar ook een toekomstige samenwerking met de dichters en kunstenaars die tijdens het jaarprogramma zullen reageren op het werk van Werker Collective – het gedeelde archief. Hiernaast werkt Testing Patterns samen met de schrijvers, kunstenaars en activisten uit het verleden die met hun publicaties in het archief van Werker zijn opgenomen. Veel van deze boeken, tijdschriften en zines zijn op hun beurt ook weer op collectieve wijze gemaakt.

Terwijl we dit netwerk van samenwerkingen, bottom-up publicaties en activisme ontrafelen, herkent Moni parallellen met diens eigen werk. ‘Bij Trans Zorg Nu hebben we een zine gemaakt met zes schrijvers die trans zijn’, zegt die. ‘Ik vond het interessant om niet alleen een persoonlijk archief vast te leggen, maar ook iets collectievers te maken.’
Om dezelfde reden gaat Moni komende maand bij diens Queer Open Mics een workshop over zines organiseren. ‘Het is om te onderzoeken hoe we zelf, DIY, dingen kunnen verspreiden’, legt die uit. ‘Maar het is ook bedoeld om verhalen van al die verschillende mensen vast te leggen en te bundelen, zodat het later voor anderen weer makkelijk te vinden is.’

Moni en ik kijken nog eens naar de houten stempels waarmee de kunstenaars historische, activistische afbeeldingen en leuzen kopiëren en nieuw leven inblazen. De stevige blokken vinden hun oorsprong in samenwerkingen. ‘Ik denk dat dat collectieve heel erg nodig is, activisme doe je met een groep. Je wil er voor elkaar zijn, en je wil verhalen van heel veel verschillende mensen horen. Ik heb ook maar één perspectief.’ Moni en ik richten ons weer op de diverse activistische zines, tijdschriften en posters op de boekenplank. ‘We moeten dat met z’n allen aanvullen, dat archief’, besluit Moni.

Testing Patterns van Werker Collective is nog tot en met 15 maart 2024 te zien in Plaatsmaken, Arnhem. Meer informatie is te vinden op de website van Plaatsmaken.

Advertenties

Ook adverteren op mistermotley.nl ? Stuur dan een mail naar advertenties@mistermotley.nl

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

* verplicht

Meer Mister Motley?

Draag bij aan onze toekomstige verhalen en laat ons hedendaags kunst van haar sokkel stoten

Nu niet, maar wellicht later