Anika van de Wijngaard

Noaberschap in een Gronings dorp – over I will pick up the cat poop in the yard van Anna Reutinger

Interview
5 juni 2026

Ik kan een taart bakken. Ik zal je hond eens uitlaten. De post ophalen. I will pick up the cat poop in the yard van Anna Reutinger is een verzameling linten waarop allerlei beloftes prijken. Dingen die de mensen uit het Groningse Oosterwijtwerd bereid zijn voor elkaar te doen. De Amerikaanse kunstenaar verzamelde deze gebaren en vatte ze in een tijdelijk kunstwerk dat tijdens het festival Terug naar het Begin te bewonderen was in de plaatselijke Mariakerk. Anika van de Wijngaard sprak met Reutinger, curator Elles Hesseling en Jaap de Koning van de kunstcommissie over gemeenschapszin, tijdelijke kunstwerken en non-elites.

Tijdens Festival Terug naar het Begin toonde Anna Reutinger I will pick up the cat poop in the yard in de Mariakerk van Oosterwijtwerd. Het werk bestond uit zijden lintjes met daarop alledaagse beloftes van dorpsbewoners én festivalbezoekers. Deze beloftes vangen in taal onze kleine gebaren richting buurtgenoten, zoals een keer de post ophalen of een stukje zelfgebakken appeltaart langsbrengen.

Goede buren
Het viel Anna op tijdens haar eerste locatiebezoek aan Oosterwijtwerd in het vroege voorjaar: de huizen in het dorp staan relatief dicht op elkaar, de tuinen zijn goed onderhouden, en er sprak zorg uit en een vriendelijke sfeer. Het dorp telt nog geen tweehonderd inwoners. Het lijkt een plek waar de mensen elkaar kennen en waar ze, als het nodig is, ook elkaar helpen. Daar hebben ze in de regio een woord voor: het noaberschap. Het is een woord dat voorkomt in streektalen die verwant zijn aan het Nedersaksisch, van oudsher verbonden aan Oost- en Noord-Nederland. Het betekent zoiets als ‘goede buren’ zijn en elkaar een helpende hand bieden als dat nodig is. ‘Het is er heel voelbaar’, zegt Anna.

De van oorsprong Amerikaanse Reutinger woont in Brussel. Ze werkte op verschillende plekken in Europa, maar niet eerder was ze in een vergelijkbare omgeving als in Groningen. In het voorjaar werd ze benaderd door het resort en Terug naar het Begin om een kunstwerk voor de Mariakerk te maken, een van de oudste Romaanse kerken van de provincie. Het resort presenteert site-specific kunstprojecten op onverwachte plekken, zoals in een bruin café, een snackbar en op een begraafplaats. De kunstorganisatie is met name actief in de stad Groningen. Voor Terug naar het Begin cureerde het resort dit jaar drie beeldende kunstprojecten in verschillende kerken van dorpen die onder de gemeente Eemsdelta vallen. De kleine wierdedorpen en middeleeuwse kerken, zoals de Mariakerk, vormen het decor van Terug naar het Begin dat jaarlijks in mei een programma presenteert met ook muziekoptredens, theater en dansvoorstellingen.

De non-elites
De oudste delen van de Mariakerk van Oosterwijtwerd stammen naar schatting uit de late twaalfde eeuw; de eikenhouten kap dateert van rond 1237. Anna vertelt dat ze een grote fascinatie heeft voor middeleeuwse architectuur en geschiedenis. Waarom specifiek de Middeleeuwen in Europa haar aandacht trekken, lijkt te liggen in de afstand tussen heden en verleden. Als je verre geschiedenis onderzoekt of beschouwt, ontstaat er ook een gezonde relativering van het heden dat soms heel overweldigend kan voelen, stelt ze. ‘Je realiseert je dat sommige dingen honderden jaren hetzelfde zijn geweest, maar ook dat de manier waarop mensen leefden is veranderd en dat is voor mij een hoopvolle gedachte.’

Haar interesse voor deze tijdsperiode verbindt ze steevast aan de aandacht voor de verhalen van gewone mensen die destijds leefden, maar in de vergetelheid zijn geraakt. De non-elites, zoals Anna ze noemt. De mensen die geen geld of status hadden.

Zo verbleef ze in 2024 bij Auststellungsraum Klingental in Bazel, waar ze zich verdiepte in een vrouwelijke kloosterorde die zich had verzet tegen de verplichtingen van de paus. Het verhaal was niet volledig vergeten, maar wel naar de achtergrond geschoven. Wie waren deze historische vrouwen? Met haar project Wordly Hearts (2024) wilde ze een artistieke hervertelling van de geschiedenis doen. Anna werkte samen met een historica en vrouwen uit de lokale gemeenschap om het verhaal van de nonnen, die zich verzetten tegen religieuze en wereldlijke beperkingen in de Middeleeuwen, weer onder de aandacht te brengen.

I will pick up the cat poop in the yard van Anna Reutinger in de Mariakerk. Foto door de kunstenaar
I will pick up the cat poop in the yard van Anna Reutinger in de Mariakerk. Foto door de kunstenaar

Baken van het dorp
Sinds de jaren negentig is de Mariakerk buiten gebruik gesteld. ‘Wel is het een baken in het dorp’, zegt Jaap de Koning van de kunstcommissie die vandaag de dag de invulling voor de kerk verzorgt. Hij woont aan de rand van het dorp. Samen met zijn vrouw heeft hij een boerenbedrijf. De Mariakerk heeft volgens hem nog altijd betekenis voor de hedendaagse lokale gemeenschap, omdat deze plek verbonden is met de geschiedenis: dorpelingen van Oosterwijtwerd zijn hier eeuw na eeuw binnengestapt. ‘Omdat ze gelovig waren, of richting hun gemeenschap de verplichting voelden om hier te zijn’, zegt hij. Tegenwoordig kunnen bewoners er terecht voor kleine concerten, activiteiten en lezingen. ‘Zonder de kerk is ook de ziel uit het dorp. Zelfs al zijn we niet christelijk.’

In december kwam de nieuwe curator van het resort Elles Hesseling voor het eerst langs; ze ging met Jaap en andere commissieleden in gesprek over de ontwikkeling van een tijdelijk kunstwerk voor de Mariakerk. De kunstcommissie wilde als thema’s van het project lokale verbindingen en het zorg dragen voor elkaar in de gemeenschap. ‘Het noaberschap, de verwantschap tussen mensen’, zegt Elles. ‘In het gesprek kwam dit als eerste naar voren.’

Jaap reageert bevestigend. De wens om met dit kunstproject de aandacht voor het noaberschap te vergroten, kwam voort uit de veranderende verhoudingen en de groeiende mobiliteit, zo blijkt. Veel dorpsgenoten van Jaap werken in de stad Groningen en brengen daar veel van hun tijd door. Voor werk en inkomen zijn ze niet gebonden aan hun dorp of het omliggende gebied. Ook de kerk brengt niet langer de hele gemeenschap samen. Ze zijn meer verbonden met de stad, stelt hij.

Ook het woord ‘import’ valt. De dorpsgemeenschap bestaat uit enkele families die hier van oudsher wonen, daarnaast is er ‘import’, aldus Jaap. Het zijn bewoners die geen wortels in het dorp hebben; ze komen ‘ergens anders’ vandaan: een ander dorp in de provincie, de stad Groningen of het ‘westen’ waarmee noorderlingen vaak bedoelen de Randstad. ‘Om de mensen die erbij zijn gekomen ook dat gemeenschapsgevoel te geven speelt het noaberschap een rol’, legt Jaap uit. Juist de kerk, een plek die nog altijd een zichtbaar baken is in het dorp, ziet hij als geschikte locatie voor een kunstwerk dat daaraan refereert. ‘De kerk is op zichzelf al mooi en dat kun je als basis gebruiken voor kunst.’

Jaap denkt dat het werk positieve reacties oproept bij de lokale gemeenschap, maar benoemt ook dat er uitdagingen zijn voor dit project. Waardering voor hedendaagse kunst is er niet bij iedereen in het dorp. ‘We willen ook mensen in contact brengen met kunst. Zelfs mensen die zeggen niets met kunst te hebben, kunnen iets toch mooi vinden’, zegt hij. Het moet laagdrempelig zijn, mensen te veel verwachtingen opleggen, leidt ertoe dat ze er geen onderdeel van willen uitmaken, aldus Jaap. Ook moeten de intenties van de kunstenaar en het kunstwerk niet onduidelijk zijn. ‘Voor iedereen moet je het toegankelijk en mooi maken, dan ontstaat er verbinding met elkaar.’

I will pick up the cat poop in the yard van Anna Reutinger in de Mariakerk. Foto door de kunstenaar
I will pick up the cat poop in the yard van Anna Reutinger in de Mariakerk. Foto door de kunstenaar

Wat vraag je, wat geef je terug?
Haar werkwijze is altijd collectief. Ze organiseert bijvoorbeeld workshops, die leiden tot bijdragen van haar publiek aan het werk. Dat kan ook wat rommelig zijn, stelt Anna. ‘Je moet goede afspraken maken. Wat vraag je van anderen en wat geef je terug?’

Eerder dit jaar ontwikkelde Anna in opdracht van het M HKA in Antwerpen, en ter ere van Verjaardag van de kunst op 17 januari (een viering bedacht door Fluxuskunstenaar Robert Filliou), een performance getiteld Hats for Communal Celebration. Ze maakte voor deze performance een serie verjaardagshoedjes, die ze uitdeelde aan bezoekers waarmee ze eregasten konden worden van het feest. De bezoekers werden hier de performers; met de hoedjes op betraden ze het podium van het museum.

In Europa waren er voor de negentiende eeuw geen verjaardagsfeestjes voor ‘gewone’ mensen, dit soort vieringen waren voorbehouden aan de elite, legt Anna uit. In de Mariakerk werkt ze ook met   hoeden, maar dit keer om daarmee de non-elites in de kerkbanken te vertegenwoordigen. De hoedjes brengen in herinnering dat hier ooit in de bankjes mensen zaten; ze worden er net boven opgehangen. De hoeden die ze gebruikt, komen uit een serie die ze eerder maakte voor het werk The beastly an arrogant ones (2023).

‘Dit heeft ons heel erg aangesproken’, zegt Jaap over de hoedjes en wat ze representeren. Ook in de Mariakerk was er een scheidslijn tussen de elite en het ‘gewone’ mensen. Van de lokale adellijke familie Ripperda, die het onderhoud van de Mariakerk financierde en mocht bepalen wie de kerkdiensten leidde, zijn de gedenktekens nog aanwezig. Jaap: ‘We zijn niet heel erg bezig met de voorname families. De gewone mensen, die hier in het verleden hebben gewoond, gewerkt en geleefd en ook naar de kerk zijn gegaan om allerlei redenen, vinden we interessanter.’

Wederom gaat Anna’s aandacht niet uit naar de elite, die hun sporen zichtbaar hebben nagelaten. Ze richt zich juist tot de dorpsbewoners die aan de herinnering of de archieven zijn ‘ontsnapt’. Aandacht voor de historische en hedendaagse gemeenschap worden ook met het werk bij elkaar gebracht. Waar de hoeden verwijzen naar de gewone mensen in het verleden, zijn de beloftes die ze in haar werk opneemt actueel. Wat mensen elkaar beloven kan zo alledaags zijn, dat de belofte en daaraan gekoppelde handeling vaak niet worden opgeschreven of vastgelegd; bij gebrek aan documentatie blijft ook daar geen bewijs van bestaan.

Toen Anna begon aan het project kende ze het noaberschap nog niet. ‘Het was niet een soort prompt die ze aan mij hebben meegegeven’, vertelt ze. Ze begon met het verzamelen van de eerste beloftes tijdens haar eerste locatiebezoek eind maart: het waren de beloftes van de leden van de kunstcommissie. Daarna ging Anna thuis in Brussel aan de slag en knipte ze de opgeschreven beloftes, letter voor letter, uit tweedehands zijde. In een vorig leven was het de stof van de gordijnen van een Leuvens gemeentehuis, via een vriendin verkregen.

‘De toewijding, het zorg dragen, de rituelen en het ambacht van materialen die in de kerk aanwezig zijn.’ In de gesprekken die Elles voerde met de kunstcommissie kwam ook dit allemaal ter sprake. Naast het thema ‘noaberschap’ werden deze onderwerpen van belang gevonden, vertelt ze. Ze stelde een lijst van kunstenaars op, waaruit de lokale kunstcommissie anderhalve maand voor het festival Anna koos. ‘Het aardse en de natuurlijke materialen in haar werk, dat vonden we als kunstcommissie belangrijk en recht doen aan het gebouw’, licht Jaap toe. Naast haar materiaalkeuzes, spraken het ambachtelijke in haar praktijk – Anna maakt vaak gebruik van technieken als quilten – en haar ervaring met de context van erfgoed voor haar.

I will pick up the cat poop in the yard van Anna Reutinger in de Mariakerk. Foto door de kunstenaar

Tijdelijk kunstwerk: wat blijft achter?
Voor Terug naar het Begin zijn de voormalige gordijnen verworden tot brede linten, gedrapeerd over een kerkbank, het spreekgestoelte, het altaar. Buiten voor de deur van de Mariakerk konden bezoekers tijdens het festivalweekend met een doorzichtige vloeistof hun eigen beloftes op kleinere linten schrijven. Zodra die vloeistof was opgedroogd, werden deze linten gedrenkt in een natuurlijke kleuring met meekrapwortel, walnootschil of uien. De linten verkleurden, de opgeschreven beloftes werden zichtbaarder. Daarna werden ze binnen in de kerk aan een oude kandelaar opgehangen.

‘De betekenis van de kerk voor de gemeenschap kun je met een kunstwerk centraal stellen of uitvergroten’, zegt Elles. Jaap beaamt het. Het gaat niet alleen om de kerk als baken in het landschap, ook om de verbindingen in de gemeenschap, zowel de hedendaagse sociale cohesie als de verbinding tussen het heden en verleden van deze gemeenschap. Naast dorpsgenoten zijn het de festivalbezoekers die het werk hebben ervaren. Volgens Jaap is het kunstproject een kans om de bezoekers, die van buiten het dorp komen, ook iets mee te geven over het noaberschap.

Tijdens het festival groeide het werk met de beloftes. Nu het voorbij is, wordt ook weer afgebroken.
Waarom blijft het niet? Op die vraag volgt een pragmatisch antwoord. Zo is het nu eenmaal afgesproken en ook is de Mariakerk na het festival weer in gebruik voor lokale activiteiten. Over de andere optie, namelijk het werk behouden, is vooraf niet echt nagedacht. Daardoor dringt zich wel een andere vraag op: Wat laat dit werk, dat verwijst naar het noaberschap, een kernwaarde van de gemeenschap, achter dat niet zichtbaar is, maar wel voelbaar in betekenis voor de plek en die gemeenschap?  ‘Ik hoop dat de beloftes blijven hangen’, zegt Jaap. Hij bedoelt het niet in de letterlijke, maar vooral in de figuurlijke zin: als een soort herinnering. Door zelf beloftes op te schrijven en deel te nemen aan de ervaring, worden mensen zich ‘bewuster van de zorg die we voor elkaar kunnen dragen en voor de verbindingen die we aangaan’, merkt Elles op. Vanuit dit oogpunt is het dus vooral bewustwording wat het werk achterlaat.

Enkele dagen na het festival laat Anna weten dat de linten toch nog een tijdje in de kerk blijven hangen. Haar ideeën over het bewaren en archiveren van de beloftes deelde ze eerder al met Jaap en Elles: door de beloftes niet alleen op linten, maar ook op een papieren formulier te noteren zouden ze opgenomen kunnen worden in een online archief. Een andere optie is om de linten aan elkaar naaien en er weer een gordijn van maken. Echter, in haar materiaalkeuze zit ook een zekere vergankelijkheid: tweedehands stoffen zullen uiteindelijk ook met de tijd vergaan. Daaraan voegt Anna toe: ’Ik ben van mening dat de werkelijke uitwisseling plaatsvindt in de ervaring van het doen van de belofte, niet in de materiële nalatenschap van die belofte’.

De tiendelige reeks Grond voor kunst wordt mede mogelijk gemaakt door een bijdrage uit de Kunst Media regeling van het Mondriaan Fonds.

Advertenties

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar advertenties@mistermotley.nl

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

* verplicht