Plat – over het werk van Chris Rijk
‘Niemand kan om de piemel bovenaan de vaas hiernaast heen. De stijve obelisk oogt in eerste instantie heel krachtig, maar al vrij snel wordt het statussymbool in de weg gezeten door de zeer kwetsbaar ogende, bungelende piemeltjes verder onderaan de vaas. En wordt men eraan herinnerd dat alles wat omhoog gaat, ook weer naar beneden zal komen.’ Mady Beversluis schrijft over het werk van Chris Rijk en zoomt daarbij in op de vraag of erotisch werk altijd als oppervlakkig zal worden gezien. Daarbij bespiegelt hen ook op de wijze waarop keramisch werk wordt bezien én de blik waaraan queer iconografie wordt onderworpen.
1.
M: Je bent ook homo
C: Ook dat nog
2.
Identiteit is –
de wetenschap dat er pagina’s te vullen zijn met enkel nog een oppervlakkige schets van de talrijke, verschillende ideeën en concepten die daarover door de eeuwen heen zijn bedacht. Identiteit is drijfzand, zoek maar op.
3.
Scopofilie (een samenvoeging uit het Oudgrieks: skopein, kijken, en philein, liefhebben) is de liefde voor het kijken. Sigmund Freud munt deze term om de lustgevoelens te beschrijven die worden opgewekt bij het zien van uitwendige geslachtsorganen.
4.
In 1984 vond Grayson Perry’s eerste tentoonstelling plaats bij galerie James Birch Fine Art in Londen. De werken die hij had gemaakt tijdens zijn avondcursus keramiek verkochten goed. Hij kreeg gemengde reacties vanuit de kunstwereld en ook van keramisten. Enerzijds had hij het lef gehad om aardewerk mee te brengen naar “verheven ruimte van de galerie,”1 anderzijds produceerde hij technisch gezien ondermaats werk. Perry bevond zich in een kunstzinnig niemandsland waar hij kon spelen met de lange geschiedenis van aardewerk als decoratief – ‘dus’ toegankelijk en niet artistiek – object, en verwachting van functionaliteit. De vaas werd zijn meest gebruikte vorm.
5.
Vorm is een term die een ogenblik van vormgeving, omlijsting, organisatie en/of samenvoeging tot een bevattelijke, materiële vorm, en reconstructies daarvan in iemands gedachtes, beschrijft. Als we de wereld zien als een onafgebroken golf van zintuiglijke gegevens die aan ons wordt geopenbaard, zullen verschillende dingen zichzelf gaan onderscheiden in die oceaan van verschijningen, omdat ze zich hebben afgezonderd van de vormeloze massa van het universum. Een lichaam, verlangen, een concept: vorm is “het verband tussen onafhankelijke objecten van aandacht vanuit de existentiële vormeloosheid van het universum.”2 Dat wil zeggen, zonder vorm zijn we vluchtig en niet in staat om onderscheid te maken tussen onszelf en anderen, objecten en het universum. We zien, horen, voelen, proeven de verschijningen van andere wezens en dingen. Vorm maakt de radicale verschillen kenbaar en representeert, maar bevat geen onveranderlijke waarheid.
6.
Een tweedimensionaal werk zoals een schilderij of een tekening heeft maar twee maten, de lengte en breedte, en is plat.
De wensen van een geïnteresseerde kunstkoper die Rijk had benaderd konden niet worden vervuld en als reactie deed hij het werk af met één zin, hij noemde Rijks werk “plat, pornografisch en eendimensionaal.”
Die beschrijving doet denken aan het moment, aan het begin van een voorstelling, waarop cabaretiers moeten uitspreken wat iedereen in de zaal denkt, voordat ze kunnen beginnen aan de rest van hun verhaal: ‘Ja klopt, ik ben lesbisch’ of ‘Ik ben Zwart’ of ‘Ik heb een prothetisch ledemaat,’ etc. Zodra het publiek opgelucht en tevreden ‘Ja, ja, ja, zie je wel!’ en ‘Gelukkig, ze weet het van zichzelf’ heeft kunnen denken, is de ruimte voor grappen vrijgemaakt. Zonder titel (Eendimensionaal), (Porno) en (Plat) werken wellicht als een gelijksoortig moment van schijnbare zelfspot of zelfkennis om de eerste vooroordelen aan de kant te schuiven bij het zien van Rijks werk: ‘Ja, ja, ja, zie je wel! Rijk weet gelukkig ook dat zijn werk wel erg veel naakt laat zien, veel homo’s en zo. Grappig, dat hij het zelf plat noemt.’ Rijk heeft eerder gewerkt met vooroordelen over keramiek en spontane reacties op zijn werk via Met alle respect… waarop ‘wel leuk maar niet bij mij thuis,’ ‘meisjesachtig,’ ‘vreselijk,’ en ‘smakeloos’ geschreven staat als vingerwijzende graffiti. Een knipoog naar de reacties die Grayson Perry ooit te horen kreeg. Enfin, de vraag over hoe plat het is blijft in de lucht hangen. Rijk draait de munt nog een keer om en zegt: “vazen zijn geen schilderijen waarbij je steeds nieuwe dingen kunt zien of in de diepte van de verf kunt kijken, het is best wel plat – bijna conceptueel.” Plat betekent nu ook toegankelijk, herkenbaar en tastbaar – en vooral geen tweedimensionale abstrahering. De vorm is typerend voor een vaas en ís zelfs een vaas. Zoals de Amerikaanse kunstenaar Frank Stella in de jaren `70 zei over zijn werk: “Je ziet wat je ziet.”3 Deze duidelijkheid en prioriteit van het eindproduct (nogmaals, het ding ‘de vaas’) is een bewuste keuze van Rijk, want hij wil dat zijn kunst toegankelijk en begrijpelijk is, hoewel hij daardoor ook riskeert dat het als oppervlakkig (slechts decoratief) wordt afgedaan.
7.
Wat betekent het om naar een museum te gaan zonder de verwachting van opbrengst of resultaat van de juiste interpretatie, van betekenis (de bordjes met zo’n zelfde ‘juiste’ interpretatie negerend)? Hoe ziet kijken zonder garantie eruit? Kijken en beschrijven lijkt veel makkelijker dan interpreteren, “maar,” stelt Eugenie Brinkema, “ik denk dat het aller-moeilijkst is om juist dat uit te stellen.”4 Wachten, aarzelen en nog een keer kijken. De woorden die opkomen drie keer omdraaien; wat wordt er nou eigenlijk gezegd als bepaalde termen (zoals plat) worden gebruikt? Nog een keer kijken en wellicht springt een detail in het oog waar eerder overheen gekeken was – een onverwacht aspect beroert. De taal kan zich opnieuw beginnen te vormen rondom deze nieuwe invalshoek en een mogelijke interpretatie ontstaat op een manier die niet “vanaf het begin gewaarborgd was.”5 De mogelijkheid om verrast te worden, een nieuw concept te bedenken, het nog-niet-eerder-gedacht aan te treffen, vraagt om loslaten. Elke manier van kijken geeft iets op.
8.
Niemand kan om de piemel bovenaan de vaas hiernaast heen. De stijve obelisk oogt in eerste instantie heel krachtig, maar al vrij snel wordt het statussymbool in de weg gezeten door de zeer kwetsbaar ogende, bungelende piemeltjes verder onderaan de vaas. En wordt men eraan herinnerd dat alles wat omhoog gaat, ook weer naar beneden zal komen. Het is ook ineens heel duidelijk waarom de geslachtsdelen van de standbeelden uit de oudheid zijn verdwenen als je deze ziet hangen. De gaten waar de bloemen in moeten worden gestoken krijgen door de aanwezigheid van de piemels een erotische lading en verworden tot monden, vagina’s en anussen. De bloemmotieven op de bovenste helft van de vaas zijn lieflijk en kleurrijk. Ze roepen beelden op van een mooie tuin en cruisen door een homo-erotisch paradijs vol beschikbare openingen. Op de onderste helft van de vaas lopen de levendige rode, gele, groene en blauwe kleuren door, maar de bloemen- en plantenelementen zijn met meer folkloristische stijl geschilderd en roepen associaties op van het kleurrijke Quimper-serviesgoed. De Delfts blauwe waterdragers presenteren daardoor niet alleen hun openingen, maar krijgen zo ook een grappige lading als eclectische versiering op een onhandige theepot met zeven tuiten.
Over deze vaas was Rijk zelf kort: “best wel plat,” zijnde pornografisch – het synoniemenwoordenboek vatte daarna geheel uitgeput spontaan vlam. “De representatie van de beeldcultuur van en over homo’s die ik heb weergegeven, de afbeeldingen op mijn werk, spieren, haar, leer, drukken op alle knoppen voor mij als homo.”
Deze piemelvaas had wellicht geen intentie van gelaagdheid behalve erotiek, maar door de textuur van de vleselijke details van de monoliet bovenaan, de tastbaarheid van de lichamen van de waterdragers en hun bungelende geslachtsdelen ontstaat er allerlei reliëf. De erotische lading van de vaas komt zo extra goed naar voren.
9.
Voor Rijk is homo zijn een motief; hij maakt er werk over en het is een essentieel, onderscheidend kenmerk, maar hij is, zoals hij zelf zegt, geen homokunstenaar en maakt ook geen homokunst. Seksuele identiteit als fundamentele, innerlijke waarheid of allesbepalend kenmerk is een onbewijsbaar idee over een persoon en hetzelfde geldt voor de kunst die iemand maakt. Niemand wil – en kán in feite – opgezadeld worden met de last van zulke representatie. Het leidt onvermijdelijk tot wegzakken in een moeras van schijnzekerheden en faux universaliteit.
In Queer Forms wil Ramzi Fawaz een brug slaan tussen identiteitsdenken en de, volgens hem, quasi vrijheid en flexibiliteit van “queer fluidity” dat ook weer als een normatief denkpatroon kan gaan fungeren als door die uitdrukking specifieke en verschillende identiteiten niet kunnen bestaan of geen ruimte krijgen. Queer vormen daarentegen zijn “een soort gedaanteverandering.”6 Gedaanteverandering illustreert hoe individuen hun zelfbeeld in de loop van de tijd betekenisvol vormgeven en hervormen, en de manieren waarop feministische en queer vormen evolueren, opnieuw verschijnen of meer aspecten kunnen onthullen naarmate ze door verschillende doelgroepen worden opgepakt en geïnterpreteerd. De kunst van Rijk kan gezien worden als een ‘queer vorm.’
Een queer vorm is elke materiële vorm, constructie of patroon dat gearticuleerd is naar of een aspect van gender en seksuele non-conformiteit of divergentie bevat. Daarbij tonen queer vormen ook de verschillende aspecten van gender en seksualiteit, waardoor deze toegankelijk worden voor onze perceptie en uitnodigen tot interpretaties die blijk geven van de veelzijdige dimensies van gender en seksualiteit.
Via een vorm, in dit geval keramiek waarvan een deel afbeeldingen van homo’s heeft, kan een aspect van seksualiteit en gender zichtbaar worden gemaakt en besproken worden, hier de homoseksuele erotiek en een deel van de beeldcultuur van en voor homo’s zoals Rijk die ervaart en tegenkomt, en die hij vervolgens transformeert naar een nieuw medium, een nieuw en ander niveau. Zie bijvoorbeeld Zonder titel (Sebastiaan), en de afbeelding daarnaast. De man op de foto voldoet aan veel clichés over hoe een homo eruit ‘moet zien.’ Zeer gespierd, harig met een klein zwembroekje. St. Sebastiaan werd veelvuldig gebruikt om mannelijk naakt te verbeelden. De twee werelden komen hier samen om na te denken over de verheerlijking van mannelijk naakt en (voor de hand liggende) perfectie. Door het pad te volgen van transformatie en vernieuwing worden we geholpen om niet te lang te blijven hangen bij potentiële ideologische betekenissen, of “hun waargenomen authenticiteit in het weerspiegelen van de daadwerkelijke ervaringen van seksuele minderheden,”7 maar kunnen we kijken naar het creatieve vermogen om nieuwe verbindingen te leggen, ideeën en beelden te scheppen waardoor we weer verder kunnen praten met elkaar.
Noten:
- Klein, Jacky. Grayson Perry. Thames & Hudson Londen, 2005. p. 17 (vertaling M.B.)
- Fawaz, Ramzi. “For the Sake of Appearing: On the Diversity of Queer Forms.” Qui Parle: Critical Humanities and Social Sciences, Volume 34, Nummer 1, juni 2025. p. 28 (vertaling M.B.)
- Tilroe, Anna. De blauwe gitaar. Querido’s Uitgeverij Amsterdam, 1997. p. 92
- Brinkema, Eugenie. “The Enduring Problem: An Interview about Form.” Qui Parle: Critical Humanities and Social Sciences, Volume 34, Nummer 1, juni 2025. p. 245 (vertaling M.B.)
- Brinkema, Eugenie. “The Enduring Problem: An Interview about Form.” Qui Parle: Critical Humanities and Social Sciences, Volume 34, Nummer 1, juni 2025. p. 246 (vertaling M.B.)
- Fawaz, Ramzi. Queer Forms. New York University: New York, 2022. p. 10 (vertaling M.B.)
- Fawaz, Ramzi. Queer Forms. New York University: New York, 2022. p. 44 (vertaling M.B.)