Restjes lipstick op glanzende oppervlakken – over Baby Reni’s tentoonstelling BEUTE
‘Het toeval wil dat Irene Ha en ik allebei een oma hebben die in een naaiatelier heeft gewerkt. Er zijn een paar vaardigheden, die aanvoelen alsof ik ze altijd al heb gehad, die ik eigenlijk alleen maar via mijn moeder van mijn oma kan hebben gekregen. Ik kan bijvoorbeeld voelen van wat voor stof een kledingstuk is gemaakt en weet waar ik naar moet kijken om te zien of het stevig en goed in elkaar gezet is. Ik kan zien welke stoffen snel zullen slijten of na een paar wasbeurten slecht zullen vallen.’ Linde van Wingerden spreekt in aanloop van haar tentoonstelling BEUTE bij Das Leben am Haverkamp met Irene Ha, de kunstenaar achter Baby Reni. Een persoonlijk gesprek over de dubbele kant van mode, schoonheidsidealen, ambacht en gevoel voor gemeenschap.
Wanneer ik Irene Ha, de kunstenaar achter Baby Reni, op zoek in de tentoonstellingsruimte van Das Leben am Haverkamp, is die nog leeg. Maar als ze me vertelt over haar plannen, begin ik duidelijk voor me te zien hoe het gaat worden. Het wordt een showroom, met aan de muren enorme foto’s die zo uit een glam beauty campaign lijken te komen. Ik stel me voor hoe ik er naar binnen loop. In mijn ooghoeken zie ik iets glimmen. De ruimte is zo gecomponeerd dat mijn oog als vanzelf naar de elegante displays toegetrokken wordt. Er wordt hier duidelijk iets aan me verkocht en ik weet meteen dat ik het wil hebben. I’m just a girl. Mijn hand rust al op mijn portemonnee in mijn broekzak. Verlangend loop ik naar de displays toe, maar die zijn leeg. Vreemd. Ik wil het hebben. Maar het is me niet helemaal duidelijk wat ‘het’ is.
Eén: de etalage
Ha heeft mode gestudeerd aan de Gerrit Rietveld Academie en is via die weg in de beeldende kunst terechtgekomen. Toen ik haar interviewde, vertelde ze me dat in haar kindertekeningen altijd een waslijn voorkwam, en dat ze aan die waslijn de kleding tekende die ze wilde hebben. Zelf hield ik als kind niet echt van tekenen, behalve in mijn TOPModel kleurboeken. Alle pagina’s waren gevuld met dezelfde zes tot acht meisjes, voor wie je zelf de kleding kon tekenen. Ik bedacht zorgvuldig op elkaar afgestemde outfits voor de meisjes en kleurde ze in met mijn favoriete kleurpotloden. Als ik me verveelde, bladerde ik door het boek en keek naar mijn eigen creaties. Ik stelde me voor hoe het zou zijn om ze zelf aan te hebben. Net als Ha was ik al heel vroeg verliefd op mode.
In mijn tienerjaren werd de obsessie alleen maar sterker. Ik spitte modeblogs en -tijdschriften door en knipte foto’s uit om op te hangen in mijn slaapkamer. Elk seizoen wist ik van alle grote modehuizen hoe hun laatste collectie eruitzag. Outfits van celebrities probeerde ik te kopiëren met wat ik van mijn kleedgeld kon kopen bij de Zara. Er waren in die tijd veel dingen waar ik geen grip op had: de sociale dynamieken van middelbare schoolklassen waren vrij ondoorgrondelijk voor me en het lukte me maar niet om de small talk ‘goed’ te doen. Maar over mijn kleding had ik wel de volledige controle. Ik kon mezelf op laten vallen of in de menigte laten opgaan. Ik kon een jurkje met bloemenprint combineren met een enorme leren jas, daaronder afgetrapte legerkisten. Ik kon elke dag weer iemand anders zijn.
Er is iets ontroerends aan een jong meisje met een liefde voor mode. Ze heeft een eerste manier gevonden om zichzelf in de wereld te zetten zoals ze zichzelf ziet. Of zoals ze graag zou willen zijn. Maar er zit ook iets ongemakkelijks aan. In hoeverre wordt ze door de wereld deze kant op geduwd? Ik vraag me soms af waarom ik als kind eigenlijk nooit heb geleerd om dingen te bouwen, zoals mijn broertje, die altijd met zagen en hamers in de weer was. Ik was eindeloos de kleding van mijn poppen aan het omwisselen en de manen van mijn My Little Pony’s aan het vlechten. Niet dat ik dat niet leuk vond, maar hoeveel had ik te kiezen in een kinderwereld waarin het nou eenmaal zo leek te horen, waarin me vooral speelgoed werd aangereikt dat draaide om het uiterlijk? Zo kreeg ik als kind al onbewust de boodschap ingefluisterd dat dat het beste was wat ik kon zijn: mooi.
De tentoonstelling BEUTE is ingericht als showroom zonder product. De titel van de tentoonstelling verwijst naar een typefout die Baby Reni’s vaste fotograaf Nikola Lamburov maakte toen hij hun gezamenlijke drive-map “BEAUTY” wilde noemen. Lamburov en Ha hebben nauw samengewerkt aan het concept voor de tentoonstelling, dat ontstond uit het idee om samen een editorial te schieten voor een tijdschrift.
De titel BEUTE is niet alleen het gevolg van een typfout, het verwijst ook naar een Duits woord, dat buit of prooi betekent. Het doet me denken aan hoe ik tijdens mijn tienerjaren steeds minder op mijn gemak was in de winkelstraten waar ik naar schatten zocht. Waar het eerst voelde alsof ik mijn nieuwe kleding buit had gemaakt, begon ik me later steeds meer te voelen alsof ik zelf als buit de winkels binnen werd gehaald. Of werd ik tot perfecte buit gemaakt voor een man? Oogverblindend mooi, met de huid van een kind, op hoge hakken waarop ik niet weg kan rennen.
Achter de glanzende etalage gaat een duistere wereld schuil, dat weten we allemaal. Ik hoef je niets uit te leggen over sweat shops, landfills, massaconsumptie en polyester. Zelf kwam ik er aan het einde van mijn tienertijd achter dat het volgen van trends eigenlijk niets anders betekent dan dat je de hele tijd kleding aan het wegdoen bent en weer iets nieuws moet kopen. Ik sloeg de modetijdschriften open die ik de jaren daarvoor zo lief had gehad en kon niets anders zien dan geldgraaierij en overdreven luxe. Alles eraan voelde nep. Mijn jeugdliefde was verworden tot iets waarvan ik walgde.
Twee: het atelier
Het toeval wil dat Irene Ha en ik allebei een oma hebben die in een naaiatelier heeft gewerkt. Er zijn een paar vaardigheden, die aanvoelen alsof ik ze altijd al heb gehad, die ik eigenlijk alleen maar via mijn moeder van mijn oma kan hebben gekregen. Ik kan bijvoorbeeld voelen van wat voor stof een kledingstuk is gemaakt en weet waar ik naar moet kijken om te zien of het stevig en goed in elkaar gezet is. Ik kan zien welke stoffen snel zullen slijten of na een paar wasbeurten slecht zullen vallen. Ik trek kledingstukken aan alsof ik een collage maak op mijn eigen lichaam. Ik weet wat voor kleuren en stoffen mooi combineren en hoe ik een interessant silhouet opbouw. Het voelt zo intuïtief dat ik soms vergeet dat niet iedereen dit kan.
Het ambacht achter mode wordt vaak over het hoofd gezien. In de geschiedenis gebeurde het maken van stof en kleding, als typisch vrouwenwerk, vaak achter de eigen voordeur. Vrouwen maakten en repareerden kleding voor hun eigen familie of om wat bij te verdienen naast het huishouden. De kennis die daarvoor nodig was gaven ze door aan hun dochters. Zo werd de girl math van fijn kant, moeilijke breipatronen en ingewikkelde borduursels van generatie op generatie doorgegeven. Ondertussen hielden mannen zich bezig met de boy math van het verkopen van de stof en kleding voor veel meer geld dan ze de vrouwen betaalden die het hadden gemaakt.
Ha’s oma had een eigen naaiatelier in een Vietnamees dorp. Inmiddels is het kleine atelier overgenomen door haar tante. Er worden schooluniformen gemaakt, trouwjurken en andere traditionele kleding voor de mensen in het dorp. Ook worden er jurken vermaakt, zodat ze de drager perfect passen of opnieuw kunnen worden gedragen door iemand anders.
‘Soms denken mensen dat alles wat uit Vietnam komt fast fashion is, maar dan zien ze het craftmanship niet dat er ook is,’ vertelt Ha. Ze laat me de handgemaakte stoffen zien die ze meegenomen heeft uit Vietnam. Ook al heeft ze zelf haar hele leven in Nederland gewoond, de gemeenschapszin van het Vietnamese dorp leeft in haar voort, vertelt ze me, en in haar kunst. Daarom brengt Baby Reni de mensen met wie ze samenwerkt met zich mee naar de voorgrond. Net zoals een modemerk altijd een groepje it-girls en andere mensen om zich heen heeft met een bepaalde esthetiek, heeft ook Baby Reni een vaste fotograaf, een make-up artist en een aantal modellen met wie ze vaak samenwerkt. Vaak zijn ze net als Ha Aziatisch, altijd hebben ze eenzelfde gevoel voor mode en beauty. Ook de tentoonstelling BEUTE vloeit meer voort uit de nauwe samenwerking met fotograaf Lamburov, dan dat het het werk van Ha in haar eentje is. Ha ziet ‘Baby Reni’ dan ook niet alleen als kunstenaarsnaam, ze omschrijft het aan me als een ‘fictieve agency’.
De naam representeert niet één persoon, maar draagt het werk, de stijl en de creativiteit van vele mensen in zich. De blik wordt verlegd naar de mensen om het kunstwerk heen. Alsof de etalage een raam is waardoor je het atelier in kan kijken, de mensen kan zien terwijl ze bezig zijn met hun dagelijkse werk en de hoeveelheid zorg en aandacht waarmee het kledingstuk wordt gemaakt.
Vanuit hetzelfde gevoel voor gemeenschap is ook de Baby Reni Foundation geboren. Het is een art space in Ha’s eigen woonkamer, waar ze tentoonstellingen host van vrouwelijke en queer kunstenaars die haar werk voeden. Ze vertelt me dat ze de stem van die kunstenaars vaak mist in andere tentoonstellingsruimtes en dat ze daarom maar zelf een plek voor hen heeft gemaakt.
‘Ik wilde kijken of ik de dingen die ik heb bereikt met mijn kunstpraktijk kan gebruiken om andere mensen te laten zien die ik inspirerend vind.’ De naam Baby Reni Foundation is net als de rest van haar werk humoristisch. Het wat opgeblazen begrip Foundation wordt in perspectief geplaatst door het te gebruiken voor haar eigen woonkamer en bovendien zou het begrip ook kunnen slaan op het beautyproduct.
Vorig jaar maakte Baby Reni BOWS, een sculptuur bestaande uit twee enorme meisjesachtige strikken, één fluweelachtig zwart, de ander roze met stippen. Strikken worden vaak als decoratie en daarmee als onbelangrijk gezien, maar hier worden ze verheven tot kunstwerk. Het is komische kritiek op de tegenstelling tussen kunst en decoratie. Eenzelfde tegenstelling heft Baby Reni op door tentoonstellingen te organiseren in haar eigen woonkamer, namelijk die van het publieke tegenover het persoonlijke of huiselijke, die van de creative director tegenover de handwerker vanuit huis. Met haar kunstwerken bracht ze al de meisjeskamer naar het museum. Nu is haar eigen huis ook een museum. Het leven en de kunst vloeien in elkaar over, zijn niet van elkaar te scheiden.
Drie: de ekster
De etalage en het atelier zijn symbool gaan staan voor mijn haat-liefde verhouding met de modewereld. Van de commerciële façade heb ik me afgekeerd en ben opnieuw verliefd geworden op het vakmanschap en de verborgen geschiedenis van vrouwenwerk die erachter zit. Maar ik kan er niet omheen dat de modewereld allebei nodig heeft. Zonder de verkoop van dure parfums en tassen met logo’s kunnen de ateliers van grote modehuizen geen handwerktradities in stand houden. Maar hoe moet ik me dan voelen over mijn verloren jeugdliefde? Hoe breng ik deze twee uitersten bij elkaar?
Van Baby Reni leer ik dat dat helemaal niet hoeft. Haar werk zit vol met ogenschijnlijke tegenstellingen die naast elkaar kunnen bestaan. Kleurrijke en humoristische kunstwerken kunnen óók diepgravende inhoudelijke vragen stellen. Je kunt just a girl zijn én serieus genomen worden.
De tentoonstelling BEUTE ziet eruit als een gepolijste showroom, maar heeft ook spelfouten in de naam. Ha vertelde me lachend dat ze zich soms net een ekster voelt. ‘Als iets glimt, wil ik het hebben.’ Ik hoef niet óf de modewereld te haten óf ervan te houden. Ik hoef geen balans op te maken over de modewereld in zijn geheel om dan een definitief moreel oordeel te vellen. Ik mag de dingen die ik mooi vind eruit pikken en ze verzamelen als glimmende sieraden en kraaltjes.
Na het interview appt Ha me af en toe een foto van haar work in progress. Ze heeft de muren mintgroen geschilderd en er gaat paars tapijt gelegd worden. Ik zie de beelden uit de fotoshoot die ze heeft gekozen om op te hangen in de showroom: drie paar lippen, gestift in felle kleurencombinaties. Tussen de tanden de glanzende koker van een lipstick. De beelden zijn niet te onderscheiden van die van een high-end beauty campaign, behalve dan dat er op één van de lippenstifthulzen wat restjes lipstick zijn blijven plakken. Het doorbreekt de perfecte look van de foto, maakt het menselijk.
—
De tentoonstelling BEUTE van Baby Reni opent vrijdagavond 29 mei en is dan van 30 mei tot en met 21 juni 2026 te zien bij Das Leben am Haverkamp in Den Haag. Hier vind je meer informatie.