Alex de Vries

Schilderkunstige aandoeningen – op atelierbezoek bij Charlotte Arends

Interview
27 januari 2026

Waar andere schilders weersomstandigheden in specifieke partijen van hun doeken weergeven, is bij Charlotte Arends het schilderij zelf de windvlaag of stortbui. Over haar motivatie zegt ze: ‘Schilderen is het enige waar ik rustig van word en beter begrijp waar het in het leven over gaat.’ Alex de Vries bezocht het atelier van Charlotte Arends.

De schilderijen van Charlotte Arends (Utrecht, 1954) kennen hun gelijke niet. Ze doen weliswaar denken aan allerlei vormen van schilderkunst uit het verleden, maar zijn in die gekende stijlen niet onder te brengen.

Hun atmosferische gedaante wordt bepaald door innerlijke tegenstrijdigheden. Zo zou je haar verbeelding van de werkelijkheid als een abstract uitgevoerde vorm van hyperrealiteit kunnen ervaren, of als een realistische uitvoering van vormeloze, gevoelsmatige gewaarwordingen.

De onderwerpen die Charlotte Arends schildert ziet ze als het verbeelden van aandoeningen. Daarbij moet worden gedacht aan de manier waarop Baruch Spinoza die term gebruikte: aandoeningen als lichamelijke of psychologische krachten van buitenaf die ons handelen beïnvloeden. Een waarneming van iets buiten onszelf veroorzaakt een innerlijke beweging die je kunt verbeelden. Je bent eraan onderhevig en aan overgeleverd. Die aandoeningen, ook wel passies genoemd, kunnen je vermogen om er uitdrukking aan te geven vergroten of anderszins beïnvloeden doordat je vreugde, verdriet of frustratie ervaart.
Om die aandoeningen richting te geven, heb je verstandelijke overwegingen nodig om er uiting aan te geven. In het geval van schilderkunst hebben die betrekking op de compositie, de manier waarop je de verf aanbrengt, het formaat waarin je werkt en andere vormtechnische overwegingen. De schilderijen van Arends zijn daardoor enerzijds onderhevig aan overweldigende emoties en zijn anderzijds het gevolg van weloverwogen overdenkingen. Haar schilderijen vinden door de mentaliteit die eraan ten grondslag ligt stilistisch aansluiting bij de lyrische abstractie, maar zijn inhoudelijk geënt op intense waarnemingen en ervaringen in de werkelijkheid. Zelf spreekt ze daarom ook wel van ‘associatieve abstractie’.
De vorm- en materiaalbeheersing kent geen geometrische uitwerking of rekenkundige benadering. In haar werkwijze neemt het schilderen zelf de overhand en ontstaan er doeken die de toeschouwer overvallen zoals een sneeuwjacht dat kan doen of een storm, een zinderende hitte of dichte mist. Je ziet geen hand voor ogen, maar ondergaat het zelf aan den lijve.
Die schilderkunstige weergave is enigszins te vergelijken met de manier waarop William Turner in zijn zeegezichten weersomstandigheden weergaf als op het oog onsamenhangende samenstellingen van verfstreken die toch een visuele cohesie veroorzaken. Verder terug in de kunstgeschiedenis is de manier waarop Jacob van Ruisdael wind in ruisend bladerdek en het omringende zwerk wist te vangen een referentie.
Maar waar andere schilders dergelijke weersomstandigheden in specifieke partijen van hun doeken weergeven, is bij Arends het schilderij zelf de windvlaag of stortbui. Over haar motivatie zegt ze: ‘Schilderen is het enige waar ik rustig van word en beter begrijp waar het in het leven over gaat.’

'Wind' 1.80x1.80m 1992. Foto: Ivonne Zijp
'Mist' 1.80x1.80m, 1992. Foto: Ivonne Zijp
'Exterieur' 1.50x1.50m 2022. Foto: Ivonne Zijp

Charlotte Arends groeide op in Utrecht in een gezin van vijf kinderen. Haar moeder was negenendertig toen Charlotte werd geboren. Haar vader werkte bij de NS in het markante gebouw met de bijnaam de Inktpot en ze woonden in de wijk Zuilen aan de Vecht. Haar moeder was lid van de Unie voor Vrouwelijke Vrijwilligers en was actief voor het Leger des Heils. De oudste broer van Charlotte werd in 1940 geboren in Zevenbergschen Hoek waar het gezin naar uitgeweken was vanwege de dreiging van een Duits bombardement op het NS-kantoorgebouw. Daar beleefden ze angstige tijden die van invloed waren op de verstandhoudingen binnen het gezin. Haar vader was weliswaar een lieve, zachtaardige man, maar stelde zich toch autoritair op om zich te handhaven.
Door de functie van haar vader als topambtenaar bij de NS kon het gezin vrij met de trein reizen waar Charlotte al jong veel gebruik van maakte en Europese steden bezocht. Als kind tekende ze veel en schreef dagboeken.

Na de middelbare school ging Charlotte Arends in Nijmegen studeren waar hoogleraar Han Fortmann (1912-1970) cultuur- en godsdienstpsychologie had geïntroduceerd.
‘Ik heb er tweeënhalf jaar gestudeerd, maar ik vond de sfeer op de universiteit niet fijn. Het was me te politiek en te eenzijdig feministisch. Toen ik door ziekte een tijd niet op de universiteit kwam, zag ik van de ene op de andere dag helemaal niemand meer en daar raakte ik door van streek. In 1976 besloot ik me aan te melden voor de kunstacademie in Arnhem waar ik in 1981 zou afstuderen. In die jaren was Arnhem een van de meest experimentele kunstopleidingen. Ik had er les van Johan de Haas, Jan Willem Smeets, Evert Maliangkay, Han Janselijn en Marten Hendriks.
Van Jaap van den Ende leerde ik tijdens latere studiejaren hoe je eerst een plan maakt, opties uitwerkt in tekeningen, foto’s verzamelt en informatie opzoekt in de krant voordat je begint te schilderen. Van de Ende had een werkwijze waarbij hij door nevenschikking – juxtaposition – beelden met elkaar confronteerde. Ik had een andere manier van werken en wilde “gewoon” schilderijen maken, terwijl het toch de tijd was van performances, video en film.
Ik leerde op de academie ook Bas Maters (1949-2006) kennen die de afdeling Architectonische Vormgeving/Monumentaal leidde. We raakten bevriend en later zou ik met hem een relatie krijgen van 1998 tot zijn plotselinge dood.
Tussen mijn tweede en derde jaar aan de academie heb ik in mijn eentje een half jaar door het Oosten en midden van de Verenigde Staten gereisd waardoor mijn kijk op de schilderkunst werd beïnvloed met name door de New York School.’

Door de werkwijze van Jaap van de Ende leerde Charlotte Arends helderheid in het creatieve proces te ontwikkelen door te benoemen en te bestuderen waar haar belangstelling naar uitging. Ze verdiepte zich in de fundamentele schilderkunst en bezocht als opdracht van de academie voor het project Nieuwe Schilderkunst Rudi van de Wint (1942-2006) op zijn atelier. Daarin werd ze begeleid door onder anderen theoriedocent en kunstenaar Han Janselijn (1940-2005) die haar reportages en interviews liet maken.

'Hesters kamer' 2x2m 2003. Foto: Ivonne Zijp
'Amazing Yellow' 1x1m 1997. Foto: Ivonne Zijp

Na haar eindexamen in 1981 deed ze de tweejarige master aan de Jan van Eyck Academie in Maastricht waar ze vooral werkte aan een reeks shaped canvases, oorspronkelijk een manier van bewerken van het schilderdoek door neo-constructivisten, maar in de werkwijze van Arends vooral gevoelsmatig uitgewerkt.
‘In iedere vorm van het doek zocht ik naar een persoonlijke eigenschap. In Arnhem had ik eigenlijk niet veel geleerd over schildertechniek. In Maastricht was een werkplaats waar restaurator IJsbrand Hummelen ons begeleidde. Het was een laboratorium waar ik experimenteerde met de transparantie van olieverf en lijmsoorten om doeken te preparen. Ik had er onder anderen Piet Dirkx als medestudent en na het afstuderen in 1983 begon ik in Arnhem mijn zelfstandige beroepspraktijk. Ik deed mee aan een groepsexpositie van achttien jonge kunstenaars in Galerie Nouvelles Images in Den Haag en ik kon het goed vinden met galeriehouder Ton Berends, maar toen hij de galerie overdroeg aan Erik Bos verdween ik daar uit beeld. Ik exposeerde wel bij Pieter Stoop in Eindhoven en in het Arnhems Gemeentemuseum en was in 1985 betrokken bij de organisatie van de manifestatie Kunst/Crisis of Keerpunt van de Arnhemse kunstacademie in samenwerking met het kunstenaarsinitiatief Paleis voor Schone Kunsten. Het ging over de nieuwe kunstenaarsinitiatieven die in die tijd actief werden en met de manifestatie en een handgemaakte publicatie met veel originele kunstenaarsbijdragen gezamenlijk naar buiten traden. In die jaren werd de BKR afgebouwd en was het Fonds BKVB nog niet opgericht, maar ik verkocht vrij veel werk aan de Rijksdienst voor Beeldende Kunst en nam deel aan een reizende groepstentoonstelling. Daarnaast verdiende ik geld door platenhoezen te aquarelleren voor de BV Haast en maakte looppoppen van tweeëneenhalve meter als decor voor een kindertheater. Ook kreeg ik een tentoonstelling in Pictura in Dordrecht met Guus Swuste die ik van de academie in Arnhem kende. Ik werkte in die jaren in de sfeer van de fundamentele schilderkunst en omwikkelde mijn doeken met banen linnen die ik beschilderde met olieverf.’

In 1984 verhuisde Charlotte Arends naar Amsterdam waar ze in een ruimte in het gekraakte pand Loods 5 ging werken op het KNSM-eiland waar tal van kunstenaars toen ateliers betrokken. Ze deelde de loods met Rogier d’Aily en Charlotte Vonk. Hier ontwikkelde ze een voorkeur voor landschappelijke schilderijen en het uitdrukking geven aan uitzonderlijke weersomstandigheden.
Geïntrigeerd door atmosferische omstandigheden maakte ze in 1988 een reis van drie maanden door Japan langs vulkanen. Ze ontdekte een wisselwerking tussen de landschappen en de Japanse taal en zou uiteindelijk drie keer door Japan reizen om die fascinatie te voeden, contacten te leggen met plaatselijke kunstenaars die ze ook in Nederland ontving en om er te exposeren.

Eind jaren tachtig betrok Charlotte Arends een ruimte in het gebouw Edelweis, het voormalige kantinegebouw op het KNSM-terrein. Door het onbelemmerde uitzicht op de Ertshaven aan de noordkant van het gebouw waar ze werkte en op het IJ aan de zuidkant waar ze woonde, zag ze het weer voortdurend omslaan. Dat beïnvloedde haar schilderijen: groteske wolkenpartijen, regenbuien en de zonsinval observeerde ze door de opvallende raampartijen van haar atelier. De grote monstera’s in het pand legde ze vast in een serie aquarellen en schilderijen.
‘Het was het mooiste atelier dat ik gehad heb. Al dat licht! Ik kon er met gemak acht grote doeken op de grond leggen en opspannen, laten drogen en uiteindelijk met twee boven elkaar aan de muur hangen.’

Inmiddels had ze een relatie met kunstenaar Henk ter Kulve met wie ze in 1990 zoon Thorwald en in 1991 dochter Hester kreeg, maar ze gingen uiteindelijk toch uit elkaar.
Ze kreeg een baan als cursusleider bij CREA, het cultureel studentencentrum van Amsterdam waar ze uiteindelijk 25 jaar zou werken en een basisinkomen verdiende. Dat gaf haar de ruimte om in alle vrijheid haar eigen werk te ontwikkelen, maar ze nam ook opdrachten aan en voerde projecten uit, vaak in samenwerking met andere kunstenaars, in scholen en op andere plekken. Voor het gebouw Edelweis nam ze deel aan het millenniumproject waarvoor op het gebouw een zwemmende walvis werd geprojecteerd.

'Lente' 2x2m 2006. Foto: Ivonne Zijp
'Losse eindjes' 2007. Foto: Ivonne Zijp

Door de relatie die Charlotte Arends kreeg met monumentaal kunstenaar en academiedocent Bas Maters ontstonden er plannen voor samenwonen. Na lang zoeken vonden ze een groot huis met werkruimtes in De Steeg en verliet Charlotte Arends met pijn in het hart Edelweis: ‘Ik moest mijn twee grote werktafels achterlaten. Ze pasten niet door het trapgat.’
Daar stond tegenover dat het huis in De Steeg aan de rand van de Veluwezoom andere vormen van natuur- en weersbelevingen met zich meebracht wat haar schilderijen nieuwe impulsen gaf. Voor het eerst maakte ze aan de bosrand intensief het ontluiken van de natuur in de lente mee waar ze schilderijen en keramiek over maakte. Aardewerk was voor haar een nieuw materiaal dat ze via Peter Krijnen leerde kennen.
‘Ik ben een schilder en geen keramist, maar ik heb zonder ambachtelijke know how veel in dat materiaal gepresenteerd. Ik heb geprobeerd zo dun mogelijke, opengewerkte schaalvormen te maken. Je moet uitkijken als je ze oppakt want ze breken onder je handen. Door het plotselinge overlijden van Bas in 2006 kwam ik als schilder tijdelijk op een dood punt en met keramiek heb ik de zinnen weten te verzetten.’

In het overlijdensjaar van Bas Maters had Charlotte Arends een solotentoonstelling in Kunsthuis 13 in Velp, georganiseerd door Nicolette van der Wal en Peter Nijenhuis. In de brochure bij de expositie schreef Charlotte Arends: ‘De inspiratie voor mijn schilderijen put ik uit de onophoudelijke stroom indrukken uit de wereld om me heen. Bijvoorbeeld: harde wind die in mijn gezicht blaast… het aanzwellen of afnemen van geluiden om me heen, muziek… het magnetisch veld van de zon, het heelal… kleurverschuivingen in de loop van een dag, het licht dat verstrijkt… de wereld onder water als ik duik… of beelden uit mijn herinneringen en dromen. De schilderijen ontstaan vanuit het samenspel van mijn zintuigen en het voortdurend in beweging zijn van de natuurverschijnselen. Beweging is mijn grootste fascinatie. Mijn werken zijn dus “gestolde momenten” van tijd en ruimte.’

'Chess 1' , 1,25x1.25m 2022. Foto: Ivonne Zijp
'Daar ga je!' 1.70x1.70 2023. Foto: Ivonne Zijp

Meer en meer laten de schilderijen van Charlotte Arens een universele verbeelding zien. Wat haar lijfelijk en gevoelsmatig overkomt spiegelt ze aan de ongrijpbaarheid van het uitdijende heelal. Ze toont aan dat de waarneming van de werkelijkheid meer is dan een visuele analyse en vooral ook een spirituele manier is om te ondergaan wat je ervaart in en beleeft aan het kijken. Ze integreert die gewaarwording in haar verbeelding. Wat je precies bij haar ziet is niet altijd te duiden, maar als je aan die beperkte opvatting voorbijgaat, zijn haar schilderijen waarachtige uitdrukkingen van de zin van het bestaan.
Het schilderij van de slaapkamer van haar dochter laat zich zo ervaren. Er valt geen verdwijnpunt of perspectief in te ontwaren, maar er is wel in opgelost hoe het schilderij tot stand is gekomen. Aan de herleidbare herkomst van het doek wordt tegenwicht geboden door de aanduiding van een onkenbare en onzekere toekomst.

In het schilderen is Charlotte Arends nergens bang voor. De laatste twintig jaar is ze tot de slotsom gekomen dat alles is toegestaan. Het schilderij staat als zodanig los van alles en is waar en gerechtvaardigd in zichzelf.
‘Het komt voor dat ik vier uur lang heb geschilderd in een drift om eruit te komen en absoluut niet meer weet wat er is gebeurd, maar ik heb dan wel een schilderij gemaakt.’

'Groen in de gang' 2x2m 2024. Foto: Ivonne Zijp
Advertenties

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar advertenties@mistermotley.nl

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

* verplicht