Maurits de Bruijn

Stenen sterven niet, over het Holocaust Namenmonument

Column
28 september 2021

Maurits de Bruijn over het onlangs onthulde Holocaust Namenmonument, waaraan de namen van zijn grootouders en hun twee dochters werden toegevoegd.

Na de onthulling moest ik nog een week wachten tot ik het Holocaust Namenmonument met mijn familie zou bezoeken. Maar dat kon ik niet. Een deel van me was rusteloos over de net geopende gedenkplaats. Ook al had ik de namen van mijn grootouders en hun twee dochters op de daarvoor ingerichte website ingetikt, waarop een virtuele weergave me heel netjes en robotachtig naar de plek leidde die voor hen was ingericht. Toch maakte ik me zorgen, kon ik niet zomaar aannemen dat mijn vier familieleden daadwerkelijk ieder hun baksteen hadden gekregen. Ik moest het met eigen ogen zien.

Daniel Libeskind, Holocaust Namenmonument, 2021

Het was maandagavond, de Amsterdamse binnenstad bereidde zich voor op een kalme nacht, maar door de gangen van het monument krioelden veel voorovergebogen mensen, hun ogen scherp stellend op de tekst die op de stenen wanden prijken. Het Namenmonument geeft plaats aan de 102.000 Nederlandse Joden, Sinti en Roma die zijn vermoord tijdens de Holocaust. Van ieder van hen is de naam, geboortedatum en de leeftijd waarop ze stierven in een baksteen gegraveerd. Vooral dat laatste ontsluit veel over de mensen die achter de namen schuilgaan. De boodschap die mij die maandag bereikte was dat ik inmiddels ouder ben dan mijn beide grootouders zijn geworden, en mijn leven zich nu uitstrekt waar dat van hen ophield, en alle jaren die ik aan mijn leven mag toevoegen dus niets minder dan een ultiem voorrecht zijn.
Het bouwwerk is een labyrintachtig gangenstelsel met een aantal open plekken dat een meter onder het straatniveau ligt, waardoor de bezoeker afscheid kan nemen van het verkeersgeweld van de Weesperstraat en afdaalt naar een stad in een stad. Eén die aan de doden toebehoort. Dat labyrint zorgt ervoor dat het de bezoeker niet zal lukken overzicht te krijgen, het totaal overzichtelijk te maken. Als het monument iets zegt, is het dat de realiteit die het moet weerspiegelen groots en complex is.

De boodschap die mij die maandag bereikte was dat ik inmiddels ouder ben dan mijn beide grootouders zijn geworden, en mijn leven zich nu uitstrekt waar dat van hen ophield, en alle jaren die ik aan mijn leven mag toevoegen dus niets minder dan een ultiem voorrecht zijn

Architectuur is een taal, zo luidt de titel van de Ted Talk die architect Daniel Libeskind negen jaar geleden hield. Die leus heeft hij in dit ontwerp behoorlijk letterlijk genomen: de afzonderlijke vier muren van het monument vormen van bovenaf ieder een Hebreeuws karakter. Samen maken ze de zin: In herinnering aan. Die keuze kwam mij in eerste instantie nogal simplistisch, letterlijk, bijna plat over. Maar daags na de opening zag ik iemand verheugend tweeten over het moment waarop het Namenmonument op Google Earth zou verschijnen. Het zou, vanwege die letters, op digitale kaarten een nadrukkelijke aanwezigheid krijgen, iets wat ik me eerder niet had gerealiseerd, maar de keuze voor het specifieke bovenaanzicht wat mij betreft rechtvaardigt. Want zodra de gedenkplaats aan de stadsplattgrond wordt toegevoegd, maken die tekens het tot meer dan een gedigitaliseerd monument, eerder een uitroepteken, een correctie op het verleden. Iemand, of liever gezegd iets dat zegt: Er was hier, in deze wijk, leven, een hele cultuur, die niet kan worden weggeveegd.

Daniel Libeskind, Maquette Holocaust Namenmonument
Daniel Libeskind, Holocaust Namenmonument, detail, 2021

De beide ouders van Libeskind (1946) zijn Holocaust-overlevenden. Achtenzestig van hun naaste familieleden overleefden de genocide niet. Daniel groeide op in de schaduw van de Tweede Wereldoorlog, in Polen. Toen hij 11 was, verhuisde het gezin naar Israël waar het zich in een kibboets vestigde. Twee jaar later toog de familie naar New York, aan boord van een van de laatste migrantenboten. Daniel was onder andere verantwoordelijk voor het ontwerp van het Joods Museum in Berlijn, een uitbreiding van het Denver Art Museum en het monument voor het New Yorkse World Trade Centre.
Het Nederlands Auschwitz Comité dat het plan voor het monument heeft gevat, presenteerde het ontwerp van Libeskind al in december van 2016 maar de bouw liep veel vertraging op.

Daniel Libeskind, Holocaust Namenmonument, 2021

Buurtbewoners streden jarenlang tegen de komst van het monument. Ze maakten zelfs bezwaar bij de rechter om de bouw te blokkeren. Het zou te groot, te invasief en te confronterend zijn. Het lastige en onderscheidende aan architectuur is dat het zich dient te conformeren aan regelgeving, wetten, wensen van anderen, aan het verwachte, zei Libeskind eens in een interview. Dat geldt voor dit ontwerp zeker. Een stad is voor de levenden, voor reuring en gezelligheid. Blijkbaar verlangden de omwonenden geen monument, maar een terras, stadstuin of speeltoestellen. Of ze hoopten dat de plek precies zou blijven zoals die was.
In plaats daarvan is er nu een symbolisch graf van 102.000 mensen in hun wijk verrezen. Want, zo zei Libeskind zelf tijdens een toespraak in De Balie begin september: ‘We moeten ons realiseren dat deze mensen nergens zijn begraven.’ Hij ziet het monument als een gebaar waarmee de namen van deze mensen weer worden teruggegeven aan het publieke domein. En in dat domein levert het frictie op. Misschien moet dit monument dat ook wel doen.

De bakstenen waaruit het Namenmonument is opgemaakt, symboliseren voor mij de huizen die in het geval van mijn familieleden tegen de vlakte zijn gegooid en die in zoveel andere gevallen onbewoond achterbleven om door anderen te worden gekaapt. Met deze stenen is het alsof een ieder die slachtoffer is geworden van de Nazi’s een huis, hoe klein ook, heeft terugveroverd. Afgezet tegen de spiegels die de bovenste helft van het monument vormen, zijn de bakstenen hun alledaagse, gegronde, aardse tegenhangers.
Het monument kent nog een soort stenen: spierwitte kiezels die in het centrum van het bouwwerk zijn verzameld, en daar kunnen worden opgepakt om bij een specifieke naam of familie neer te leggen. Er doen verschillende verklaringen de ronde over dit Joodse gebruik, de meest gehoorde is dat deze stenen helpen de ziel van de overledene op aarde te houden. In tegenstelling tot bloemen, die verwelken en zo de kwetsbaarheid van het leven vertegenwoordigen, zijn stenen voor eeuwig, net als de herinnering aan de doden.

Met deze stenen is het alsof een ieder die slachtoffer is geworden van de Nazi’s een huis, hoe klein ook, heeft terugveroverd

De spiegels vertegenwoordigen in mijn ogen het bovenaardse, ongrijpbare, mysterieuze en vervliegende dat zo kenmerkend is voor de dood in het algemeen en in het bijzonder voor de moorden op deze 102.000 mensen, die zich buiten het oog van de gemeenschap hebben afgespeeld, in andere landen, bijna te ongelofelijk om waar te zijn . Maar de spiegels kennen nog een functie, zo zag ik toen ik de gedenkplaats voor een tweede maal bezocht. Een vriendin en ik hadden net de nabijgelegen Hortus Botanicus van Amsterdam bezocht, en ik vroeg haar of ze even meeging. Ik merkte dat ik wilde dat het monument een alledaagse aanwezigheid zou worden in mijn leven, iets dat ik kon integreren, iets heel gewoons.
Toen we het monument naderden merkte mijn vriendin op dat de spiegels hun omgeving reflecteren, vanuit ons standpunt zagen we de spiegeling van de lelijke, onbestemde nieuwbouw van de Weesperstraat. Ook de voorbijgangers die doorfietsen, wandelen en scooteren werden het monument ingetrokken. En zo, besloot ik, wordt de namenwand onderdeel van zijn omgeving. Of die omgeving dat nou wil of niet.
Het is precies die brutale aanwezigheid die een groot contrast vormt met eerdere Holocaustmonumenten die door joodse gemeenten en organisaties in Nederland werden geïnitieerd. Die waren subtieler, in parkjes verstopt, soms ontoegankelijk voor het grotere publiek, die waren een fluistering.
Mijn sinistere kant stelt zich voor hoe de buurtbewoners die zich tegen de komst van het monument keerden zichzelf af en toe, in het voorbijgaan, zullen terugzien in de spiegeling van het bouwsel. Wellicht zullen ze zich afvragen waarom ze zo volhardend hebben gestreden tegen een eerbetoon aan de mensen wier nazaten in een andere, meer rechtvaardige wereld hun buren waren geweest, de vriendjes van hun kinderen, de koosjere slager op de hoek, of de oude mensen die op bankjes hadden moeten zitten.

Het is precies die brutale aanwezigheid die een groot contrast vormt met eerdere Holocaustmonumenten die door joodse gemeenten en organisaties in Nederland werden geïnitieerd

Afgelopen zondag bezocht ik het monument met mijn familie. Even overwoog ik dat derde bezoek mee te nemen in dit stuk, dit stukje. Maar ik besloot dat niet te doen. Die familiehereniging (en met hereniging doel ik niet op mijn levende familieleden) moet precies en alleen dat zijn: intiem, privé, van ons. Het moment waarop we, drie generaties, op de plek stonden die het missen van de twee voorgaande generaties symboliseert, dat moment mocht zijn wat het was, zich al fluisterend en zoekend voltrekken. Er is al zoveel van ons verhaal dat in de handen van anderen is terechtgekomen.

Bekijk hier het Holocaust Namenmonument digitaal.
Bekijk hier de website van het Holocaust Namenmonument
Maurits schreef het boek Ook mijn holocaust dat via deze link te bestellen is.

Advertenties

Ook adverteren op mistermotley.nl ? Stuur dan een mail naar advertenties@mistermotley.nl

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

* verplicht

Meer Mister Motley?

Draag bij aan onze toekomstige verhalen en laat ons hedendaags kunst van haar sokkel stoten

Nu niet, maar wellicht later