Voordat we cultuur werden waren we natuur – over We Once Were One van Femmy Otten

Column
27 maart 2026

We Once Were One (2022) van Femmy Otten deed Maurits de Bruijn eerder denken aan het inluiden van een nieuw tijdperk. Een waarin vrouwen ruimte innemen. Maar wanneer hij het werk tegenkomt bij Metamorfosen in het Rijksmuseum Amsterdam trekt hij een andere conclusie. ‘Wat me inmiddels treft aan de titel is dat ze op het hout slaat. Wij mensen en het hout waren ooit één. Voordat we cultuur werden waren we natuur. Zo bezien verwijst deze sculptuur niet naar een nieuwe machtsorde, maar verwerpt ze het idee dat er überhaupt sprake is van een hiërarchie.’

De eerste keer dat ik haar zag, werd ze in het Stedelijk Museum Schiedam omringd door andere sculpturen van Femmy Otten. Maar ook toen ging ze niet in de ruimte op. Daar is ze te groot voor. Ook in de op een na laatste zaal van Metamorfosen in het Rijksmuseum torent We Once Were One boven de rest uit. Dat maakt haar imposant. En een beetje intimiderend.

Metamorfosen is samengesteld rond de gelijknamige oertekst van Ovidius, een omvangrijk gedicht vol mythologische hertellingen waarin mensen, planten, dieren en goden voortdurend van gedaante wisselen. De tentoonstelling brengt klassieke en hedendaagse werken samen in zalen die rond een van die mythen zijn georkestreerd. Zo krijgt de bezoeker in een ruimte verschillende vertalingen van Narcissus voorgeschoteld, een zorgvuldig en rijk opgesteld kunstgeschiedenisseminar in drie dimensies dus.

We Once Were One (2022) is een totempaal. Haar gestalte is uit het hout van een deels intacte lindenboom gesneden. Ook dat handwerk imponeert. En dan is er nog de enorme, uitwaaierende vulva, die de gestalte aanneemt van een mantel, en daarmee zowel omhulsel als binnenste verbeeldt. In elk geval niet iets dat met schaamte van doen heeft.
Op haar achterhoofd heeft Otten haar geen knot maar een piemel gegeven. En juist dat geslachtsdeel roept met zijn vorm en plaatsing wel het idee van gêne op.

We Once Were One van Femmy Otten op zaal in het Rijksmuseum

In eerste instantie dacht ik niet dat de sculptuur tweeslachtig was, eerder dat ze een nieuw schoonheidsideaal en tijdperk symboliseerde: een waarin vrouwen zich niet meer laten beknotten, maar ruimte innemen. Die lullige piemel bevindt zich niet voor niets achter haar. Dat artefact symboliseert het voorbije tijdperk van fallusvormig machtsvertoon, het gedrag dat we nu de rug toekeren.

Op die manier duidde ik We Once Were One in het Stedelijk Museum Schiedam en in het Rijksmuseum, terwijl de titel toch zo duidelijk naar het verleden verwijst. Inmiddels ben ik dichterbij een andere lezing. Deze totempaal luidt helemaal geen nieuw tijdperk in. Wat me inmiddels treft aan de titel is dat ze op het hout slaat. Wij mensen en het hout waren ooit één. Voordat we cultuur werden waren we natuur.
Zo bezien verwijst deze sculptuur niet naar een nieuwe machtsorde, maar verwerpt ze het idee dat er überhaupt sprake is van een hiërarchie. Het werk lijkt te pleiten voor een einde aan de hiërarchie tussen mens en boom, mens en dier, man en vrouw, het differentiedenken dat ten grondslag ligt aan zo’n beetje alle onrechtvaardigheid die mensen hebben weten te creëren.
Een einde dus aan het klassieke denken, aan het idee van de kosmos – dat letterlijk orde betekent. Een geordend geheel waarin volgens Aristoteles de goden de bovenste trede bezetten, daaronder de mens, daar weer onder de dieren, gevolgd door de planten om tenslotte uit te komen bij de stenen en de aarde. Met iedere trede omlaag verminderde het bewustzijn van de betreffende groep. En precies die hiërarchie bezigen we nog steeds. Die maakt dat wij mensen denken over de dieren te kunnen heersen, over de planten, over de stenen en aarde.

Femmy Otten - We Once Were One. Foto: Gert Jan van Rooij
Femmy Otten - We Once Were One. Foto: Gert Jan van Rooij

Nee, We Once Were One appelleert aan de chaosmos, een vlechtwoord van chaos en kosmos, een term die werd gemunt door James Joyce en later door Gilles Deleuze en weer later door Félix Guattari werd overgenomen. De chaosmos representeert de constante dans en uitwisseling tussen orde en wanorde, tussen harmonie en dissonantie, herhaling en verschil, vrijheid en regels. Een begrip dus dat recht doet aan de constante beweging waarin we ons bevinden en schijnbaar onverenigbare ideeën die helemaal niet zonder elkaar kunnen bestaan.    
Het is een concept dat aantoont dat alle onderscheid mensgemaakt is. En dat een staat van beweging, van verandering en metamorfose, de enige constante is.

Femmy Otten - We Once Were One. Foto: Gert Jan van Rooij

Metamorfosen is nog tot en met 25 mei 2026 te zien in het Rijksmuseum.

Advertenties

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar advertenties@mistermotley.nl

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

* verplicht