Wat de katholieke kerk me is verschuldigd – over Godsworth van Jesse Darling
‘Een van de talloze gebaren die Godsworth herbergt, deed me beven. Sec gezien is het een blauw zeil, zoals zoveel van de aanwezige spullen afkomstig uit de bouwwereld, maar Jesse wist het zo te arrangeren dat de toeschouwer een mantel ziet.’ Maurits de Bruijn bezocht de solotentoonstelling van Jesse Darling in de Oude Kerk en werd geraakt door hoe Darling met materialen uit de marge een nieuw thuis weet te scheppen.
Een vrijdagochtend, de Oude Kerk in Amsterdam. Een week die werd opgeschud door het overlijden van een dierbare. Misschien dat dat me naar die plek trok. De kennis die me vergezelde omhelsde me. We vluchtten naar een devotiekapel.
Daar vonden we een gietijzeren tafeltje, een rits waxinelichtjes, een deel dat was ontstoken. Ik greep een vers kaarsje, stak het aan met een vuur dat al vlamde in plaats van de gasaansteker te gebruiken.
‘Heb je een euromunt,’ vroeg de kennis, voordat ook zij een kaarsje pakte.
‘Ik geloof dat de katholieke kerk bij mij in het krijt staat,’ zei ik. ‘In plaats van andersom.’
Ik doelde natuurlijk op het instituut, niet op deze van oorsprong Roomse kerk die inmiddels is ingekapseld door de storm van mensen die het centrum van de stad doorkruisen. Ik hou van kerken, maar als queer man heb ik een complexe relatie tot het christendom dat mensen als ik eeuwenlang verguisde en nog altijd verantwoordelijk is voor een stevig deel van onze marginalisering. Mijn kaarsje brandde, zo ook dat van mijn kennis, zonder dat de Oude Kerk daar een euro voor terugkreeg.
We verlieten de kleine kapel en richtten ons op de kerk om te ontdekken welke delen er door Jesse Darling waren aangeraakt. Het puin strekte zich uit, heuvels van gruis, een zerk was uitgespaard en omlijst met soortgelijke veelkleurige kermislichten die ook onder het orgel waren gepositioneerd. Schetsmatige interventies zijn het, waarmee Darling van die statige, robuuste kerk een plek in wording maakte. Een liminale ruimte die in flux is. Onaf, onaangeharkt, onbesloten, alsof de kunstenaar met deze gebaren wil tornen aan de absolute macht van dit instituut.
Naast die kermislichtjes is er een andere regenboog te vinden in de installatie. Een aantal van de kleine raampjes die onderdeel zijn van de enorme raampartijen is met een folie bekleed, waardoor een deel van de vloer bij voldoende zonlicht wordt omgetoverd tot het internationale symbool voor de LHBTQI-gemeenschap. Is God queer, in de ogen van Darling, of weet hij middels deze ingreep wat ruimte voor de regenboogfamilie te creëren? Zegt de trans man daarmee: dit is ook jouw huis?
Bemoeienis, dat is misschien nog de beste term voor wat Darling hier heeft aangericht. Hij drukt zijn stempel op zo ongeveer iedere ruimte die de Oude Kerk rijk is, heeft een dressoir bij het grofvuil vandaan gehaald en tot plantenbak omgetoverd, gekleurde keukenrol als guirlandes gearrangeerd, de uiteindes met kwastjes tot ornament verheven. Arte povera is het, alledaagse, ‘arme’ materialen voorzien van andere betekenis en daarmee een resolute afwijzing van de commerciële kunstwereld. Afgedankte materialen, uit de marge dus, en zo is ook in het materiaalgebruik de gemarginaliseerde positie van LHBTQI’ers niet ver weg.
Een van de talloze gebaren die Godsworth herbergt, deed me beven. Sec gezien is het een blauw zeil, zoals zoveel van de aanwezige spullen afkomstig uit de bouwwereld, maar Jesse wist het zo te arrangeren dat de toeschouwer een mantel ziet. Een blauwe mantel, in de context van deze kerk is de referentie naar Maria dan niet ver weg. Een sluier zonder inhoud. Een spook, een lege huls waar iedereen zijn eigen invulling aan geeft. Of letterlijker: het ontmantelen van de leugens, de façade, de verzameling sprookjes.
Nu die vrijdagochtend in de kerk langer achter me ligt, realiseer ik me dat het werk van Darling zich niet tot zulke simplistische conclusies laat reduceren. Daar is Godsworth te precies voor, te fijnzinnig. We krijgen geen eenzijdige woede voorgeschoteld, maar een eindeloos spel met betekenis en context dat uiteindelijk boven alles transformatief weet te zijn.
—
Godsworth van Jesse Darling is nog tot en met 27 september 2026 te zien in de Oude Kerk in Amsterdam.