Zal ik je morgen weer zien?
‘Wanneer de zon ondergaat, neemt hij het licht met zich mee. Op ons, op dat deel van de aarde waar wij staan, valt minder en minder licht. We zien nog wel kleuren, maar vooral aan de hemel, want voor de tinten om ons heen moeten we meer moeite doen. We moeten dichterbij komen. Doordat het licht zich terugtrekt, hellen wij naar voren, komen we nader. En dat hellen is een lichamelijk, open gebaar. Beschijn me, ik kijk naar je, ik geef me. Je hebt me.’ Barbara Collé bezocht de tentoonstelling Sun don’t rush to be red, Son don’t rush to be read in TENT, raakte ontroerd en zelfs een beetje verliefd.
Van buitenaf zie je het al: die herkenbare kleurzweem. Alle tonen oranje, goudgeel, blauw, roze in zowel pasteltonen als vurig verzadigde uitvoeringen. Plus oerdonkere silhouetten van een berg, een boomtop, elektriciteitsmast of een landtong in zee. En de aanstichter zelf staat ook vaak in beeld: ronder dan rond en overweldigend goudwit of brommend brons. Niet meer dan een glimp, een fractie, een zijdelingse blik hebben we nodig om te zien: dit zijn kiekjes van zonsondergangen. In dit geval heeft iemand een grote verzameling afgedrukt op transparant raamfolie en hiermee verschillende ramen beplakt. Het zijn ramen die ik passeer op weg naar de tentoonstelling Sun don’t rush to be red, Son don’t rush to be read bij TENT in Rotterdam. Een tentoonstelling over de zonsondergang.
Tijdens het langslopen vraag ik me kort af of dit toeval is, of deze raamstickers een decoratie zijn van een ontwerp-, yoga- of zonnestudio die precies naast TENT aan de kade zit. Het zou me niet verbazen wanneer je deze raamdecoratie bij de Hema-fotoservice zou kunnen afdrukken: vereeuwig je memorabele momenten op transparantfolie en beleef die romantische zonsondergang iedere dag lekker thuis. Is het kunst of deco? Betekenisvol of kitsch? Intiem of massaal? Is de ontmoeting tussen ondergaande zon en mens een diep authentieke ervaring of een uitgemolken, berooid cliché?
De tentoonstelling in TENT raakt dit cliché, speelt ermee, om vervolgens met een diep betekenisvolle boodschap secuur op de ziel van de bezoeker te mikken. De hechte verbinding tussen mens en zon staat centraal en cliché of uitgemolken blijkt die relatie allerminst. Deze tentoonstelling laat zien waarom mensen hun heil, dekking, evenbeeld, overgave en ronduit hun redding zoeken – en vinden – in het beeld van een ondergaande zon.
Binnen loop ik direct door naar de raamstickers. Het blijkt een verzameling profielfoto’s te zijn van Grindr, de homodatingapp. De kunstenaar Czar Kristoff J.P. verzamelde de foto’s uit de Filipijnse versie van deze app. Hij stelde de mannen, met een zonsondergang als profiel, twee vragen: heb je de foto zelf gemaakt en waarom koos je ‘m als profielfoto? De mannen die hem antwoordden – er waren er ook die hem direct blokkeerden – hadden de foto zelf gemaakt. Ja, het was een moment dat ze zelf hadden beleefd. En ze hadden het als profielfoto gekozen omdat het beeld iets van henzelf prijsgaf. De mens herkent zich in een hemelfenomeen.
Wat zegt deze metafoor? Welk beeld schetst een zonsondergang van een man? Komen ze overeen in schoonheid? Is het een aanwijzing van een mens met een gevoelig, diepzinnig karakter? Zeggen ze: ik leef melancholiek, groots en meeslepend? Ik leef een interessant leven want kijk wat ik zie? Beloven ze: een moment met mij ga je niet snel vergeten?
In dit geval zegt de profielfoto vooral iets niet. Daar waar openlijk queer zijn zeer beladen is, biedt de zon als avatar bescherming. Want zou de man zijn gezicht of torso afbeelden, is hij herkenbaar, traceerbaar, opspoorbaar. Ook refereert de kunstenaar in een begeleidende tekst aan huidskleur-discriminatie. Door het koloniaal verleden van de Filipijnen bestaat er nog altijd een voorkeur voor lichte boven donkere huid. Een ‘normale’ portretfoto ontziet die huid niet. Door een zonsondergang in te zetten als profielbeeld blijven uiterlijke kenmerken van een mens ongetoond, maar de zelfgemaakte foto’s zeggen meer dan wanneer je het standaard icoontje van de app zou blijven gebruiken. Zoals de mannen zelf antwoordden: het beeld geeft iets van henzelf prijs. Wat? Ja, daar kun je dus tijdens een ontmoeting achterkomen.
De relatie tussen de ondergaande zon, queerness en racisme wordt vaker gelegd in deze tentoonstelling. Ook in het geweldige videowerk Come with me to France van Alaa Abu Asad. In 2012 vond hij een pornofilm waarin een witte jongen met licht haar in het decor van een Noord-Afrikaanse Souk met verschillende mannen seks heeft. Alaa Abu Asad heeft de film bewerkt en herteld. Onder de onverbloemde pornografische beelden horen we zijn stem die laat weten dat hij de film bekijkt, bewerkt, knipt, dat hij erover schrijft en tegelijkertijd opgewonden raakt van de beelden, terwijl de stereotiepe, koloniale kijk op deze Noord-Afrikaanse mannen pijn doet, woedend maakt. Met zijn ingrepen vervormt hij het relaas tot een zachter, intiemer en liefdevoller verhaal. En die ontwikkeling loopt synchroon met het afnemende licht. De verliefde blik krijgt ruimte wanneer de zonnestralen minder fel worden, de contrasten minder belangrijk worden, intimiteit de ruimte krijgt. Met op de achtergrond de ondergaande zon.
En ook de overweldigende pastelkrijttekeningen Sharp Teeth, Soft Shadows van Nadim Choufi tonen de intimiteit die door de afname van licht mogelijk wordt. Wat in het volle daglicht geen ruimte krijgt, kan onder het zachtere licht een weg vinden. Wanneer het onverbiddelijke licht van het patriarchale manmade-regime je in je vrijheid, je levensdroom en -stroom blokkeert, is de ondergaande zon een plek en moment waar je ziel de ruimte krijgt. Alsof de ondergaande zon ons toevertrouwt: ‘Er is meer dan de witte heteronormatieve beklemmende wereld, zie mijn stralende kleurenpracht: kijk naar mij, zie jezelf!’
Kijk naar mij – die lokroep klinkt vanuit deze pasteltekeningen. Aan de muur hangen zes kleurvlakken van links naar rechts: oranjerood, blauwpaars, zeeblauw, rood, diepblauw en nogmaals diepblauw. Ik kom dichterbij – kijk naar me – en zie dan in de kleurenvlakken lijnen, vormen, schakeringen. Lommer, zweem, glimp. Zie ik een arm, een nek, oren van een hond? Zie ik benen, een lichaam? De kleuren worden rijker naarmate ik me meer beweeg. Het paars wordt gortdroog lila en dan vloeiend, meanderend groen. Ik laat mijn ogen van de ene naar de andere tekening glijden en in dit spel verkleuren ze elkaar, vermengen ze met elkaar, raken ze elkaars schoot. Onder de tekeningen staan op de muur de titels afgedrukt:
‘J. sitting between my thighs watching a film at Melly’.
‘Eyes shut, waking up, with R.’s arm under my head with the sun through the window’.
‘Wolves, heads in each other’s necks, walking home through Beirut’s dark nights with H. and N.
Poëtische titels voor intieme scènes, van zo dichtbij. In de tekeningen raakt iedereen elkaar; terloops, beoogd, gedurfd. Aanrakingen die door het afgenomen licht, en daarmee ons afgenomen zicht, duidelijk voelbaar zijn. De tijd van een ondergaande zon is het uur van het grootste menselijke orgaan: de huid. Elke beroering, elk zuchtje wind, elke straal warmte wordt intens en intiem. Voelen verdiept zich wanneer onze blik onnauwkeuriger wordt. Ik sta dichtbij: letterlijk met mijn neus er bovenop, wil deel worden van deze intimiteit. Zoals ik naar een zonsondergang kijk, zo kijk ik naar deze pastels.
Wanneer de zon ondergaat, neemt hij het licht met zich mee. Op ons, op dat deel van de aarde waar wij staan, valt minder en minder licht. We zien nog wel kleuren, maar vooral aan de hemel, want voor de tinten om ons heen moeten we meer moeite doen. We moeten dichterbij komen. Doordat het licht zich terugtrekt, hellen wij naar voren, komen we nader. En dat hellen is een lichamelijk, open gebaar. Beschijn me, ik kijk naar je, ik geef me. Je hebt me.
Ben ik verliefd? Ja, ik denk het wel ja. Er zijn nog andere werken in deze tentoonstelling die goed zijn, die samen het verhaal rond maken, maar op deze drie ben ik verliefd. O hemel.
‘Ben ik verliefd? – Ja, want ik ben aan het wachten.’
Dat is Roland Barthes in zijn boek De taal van een verliefde. Een van de inspiratiebronnen van Rawad Baaklini, de curator van deze tentoonstelling. Roland Barthes heeft het over dat gekmakende wachten op een teken, een telefoontje, de onzekerheid of je geliefde wel of niet verschijnen zal. Dat wachten dat je zo onbeschrijfelijk afhankelijk maakt. En dat zijn wij. De mens is onbeschrijfelijk afhankelijk van de zon. De mens is in zijn relatie met de zon gedoemd af te wachten. Zal ik je morgen weer zien? Blijf je ons de mogelijkheid geven om te leven? Zul je in de avond, vlak voor je vertrek, je licht blijven verzachten zodat onze levens, onze verhalen hun glans en ruimte kunnen blijven vinden?
Opeens stel ik me voor wat van ons op dat moment uitgaat. Die zon die straalt, maar wij mensen ook. Wij stralen op dat moment van intense hoop en gelukzaligheid, maar ook tederheid en ontvankelijkheid stromen door onze lichamen, zielen en ons gemoed. Zou dat iets kunnen betekenen voor de zon? Zou die menselijke energie iets in de schaal leggen wanneer we de relatie tussen mens en zon als een wederkerige relatie opvatten? De vitaliteit die vrijkomt bij de gevoelens, aanrakingen, verbindingen die tijdens een zonsondergang vrijuit kunnen gebeuren, is dat niet het mooiste wat de mens de zon te geven heeft? Als dank, als erkenning. Hoe geweldig zou het zijn wanneer die intimiteit een cliché zou zijn.
–
De tentoonstelling Sun don’t rush to be red, Son don’t rush to be read is gecureerd door Rawad Baaklini en toont werk van Noor Nuyten, Guillaume Aubry, Nanno Simonis, Mandy Franca, Donald Schenkel, Studio Soda Lime, Alaa Abu Asad, Ginevra Petrozzi, Nadim Choufi, Noor Abuarafeh , Czar Kristoff J.P. en Marieke van der Lippe. Sun don’t rush to be red, Son don’t rush to be read is nog tot en met 22 februari 2026 te zien in TENT, Rotterdam. Zie hier voor meer informatie.