Alex de Vries

Ze schildert dat het giet – op atelierbezoek bij Seet van Hout

Interview
28 mei 2026

Seet van Hout combineert pure, kleurrijke natuurervaringen met bloedrode lijnen, haar metafoor voor hoe de taal in ons geheugen trekt. Haar schilderijen, textielwerken, boekobjecten en installaties zijn picturale sensaties waarmee je wordt overgoten. Alex de Vries ging bij haar op atelierbezoek.

Het meeste werk van Seet van Hout (Nijmegen, 1957) is te vergelijken met een plotselinge regenbui tijdens hoogzomer. Uit een enkele zwartblauwe wolk die door de zon fel wordt beschenen begint het ineens te storten. Het kan overigens evengoed een wak in een overkoepelend wolkendek zijn waar de zon fel doorheen schijnt. Haar schilderijen, textielwerken, boekobjecten en installaties zijn picturale sensaties waarmee je wordt overgoten, maar veroorzaken tegelijkertijd ook het idee dat je je rekenschap moet geven wat je ervan denkt. Ze combineert pure, kleurrijke natuurervaringen met bloedrode lijnen, haar metafoor voor hoe de taal in ons geheugen trekt. Seet van Hout zet sporen uit in de kunst.

In haar leef- en werkruimte in Nijmegen die ze deelt met haar echtgenoot, staat het werk van haar professionele beroepspraktijk die inmiddels veertig jaar omvat in indrukwekkende rijen uitgestald. Alleen al de dagelijkse werken die ze maakte tijdens de covid-pandemie bestaat uit 444 gevoelvolle doeken uitgevoerd in de gemengde technieken die haar persoonlijke beeldtaal zo veelzijdig en onmiskenbaar maken.

Het begon allemaal in Gennep in Noord-Limburg waar ze opgroeide in een katholieke omgeving. Zowel haar vader als haar moeder kwamen uit gezinnen met twaalf kinderen en drie ervan werden missionarissen. Seet was de oudste van drie meisjes en ging naar de katholieke meisjesschool. Haar vader werkte bij de PTT en haar moeder maakte kleren en verdiende bij als kapster in het nabijgelegen Siebengewald waar haar broer een kapsalon en schoenenwinkel had en haar zus een café en buurtwinkeltje. Daar hebben haar ouders elkaar ontmoet.
‘Ik groeide op in een veilige, vertrouwde omgeving. Al op mijn negende maakte en naaide ik kleren voor mijn poppen, gestimuleerd door mijn moeder die borduurde. Werken met textiel heb ik altijd gedaan. Ik wilde na de middelbare school, hoewel ik nog nooit in een museum was geweest, dan ook naar de kunstacademie in Den Bosch. Ik moest toen kiezen of ik de mode-kant of de kunst-kant uit wilde gaan. Het werd de afdeling Monumentale kunst. Ik studeerde daar van 1975 tot 1977. Na drie jaar had ik genoeg van de in mijn ogen egocentrische kunst. Ik wilde iets voor de wereld betekenen, en ging Gezondheidskunde en Huishoudkunde studeren op de Gelderse Leergangen in Nijmegen. Uiteindelijk kroop het bloed toch waar het niet gaan kon, en kon ik in het derde jaar instromen op de afdeling Vrije Kunst in Arnhem.’

Galerie Goem Nijmegen 1984
'Warps & Wefts' billboard Trivandrum,India 5x 13 meter 1995

In Arnhem kreeg het kunstenaarschap van Seet van Hout gestalte, hoewel ze van zichzelf zegt dat ze geen goede leerling was. Docenten als Tjoe Fang King, Evert Malingkay en Marten Hendriks gaven de richting aan en boden houvast. Toch waren er ook docenten die geen enkele fiducie hadden in de betekenis van het werk van vrouwen in de beeldende kunst. Die gingen toch ‘trouwen en zouden kinderen krijgen om uiteindelijk misschien nog eens aquarellen te exposeren in galerie ’t Prieeltje in Tiel’. Seet van Hout heeft met overtuiging hun ongelijk bewezen. Het was in de tijd van de herwaardering van het figuratieve schilderen, de Neue Wilden stonden volop in de belangstelling.

‘Ik had wel een leuke tijd op de academie hoewel ik mijn vriendenkring vooral in Nijmegen op de universiteit had. Op de academie in Arnhem was het klassieke schilderen, met olieverf op doek, in die tijd taboe. Je schilderde met de goedkoopste verf op stukken karton. De kunst moest opnieuw worden uitgevonden, zoals dat door bijvoorbeeld Harmen Brethouwer en Ada Dispa werd gedaan. Ik had onder anderen Anya Janssen, Marcel Reijerman en Tjarda Sixma als afdelingsvrienden.
In het vierde jaar ging ik drie maanden naar Kenia waar mijn oom als missionaris werkte. Het was een louterende ervaring om voor de eerste keer van mijn leven op pad te zijn in de wereld. Ik had waskrijtjes, potlood en papier meegenomen en was gefascineerd door de gekleurde hutten van de bevolking en de hoge termietenheuvels. Door die onderwerpen te tekenen gaf ik mijn verblijf een beeldende verwerking. Op de academie kreeg dat een vervolg met het werken op houten panelen met natuurlijke pigmenten. We studeerden met een leuke groep studenten af met een expositie in de academiedependance aan het Gele Rijdersplein waar ik mijn werk uit mijn periode in Kenia liet zien. Erik Bos en Maria Driesen van Galerie Goem in Nijmegen nodigden me uit voor een tentoonstelling. Erik Bos werd later mijn galeriehouder bij Galerie Nouvelles Images in Den Haag. Inmiddels heb ik een vaste samenwerking met ROOF-A Gallery in Rotterdam.
De kunstenaars Geertjan Van Oostende en Arie de Groot zagen die expositie in Goem en introduceerden me bij Galerie Liesbeth Lips in Delft waar ik mijn tweede expositie kreeg. Ik was 28 jaar en had dus meteen na de academie een tentoonstellingspraktijk. Bij Liesbeth Lips hoorde ik iemand mijn werk toelichten aan een journalist. Hij zei over mijn termietenheuvels: dat zijn overduidelijk kutten. Zo had ik nog nooit naar mijn werk gekeken. Dat was mijn eerste kennismaking met Uwe Poth met wie ik mijn leven ben gaan delen.’

'Melancholy Girls' 2010 textiel boek 120 x 200 cm 36 paginas
'Blumenzucht' 230x400cm acrylverf op doek 2010

Het vroege werk van Seet van Hout ziet er weerbarstig en grafisch uit, maar met al wel dat sterke persoonlijke handschrift en de natuurlijke onderwerpen, nogal wild geschilderd in grote handgebaren, en ze kerfde met een mes in het geschilderde oppervlak. Galerie Liesbeth Lips had in die tijd ook een filiaal in Amsterdam waar Seet haar werk ook liet zien en ze werd geselecteerd voor de expositie van de Koninklijke Subsidie voor de Schilderkunst.
Het was min of meer een vliegende start en haar loopbaan heeft zich vanaf die tijd gestaag doorontwikkeld met werk dat zich inhoudelijk verder verdiepte, ambachtelijk vernieuwde en organisatorisch professionaliseerde. De wisselwerking tussen schilderkunstige experimenten en textiele uitwerkingen heeft haar uitbundige werk in binnen- en buitenland een eigenzinnig karakter en hooggewaardeerde reputatie gegeven. Juist door het zelfbewuste van haar kunstenaarschap is Seet van Hout nooit naast haar schoenen gaan lopen, maar ze kent haar kwaliteiten en daar laat zij zich op aanspreken.

‘Mijn werk is langzaam veranderd. In 1986 reisde ik naar Philadelphia waar ik een expositie had bij Galley Nexus en ik ben later nog vaak terug geweest in de Verenigde Staten om mijn horizon te verbreden. Ik zocht naar mijn identiteit in de kunst. Ik ging ook veel in Duitsland exposeren. Binnenkort is weer werk van me te zien in Berlijn in galerie Deschler.
Vanaf 1997 reisde ik regelmatig naar India waar ik de kracht van kleur leerde kennen, en waar ik me meteen thuis voelde. Ik ging werken in een weverij in de buurt van Cochin, in de zuidelijke deelstaat Kerala.
Ik had een heel fijne samenwerking met de weefsters in deze socialistische weverij. Ik schilderde met textielverf op de scheringdraden en zocht de kleuren voor de inslag, door het weven ontstonden bibberende lijnen. Later werkte ik daar ook met borduursters. Er ontstond onder meer een 36 meter lang doek, later geëxposeerd in een Duitse Kunstverein.
Met kleur kan ik mijn zintuigelijke ervaringen die ik dagelijks in de natuur onderga verbeelden. Ik leg mijn papier en doeken op de grond en giet de verf erop in vrije patronen en composities, enerzijds op gevoel maar anderzijds juist op het oog. Ik zie wat ik doe en wat het veroorzaakt als ik de verf laat lopen door het doek te kantelen.’

'Memory Lace 'Ik wordt' Stadsfestival Damme (BE) 2018
Exposition BACK UP, Emsdetten, Galerie Münsterland. ART OF MEMORY, Seet van Hout.

Deze beheerste vorm van action painting heeft Seet van Hout in haar lyrische schilderijen tot in de finesses in haar vingers gekregen. Haar schilderingen kennen allerlei formaten, van bescheiden tot monumentaal, en laten een precies gevoel voor verhoudingen en kleurencombinaties zien. Doordat de natuur, en vooral haar tuin, een directe inspiratiebron is heeft die abstract aandoende manier van werken tegelijkertijd een aardse en spirituele aard. Ze legt zich al doende regels op wat ze in het proces van het gieten van de verf wel en niet moet doen. De crux is het moment waarop ze in het proces ingrijpt, omdat ze maar gedeeltelijk kan sturen wat er op het doek gebeurt. In haar werk zijn vaak bloemen en vertakkingen te herkennen die de basis vormen voor de beleving van schilderkunstige kleurervaringen. Daardoor kan haar werk esthetisch gezien zowel indrukwekkend mooi zijn als ongenaakbaar ruw en confronterend. De natuur kent wat dat betreft geen genade, ook in de kunst niet.

‘Tot mijn kennismaking met de betekenis van kleur in de Indiase textielweverij waren mijn schilderijen en mijn textielwerken gescheiden. Nu zijn het twee pijlers die bij elkaar zijn gekomen. Ik ben gaan borduren op het schilderij en gaan schilderen op mijn borduursels. Die wisselwerking tussen schilderijen en textiel heb ik ook inhoudelijk nagestreefd door de handeling van het maken te verbinden aan het raadsel van het menselijk geheugen. Ik heb me verdiept in de werking van onze hersenen en vooral in het geheugen en in verschillende, meestal textiele installaties hoe ik dit als kunstenaar kan verbeelden. In 2019 in Museum het Valkhof in Nijmegen en in 2022 in Galerie Munsterland in Emsdetten heb ik het grote werk BACK UP gepresenteerd, kilometers geborduurde teksten over Het Geheugen: citaten en uitspraken van wetenschappers, dichters en filosofen, en mijn eigen dagboek. Daarmee maakte ik installaties die ik als uitgerolde draperieën in de ruimte hing, alsof alles wat je over het geheugen kunt bedenken over je hoofd wordt uitgestort. Ik geef vorm aan het onooglijke dat monumentaal uitpakt. Voor mij is veel van mijn werk een kwestie van ergens aan beginnen en er net zo lang aan doorwerken totdat het betekenis krijgt. Ik maak daarvoor gebruik van wat ik om me heen zie en wat ik meemaak in het leven. Ik heb krantenfoto’s van nieuwsberichten die me troffen als uitgangspunt gebruikt voor borduurwerk waarin de wisselwerking tussen de kracht van het beeld en de nieuwswaarde ervan in elkaar werden opgelost. Op 1 januari 2005 ben ik begonnen om iedere dag een foto uit de krant te selecteren, in een borduurring te plaatsen en een snelle contour rond de foto te borduren op de machine. Daarna werd het papier deels losgetrokken en wat overbleef was het borduursel van de dag. Voor mij was het belangrijk dat ik dit een heel jaar deed, 365 dagen, pas toen was het voltooid. Een paar lapjes, die stellen dan in mijn ogen niets voor, pas als het doel bereikt is, 31 december 2005, maakt het werk een statement. Ik ontdekte dat de achterkant van de borduursels spannender konden zijn dan de voorkant. De onderdraad van het      borduursel  gaat een eigen leven leiden in andere zichtlijnen. Van dat project is een boek gemaakt – Genaaid, Gebonden – Borduurdagboek 2005 – dat door 99Uitgevers van Mart van Warmerdam en Riëlle Boerland is gepubliceerd.’

50 van de uiteindelijk '444 DAYS' tijdens corona
'VAL,JIJ WATER!' (1) zandzakkenmuur Gelderland Biennale 2019
Overzicht 'Love Lies Bleeding' ROOF-A gallery Rotterdam 2022
Overzicht 'Take The Garden' Gallery ROOF-A Rotterdam 2024 kopie

Het dagboekproject betrok Seet van Hout op haar dilemma: hoe ze wat er in de wereld gaande is op een zinnige manier in haar werk kan opnemen. Bij haar zijn dat vooral ingrijpende gebeurtenissen waardoor ze wordt overvallen en die dan in haar werk een plaats krijgen. In 2000 begon ze een serie werken die ze als tweeluiken opzette waarbij steeds iets van boven naar beneden leek te vallen. Ze baseerde het werk op Dürers Traumgesicht over de Apocalyps die hij in een nachtmerrie in 1525 had ervaren. Toen op 11 september 2001 de Twin Towers in New York instortten vielen de mediabeelden daarvan samen met haar schilderijen en was ze een tijd vertwijfeld over de rol van de kunst. Ze stopte met haar ‘Apocalyps’ thema en vond schoonheid en troost in haar natuur- en bloemenschilderijen.

‘De vraag is altijd tot wat ik me wil verhouden. De natuur gaat altijd door, wat er ook gebeurt. Oorlogsleed verbeelden kan ik niet. Wat ik inmiddels wel weet over het geheugen is dat we altijd maar een deel zijn van een groter geheel en dat je niet overal vat op hebt. Troost en hoop zijn nodig om daar een omgang mee te vinden. Dat is wat ik met mijn werk beoog. Anders dan Armando zie ik niet het schuldige landschap, maar juist de onschuld van de natuur.’

Overzicht Museum De Lakenhal Leiden 2025 (foto Veerle Schoof)
Advertenties

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar advertenties@mistermotley.nl

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

* verplicht