Alex de Vries

Zien wat je niet weet – op atelierbezoek bij Stijn ter Braak

Interview
18 september 2026

Alex de Vries ging eind 2021 op atelierbezoek bij Stijn ter Braak. Dit interview is nu, samen met negenentwintig andere ontmoetingen, gebundeld in ‘Zien wat je niet weet’. Het boek is nu te bestellen via Uitgeverij De Zwaluw. Sinds 2015 is Alex de Vries bij ruim 200 kunstenaars in Nederland en incidenteel in het buitenland op atelierbezoek geweest. Voor ‘Zien wat je niet weet’ zijn de meest opmerkelijke bezoeken van de afgelopen jaren geselecteerd. Stijn ter Braak onderzoekt het schilderkunstige medium en verkent de grens tussen verbeelding en werkelijkheid. Alex de Vries sprak met hem over zijn academietijd, de exposities die daarop volgden en zijn installatie ‘Mijn badkamer’ waarin hij de illusie van de schilderkunst op dubbelzinnige wijze tastbaar maakte.

Stijn ter Braak (Groningen, 1995) volgde zijn kunstopleiding in Antwerpen waar hij nog steeds woont en werkt. Daar kreeg zijn werk al de nodige respons. In januari 2022 was voor het eerst een opmerkelijke installatie van hem te zien in Nederland, bij Galerie Mieke van Schaijk in ’s-Hertogenbosch. Daarin werd het principe van de trompe l’oeil volledig herzien.

In het gezin van Stijn ter Braak (Groningen 1995) was kunst altijd aanwezig. Zijn vader, de stillevenschilder Mario ter Braak (Hengelo 1960), is opgeleid aan Academie Minerva en zijn moeder heeft een eigen muziekschool.
‘Ik heb nooit les gehad van mijn vader en hij heeft me ook niet nadrukkelijk gestimuleerd om te gaan schilderen toen ik jong was. Voor mij was het kunstenaarschap wel iets vanzelfsprekends, omdat mijn ouders lieten zien dat je in de kunst een normaal en financieel zeker bestaan kan hebben. In ons gezin met vier kinderen hoefden we er in elk geval niets om te laten. Ik was vijftien toen ik op het gymnasium in de tekenles een opdracht kreeg om een dier te schilderen en daar had ik zoveel plezier in, dat ik daar thuis aan verder werkte. Ik zag dat het me lukte een geloofwaardig schilderij te maken. Ik begon toen ook andere figuratieve schilderijen te maken van een wasbak bijvoorbeeld en een zelfportret.’

De vanzelfsprekendheid van de schilderkunst die Stijn ter Braak ontdekte is nu precies wat hij in zijn werk bevraagt. Voordat hij naar de kunstacademie ging maakte hij graffiti op straat en in het verlengde daarvan maakte hij in 2013 een geschilderd zelfportret op de muur van een garagepark in de buurt waar hij opgroeide. Qua stijl doet dit kleine schilderij enigszins denken aan een zelfportret van Hendrik Breitner. Het schilderijtje is nog altijd te zien op die Groningse garagemuur, al is het inmiddels door blootstelling aan het zonlicht danig verbleekt; de kleur is er nagenoeg uitgetrokken. Stijn ter Braak besloot dat hij goed wilde leren schilderen en kreeg het advies naar een academie in België te gaan.
‘De Koninklijke Academie voor Schone Kunsten – KASK – in Antwerpen maakte meteen indruk op mij en daar werd ik aangenomen. Ik heb er mijn driejarige bachelor en de eenjarige masteropleiding schilderkunst gevolgd en ik ben in 2018 afgestudeerd.’

Zelfportret op een garagebox in Groningen, olieverf, 2013 (linksonder de toestand van het portret in 2013, rechtsonder in 2021)

Drie jaar later heeft Stijn ter Braak in Antwerpen een kunstenaarspraktijk opgebouwd die tegelijkertijd weloverwogen en radicaal is. Dergelijke discrepanties en paradoxen zijn typerend voor zijn benadering van het kunstenaarschap en het medium van de schilderkunst die hij vooral ook sculpturaal uitwerkt, waar hij ook al een performatieve en conceptuele uitwerking aan gaf.

In galerie Mieke van Schaijk in ’s-Hertogenbosch toonde hij zijn op ware grootte nagebouwde installatie Mijn badkamer waarin hij de illusie van de schilderkunst op dubbelzinnige wijze tastbaar maakte. In de klassieke schilderkunst wordt de ruimtelijke werking van figuratie overtuigend in het platte vlak gerealiseerd, maar Stijn ter Braak intensiveert de daadwerkelijke aanwezigheid der dingen. Deze badkamer was eerder te zien in Lichtekooi Artspace in Antwerpen waarvoor Melanie Deboutte, directeur en conservator van het Roger Raveel Museum, een toelichting schreef. Ze typeerde het werk van Ter Braak als ‘een poging tot ontrafeling van de werkelijkheid’. Dat is een rake beschrijving, want er zit een randje aan al zijn werk dat het volkomen overtuigend maakt als een werkelijkheidsvoorstelling maar het is ook de bevestiging van de pure verbeelding die hij tot stand brengt. De weg die heeft geleid naar deze uitwerking van schilderkunstige mogelijkheden om het leven manifest te maken, is de uitkomst van het consequent beproeven van zijn werkwijzen.

‘Mijn badkamer’, 408x229x241 cm, Galerie Mieke van Schaijk, 2021
‘Mijn badkamer’, 408x229x241 cm, Galerie Mieke van Schaijk, 2021
‘Mijn badkamer’ (detail interieur), 2021
‘Mijn badkamer’ (detail exterieur), 2021
‘Mijn badkamer’ (detail interieur), 2021
‘Mijn badkamer’ (detail interieur), 2021
‘Mijn badkamer’ (detail interieur), 2021

‘Ik ging naar de KASK omdat ik was betoverd door de academie, de geschiedenis ervan, het gebouw en de faciliteiten, de docenten en de onderwijsvorm. De discipline die er heerste binnen de hiërarchie van de Vlaamse kunstpraktijk was in tegenspraak met het meeste van wat ik uit Nederland kende. Ik moest dat beeld van de academie in de loop van mijn studie ook weer onttoveren, omdat zo’n school vooral functioneert binnen een bubbel met eigen regels. Ik ben daarom in het derde jaar een Erasmusuitwisseling gaan doen op de academie in Berlijn. Dat was voor mij een soort bootcamp om me een andere benadering van de kunst eigen te maken. In Antwerpen werd vooral veel geoefend en het gesprek over het werk verliep altijd via het materiaal. Het waarom van je werk of je positie als kunstenaar in de wereld kwamen minder aan de orde.
In Berlijn gold een tegenovergestelde mentaliteit. Daar was context het uitgangspunt en waren er voortdurend allerlei seminars over bijvoorbeeld Das Böse met als gevolg dat je zoveel bezig was met de betekenis van je werk dat je niet meer wist hoe je moest schilderen.
Terug in Antwerpen had ik een heel andere energie en probeerde ik actief die academische ballon lek te prikken door expres lelijke en foute schilderijen en tentoonstellingen te maken. Achteraf kun je misschien ook wel zeggen dat ik die periode redelijk stuurloos was en eerder mijn eigen schilderbubbel lek was. De zin en het geloof was weg en ik overwoog ook te stoppen met studeren. Maar ik heb uiteindelijk toch mijn master gedaan en inmiddels geef ik zelf les op de KASK, waar ik mijn ervaringen kan doorgeven aan nieuwe studenten. Er lijkt in op de academie nu meer dan toen ook iets meer ruimte voor andere benaderingen en de rest van de (kunst)wereld. Daarbij gaat het gesprek wel altijd via materiaal, want in mijn beleving moet een idee daar altijd mee samenvallen, op gelijke voet. Als je een werk moet uitleggen in taal om het over te laten komen, klopt er iets niet.’

Voor zijn afstudeerproject tijdens zijn master portretteerde hij zijn negen klasgenoten. Tegen de rigide achtergrond van een betegelde studioruimte in het academiegebouw plaatste hij een kruk en schilderde die situatie op ieder doek. Hij vroeg zijn modellen in die enscenering twee uur te poseren en maakte in die tijd een twee meter hoog portret. De reeks portretten doet zich voor als analyse van de onderlinge verstandhouding tussen kunstenaars die zich hebben te ontworstelen aan de achtergrond waaraan ze vastzitten. De vraag wat er voor hen in het verschiet ligt dringt zich nadrukkelijk op.

‘Portretten van schilders: Emma’, olieverf en acrylverf op mdf-paneel, 120x245 cm 2018
‘Portretten van schilders: Camille’, olieverf en acrylverf op mdf-paneel, 120x245 cm 2018

‘Na voltooiing van die reeks had ik nog tijd over om te werken aan mijn eindpresentatie. Ik besloot om er een retrospectief van te maken, alsof ik al terugkeek op mijn carrière. Ik presenteerde alle – ongeveer 400 – werken die ik tijdens mijn academietijd en daarvoor had gemaakt in een boek dat ik Unselected Paintings noemde. “Werken” was in sommige gevallen een groot woord, het was alles waar ik ooit een kwast tegenaan had geduwd. Tegelijkertijd maakte ik daar ook een keuze uit waarvan ik een tweede – veel dunner – boek maakte: Selected Paintings, die effectief te zien waren in mijn afstudeershow.
Gebundeld in een boxset, in een oplage van één, plaatste ik die boeken in de academiebibliotheek tussen Basquiat en Bruegel, in een poging tot een relativering van de kunstcanon en een toenadering tot toekomstige studenten met dit boek als samenvatting van een studietraject.’

‘Selected/unselected paintings’, retrospectieve catalogus gepresenteerd op de afstudeertentoonstelling in KASK Antwerpen, 2018
‘Selected/unselected paintings’, zoals die vandaag nog te vinden is in de bibliotheek op de schilderkunstafdeling in KASK Antwerpen, 2018
‘Unselected paintings’, opengeslagen

Na zijn eindexamen werd Stijn ter Braak door curator Nadia Bijl gevraagd voor een tentoonstelling met een aantal afgestudeerden van masteropleidingen in Gent en Antwerpen. De expositie had als titel Cook it, boil it, bake it or forget it! ‘Ik heb die titel letterlijk opgevat en een keuken ingericht waar ik bestaand werk uit mijn academieperiode heb gekookt, gebraden en gebakken en daarvan de resultaten heb getoond. Ik was nieuwsgierig naar het effect van die processen en het was niet per se destructief bedoeld, maar een manier om verder te zetten wat ik was begonnen.’

Beeld van de performance ‘Cook it, boil it, bake it and forget it!’ op de opening van de tentoonstelling ‘Cook it, boil it, bake it or forget it!’ in het Zuiderpershuis in Antwerpen (19 oktober 2018)

Na de academie had hij het wel even gezien met de schilderkunst, hoewel hij nog wel wat portretten in opdracht schilderde om iets bij te verdienen. Nu stond hij weer met beide benen op de grond. Hij kreeg een baan in het Antwerpse jazzcafé De Muze waar hij zich een jaar lang volledig aan over gaf. ‘In diezelfde tijd gaf ik ook les aan kinderen en ik zag drie jochies met allerlei gevonden materiaal een sculptuur bouwen met tape en een lijmpistool, een abstracte totem waar ze zoveel plezier in hadden dat ik dacht “dat wil ik ook”. Ik ben toen begonnen met voorwerpen uit mijn huiskamer te reconstrueren met materiaal dat ik op straat en bij het afval vond. Uiteindelijk heb ik zo mijn hele huiskamer op ware grootte in dat materiaal uitgevoerd. Het hielp me bijna therapeutisch door het eerste deel van de covid-periode heen, toen ieders intieme “thuisbasis” plotseling heel centraal kwam te staan. Het is heel organisch gegroeid en uiteindelijk getoond op uitnodiging van Lieven Segers in de Blikfabriek in Antwerpen. Het voelde nog steeds als schilderen, maar de oplossingen waren atypisch en crappy. Al die voorwerpen zijn eerder suggesties dan reconstructies. Kijk, op een schilderij zie je dat alles wat je hebt geschilderd gewoon ook verfvlekken zijn. Dat is met die objecten net zo: het materiaal dat is gebruikt is nog altijd te onderscheiden. Dat maakt het mede ook toegankelijk en aanstekelijk. Een volgende stap was de “spullen” proberen te verkopen en zo ontstond mijn webshop My Stuff, een op Bol of Ikea gebaseerd platform waar je ook kunt zien hoe ze gemaakt worden in korte DIY-filmpjes. Een grappig experiment dat verrassend goed werkte.’

‘Mijn woonkamer’ 480x302x279 cm, zoals opgesteld in De Blikfabriek, Antwerpen, 2020
‘Mijn spullen: Pedaalemmer’ 2020
‘Mijn spullen: Rechterschoen’ 2020
Screenshot van de ‘Mijn spullen’-webshop op www.stijnterbraak.com (2020)

In dit opzicht zet Stijn ter Braak iets voort dat door pop art kunstenaars is begonnen, maar zijn spullen zoals afgekloven appels zijn ontdaan van de steriliteit van in massa geproduceerde goederen. Vervreemding en ontregeling spelen bij hem een rol, maar vooral om iets openbaar te maken dat in de kunstmarkt altijd achter gesloten deuren gebeurt. Stijn ter Braak laat onomwonden zien hoe zijn werk in elkaar zit. The secret of knowledge wordt door hem onthuld.

 

De een-op-een verbeelding van zijn huiskamer kreeg een vervolg in de installatie van zijn badkamer die in Den Bosch te zien was. Daarin wordt de weergave van de omringende voorwerpen van zijn particuliere bestaan een stap verder doorgevoerd. De haveloze, karige en rommelige badkamer die hij deelt met zijn vriendin is in alle trivialiteit minutieus en overtuigend uitgewerkt, terwijl wel onmiddellijk duidelijk is dat het hier om een kunstmatige nabootsing gaat. De crux van deze installatie is dat de buitenkant opzichtig bestaat uit karton en sloophout wat iedere vorm van illusie meteen in de kiem smoort, en dat het interieur een geestverschijning is van een bijna claustrofobische badkamer met doucheruimte. In de spiegel boven de wastafel is de gehele ruimte nog eens te zien. De verwarring is totaal bij de vaststelling dat de gesuggereerde spiegel ontbreekt en dat de ruimte nog een keer levensgroot is nagebouwd in een tegenovergesteld beeld achter het gat in de wand waarin je niet jezelf kunt zien. Je ziet wat je niet weet.
In die zin is deze lege ruimte het antwoord op ‘het verraad van de voorstelling’ van René Magritte en diens schilderij La Reproduction Interdite waarin een man voor de spiegel staat die hetzelfde laat zien in plaats van diens spiegelbeeld. Bij Stijn ter Braak kun je voor de spiegel gaan staan wat je wil, maar je ontbreekt in het spiegelbeeld dat tot in de kleinste particulariteiten is weergegeven in materialen die niet zijn wat ze voorstellen. Het flesje Tabac after shave is niet anders dan een beschilderd portglas waarvan de steel is verwijderd.

‘Mijn badkamer’ (detail interieur), 2021
‘Mijn badkamer’ (detail interieur), 2021

Stijn ter Braak brengt met deze sculpturale uitwerking van de schilderkunst een plaatsvervangende aanwezigheid van de werkelijkheid als kunstwerk tot stand. Je vindt er als kijker geen plaats in. Je kunt erin gaan staan en naar kijken en dat is het enige voorrecht dat je hebt. Je kunt je verplaatsen in het onbestaande.

 

Hij maakte later nog een derde werk waarin zijn slaapkamer het onderwerp was in een tentoonstelling in het kunstenaarscollectief 019 in Gent in de loop van 2022. ‘Het is een smal concept om spullen na te maken met andere spullen totdat het er genoeg op lijkt. Het is wel een onuitputtelijke bron, maar vooralsnog beschouw ik Mijn slaapkamer als de afsluiting van een drieluik. Eén van de ideeën die ik heb is om de ruimte negentig graden te draaien, het bed overeind te zetten en op de plaats waar mijn hoofd ligt een leegte te maken, zodat de kijker – als op een kermisattractie – er zijn hoofd doorheen kan steken. Ik moet nog zien of het wel werkt zoals ik het voor ogen heb. Het gaat er ook om wat het perspectief doet als je van een liggende vorm een staande maakt. Het gaat om het moment dat je je bed niet uit kunt komen. Dit ongetwijfeld voor veel mensen herkenbare gevoel te willen delen, is wat me drijft om dit te gaan maken.’

Bestel een exemplaar van ‘Zien wat je niet weet’

Klik hier voor de website van Stijn ter Braak.

Klik hier voor de website van Galerie Mieke van Schaijk.

 

Advertenties

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar advertenties@mistermotley.nl

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

* verplicht