Alex de Vries

‘Zo deel ik deze plek graag met jou’ – op atelierbezoek bij Rubén Dario Kleimeer

Interview
7 september 2026

Het gaat in de fotografie van Rubén Dario Kleimeer om de ruimtelijke ervaring in de gebouwde omgeving. ‘Hoewel ze in hun compositie wel streng ogen, zijn het geen hermetische beelden. Er zit altijd zuurstof in en ruimte tussen de elementen,’ schrijft Alex de Vries. Rubéns atelier maakt deel uit van het Groot Rotterdams Atelier Weekend. Op 19 en 20 september openen door heel Rotterdam zo’n 700 kunstenaars en makers de deuren van hun ateliers. Ontdek kunst van dichtbij, ontmoet de makers achter het werk en laat je verrassen op plekken die normaal gesloten blijven.

De studio van Rubén Dario Kleimeer (Colombia, 1978) maakt deel uit van het complex Playtime aan de Van Vollenhovenstraat in Rotterdam, op steenworp afstand van de Kunsthal. In de plint van het gebouw is achter grote etalageruiten een aantal werkruimtes en een koffiebar te zien. Kleimeer werkt in de strak ogende locatie op nummer 14C, waar ook initiatiefnemer van Playtime, architect Enzo Valerio kantoor houdt. ‘Ik ben hier zes jaar geleden, vlak voor de covid pandemie gekomen, en de wisselwerking met de architecten, ontwerpers en kunstenaars die hier werken is inspirerend, stimulerend en is ook in praktische zin van invloed op mijn werk.’

Voordat we aan een werktafel gaan zitten om over de ontwikkeling van zijn loopbaan te praten, gaan we eerst naar de naastgelegen koffiebar Dune en terwijl de koffie voor ons wordt bereid laat hij mij de grote werkruimte op de eerste etage zien. Daar is een tussenvloer weggehaald, waardoor er een hoge, lichte werkplek is ontstaan waaraan nog een schilderatelier en een vergaderruimte grenst. Er staan lange tafels waaraan een aantal mensen achter computers zit te werken. Er staan veel maquettes en modellen van objecten die de verschillende architecten en ontwerpers in Playtime hebben gemaakt.
‘In deze ruimte had ik in 2020 ook een bureau,’ vertelt Rubén. ‘Playtime is een plek voor onderzoek, ontwerp en kleinschalige bouw met een gemeenschap van ongeveer dertig personen. Er zijn naast deze open studio nog vijf andere studio’s en een werkplaats. Al gauw had ik ook het bureau naast het mijne in beslag genomen en stalde ik het werk dat ik maakte rondom me heen uit. Die expansie leidde ertoe dat ik naar de studio van Enzo op de begane grond ben verhuisd.’
Enzo Valerio, die ook in het voormalige zakenpostkantoor woont, vertelde in een interview met Leo Sebregts bij gelegenheid van de toekenning van de Abe Bonneman Prijs over de aard van Playtime: ‘Playtime is te vergelijken met the positivist house, waar Iñaki Ábalos over schrijft in zijn boek The Good Life: een soort machine voor modernistisch leven. Het voelt alsof we iedereen die hier komt werken bij onszelf thuis uitnodigen. De band met mensen is daardoor veel persoonlijker. Playtime biedt de mogelijkheid mensen om me heen te verzamelen die mij inspireren.’

Rubén Dario Kleimeer - uit het langlopende project’ the Potential of the Unintentional’ XXIII 2021 ultrachromeprint/dibond/lijst 100x125cm.
Rubén Dario Kleimeer - uit het langlopende project’ the Potential of the Unintentional’ XXIX 2021 ultrachromeprint/dibond/lijst 40x50cm.

Die gastvrijheid is voelbaar als ik met Rubén zit te praten. Hij vertelt dat hij als Rubén Dario Ballesteros Gomez is geboren in het Noordwesten van Colombia. ‘Vanwege het ontbreken aan een familiaire band ben ik nooit terug geweest naar Colombia. Echter, ik ben daar wel dondersnieuwsgierig naar en als ik een groot project waarmee ik nu bezig ben heb afgerond, zal ik die reis gaan maken.’
Hij was twee jaar oud toen hij werd geadopteerd door het gezin Kleimeer dat in Delft woonde waar zijn adoptievader werkte aan de Technische Universiteit.
‘Mijn vader kwam uit West-Friesland en Kleimeer is een polder in die Noord-Hollandse regio. Mijn vader kwam na zijn militaire dienstplicht in Delft terecht, waar hij mijn moeder ontmoette. Later is hij gaan werken in een laboratorium van de TU. Van hem kreeg ik mijn eerste fototoestel; een analoge spiegelreflexcamera waarmee hij alle familiefoto’s maakte. Ik groeide op met twee oudere zussen. Als familie maakten wij veel fietstochten, m’n vader voorop met een landkaarthouder aan zijn stuur gemonteerd.’

In de vensterbak naast de werktafel zie ik een hele stapel veelgebruikte plattegronden van internationale steden. Kleimeer lijkt duidelijk niet van de Google Maps: ‘Ik ben toch een jongen van de late jaren zeventig en houd van de analoge, papieren wereld.’
Die liefde voor het handmatige ambacht zat er al vroeg in. Na de middelbare school ging hij in Amsterdam nabij het Hugo de Grootplein naar het Hout en Meubileringscollege waar hij de opleiding tot creatief vakman volgde, maar tijdens die opleiding stapte hij in 2001 over naar de studie interieurarchitectuur van de Willem de Kooning Academie in Rotterdam.
’De jaartelling begint voor mij met de Willem de Kooning Academie. Ik ontdekte dat de wereld niet alleen van hout is, maar ook van steen, beton, staal en glas. Wel heb ik altijd een enorme liefde voor het ambacht gehouden, voor materialen en de technieken die erbij horen om ermee te werken. Toen ik interieurarchitectuur ging studeren met docenten als Jan Melis en Bas Kortmann, stond het bouwen in het teken van de Superdutch – bureaus als West8, OMA, MVRDV, Neutelings Riedijk = en Rotterdam had als architectuurstad een enorme uitstraling. Tegelijkertijd leerde ik ook mijn vrouw kennen en werd Rotterdam voor mij een echt thuis. Alles was binnen handbereik; het NAI, de Architectuurbiënnale, het Berlage Instituut waar ik lezingen bezocht, de MK Galerie in de Witte de Withstraat waar ik het werk zag van fotografen als Hans Wilschut, Gerco de Ruijter en Frank van der Salm. Daar is het vlammetje voor mijn werk als fotograaf ontstoken. Ik studeerde interieurarchitectuur, omdat ik het maken van objecten en meubels van hout in de vingers had en me afvroeg waar het samenkwam met andere materialen. Ik bewoog me tussen vrij en functioneel ontwerpen en had veel waardering voor de inbreng van docenten als Frank Kaufmann, de architectuurhistoricus, en cultuurfilosoof Jan van Heemst. Ik zat in die tijd veel aan de conceptuele kant van het maken, hoe je van een aanzet tot een resultaat komt, altijd uitgewerkt vanuit een idee, naar een lijntekening, een voorstelling in 3D, een kartonnen model, een schaalmaquette, maar het kwam nooit tot een daadwerkelijke uitvoering. Het werd nooit het echte ding en bleef bij een tekening van wat het zou kunnen worden. Na het derde jaar stapte ik over naar de beeldende kunst, de afdeling van René Verouden en Karin Arink. Daar kon ik me inschrijven voor een lesprogramma van fotograaf van Frank van der Salm. Na drie minuten was het raak.
Ik klom ‘s avonds over de hekken van bouwplaatsen om in de schemering die plekken te portretteren. Dat deed ik ook in de tunnel in de aanbouw die de voormalige Hofpleinlijn met het Centraal station verbond. Daar vond ik mijn onderwerp in de fotografie: de plekken en de ruimtes aan de randen van de stedelijke bebouwing, waar de gebouwde utiliteit schuurt aan het sociale domein. Met een bevragende hand op de kin maakte ik inzichtelijk wat er gebeurde op zo’n plek in foto’s die het midden hielden tussen documentaire, registratie en enkelvoudige zelfstandige beelden. Die beeldreeksen vormden kleine scenario’s van stedelijke scenes die ik op analoge middenformaat camera’s vervaardigde. Dat was toen de gewoonte op de academie, gekoppeld aan de traditie van stads— en landschapsfotografie. Fotografie was weliswaar geen aparte studierichting, maar de faciliteiten zoals een doka en een 4×5” technische camera waren er wel.
In die jaren oriënteerde de Willem de Kooning Academie zich nadrukkelijk op samenwerking met buitenlandse opleidingen. Via de medewerker internationalisering Ad Borstlap kon ik een uitwisselingsprogramma doen in China aan de Tongji University in Shanghai.’

Rubén Dario Kleimeer - in opdracht van Enzo Valerio tijdens de bouw van het paviljoen in Botanische Tuin Pinetum te Hilversum.
Rubén Dario Kleimeer - in opdracht van Time to Acces na voltooiing van wooncoöperatie ‘de Nieuwe Meent’ in Amsterdam

Rubén Kleimeer vertrok in 2006 samen met zijn vrouw naar Shanghai waar ze een half jaar zouden wonen. Het aanbod om op de campus te leven, sloeg hij af en hij ging in een buitenwijk wonen en reisde elke dag drie kwartier met een ringlijn van de bovengrondse metro langs de rand van de stad naar de universiteit.
‘In die tijd richtte de architectonische wereld de blik op China. Met de Olympische Spelen in Beijing en de Wereldtentoonstelling in Shanghai in aantocht was de belangstelling voor de ontwikkelingen daar groot. OMA van Rem Koolhaas was er actief, de Kunsthal wijdde er een tentoonstelling aan, er verschenen boeken als Urban China, Informal China en Talking Cities en de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam ging erover. Ik verkende de periferie van Shanghai en begon te fotograferen welke ruimtes de mens daar schiep. Natuurlijk was de desolate esthetiek daarvan een ingrediënt maar vooral een manier om de kijker binnen boord te halen.’

De foto’s die Kleimeer in Shanghai maakte laten een bijna verlaten, spaarzaam bebouwd gebied zien, locaties die het midden houden tussen opbouw en verval, in vale kleuren en vrijwel zonder mensen en dan nog vooral bouwvakkers. De foto’s tonen de expansiedrift van een metropool en de transitie van de totstandkoming ervan. Hij laat me een plattegrond van de stad zien die met plakband bij elkaar wordt gehouden waar een stippellijn op is aangegeven van een nieuwe stadscontour, de eerste aanzetten tot veranderingen via bruggen en viaducten. In 2008 zou hij erop terugkijken in de kleine publicatie Chongming Island. De Shanghai foto’s leverden hem ook een eerste solo-expositie op, Città Ideale, bij galerie Jurriaan van Kranendonk in Den Haag.

Rubén Dario Kleimeer - uit het project ‘de Schie’ in samenwerking met Christian van der Kooy en Pieter Hoexum.
Rubén Dario Kleimeer - uit het langlopende project’ the Potential of the Unintentional’ XXXI 2021 ultrachromeprint/dibond/lijst 40x50cm.
Rubén Dario Kleimeer - uit het boekwerk FENIX in opdracht van Stichting Droom en Daad.

Na de afsluiting van zijn bacheloropleiding in Rotterdam ging Rubén Kleimeer naar de masteropleiding fotografie van de academie Sint Joost in Breda. ‘Daar duurde het even om mijn draai te vinden. Op Sint Joost is fotografie een discipline die onder de paraplu van de beeldende kunst valt waaraan eenieder zijn eigen invulling kan geven. De gebouwde omgeving is mijn onderwerp, fotografie het medium waarmee ik die ruimte bevraag, becommentarieer, verbeeld en waardeer.’

Eenmaal gestart met zijn professionele beroepspraktijk als beeldend kunstenaar begon Kleimeer aan een serie foto’s in zwart-wit van sculpturaal en monumentaal ogende bouwkundige situaties die uiteenlopende associaties oproepen. Een foto van een halfronde stenen wand waarvan de radius en de curve zijn benadrukt door de betonnen plint ervan in het schrale gras roept bij mij als kijker tegengestelde associaties op: het Colosseum in Rome, de Muur in Berlijn, de luchtplaats van een gevangenis. De combinatie van archeologische tijdloosheid en een gedateerde tijdelijkheid maakt het tot een aangrijpend, gevoelvol beeld. Die kwaliteit kenmerkt ook de andere foto’s uit de reeks waarvoor hij na Rotterdam ook in Amsterdam, Antwerpen en Brussel fotografeerde en waarvoor hij momenteel meer steden bezoekt.
Hij benadert de steden veelal vanuit gebieden rondom de luchthavens, spooremplacementen, fabrieksterreinen en infrastructurele bouwwerken. Voor deze foto’s maakt hij gebruik van een 4×5” technische camera.
‘Ik ga eerst de omgeving spotten en dan pas besluit ik wat ik ga fotograferen. Daar neem ik bij voorkeur een dag of zes, zeven de tijd voor. Het is een arbeidsintensief proces waarin zich de nodige vertraging voordoet, ook door de technische complexiteit, maar de uiteindelijke beelden maken alles goed. Ik doe het met hart en ziel met als uitgangspunt: zo deel ik deze plek graag met jou.
Wat ik fotografeer is een onbekende ruimte die ik door strenge kadrering in een compacte uitwerking vormrijk in beeld breng. Het zijn simpele bouwelementen die ik op een voetstuk plaats waardoor ze een klassiek karakter krijgen, maar in het heden uitgevoerd met de middelen van nu. Het gaat om de nabijheid van het beeld dat deel uitmaakt van een groter geheel dat niet te zien is maar wel voelbaar wordt.’

Het gaat Kleimeer om de ruimtelijke ervaring in de gebouwde omgeving. Hoewel ze in hun compositie wel streng ogen, zijn het geen hermetische beelden. Er zit altijd zuurstof in en ruimte tussen de elementen. Deze doorlopende fotoreeks heeft hij in verschillende stadia onder de titel The Potential of the Unintentional bij de Rotterdamse Contour Gallery in solotentoonstellingen laten zien. Hij is voornemens het project in een fotoboek te publiceren en af te ronden. In afwachting daarvan is in 2025 The Museum as Metaphor verschenen waarin zijn werk en dat van collega Iwan Baan staat afgebeeld over het gebouw van het museum over migratie Fenix, uitgevoerd in opdracht van stichting Droom en Daad. De foto’s van Kleimeer laten de transformatie en de totstandkoming van het gebouw zien, een op het lijf geschreven onderwerp. Baan fotografeerde het voltooide museum op ooghoogte en vanuit de lucht.

‘Doordat ik in Playtime werk alsmede in opdracht van Enzo Valerio en anderen, omarm ik de laatste tijd steeds meer het ruimtelijke object als scheppend deel van mijn werk. Ik laat mij aanmoedigen door objecten uit de bouw en aannemerij die ruimten afbakenen zoals dranghekken, afzetlint,
pionnen en bouwhekken. Of objecten uit het publieke domein zoals straatmeubilair, verkeersborden en billboards. Met precisie bouw ik deze op schaal na om vervolgens te experimenteren met de manier waarop ze zijn te versmelten met mijn fotobeelden.’

Voor de uitwerking van zijn beroepspraktijk hanteert Rubén Kleimeer het logo van Mercedes Benz, een cirkel met drie taartpunten, waarin de beeldende kunst parallel bestaat naast het fotograferen van gebouwen in opdracht van architecten. In het laatste segment vallen onderzoekende beeldessays die tot stand komen in samenwerkingen met historici, schrijvers en denkers om in fotobeelden, grafieken en diagrammen meer inzicht te bieden in het karakter van de gebouwde omgeving. Wanneer hij doceert is het vertrekpunt per definitie één van deze drie benaderingen.
Met enige terughoudendheid vertelt hij over een opdracht voor het fotograferen van een publiek gebouw in Rotterdam dat nu wordt ontwikkeld: ‘Misschien dat ik tijdens het Groot Rotterdams Atelier Weekend op 19 en 20 september 2026 daar de eerste beelden van kan laten zien.’

Rubén Dario Kleimeer - uit het Juryrapport van de Grote Maaskantprijs toegekend aan architectuurhistoricus Michelle Provoost, onlangs vertoond in het pas geopende Nederlands Fotomuseum te Rotterdam.
Rubén Dario Kleimeer - uit het beeldessay van het boekwerk ‘Architectuur in Nederland 2024/2025’ gepubliceerd door nai010.
Advertenties

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar advertenties@mistermotley.nl

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

* verplicht