Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

"Advocaat drinkt whiskymix of paft bij zoologisch aquarium"

05-02-2016 Vibeke Mascini

Terugblikkend is de naderende schrikkeldag daadwerkelijk een opsparing van uren, minuten en seconden die we de afgelopen drie jaar verloren waren; samengeklonterde fracties tijd die met zweet en papiersnippers tot een extra kalenderdag vormen. Niet dat de afgelopen jaren geheel gebrekkig waren, maar toch leek er iets te missen dat mogelijkerwijs aan een tijdgebrek te wijten valt. Er waren mooie momenten, die steeds net een seconde te kort duurde en op de bijzondere ontmoetingen kwam ik steeds een minuut te laat. Als het op de taal aankomt, is het soms meer dan de woorden die ons tekort schieten. De Franse schrijver Georges Perec maakte het gebrek nog toonbaarder door aan het eind van de jaren zestig La disparition te schrijven, een boek waarin de letter e geheel ontbreekt. Ik las de Nederlandse vertaling van Guido van de Wiel, waar hij tien jaar aan besteedde en die decennia later met de titel ’t Manco uitkwam bij de Arbeiders Pers.

De verdwijning van de meest voorkomende letter van onze taal (hetzelfde geldt voor de oorspronkelijke Franse versie van het boek) treedt in afwezigheid steeds naar de voorgrond.  Perec maakt de verdwijning tot onderwerp van het boek door tegelijkertijd te verhullen als te onthulllen. Het boek gaat over Anton Vocalis, die het gevoel heeft dat er iets ontbreekt, maar hij weet niet wat. Hij heeft hallucinaties en probeert zijn manco zo goed mogelijk onder woorden te brengen, maar zonder de e komt hij er niet uit. Doktoren kunnen niets vinden, want ook zij zitten in de e-loze wereld. Aan het eind van hoofdstuk vier is Anton Vocalis verdwenen en met hem ook het complete vijfde hoofdstuk, dat wordt ingenomen door een blanco pagina. Dit geldt als een van de subtiele verwijzingen naar de e, de vijfde letter van het alfabet. Een groep mensen die later familie blijken te zijn, probeert het mysterie van Anton Vocalis te achterhalen aan de hand van een pangram waar elke letter van het alfabet in voorkomt, op één letter na. 

“Advocaat drinkt whiskymix of paft bij zoologisch aquarium”

In hun zoektocht worden ze steeds achterna gezeten door Baardmans, een constante bedreiging die bijzonder veel aan Perec zelf doet denken. Iedereen die het ontbreken van de e doorkrijgt, sterft onherroepelijk. 

Het thema van verdwijning klinkt in onnoemlijk veel lagen in dit boek van Georges Perec door en dan nog zie ik de helft van zijn verwijzingen ongetwijfeld over het hoofd. Dat zonder de meest gebruikte letter zo’n omvattend verhaal te vertellen valt, wekt de gedachtegang op dat we in onze taal misschien wel ooit een zelfstandige klinker zijn kwijtgeraakt. Een waar we inmiddels geen weet meer van hebben, maar waardoor we onszelf soms zo machteloos incompleet kunnen verwoorden. Zoals de Nederlandse vertaler Guido van de Wiel het in zijn buitengewone vertaling ’t Manco beschrijft: “Is het niet dat we bij allerlei belangrijke gebeurtenissen in het leven het gevoel hebben dat woorden tekortschieten? De letters en de lettercombinaties die ons ter beschikking staan, drukken op wezenlijke momenten nooit voldoende en exact uit wat ons gevoel werkelijk inhoudt.”
 
Dat een gemis tot een gegeven kan groeien waar we ons nauwelijks meer van bewust zijn, is prachtig en tragisch tegelijk. Dat ons gebrek het stille bewijs is van wat we verloren zijn en dat, mochten we het ooit terugvinden, exact de maat van ons gemis heeft. Een zelfde soort ervaring heb ik met de verloren minuten. Alsof alles waar wij voorheen niet aan toe kwamen precies zou hebben gepast in de tijd die wij toen net niet hadden. Als ik denk aan de telefoontjes die ik miste en de ochtenden dat ik nog even onder mijn lakens had willen blijven, lijkt dat niet geheel onwaarschijnlijk te zijn. Het naderen van een hervonden dag, een 29e februari, gaat daarmee ook met een zwaarte gepaard: weten we nog wel wat we in die tekortgeschoten tijd hadden willen doen?


 

“ Ik heb de fenomenen van alle talen op de wereld, klassieke en moderne, bestudeerd. Hoofdzakelijk geïnteresseerd in die klinkers die de pure elementen vormen, de primitieve cellen van de taal, heb ik de vocaalklanken op hun eeuwenoude tocht gevolgd, ik heb door de eeuwen heen het gebas van de a gehoord, het gepiep van de i, het gebler van de e, het gekukeleku van de u, het gebrom van de o. De ontelbare huwelijken die de klinkers met andere klanken hebben gesloten, bevatten voor mij geen geheimen meer. En toch, bijna aan het einde van mijn carriere, merk ik dat ik nog altijd op de onbekende Klinker wacht, naar hem uitzie, de Klinker der Klinkers, die ze allemaal omvat, die al onze problemen zal oplossen, de Klinker die tegelijkertijd het begin en het einde vormt, en uitgesproken zal worden met alle adem van de mens, door enorme opensperring van de kaken, alsof er in één enkele gil het gegaap van de verveling, het gebrul van de honger, het gekreun van de liefde, het gereutel van de dood in doorklinkt. Zodra ik hem gevonden heb, zal de creatie zichzelf verslinden en er zal niet overblijven – niets behalve de onbekende klinker!” 

Jean Tardieu 
Un mot pour un autre

(ik vond dit citaat in ’t Manco van Georges Perec, vertaald door Guido van de Wiel)

 

 

 

 

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl