In de jaren ’60 en ‘70 maakte kunstenaar Joseph Kosuth zijn zogenoemde “Proto-Investigations”, werken waarin hij onderzoek doet naar een specifiek object. Zijn kunstwerk ‘Clock (One and Five)’ uit 1965 bestaat uit: 1. een foto van een klok op ware grootte; 2. een echte klok met de tijd van de plaats waar het werk hangt; 3. drie uitvergrote woordenboek definities in Engels en Latijn van de woorden “tijd”, “machinatie” en “object”. 

De vraag die hij hiermee stelt is: wat is de echte klok? Wat maakt de klok een klok? Wat is de essentie van een klok? Waarom is de ene klok meer klok dan de andere klok? Kosuth is op deze manier geïnteresseerd in de werking van taal in ons begrip van en in de relatie met echte objecten. In het geval van de klok zijn dit zeer relevante vragen, aangezien het object een groot deel van ons leven, ons geluk en onze timing bepaald. 

Kosuth -‘Clock (One and Five)’, 1965
Kosuth -‘Clock (One and Five)’, 1965

De wetenschap van tijdmeting staat bekend als horologie, Grieks voor: het uur vertellend. De eerste klokken ontstonden in het oude Egypte, in de vorm van zonnewijzers, kalenders, obelisken en waterklokken. Later kwamen zandlopers, en daarna de eerste mechanische klokken: klokken die werden aangedreven door een zogeheten echappement, veer-aangedreven klokken en slingerklokken. In de 15e en 16e eeuw bloeide de ontwikkeling van klokken, omdat het bijhouden van de tijd steeds belangrijker werd voor reizen. In 1840 werd er patent uitgegeven voor de eerste elektrische klok, en sinds de 20e eeuw bestaan er klokken zonder uurwerk. De tijd waar we ons tegenwoordig aan houden is gebaseerd op die van een atoom-klok; de meest nauwkeurige klok die op dit moment bestaat. Deze klok gaat uit van trillingen van atomen, en is nauwkeurig tot op een seconde per duizenden jaren. Sinds de komst van deze atoomklok is de duur van een seconde niet meer gebaseerd op de zon of de draaiing van de aarde, maar op de tijd die nodig is om in een cesium atoom 9.192.631.770 trillingen te tellen.

Hoe laat is het? Hoe vaak per dag kijken we wel niet op ‘de klok’, zij het digitaal, analoog, op je telefoon, laptop, aan de muur, op het station, of op de kerktoren? De klok wordt gezien als een van de oudste menselijke uitvindingen. Dit toont aan dat er al heel lang, zij het niet altijd, een drang in de mens is geweest om grip te krijgen op het verloop van tijd, of het verloop van gebeurtenissen, en daarmee grip op (al dan niet de eindigheid van) ons leven. Want dat is heel simpel gezegd hetgeen dat een klok doet: het is een instrument om de tijd aan te geven, een instrument voor de indeling van de tijd in kleinere en specifiekere delen dan degene die er vanuit de natuur al aanwezig zijn, namelijk de dag: de zon die opkomt en ondergaat, en daarnaast de maand en het jaar. Eens waren dit de maatstaven waar de mens naar leefde; we sliepen als de zon opkwam, gingen slapen wanneer hij onderging. We aten wanneer we honger hadden en deden alles vanuit eigen initiatief en beweging.

Nu doen we alles wanneer ‘het er tijd voor is’. We gaan slapen wanneer het tijd is om te slapen, we staan op wanneer het tijd is om op te staan, we eten wanneer het tijd is om te eten. We trouwen, krijgen kinderen en maken carriere in de daarvoor aangewezen tijd. Bedtijd, etenstijd, reistijd, werktijd, vrije tijd. Ons leven is opgehangen als aan een kapstok van al deze verschillende tijden, en hetgeen dat ons vertelt welke tijd het nu is, en wat we nu moeten doen, dat is de klok. We zijn verder gegaan dan de Egyptenaren ooit hadden kunnen denken: tijdzones, zomer- en wintertijd, alles om maar meer grip te krijgen op het verloop van tijd, en om een standaard begrip van tijd door te voeren, terwijl eerst ieder land, zelfs ieder dorp, zijn eigen tijd had. Wie een paar uur in de trein zat moest zo’n tweehonderd keer zijn horloge verzetten om bij de tijd te blijven. Tegenwoordig past je laptop of iPhone zich automatisch aan als hij zich in een andere tijdzone bevindt.

Kunstenaar Christian Marclay maakte in 2010 een film genaamd ‘the clock’. Het is een film van 24 uur lang en is samengesteld uit filmshots waarin een klok te zien is. Iedere minuut die voorbij gaat, is te zien op een klok in het filmshot. Dus als het ‘in het echt’ 15:56 is, dan zie je op het scherm, in de film, een klok waarop het 15:56 is. Anders gezegd: het werk zelf ís in principe een klok. Je kijkt als toeschouwer naar de tijd die verstrijkt. Het kunstwerk is een programma dat zo geprogrammeerd is dat het start op de lokale tijd van de plaats waar het afgespeeld wordt. Niet alleen past de film zich aan op de tijd, ook zit er een soort van logisch verloop in de scenes, een verhaallijn qua gebeurtenissen. Het kostte Marclay drie jaar om de film te maken, samen met een team van assistenten die de gehele filmgeschiedenis doorzochten.

Christian Marclay 'the clock’, 2010
Christian Marclay 'the clock’, 2010

Christian Marclay 'the clock’, 2010
Christian Marclay 'the clock’, 2010

Marclay laat op een subtiele, maar confronterende wijze onze obsessie met tijd zien. We kijken zo vaak op de klok dat we de tijd letterlijk voorbij zien gaan, en met zijn werk doet hij precies hetzelfde: mensen blijven uren in zijn installatie zitten.

Kosuth maakt ons bewust van het feit dat we niet meer echt nadenken over de klok, en daarmee over tijd. We accepteren het als iets wat boven ons staat, iets wat op onze schouders drukt als een vast gegeven is, in plaats van dat we het simpelweg opvatten als een instrument of object die de tijd aangeeft.

De klok heeft een lange geschiedenis van mechanisering achter de rug, die waarschijnlijk nog wel even door zal gaan. Toen we de tijd in de vorm van de klok mechaniseerden, mechaniseerden we per ongeluk ook nog iets anders: onszelf. En hoe kleiner de klok werd, des te meer we hem met ons mee gingen dragen, als een constante herinnering aan de seconden, minuten en uren die voorbij tikken. We moeten 8 uren werken, 8 uren slapen, 20 minuten hardlopen, 10 minuten mediteren, ieder uur onze mail checken en binnen 5 minuten in de supermarkt weten wat we vanavond gaan eten. De klok heeft zowel de wereld zelf, als de manier waarop wij de wereld waarnemen en ermee omgaan, fundamenteel veranderd. De klok heeft gezorgd voor een wereld vol technologie, kennis en welvaart, ingedeeld in kaders en gemechaniseerd in kleine specifieke delen. Alles, inclusief onszelf, loopt op rolletjes, of zoals ze in het Engels zeggen: ‘it runs like clockwork’.

Marclay, 'clock', 2010
Marclay, 'clock', 2010

Kunst heeft het vermogen de tijd te kunnen vervormen; te vertragen, stil te zetten of er doorheen te reizen. Juist daarom biedt de kunst een kader waarbinnen we naar tijd kunnen kijken. Veel kunstenaars hebben zich op verschillende manieren bezig gehouden met het fenomeen tijd. In een serie artikelen zal Sanne de Vries de komende maanden hun werk beschouwen en interpreteren, om zo de verschillende kanten van tijd te onderzoeken.