Ik ben proefkolonist in Basiskamp Entre Nous, een kunstproject annex ‘humanitaire missie in eigen land’ van kunstenaar Edwin Stolk. Deze septembermaand woon en werk ik met veertien collega-kunstenaars in een door het leger gebouwde compound om werk te maken over de toekomst van de verzorgingsstaat. Op Mister Motley doe ik verslag. Dit is het dubbeldikke laatste blog.

De vorige keer: een aantal werken in wording zijn zomaar verwijderd, waaronder mijn installatie. Ik ben verbouwereerd. Waarom? 

Iedereen kruipt nog eens goed in zijn jas, een warmtepaal wordt ontstoken. De stemming is bedrukt. We gaan het hebben over de verwijderde kunstwerken, maar vooral over hoe het verder moet. We zitten in de enorme witte congrestent bestemd voor het publieksprogramma, de meest herfstbestendige tent in Basiskamp Entre Nous.

Wat is er gebeurd? Ik naaide hoesjes van schoonmaakdoekjes en begon delen van de anti-tankkruizen bij de entree van het militaire kamp in te pakken (zie Diensttelegram II). Gelijktijdig spoot kunstenaar Ivanka Annot met een stencil drie maal ‘The revolution is born’ op de wallen van de entree, met elke keer een ander aanvulling in handschrift erachteraan, zoals ‘The revolution is born at every closed border’. Onder een van de kunstenaars die erbij stond toe te kijken, ontkiemde het revolutionair elan ter plekke. Zij voegde een paar klassiekers uit het protestrepertoire toe aan de zinnen van Annot, zoals ‘Vive la revolution’.

De weggeschilderde graffiti, nog steeds zichtbaar voor de opmerkzame passant
De weggeschilderde graffiti, nog steeds zichtbaar voor de opmerkzame passant

Kunstenaar Edwin Stolk en curator Nils van Beek bleken not amused. Ze vatten de visuele toevoegingen aan de entree van het militaire kamp op als ‘muiterij’ en besloten er meteen korte metten mee te maken. Mijn anti-tankkruishoesjes werden weggehaald, de met spuitverf aangebrachte leuzen weggeschilderd. Wie weet wat er is voorgevallen, kan ze overigens nog steeds traceren. Eén bleef er gespaard, die was uit het zicht om de hoek aangebracht: ‘The revolution is born over every shared meal’.

Toen ik hoorde wat er was voorgevallen belde ik Edwin Stolk en vroeg naar zijn beweegreden. Stolk antwoordde dat het ‘niet de bedoeling was om te reageren op de militaire structuur’ van Basiskamp Entre Nous. Dat was volgens hem ook met ons afgesproken. Het militaire kamp was in feite zijn sculptuur of schilderij, en bovendien waren er afspraken met Defensie.

Foto: Ivanka Annot
Foto: Ivanka Annot

Twee dagen later tijdens de vergadering in het kamp vertellen Nils van Beek en Edwin Stolk opnieuw dat het militaire kamp gezien moet worden als een op zichzelf staand kunstwerk dat intact moet blijven. Ze benadrukken dat het drie jaar en bloed, zweet en tranen heeft gekost om voor elkaar te krijgen dat Defensie het basiskamp heeft willen bouwen.
Dat geloof ik graag. En het resultaat is spectaculair, zelfs al deinsde Defensie uiteindelijk terug voor een één op één replica van de compound Al-Aser Al-Jadit zoals die door het Nederlandse leger in Irak (Al Khidr) werd opgebouwd. Hier in Frederiksoord is een publieksvriendelijke versie verschenen, met in hoogte gehalveerde wallen en slechts een klein toefje huis- tuin- en keukenprikkeldraad in plaats van de gebruikelijke hoeveelheden NATO-draad (bijgenaamd ‘scheermesprikkeldraad’).

Rest de vraag waarom er vijftien kunstenaars zijn uitgenodigd om in een eigenlijk al voltooid kunstwerk te bivakkeren? Er lijkt geen ruimte te zijn om werk te maken en te laten zien. Stolk legt uit dat het zijn idee was dat wij vanuit het kamp de omgeving in zouden trekken met als richtsnoer een gemeentelijke ‘casus’ oftewel een gemeentelijk probleem. Inderdaad is er op zeker moment sprake geweest van casussen, maar die bleven zolang op zich wachten dat de meeste van ons al aan eigen ideeën waren begonnen. Toen de eerste kampweek erop zat kregen we een document toegemaild, voor niet-ambtenaren vrij pittige kost. Daarover zouden we nog vergaderen. Toen dat overleg niet werd gepland, leken de casussen een stille dood te sterven.

De groeiende beeldentuin bij de tent van Elise Leusink & Jeroen Gras
De groeiende beeldentuin bij de tent van Elise Leusink & Jeroen Gras

Kortom, ik dacht dat ik onderdeel uitmaakte van een kunstproject met een militair kamp als woon-werkplaats en manifestatieterrein. Nu blijkt dat ik in een sculptuur kampeer. ‘De militair als kunstenaar, de kunstenaar als militair’, zei mijn vader toen ik probeerde de toedracht uit te leggen. Defensie creëerde in opdracht van een kunstenaar een basiskamp, van waaruit kunstenaars een maand de tijd hadden voor een binnenlandse missie om gemeentelijke problemen met kunst bespreekbaar of zichtbaar te maken. Alleen is de missie niet tijdig en duidelijk aan de rekruten uitgelegd.
Na enig heen en weer praten lijkt het toch mogelijk dat we werk maken en tonen op het binnenterrein van het kamp. Sommige kunstenaars zijn dat al geleidelijk aan het doen, bijvoorbeeld door stukje bij beetje hun tent uit te breiden. Juist de entree van het kamp bleek als blikvanger gevoelig te liggen. HelaPiDaKa, zoals dat heet in militair jargon (Helaas pindakaas).

Het conflict lijkt bezworen. Annot en ik zijn er niet op uit om een rel te schoppen. We willen verder, geen tijd verliezen met vergaderen maar dingen maken.

Detail regenorgel in de beeldentuin bij de tent van Elise Leusink & Jeroen Gras
Detail regenorgel in de beeldentuin bij de tent van Elise Leusink & Jeroen Gras

Wijzelf, de kunstenaars die in aanvaring zijn gekomen met de opdrachtgever, hebben besloten ons werk een andere wending te geven. Toch blijft er bij mij iets knagen. De verwijderde werken verkeerden in de ontwikkelfase. Voor ze de kans kregen om al dan niet tot iets interessants uit te groeien, werden ze al ongewenst verklaard en verwijderd.

Ik vond het zo’n geweldige uitnodiging: een maand lang in betrekkelijke afzondering fatsoenlijk betaald werk maken! En dat in relatie tot een schurende, stimulerende plek met een fascinerende, voor het heden relevante geschiedenis. Die kans wil ik benutten. Als er in de kunst geen ruimte meer is voor het experiment, het onverwachte, de mislukking, kritiek en dialoog, is dat verontrustend.

Diensttelegram 04 - Finale

Tien dagen later

Gezamenlijke installatie met genaaide tekening op Hesco-doek door Karin Bartels en tekst genaaid op schoonmaakdoekjes door Richtje Reinsma (‘Als alle vrijwilligers een dag zouden staken ligt het land plat’)
Gezamenlijke installatie met genaaide tekening op Hesco-doek door Karin Bartels en tekst genaaid op schoonmaakdoekjes door Richtje Reinsma (‘Als alle vrijwilligers een dag zouden staken ligt het land plat’)

De laatste dag ontbrak het aan niets: er was kunst, zon en publiek. De sfeer in het kamp had iets weg van een openluchtmuseum. Erik Fakkeldij drukte gesneden portretten van de proefkolonisten op houten kistjes, Ivanka Annot presenteerde de wolvilterij waarmee ze haar eigen duurzame bed aan het maken was, Jeroen Gras en Elise Leusink staken plaggen tijdens een arbeidsintensieve performance. Liesbeth Labeur liet haar proefnemingen zien om papier te maken uit de vele folders die in het Basiskamp te vinden waren, en Klaas van Gorkum presenteerde zijn eerste vlechtwerk: een miniatuur hoorn des overvloeds. Een ode aan de vroegere kolonisten die niet konden of wilden meedraaien in het agrarische stramien van de Maatschappij van Weldadigheid, en in plaats daarvan ambachten zoals riet vlechten leerden om rond te komen.

Herma Schellingerhoudt maakte een gedenkpenning voor Meilof, een van de ongelooflijk hardwerkende vrijwilligers die onontbeerlijk zijn geweest voor operatie Basiskamp Entre Nous. Schellingerhoudt borduurde voort op de negentiende-eeuwse traditie van de Maatschappij van Weldadigheid om goed presterende kolonisten te belonen met medailles. Tot slot waren er films in de tot bioscoop omgetoverde tenten van Charlotte van Winden, Egon Hanfstingl en Erwin Van Doorn & Inge Nabuurs.

‘Bejaarden wassen’ door Selby Gildemacher. Foto: Hristina Tasheva
‘Bejaarden wassen’ door Selby Gildemacher. Foto: Hristina Tasheva

Er was zelfs zorg. Selby Gildemacher had zijn tent ingericht als natte cel, waarin hij ouderen een gratis wasbeurt aanbood. Gehuld in een hagelwitte jas en voorzien van een grote smetteloze washand zag Gildemacher er slagvaardig uit. Toch bleef de intekenlijst naast de ingang lang leeg, ondanks het feit dat Gildemacher inspeelde op actueel kritisch online commentaar op kunstsubsidie (‘Van dat geld kan je beter bejaarden wassen.’).

Gelukkig werden ook de kleine lettertjes van Gildemachers instructiebord opgemerkt (‘Bejaard-zijn is geen vereiste om gewassen te worden’), zodat de kunstenaar de dag niet geheel in ledigheid hoefde door te brengen. Uiteindelijk waste Gildemacher in totaal één curator van middelbare leeftijd en kon hij een meisje met vogelpoep in haar haren behulpzaam zijn.

Onderdeel van de installatie van Ivanka Annot
Onderdeel van de installatie van Ivanka Annot

Opvallend was het vindingrijke gebruik van militair restmateriaal van Hesco-doek, oftewel ‘geotextiel’, dat verwerkt was in de wal van de entree van het kamp. Hesco is een dubieus internationaal miljoenenbedrijf dat ‘snel ontvouwbare barrièresystemen’ levert en nauwe connecties heeft met het Syrische dictatoriale regime. In Basiskamp Entre Nous werd het lichtbruine, enigszins papierachtige doek op verschillende manieren gedomesticeerd. Ivanka Annot maakte er onderleggers van om haar wol op te vilten, Jeroen Gras en Elise Leusink knipten er slingers uit om hun tent mee te versieren, en Egon Hanfstingl benutte het om er kamerschermen, vloermatten en een bioscoopscherm mee te fabriceren.

 

Detail genaaide tekening op Hesco-doek door Karin Bartels
Detail genaaide tekening op Hesco-doek door Karin Bartels

Ook Karin Bartels gaf een aantal bemodderde stukken Hesco-doek een nieuwe bestemming. Na reiniging gebruikte Bartels ze als canvas voor tekeningen met draad, genaaid op de naaimachine. Ze beeldde er fragmenten van foto’s op af die ze de afgelopen maand maakte, onder andere als vrijwillliger bij het Bloemencorso van Frederiksoord.

Karin Bartels en ik presenteerden ons werk samen op een van de uitkijktorens, ditmaal met vooraf  gevraagde toestemming. Ik naaide een citaat op gele schoonmaakdoekjes: ‘Als alle vrijwilligers een dag zouden staken, ligt het land plat’. Ik ontleende deze zin aan een lezing die Frans Kerver in het Basiskamp gaf over zijn ervaringen met het basisinkomen. Zijn uitspraak nestelde zich in mijn gedachten en maakte me nieuwsgierig naar de verbanden tussen vrijwilligheid, onvrijwilligheid, participatie, mantelzorg en vormen van arbeid die vaak niet als zodanig worden beschouwd, zoals het huishouden en de opvoeding. Ik had die gedachten graag nog nader met Karin Bartels onder de loep genomen en tastbaar gemaakt, liefst in samenwerking met een gezelschap ervaringsdeskundige vrijwilligers. Maar een maand kamperend kunst maken vliegt voorbij, en ik ben voldaan met de installatie die we onder de omstandigheden hebben kunnen maken. 

Basiskamp Entre Nous is afgebroken, klaar voor recycling door Defensie.

Details tekst genaaid op schoonmaakdoekjes door Richtje Reinsma (‘Als alle vrijwilligers een dag zouden staken ligt het land plat’)
Details tekst genaaid op schoonmaakdoekjes door Richtje Reinsma (‘Als alle vrijwilligers een dag zouden staken ligt het land plat’)