Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

Doe als Dalí, lummel en lanterfant naar hartenlust

01 Sep 2019 Judith Boessen

Lummelen, lanterfanten, dutten en dagdromen hebben zo hun waarde voor het artistieke proces. Schuldgevoelens over je lakse en lethargische houding met een deadline in zicht zijn niet altijd nodig, want onbewust zijn je hersenen de weg aan het effenen voor een glorieuze aha-erlebnis. 


Wallas
We starten dit verhaal in 1926, toen salonsocialist Graham Wallas zijn boek ‘The Art of Tought’ publiceerde. Wallace was een spilfiguur in The Fabian Society, het Victoriaanse 
Genootschap van intellectuelen die vanuit hun statige gauche caviarclubhonk aan Regent’s Park streedt voor sociale rechtvaardigheid. The Fabian society wordt gezien als de bakermat van de Britse Labour partij en fungeert nog steeds als denktank voor New Labour. Wallas is in Nederland een nobele onbekende maar hij heeft, bijna een eeuw later, een immense invloed op hoe we nadenken over creativiteit. Dat zit zo, Wallas is de grondlegger van het klassieke fasen model dat creatieve processen beschrijft:
''The first in time I shall call Preparation, the stage during which the problem was 'investigated ...in all directions'; the second is the stage during which he was not consciously thinking about the problem, which I shall call Incubation; the third, consisting of the appearance of the 'happy idea' together with the psychological events which immediately preceded and accompanied that appearance, I shall call Illumination. And I shall add a fourth stage, of Verification.''


Rogier Roeters
Rogier Roeters


Het fasemodel
Wallas stelt dus dat het artistieke maakproces bestaat uit vier opeenvolgende fasen: preparatie, incubatie, illuminatie en verificatie. Bij iedere (gewezen) kunststudent moet nu een lichtje gaan branden, want dit fasemodel zit diep verankerd in het academische kunstonderwijs. Dat is niet voor niets, want goede kunst komt niet zomaar uit de lucht vallen maar is het resultaat van een iteratief proces. Het incubatiestadium, zoals Wallas dit beschrijft in zijn fasemodel, is gebaseerd op denkprocessen die zich grotendeels onbewust afspelen. De term wordt in de medische wereld gebruikt om de periode te beschrijven tussen besmetting met een ziekte en de uitbraak van ziektesymptomen, maar Wallas gebruikt ’incubatie’ om het broeden op artistieke vondsten mee te beschrijven. En deze broedperiode is stomvervelend want aan de oppervlakte lijkt het proces stil te vallen, er wordt immers niets gemaakt of bedacht. Voor de kunstenaar is de incubatiefase dus een frustrerende aangelegenheid omdat hij er weinig vat op heeft. Een Eureka moment laat zich immers niet afdwingen en het broeden op ideeën kost tijd. Maar Wallas was ervan overtuigd dat diep in de krochten van het brein de oplossing al in de maak was. 


Hypnagogie
Wallas leefde in de tijd dat het Surrealisme en Dadaïsme hun opmars maakten en dus begreep hij het belang van het onbewuste voor het creatieve vermogen van de kunstenaar.  Wallas haalde de mosterd voor zijn fasemodel over creativiteit dan ook bij AndréBreton, de godfather van het Surrealisme. Als arts in opleiding werkte Breton tijdens WOI op de neurologieafdeling van een ziekenhuis waar hij freudiaanse theorieën over het onderbewustzijn toepaste op militairen met shellshock. Hij voerde experimenten uit waarbij getraumatiseerde soldaten onder hypnose de horror van de loopgraven herbeleefden en constateerde dat deze onbewuste processen een belangrijke stap op weg waren naar hun psychische genezing. In diezelfde periode experimenteerde Breton ook met het schrijven van surrealistische poëzie die hij maakte onder invloed van hypnagogische slaaptoestanden. In zijn Manifest van het Surréalisme uit 1924 beschrijft hij deze creatieve slaapexperimenten: ‘In volledige eenzaamheid op de rand van de slaap, begonnen zich zinnen te vormen die min of meer volledig waren en die waarneembaar waren voor mijn geest, zonder dat ik daar een wilskrachtige inspanning daartoe kon ontdekken.’Tegenwoordig noemen we dit microslaap, korte slaapmomenten waarbij je knikkebollend indut en daarna wakker schrikt. Breton ontdekte een creatieve goudmijn want net als de REM-slaap is secondenslaap een toestand waarin je geest fluïde en hyperassociatief is waardoor je gemakkelijker ideeën op een nieuwe manier bij elkaar brengt. Wallas knoopte deze tip van Breton in zijn oren en verwerkte de surrealistische slaapexperimenten in hoofdstuk 9 van The Art of Tought waarin hij stelt dat Dissociationeen essentiële voorwaarde is van het creatieve proces.

Rogier Roeters
Rogier Roeters


Dutten met Dali
Onder de surrealisten bevonden zich trouwens nog meer slaapmutsen die siësta’s implementeerden in hun artistieke praktijk. De meest toegewijde fan van middagdutjes was wel Salvador Dali die zijn methode beschrijft in Fifty Secrets of Magic Craftmanshipuit 1948. Hij instrueert collega-kunstenaars om ‘in een harde leunstoel te gaan zitten, bij voorkeur van Spaanse makelij, met je handpalmen omhoog op de leuningen. Houd een zware sleutel in tussen duim en wijsvinger van je linkerhand. Laat je dan steeds meer overmannen door een sereen middagslaapje, als de spirituele druppel van anisette van je ziel, die oprijst in het suikerklontje van je lichaam. Als je indommelt, ontspant je hand zich, de sleutel valt, en het geluid van de sleutel die op de grond valt zorgt ervoor dat je vlak nadat sommige van de beelden in je droom zijn verschenen wakker wordt. In plaats van dat je je best moet doen om ze je te herinneren, zoals we zo vaak doen, ben je bewust genoeg om ze je gemakkelijk te herinneren’.

Stapsteentjes?
Het model van Wallas is het laatste decennium ondergesneeuwd door hippe modellen over creativiteitsontwikkeling zoals Design Thinking. Veel academies hebben hun curriculum omgebouwd op basis van de vijf kleurige stappen die je als design- of kunststudent moet volgen om bij de pot met goud aan het einde van de regenboog te komen. Maar er is een fundamenteel verschil tussen het model van Wallas en de stapsteentjes van Design Thinking: de Incubatiefase wordt namelijk overgeslagen terwijl deze fase van schijnbare stilstand noodzakelijk is om tot nieuwe dingen te komen. Anders gezegd: lusteloos lummelen heeft zo zijn waarde in het artistieke proces. Onze tijdsgeest met een fetisj voor kwantitatieve data zit Wallas niet mee, want hoe meet je nu eigenlijk of en wat iemand onbewust wel of niet denkt?  Toch blijkt uit recent onderzoek dat ons onderbewustzijn in staat is om grote hoeveelheden complexe data en informatie te verwerken, eigenlijk zonder dat je het zelf doorhebt. Onbewuste denkprocessen zijn vooral divergent en associatief, zonder intentie of doel. En dat mentale dralen blijkt nu juist cruciaal te zijn voor creatieve processen. Ondanks de hoge leeftijd, staat het model van Wallas dus nog steeds als een huis. Mijn advies is, koester de verveling en doe als Dali: slaap er een nachtje over.  


Rogier Roeters
Rogier Roeters


Judith Boessen is een visuele omnivoor en verzot op kunsthistorische trivia. Haar favoriete tijdverdrijf is Wikipedia afspeuren naar bizarre weetjes en feitjes. Ze is hoofd opleiding van de ArtEZ docentenopleiding beeldende kunst in Zwolle. De tekeningen bij dit artikel zijn gemaakt door Rogier Roeters. Zijn werk bestaat uit performances, video’s, kostuums, goocheltrucs en tekeningen, heel erg veel tekeningen. Deze tekeningen vormen een gedachtestroom die de basis van al Rogiers verdere werk vormt. Check zijn website en Instagram.

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl