Het is niet mogelijk om je een vierdimensionale ruimte, wat tijd in natuurkundige zin is, voor de geest te halen; een ruimte die verder gaat dan alles wat we op aarde kennen. Laat staan het bevatten van de ruimte zelf, het universum, met krachten die de tijd doen versnellen en vertragen, terwijl wij hier op aarde al moeite hebben met het verschil tussen zomer- en wintertijd. 

Kunstenaar Katie Paterson weet op mythische manier het aardse en het ruimtelijke dichter bij elkaar te brengen, en beeld en vorm te geven aan de complexiteit van het natuurkundige aspect van tijd. In haar werk ‘Campo del Cielo, Field of the Sky’ gebruikte ze een echte meteoriet, een object dat de tijd letterlijk in zich draagt: de meteoriet vloog 4,5 biljoen jaar door de ruimte, en toen hij op aarde terecht kwam in één van de zwaarste meteoriet-regens die de aarde heeft gekend, zat hij ook nog eens 5000 jaar onder de oppervlakte begraven. Geschiedenis in fysieke vorm, ouder dan de aardkloot waarop hij terecht kwam. 

Wat ze vervolgens met de meteoriet heeft gedaan is heel simpel, maar in de roos. Ze maakte een mal van de meteoriet, smolt vervolgens de meteoriet, en goot deze daarna in de mal van zichzelf. Het resultaat is een meteoriet in een vorm van zichzelf; hij ziet er hetzelfde uit, en is in principe ook niet veranderd: alles wat er in zat zit er nog steeds in, alle metalen, ruimte-stof, steentjes. En tegelijkertijd is het toch ook een totaal ander object, zij het meer in mentale zin dan in fysieke.

Alle kunst van Katie Paterson draait rondom de natuurkundige aspecten van de tijd. Zo maakte ze een geurkaars die als je hem opbrandt alle geuren laat ruiken die je zou ruiken als je vanaf de aarde, langs alle planeten, naar een zwart gat zou reizen. En in 2014 begon Paterson aan haar kunstwerk ‘Future Library’, een aangeplant bos in Noorwegen. Dit bos zal voor 100 jaar, tot 2114, groeien en daarna worden gekapt. In die 100 jaar wordt er ieder jaar een schrijver uitgenodigd om iets te schrijven, een boek, verhaal, gedicht, of iets anders. Deze werken zullen tot 2114 worden bewaard in een speciale ruimte van de New Public Deichmanske Library in Oslo, hier zijn de werken te bezichtigen, zij het alleen de schrijver en titel. De rest, de inhoud, blijft bewaard tot het moment dat het bos wordt gekapt, en zullen dan worden gedrukt op het papier dat gemaakt wordt van de gekapte 100 jaar oude bomen. Wat er in de boeken, gedichten of verhalen zal staan, zal voor ons altijd en raadsel blijven, maar onze kinderen, of misschien pas hun kinderen, zullen ze kunnen lezen, als onbekende fossielen uit het verleden.

Ook maakte Paterson het werk ‘Timepieces (Solar System)’, een serie klokken die de tijd weergeeft van de planeten in ons zonnestelsel, en onze maan. De lengte van een dag varieert per planeet, van Jupiter’s kortste dag (9 uur en 56 minuten) tot Mercurius’ langste dag (4223 uur). Natuurlijk zijn deze uren gebaseerd op onze aardse uren, en ons idee van tijd, maar het geeft daardoor een goed beeld van hoe de tijd anders verstrijkt op andere planeten, en maakt de natuurkundige kant van tijd iets minder raadselachtig.

Tijd is een belangrijk onderzoeksgebied in de natuurkunde, maar tegelijk ook nog steeds een van de grootste natuurkundige raadsels. Toen het christelijke wereldbeeld nog de boventoon voerde, bepaalde dit wereldbeeld het idee van tijd. Het heelal was geschapen door iets buiten zichzelf en was onveranderlijk, van evolutie of de oerknal was geen sprake. Ook tijd werd gezien als een vaststaand element: het was er gewoon en bewoog gestaag op altijd hetzelfde tempo voort. In de natuurkunde wordt dit beeld van tijd ook wel absolute tijd genoemd. In absolute tijd is het tijdsverloop onafhankelijk van degene door wie het wordt gemeten, en de plaats waarvan dit wordt gedaan. 

Aristoteles en Newton geloofden beide in absolute tijd. Echter, kwam Newton er tijdens zijn experimenten achter dat er toch iets niet helemaal klopte. In1905 kwam een tot dan toe onbekende ambtenaar met een theorie: tijd was niet absoluut, maar juist afhankelijk van de plaats in het heelal, en de persoon die tijd meet. Sterker nog: tijd en ruimte zijn geen twee verschillende dingen, maar vormen samen een dimensie die ruimtetijd kan worden genoemd. De ruimtetijd is als een vierde dimensie, zij het niet fysieke maar wel reëel; het kan krommen en vervormen, en komt bovenop de drie dimensies die we op aarde kennen. Tijd is dynamisch en veranderlijk, niet vast en absoluut. Die ambtenaar? Dat was Albert Einstein. 

Einsteins theorie werd bekend als de relativiteitstheorie. Heel simpel gezegd omschrijft de relativiteitstheorie dat tijd niet een vaststaand onveranderlijk ding is, maar onderhevig aan verandering, oftewel relatief. Dit alles heeft te maken met de zwaartekracht, die letterlijk aan de tijd trekt. Hoe groter de zwaartekracht, hoe langzamer de tijd gaat. Zwaartekracht wordt groter als je in de buurt van een ‘lichaam’ komt, zoals ze dat in de natuurkunde noemen. De aarde is zo’n lichaam, daarom is het zo dat de tijd voor iemand die in het dal van een berg leeft, langzamer gaat dan voor zijn buurman die boven op de berg leeft; hoe dichter je bij de aarde komt, hoe zwaarder de zwaartekracht wordt. Op aarde is dit verschil echter miniem, bijna niet te meten. Het verschil wordt groter als je je verder en verder van de aarde beweegt, de ruimte in. Beweging heeft eenzelfde soort effect op het verlopen van de tijd. Als ik me voortbeweeg, gaat mijn tijd langzamer dan die van jou als jij op één punt stil blijft staan, maar ook in dit geval is het verschil op aarde miniem, omdat we ons hier niet heel snel kunnen voortbewegen. Mocht je je echter kunnen voortbewegen met een snelheid die in de buurt komt van het licht, dan haal je heel wat jaren in.

De complexiteit van de natuurkundige theorieën over tijd laten de mens vaak dromen over wat er mogelijk is. Zo maakt de natuurkunde bijvoorbeeld geen onderscheid in de richting van de tijd, voor de theorieën kan de tijd net zo goed achteruit gaan in plaats van vooruit. En is misschien zelfs zo dat er sterrenstelsels zijn waarin de tijd achteruit beweegt. Op deze manier is in natuurkundige zin is tijdreizen mogelijk, zij het in de toekomst, we hebben alleen de techniek er nog niet voor. In veel science fiction films of boeken zie je deze fascinatie terug; tijdreizen, zwarte gaten, wormgaten, andere dimensies, het einde van het heelal. Want als er ooit een begin is geweest, moet er dan ook niet ooit een einde komen? Het heelal dijt nog steeds uit, als gevolg van de oerknal en sommige wetenschappers zeggen dat als het heelal volledig uitgedijd is, de tijd stil zal komen te staan; zijn betekenis zal verliezen.

Het werk van Katie Paterson kan ons op hol geslagen hoofd een beeld, houvast, bieden bij het nadenken over dit soort grote vragen. Want uiteindelijk is het de verbinding tussen het universum en de aarde, die het zo lastig maakt om alles te bevatten; het staat simpelweg te ver van ons af, zowel fysiek als mentaal. Paterson heeft daar echter een oplossing voor gevonden in haar werk ‘Campo del Cielo, Field of the Sky’, namelijk met hetgeen wat ze vervolgens met een gedeelte van de meteoriet (in zijn eigen nieuwe vorm) heeft gedaan: ze heeft ervoor gezorgd, in samenwerking met de European Space Agency, dat dit deel van haar meteoriet weer terug gebracht is naar huis, de ruimte in. En nu zweeft er dus een meteoriet, aangeraakt door de mens, die eigenlijk geen echte meteoriet is maar dat wel lijkt, rond in het luchtledige.

Kunst heeft het vermogen de tijd te kunnen vervormen; te vertragen, stil te zetten of er doorheen te reizen. In een serie artikelen onderzoekt Sanne de Vries kunstwerken die de verschillende aspecten van tijd te onderzoeken.