Image

Een oproep tot bondgenootschap

09 Nov 2018 Gerda van de Glind

There were the days, rainy gray days, when the streets of Brooklyn were worthy of a photograph, every window the lens of a Leica, the view grainy and immobile. We gathered our colored pencils and sheets of paper and drew like wild, feral children into the night, until, exhausted, we fell into bed. We lay in each other's arms, still awkward but happy, exchanging breathless kisses into sleep.  - Patti Smith - Just Kids.


Op een rommelmarkt in Stockholm sta ik opeens oog in oog met Patti Smith. Haar blik is intens, haar haren zitten wild en haar jurk is zo wit als de twee duiven die op haar handen rusten. De ansichtkaart betovert. Allereerst door de hypnotiserende beeltenis, daarnaast omdat er nog iemand opstaat, hoewel onzichtbaar: Robert Mapplethorpe. Hij nam de foto in 1979 en deze voert me terug naar het boek dat Patti Smith over hun vriendschap schreef: Just Kids. Deze zomer had ik het toevallig herlezen en hoewel de meesten het al kennen, wil ik er toch aan herinneren. Het roept namelijk op tot iets wat volgens mij van onschatbare waarde is als maker, helemaal nu de dagen steeds korter worden: bondgenootschap.

Just Kids begint op de dag dat Patti Smith wakker wordt en beseft dat haar dierbare vriend Robert Mapplethorpe is overleden. Vanaf daar maakt ze een sprong via hun kindertijd naar hun ontmoeting in New York in ’67. De twee jonge dromers hebben beiden een dierlijke honger om kunstwerken te maken die resoneren binnen de onzichtbare poorten van de kunstwereld. Ze maken een pact dat ze voor altijd samen zullen blijven, bestieren een appartement en worstelen met het leven als jonge kunstenaars. Overdag schrapen ze geld bij elkaar met hun bijbaantjes en overleggen ze waar dat geld aan uitgegeven wordt: materialen of maaltijden. De keuze valt meestal op nieuwe materialen, waardoor hun maaltijden overwegend bestaan uit oud brood en saladesoep (kippenbouillon met stukjes ijsbergsla). ’s Avonds en ’s nachts maken ze nieuw werk en praten ze over hun mentale hindernissen, waarbij ze vaak elkaars tegenbeeld zijn. Zo is Mapplethorpe zijn artistieke zelfvertrouwen torenhoog maar is hij doodsbang dat de wereld hem niet begrijpt, en twijfelt Smith juist aan haar motieven en haar rol in een wereld die in de brand staat.

Patti Smith & Robert Mapplethorpe, New York City 1969
Patti Smith & Robert Mapplethorpe, New York City 1969

In my low periods, I wondered what was the point of creating art. For whom? Are we animating God? Are we talking to ourselves? And what was the ultimate goal? To have one’s work caged in art’s great zoos - the Modern, the Met, the Louvre?

De wereld tolt razendsnel om hen heen, maar de twee houden elkaar steeds in balans. Terwijl de mens de maan bewandelt, ontdekken zij hun seksualiteit, talenten en tekortkomingen. Soms stoten ze elkaar af, soms komen ze zo dichtbij dat ze wel een tweeling lijken, maar ze vinden elkaar steeds weer terug en blijven elkaar aanmoedigen. Onderweg lopen ze de groten der aarde tegen het lijf: van Janis Joplin tot Salvador Dalí en van Andy Warhol tot Bob Dylan. Met z’n tweeën klimmen ze steeds verder omhoog op de ladder naar waar ze zijn willen: die fonkelende kunstwereld vol zielsverwanten. Daarbij maakte het niet uit dat ze in sommige dingen uitersten van elkaar zijn, sterker nog: het kan juist wel eens hetgeen zijn wat ze zo ver bracht, als contrasterende kleuren die elkaar versterken. Deze tegenstelling zie je terug in andere beroemde vriendschappen.

Lucian Freud en Francis Bacon
Lucian Freud en Francis Bacon


Het schijnt bijvoorbeeld dat Matisse ooit heeft gezegd dat hij en Picasso van elkaar verschilden als de noord- en zuidpool, maar elkaar ook aantrokken. De concurrenten spraken regelmatig af om eens goed over hun werk te praten. Ook Duchamp en Dalí waren als dag en nacht: terwijl de eerste de spotlights schuwde, haalde de andere alles uit de kast (van luipaarden tot miereneters) om de artiest te zijn waarover iedereen het had. Verder maakten Frida Kahlo en Lucienne Bloch totaal ander werk en verliep hun eerste ontmoeting niet helemaal soepel (Kahlo zei tegen Bloch dat ze haar haatte) maar zodra zij besefte dat Bloch niet achter haar man aanzat ontstond er een innige vriendschap waarbij ze pieken en dalen met elkaar deelden. Lucian Freud en Francis Bacon waren ondanks hun enorme leeftijdsverschil goede vrienden die elkaar 25 jaar lang bijna dagelijks zagen. Ze gingen samen maar wat graag naar de kroeg (waarna Freud eens ’s wakker werd met zijn hoofd in de toiletpot) en discussieerden vurig over de wereld en hun werk, waarbij ze keiharde kritiek niet schuwden. Bacon vond dat als je je vrienden niet eens goed de waarheid kon zeggen, het geen echt vrienden waren.

Duchamp en Dali
Duchamp en Dali

Hoewel alle vriendschappen en kunstenaars hierboven natuurlijk van elkaar verschillen, geloof ik dat ze elkaar allemaal op een bepaalde manier verder hebben geholpen. Ze hebben elkaar spiegels voorgehouden en de weg omhoog gewezen. Zo ook Patti Smith en Robert Mapplethorpe, die uiteindelijk beseffen dat hun wegen gaan scheiden als Mapplethorpe zijn dood nadert. Op zijn sterfbed verzucht hij dat ze nooit kinderen hebben gekregen, waarop Patti zegt dat hun kunstwerken hun kinderen zijn. Daarin schuilt volgens mij de kracht van het hele boek: een innige band tussen twee mensen die hun leven wijden aan het scheppen van zaken die zich niet in waarde laten uitdrukken. Als het maken van kunstwerken hetgeen is waar je van droomt, is het van belang dat je omringd bent met mensen die dat begrijpen en je stimuleren verder te gaan, maar je ook kritische vragen durven te stellen die je voor jezelf verschuilt. Vrienden die je zien wroeten, knokken en op z’n tijd zien schitteren, maar  ook met liefde je werk afkraken en saladesoep met je willen eten. Die je scherp houden, bijsturen en waar nodig je kop uit de put (of wc-pot) trekken, en je blijven aanmoedigen om nieuwe avonturen aan te gaan, juist als het pad waarop je wandelt zo eeuwig onzeker is.

Patti, did art get us? - I don’t know Robert.

’Robert died on March 9, 1989.  [-] Suddenly I was shuddering. I was overwhelmed by a sense of excitement, acceleration, as if, because of the closeness I experienced with robert, I was to be privy to his new adventure, the miracle of his death.”

Kunstenaars hebben de kracht en het kritisch vermogen om te reflecteren op onze samenleving. In een serie artikelen belicht schrijver Gerda van de Glind boeken die de worstelingen, motieven en gaven van kunstenaars weerspiegelen.