Na minstens vier jaar vallen en opstaan, tijden dat de grond onder je voeten weg werd geveegd, nachten lang doorwerken en handen vol blaren, is het voor velen het meest waardevolle eigendom in het leven behaald: een diploma van de kunstacademie. Een papiertje van 21 x 29,7 centimeters groot dat slechts een paar gram weegt, maar wel duizenden euro’s aan schoolgeld en materialen heeft gekost. Tijdens de diploma-uitreiking neem je het onder toeziend oog van alle leermeesters die je tijdens je studiejaren op de voet hebben gevolgd, vol trots in ontvangst. Om het vervolgens in een laatje op te bergen en er nooit meer naar om te kijken. 

Maar dan: je bent afgestudeerd en klaargestoomd voor het vak. Opeens ben je ‘kunstenaar’, althans, dat staat op dat stukje papier wat je net onder op de bodem van een lade hebt verstopt. Hoe belangrijk is dit diploma van een gerenommeerde kunstacademie nu eigenlijk? Toen David Bade in de jaren ’80 toelating deed aan de Gerrit Rietveld academie in Amsterdam werd hij meedogenloos geconfronteerd met afwijzing. David Bade, vandaag de dag bekend als befaamd kunstenaar, docent én oprichter van zijn eigen utopische droomacademie: Instituto Buena Bista, werd niet toegelaten. Vijf jaar later vroeg de Rietveld academie Bade als gastdocent voor haar studenten.    

Ik bezoek Mirjam Pet-Jacobs in haar atelier aan huis. In het voorjaar van 2016 vulde ze mister Motley’s enquete over de behoeften en postitie van de (deeltijd)kunstenaar in, vandaag vertelt ze mij persoonlijk haar verhaal. Naast werk uit eigen hand hangt er op iedere muur van het huis wel een kunstwerk dat ze van andere kunstenaars verzameld heeft. We praten over de werken die ze maakt van textiel en de politiek geëngageerde onderwerpen die haar interesseren. Mirjam vertelt over de vele plekken, zowel nationaal als internationaal, waar ze inmiddels haar werk heeft mogen laten zien. Zo exposeerde ze in Florence, in verschillende plekken in Duitsland en Frankrijk, en werkte ze mee aan het maken van een tentoonstelling in Moskou. Wanneer ze me een rondleiding door haar huis geeft moet ik met een grote boog de kartonnen verhuisdozen omwijken die haar hal barricaderen. De gang staat vol met obstakels waarin haar werk netjes is opgeborgen, zodat het binnenkort naar Hong Kong vervoerd kan worden. Nederland lijkt te klein te zijn.

Wanneer ik Mirjam vraag of ze zich volledig kunstenaar voelt antwoord ze tot mijn grote verbazing echter nee. Want: Mirjam heeft gedurende haar leven vele cursussen gevolgd, maar nooit aan een kunstacademie gestudeerd. Haar diploma mist. Ondanks de professionele houding die ze heeft vergaard tijdens het maken van tentoonstellingen, het contact met museumdirecteuren, curatoren en organisatoren. Die professionele houding telt voor haar slecht voor 1/4e van de kwaliteiten die een goede kunstenaar moet bezitten, 3/4e is gevoelsmatig voor haar toch echt de opleiding aan een academie.

Mirjam groeide op met het idee dat studeren aan de kunstacademie geen toekomst bood. Ieder die toch de stap nam te vertrekken naar de grote stad om toelating te doen aan een academie, verbrak het taboe en was een vreemde eend in de bijt. De wens van Mirjam’s ouders gaf de doorslag: geen studie aan de vrije academie, maar een opleiding Engels aan de hogeschool van Nijmegen. Het liet haar niet weerhouden uiteenlopende cursussen te volgen op die academie waar ze zo graag had gestudeerd, van batik tot tekenen en schilderen. Later op de SBS, Stichting Beeldende Amateurkunst in Utrecht, groeide haar liefde voor textiel. Als kind maakte ze met haar nichtje al vreemde haute-couture creaties van hoeslakens. Haar creativiteit werd uitgedaagd omdat ze niet in de stof mocht knippen, jaren later kan ze pas echt haar energie kwijt in het materiaal. De vele korte opleidingen hebben haar gevormd tot de kunstenaar die ze vandaag de dag is. Maar tevergeefs is deze enorme bagage, jarenlang vergaring van kennis, voor Mirjam niet voldoende om zichzelf écht professioneel kunstenaar te noemen.

In tijden dat het taboe over is gewaaid en het studeren aan een kunstacademie in trek is geworden, geeft Mirjam haar eigen dochter wél de kans en stimulering om te studeren aan een kunstacademie. Een aantal jaar geleden studeerde ze af aan de KABK in Den Haag vertelt Mirjam met lichte jaloezie. Na het afronden van haar bachelor mag ze zich professioneel kunstenaar noemen, en zo wordt ze dan ook, tegenovergesteld van Mirjam, benaderd. Máár, ook Mirjam’s dochter blijkt - net als vele aftudeerders - na het behalen van haar diploma geen kunst meer te maken. ‘Ze maakt op dit moment niets want ze heeft net een andere studie afgerond, dat komt wel weer.’

Ik vraag me af waar het gevoelsmatige gebrek aan eigen professionaliteit bij Mirjam vandaan komt.. ‘Het heeft dan toch misschien te maken met opleiding, denk ik. Of misschien wel de intrinsieke motivatie.’ Maar is het wel het één of het ander? Mirjam ’s conclusie: ‘Het kan twee kanten opgaan. Ik ken hele goede amateurkunstenaars die nooit een officiële opleiding hebben gevolgd maar wel heel mooi werk maken. Zij hebben op de een of andere manier toch het talent of vermogen van een professioneel kunstenaar. Maar ik ken ook mensen die een opleiding aan een academie hebben afgerond, maar werk maken dat nergens op slaat.’

‘Een kunstacademie brengt een kunstenaar voort die gewend is om na te denken over de dingen waar hij of zij mee bezig is. Zich verhoudt tot de wereld en zelfreflectie kent. Wat dat betreft hebben kunstenaars met kleine opleidinkjes of cursussen vaak oogkleppen op. Daar proef ik een gemis aan nieuwsgierigheid en onderzoek.’ Haar definitie van een professioneel kunstenaar? Een kunstenaar die werk maakt niet om zakken vol geld te verdienen, maar om de wereld te bevragen en verrijken met zijn of haar kunst. ‘Uiteindelijk moet een goede kunstenaar vooral in staat zijn om een (eigen) verhaal te kunnen vertellen.’