Een consequentie van wandelen in de natuur is dat je met elke voetstap een spoor achterlaat in diezelfde natuur, een indruk in het landschap. Het is deze paradox waar de moderne mens constant mee geconfronteerd lijkt te worden: we kunnen de natuur en de wereld om ons heen alleen maar ervaren als we bereid zijn deze ook (gedeeltelijk) te verstoren. Tegelijkertijd huisvest in deze opvatting het idee van de mens als alleenheerser; wij als het machtige, centrale punt van de wereld. Maar is het niet deze hardnekkige gedachte die maakt dat wij mensen de wereld om ons heen naar onze hand zetten en daarmee vernietigen? De planeet als borduurwerk van de mens?

Wij mensen veronderstellen veelal dat wij als enige écht een mate van intelligentie bezitten vergeleken met de rest van de entiteiten op deze aarde zoals dieren, planten, bomen en objecten. Er zou kunnen worden gesteld dat deze conventionele gedachte over de innerlijke gevoelswereld en emotionele complexiteit van mensen die bij andere wezens, objecten en organismes zou ontbreken, voor een groot deel verantwoordelijk is voor de kloof die we hebben opgeworpen tussen het mens-zijn en ‘al het andere’. Het is de mythe waarin natuur en cultuur als gescheiden worden gezien en waarbij de laatste de regie voert over de eerste.

Sinds een aantal jaren is er een opmerkelijke tendens zichtbaar in onze hedendaagse (kunst) wereld. Schrijvers, denkers, wetenschappers en kunstenaars hebben het steeds vaker over ‘hoe om te gaan’ met het Antropoceen; het tijdperk van de dominante en overheersende mens. Er worden onderzoeken gedaan naar het gevoel van bomen, de intelligentie van planten en de macht van het object. Ook lijkt er een nieuwe belangstelling en waardering te ontstaan voor verhalen, mythes en vertellingen van onze voorouders waarmee de arrogante houding van de westerse mens die ‘alle wielen heeft uitgevonden’ wordt ingeperkt. Ook kunstenaars verdiepen zich in deze onderwerpen, zij lijken de toeschouwer te willen confronteren met zijn of haar dominante houding op deze aarde, ze relativeren het belang van de mens op de wereld en bieden bomen, planten, bloemen, dieren, voorouders en objecten een podium. De hamvraag die daarmee gepaard gaat is dan ook: hoe verhoudt de mens zich tot zijn of haar omgeving en hoe verhoudt deze omgeving zich tot ons mensen?

In de rubriek Gaia (de oermoeder, de Aarde, die ontstond uit de Chaos aan het begin van de dingen) zal mister Motley de komende drie maanden deze vragen onderzoeken in samenwerking met kunsthuis Syb en de Triënnale van Beetsterzwaag. Verwacht essays van diverse schrijvers over het decentraliseren van de mens, interviews met kunstenaars die zich in hun werk positioneren rondom planten en dieren, artikelen over levende fossielen zoals de prikvis en de pissebed, columns over empathie, nederigheid en ‘plaats maken’ en verhalen over de vraag hoe om te gaan met de grond waar wij ons dagelijks op bewegen. Dit alles in de hoop om meer zicht te krijgen op de eeuwige, ingewikkelde relatie tussen mens en planeet.

Omslagfoto: Kinga Kielczynska