‘Life is a life sentence, life is passing time, life is free thinking. So that is basically my work, from this philosophy; you consume time till you die. I’m not trying to make concepts about how to pass time, I’m just basically passing time. So if a person is working hard or lazy, or very creative or not creative, is all the same about passing time.

Of course you want to say, for example, this piece - time clock piece, every hour I punch the time clock, every hour on the hour - it’s repetition. But every time the hour is changing, it’s very different. For humans to deal with time, we know time does not stop, it’s moving. Every minute, every hour is different, you cannot go back. Every time is different but also the same thing. That’s the way we understand life.’ - Tehching Hsieh

Van 11 april 1980 tot 11 april 1981 stempelde kunstenaar Tehching Hsieh ieder uur, op het uur, de tijd af met een tijdklok, dag en nacht. Hij sliep niet langer dan 59 minuten, verliet zijn huis niet langer dan 59 minuten, deed niets langer dan 59 minuten. Een jaar lang. Voor iedere dag had hij een stempelkaart, waar hij ieder uur van die dag op af stempelde. Ook maakte hij ieder uur een foto van zichzelf. 365 stempelkaarten, 8627 foto’s (133 keer ging er iets mis door menselijk of technisch falen).

Met zijn werk ‘One Year Performance 1980 - 1981’, ook wel bekend als ‘The Time-Clock Piece’, doet Hsieh op fundamentele wijze onderzoek naar tijd; vooral naar hoe je het zichtbaar, visueel kunt maken. Hij onderzoekt het verstrijken van zijn dagen in het jaar, maar tegelijk ook het verstrijken van alle dagen van iedereen. Een jaar is volgens Hsieh een menselijke maat van tijd, simpelweg één eenheid. Onze jaartelling en onze levens tellen we in jaren. Daarnaast is het ook een universele maat in de zin dat het een jaar duurt voordat de aarde om de zon is gedraaid.

Wat uiteindelijk overblijft, alle foto’s, stempelkaarten, een statement en een film, geeft een fysiek beeld van Hsieh’s performance. Samen vult het een ruimte en vormt het een tijdlijn die inzicht geeft in het verloop van tijd, op een hele directe en fysieke manier.

Wat voor vorm heeft tijd? Is het plat, groot, klein, rond, ruimtelijk? Vaak gebruiken we een lijn om de tijd aan te duiden, waarschijnlijk omdat we tijd vaak voor ons zien als een weg, oftewel een lijn, die zich voor en achter ons uitstrekt. De vorm van de lijn in het afbeelden van tijd is al eeuwen oud. Van afbeeldingen uit de oudheid tot hedendaags; de lijn, de tijdlijn - recht en gekromd, vertakkend en kruisend, simpel en complex, technisch en artistiek - is de centrale figuur in onze visuele representatie van tijd. De mens heeft altijd de neiging gehad om de tijd tastbaar te maken, vast te leggen, juist omdat haar verloop zo ontastbaar en onvast is. Het gaat altijd maar door. De tijdlijn is ontstaan uit deze neiging en als antwoord op de vraag welke vorm we kunnen toekennen aan tijd, omdat we in ons dagelijks leven en spreken we dit constant doen; we praten over voor en na een bepaalde tijd, en tijd kan lang of kort zijn. In de tijdlijn wordt dit spreken en eigenlijk deze opvatting, zichtbaar gemaakt.

Het boek ‘Cartographies of Time’ van Daniel Rosenberg en Anthony Grafton geeft een indrukwekkend overzicht van de uiteenlopende vorm van de tijdlijn. Hun onderzoek is ontstaan vanuit de constatering dat het volledige verhaal van de tijdlijn nog nooit helemaal is verteld of uitgediept, en dat terwijl het een centrale rol speelt in onze geschiedenis en het vastleggen hiervan. Hun kernvraag: What does history look like? How do you draw time?’ is scherp en precies de vraag waaruit de tijdlijn zelf is ontstaan. Hoewel de tijdlijn zoals we hem nu kennen pas ongeveer 250 jaar oud is, ontstond de eerste aanzet al in de oudheid. De Grieken en Romeinen hielden bij wat er per jaar gebeurde, welke prestaties ze behaalden, wie er regeerde en welke uitvindingen er werden gedaan. In de middeleeuwen werden chronologische tabellen gemaakt die meestal een religieus doel hadden, ze verkondigden de schepping van de aarde volgens de Bijbel en lieten in hun tijdlijnen zien hoe dit was verlopen. In de Renaissance kwam de tijdlijn tot bloei en werd het vervaardigen ervan als een ware professie gezien, chronologie, die vaak zelfs een hogere aanzien kreeg dan de studie van geschiedenis zelf. De tijdlijn ontwikkelde zich in verschillende vormen, tot de vorm die we nu nog steeds kennen; op een gegeven moment waren mensen gewend aan de vertaling van tijd naar de vorm van de tijdlijn en gingen ze bij het lezen ervan uit van de relatie tussen de verlopen tijd en de afgebeelde grafische vorm en ruimte. Na de 18e eeuw, de tijd waarin tijd gemechaniseerd werd als gevolg van het invoeren van tijdszones en een standaard-tijdssysteem, vond er een versplintering van vakgebieden plaats en kwam de chronologie los te staan van de geschiedschrijving, waar als gevolg ervan de tijdlijn steeds meer als middel werd gezien, in plaats van als doel. Chronologie stond eerder bekend als ‘ziel van de geschiedenis’, maar kreeg daarna een andere status, er bleef slechts een skelet van over.

Een deel van Peter van Poitiers’ laat-twaalfde-eeuwse tijdlijn, die de geschiedenis van Jezus afbeeldt.
Een deel van Peter van Poitiers’ laat-twaalfde-eeuwse tijdlijn, die de geschiedenis van Jezus afbeeldt.
Tijdlijn van het 4e millennium voor Christus, door Johannes Buno, uit 1672. Ieder millennium beeldde hij af met een allegorisch dier zoals de draak hier.
Tijdlijn van het 4e millennium voor Christus, door Johannes Buno, uit 1672. Ieder millennium beeldde hij af met een allegorisch dier zoals de draak hier.

 Jacques Barbeu-Dubourg’s 16 meter lange ‘Chronographie universelle’ uit 1753.
Jacques Barbeu-Dubourg’s 16 meter lange ‘Chronographie universelle’ uit 1753.

Historische kaart van Italië door Girolamo Andrea Martignoni, 1721.
Historische kaart van Italië door Girolamo Andrea Martignoni, 1721.

Joseph Priesley’s befaamde en veel nagemaakte ‘A New Chart of History’ uit 1769.
Joseph Priesley’s befaamde en veel nagemaakte ‘A New Chart of History’ uit 1769.

Zowel het werk van Tehching Hsieh als ‘Cartographies of Time’ laten ons zien dat de tijdlijn inmiddels zo’n bekend concept in ons denken is, dat we er nauwelijks nog bewust van zijn dat we hem ooit zelf ontwikkeld hebben. Onze kalender(s), historische diagrammen, facebook-feed en zelfs de vorm van de klok is gebaseerd op de lijnen van tijd. Ons begrip van tijd is zo verweven met de metafoor van de lijn dat het best lastig is ze los van elkaar te zien en er nog iets anders als een cirkel of driehoek bij voor te stellen. Anders gezegd: de ruimtelijke vorm is de basis van onze perceptie van tijd, als gevolg hiervan kunnen we tijd niet zien zonder dit ruimtelijke begrip. Door dit toch te proberen en er bewust naar te kijken kunnen we inzicht krijgen in ons huidige begrip van geschiedenis, hoe we dit representeren en hoe we ermee omgaan.

Vooral mooi om te zien in de geschiedenis van de tijdlijn, is dat ze zo persoonlijk is. Iedere man (want nagenoeg alle tijdlijnen werden door mannen ontwikkeld) had een ander idee over wat de goede tijdlijn was en vond dat de zijne weer net iets anders, en beter, gemaakt moest worden. Hij liet daarin misschien bepaalde historische gebeurtenissen of personen weg of voegde ze toe naar zijn genoegen. Interessant is om te beseffen dat wat we vandaag de dag onze geschiedenis noemen, gebaseerd is op verhalen van al deze verschillende mannen en hun tijdlijnen. Zijn verhaal - hun verhalen. Deze subjectieve verhalen en lijnen vormen een subjectieve geschiedenis, echter zien we dat tegenwoordig niet vaak meer zo, de sporen hiervan zijn moeilijk terug te vinden. In het Engels vind je dit sneller terug, maar ook alleen als je goed kijkt: history. Oftewel: his-story.

 

 

 

 

 

(Als bonus een aantal bijzondere tijdlijnen, omdat ze te mooi zijn om niet te laten zien: 1. de tijdlijn van tijdlijnen die Rosenberg en Grafton maakten voor hun onderzoek. 2. Een zeldzame en erg indrukwekkende tijdlijn uit 1864, van een vrouw, Emma Willard, vooruitstrevend Amerikaans ‘educator’. 3. En een van de mooiste tijdlijnen: de ‘Histomap’ uit 1931 van John Sparks, die geen historicus was maar werkte voor Nestlé tijdens het interbellum. Hij was een geschiedenisliefhebber, en omdat hij voor zijn werk veel moest reizen per trein, droeg hij altijd een geschiedenisboek en notitieboek bij zich. Tijdens zijn reizen vulde hij dit notitieboek met namen en data’s, en wanneer hij weer thuis kwam knipte hij deze uit en plakte hij ze op een enorme kaart, zodat hij het zelf beter kon onthouden.)


Kunst heeft het vermogen de tijd te kunnen vervormen; te vertragen, stil te zetten of er doorheen te reizen. 
Juist daarom biedt de kunst een kader waarbinnen we naar de tijd kunnen kijken. 
In een serie artikelen schrijft Sanne de Vries over kunstwerken die de verschillende aspecten van tijd onderzoeken.