Image

Hoe de dingen ons bewegen

13 Nov 2016 Lieneke Hulshof

‘Op nieuwe schoenen loop je anders door de wereld. Emile Roemer dronk Fanta met een rietje en maakte zich zo volgens veel Twitteraars ‘premier-onwaardig’. Mark Rutte gooide vlak voor de foto het rietje weg en zette het flesje aan de mond. Het uitdrukken van een sigaret markeert het einde van het gesprek. Het een kwartslag draaien van de tafel verandert de looplijnen door onze kamer. Door het scherm van onze smartphone kijken we naar buiten.’ Deze zinnen openen het boek Hoe de dingen ons bewegen van Bernke Klein Zandvoort en Caroline Ruijgrok. De mensen en de dingen zijn in onze wereld aan elkaar verbonden. Vaak wordt dit gegeven bekeken vanuit één enkel perspectief; wat doet het ding voor ons? We hebben het idee dat de dingen ons nodig hebben om functie te genereren. Met de 24 essays van schrijvers, kunstenaars en wetenschappers die Klein Zandvoort en Ruijgrok hebben verzamelt wordt er stil gestaan bij hoe de dingen óns bewegen. Het resultaat is een boek dat leest als een muziekstuk en waar voor de verandering niet 'de mens', maar ‘het ding’ eens in het middelpunt van ons bestaan wordt gezet. 

Sinds ik in groep drie voor het eerst de woorden ‘maan’, ‘roos’ en ‘vis’ moest voorlezen, ben ik vergezeld met twee glazen die rusten op mijn neus. Ik kon de letters niet van elkaar onderscheiden en het witte krijt liep troebel over in het donkergroene schoolbord. Nu, zeventienjaar later, voel ik het montuur niet meer drukken op mijn neusrug en zijn de randen van het glas verdwenen in mijn zicht wanneer ik naar de wereld kijk. Dit verhaal gaat over de dingen die zo vanzelfsprekend zijn, dat ze onzichtbaar worden. 

De bril kan worden gezien als een stil object. In het tweede essay uit Hoe de dingen ons bewegen legt filosoof Henk van der Waal het fenomeen ‘stil object’ uit. Stille objecten zijn volgens hem dingen die alleen door ons eigen handelen, kunnen doen waar ze voor gemaakt zijn. ‘Dat komt met name omdat ons lichaam telkens de krachtbron is van de stille dingen. Het mes snijdt alleen als wij het hanteren en de fiets gaat alleen vooruit als wij op de pedalen staan.’ ‘Daarnaast drukken de stille dingen zich vrijwel volledig uit in hun functie. Hun vorm is zo uitgekristalliseerd dat ze haast een aandoenlijke eenduidigheid bezitten.’  Zo heeft iedere bril twee glazen en een montuur in de proporties van een gezicht en doet het pas waar hij voor bedoeld is zodra iemand hem opzet. Het stille object zet van der Waal tegenover het luidruchtige (de met motor aangestuurde dingen die zichzelf kunnen aandrijven en dus zelfstandig zijn) en het denkende object (dingen die tot op zekere hoogte ‘weten ‘wat ze doen, waardoor ze hun activiteit zelf kunnen doceren en reguleren)  

Deze eenduidigheid die het object ‘bril’ in zich heeft en het feit dat ik mij er al zeventienjaar mee omring en er dus bekend mee ben, zorgen ervoor dat hij voor mij onopmerkzaam is geworden. ‘De voor ons belangrijkste aspecten van de dingen blijven verborgen vanwege hun simpliciteit en bekendheid. (Je bent niet in staat iets op te merken – omdat het altijd voor je ogen is. )’, stelt filosoof Ludwig Wittgenstein. Filosoof Martijn Wallage citeert deze uitspraak in het 10e essay van het boek waarin hij uitlegt dat dit precies de rede is waarom hij zich aangetrokken voelt tot de filosofie. ‘Hoewel er altijd de verleiding is zoek te raken in betekenisloze abstracties, maakt filosofie op haar best de structuren zichtbaar waarbinnen we leven, en die zo moeilijk worden opgemerkt juist omdat ze zo gewoon en algemeen zijn.’

Terug naar de bril, de bril is niet alleen onopvallend geworden door zijn simpliciteit en bekendheid, maar ook omdat de bril precies doet wat hij moet doen en daarom vergeet ik hem. In al zijn genialiteit wordt het een ondankbaar object. Net zoiets als de ruimtelijke ordening van het verkeer in een stad. Als je vlekkeloos over wegen en rotondes kan rijden valt het goed doordachte systeem die de complexiteit van de infrastructuur heeft getransformeerd naar een eenvoudig gegeven, weg. Maar zodra het chaos in de stad, zodra het systeem niet werkt, wordt het pas gezien. Niets zo oneervol als het beroep van de planoloog.

Gesture in Glass, Yael Davids
Gesture in Glass, Yael Davids

Wanneer het glas uit mijn bril zou barsten, zodra het zou breken of snijden en zijn eigenlijke functie niet meer kan hebben, zou de bril weer opgemerkt worden. Dan zou het object weer op zichzelf staan. Dit doet mij denken aan het kunstwerk Gesture in Glass van Yael Davids (1968) waarin zij speelt met de paradox tussen onzichtbaarheid en functie. Het gebroken glas in de lijst herinnert aan de vluchtige aanwezigheid van een enkele handeling, één tik met de hamer en de vanzelfsprekende functie van de fotolijst is voorgoed verdwenen om vanaf nu altijd autonoom te zijn. 

Deelnemende schrijvers, kunstenaars en wetenschappers
Deelnemende schrijvers, kunstenaars en wetenschappers

Klik hier om het boek te bestellen

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl