Deze zomer studeren er een hoop jonge makers af van allerlei specifieke opleidingen. Van weergaloze kunstenaars tot literaire wonders, van retegoede ontwerpers tot vlammende illustratoren en ongeveer alles wat daar tussen ligt. Cabaretiers, curatoren, muzikanten, creative directors en alle andere makers die ik nu vergeet op te noemen. Je weet wie je bent! 

Het leek me goed om even stil te staan bij de mini-evolutie die deze groep mensen de afgelopen paar jaar heeft doorgemaakt en te kijken naar hun overlevingskansen in ‘de echte wereld.’ De afstudeershows doen me namelijk altijd een beetje denken aan natuurdocu’s waarin een ziljoen pasgeboren babyschildpadden hun weg naar de zee proberen te vinden terwijl er allemaal gevaren op de loer liggen. Als kijker weet je donders goed dat ze het nooit allemaal gaan redden, maar je gunt het ze zo. Het is nou eenmaal bemoedigend om ze het water te zien bereiken en in een opwaartse golf te zien verdwijnen. 

Een kleine evolutie
Nu zou ik sowieso een lange lap tekst kunnen wijden aan alle specifieke makers die ik in de intro noemde, maar ik denk dat je deze verschillende makers stuk voor stuk kunt terugbrengen naar een aantal ‘soorten.’ Zoals je in de natuur allerlei dieren hebt die perfect zijn aangepast op hun leefomgeving, denk ik dat er soorten makers zijn die perfect zijn aangepast op hun drijfveren. Voor ik daar wat dieper in duik neem ik je eerst mee naar de dierenwereld. Er zijn namelijk te veel prachtwezens met formidabele foefjes en eigenschappen om die kans onbenut te laten.

Zo vangt de hengelvis kleine visjes in de meest donkerste krochten van de oceaan met zijn lichtgevende hengeltje en dankt de Shetlandpony zijn robuuste en tevens ook volmaakte uiterlijk aan de snoeiharde wind die over zijn geboortegrond raast. Een Arabier (het paard, niet de mens) kan zich prima een paar dagen in de kokende woestijn redden zonder te eten of drinken en de poolvos heeft een ingebouwde radar om precies met zijn snuit op muizen onder dikke pakken sneeuw te springen. Verder kan de gemiddelde geit schever dan Michael Jackson op rotsen staan om roofdieren te ontglippen en slaapt de Alpenmarmot steevast 7 maanden, omdat er daar in die tijd toch geen eten te vinden is.

Het meest aangehaalde voorbeeld van evolutie is dat van Madagascar, waar een stuk of 80 soorten maki’s leven die dankzij hun sublieme locatie op een afgezonderd eiland een eigen evolutie hebben doorgemaakt. Al deze soorten zijn volledig aangepast op het kleine stukje land of rimboe waar zijn leven. Zo zijn er bijvoorbeeld maki’s die als ninja’s heen en weer kunnen springen tussen takken bezaaid met duizenden vlijmscherpe dorens en anderen die ’s nachts insecten uit holle bomen pulken met een lange enge vinger waar zelfs E.T. nog een puntje aan kan zuigen.

Het hierboven genoemde voorbeeld doet me altijd verdacht veel denken aan het leven op een kunstacademie, conservatorium, toneelschool of andere juweel van een onderwijsinstelling. Het is namelijk een plek die relatief dichtbij de rest van de wereld ligt, waar de meest unieke wezens de kans krijgen om een kleine evolutie door te maken die hen zal onderscheiden van de rest van de wereld.

Natuurlijke vijanden
Het grote verschil in mijn dierenvergelijking (alle voor de hand liggende zaken daargelaten) is dat de maki’s na deze zomer hoogstwaarschijnlijk nog wel even op Madagascar zullen blijven, terwijl de verse lading nieuwe makers de wereld met open vizier tegemoet zal treden. Dat klinkt misschien niet zo spannend, maar dat kan nog een hele uitdaging zijn als je van een idyllische plek komt zonder natuurlijke vijanden. 

Wie die ‘natuurlijke vijanden’ precies zijn is voor iedere soort maker anders, maar voor mij zijn het mensen op kringverjaardagen die zeggen dat, met alle respect, wat ik doe best vreemd is en zij nooit met al die financiële onzekerheid om zouden kunnen gaan. Als ik daar vervolgens niet van kan slapen en ook nog besef dat de wereld brandt, dan kan me dat zo verlammen dat ik me afvraag of ik niet beter zo iemand kan worden die voor Giro 555 in hongergebieden zakjes pindakaas uitdeelt.

Veiligheid zit in getallen
Veel makers vinden het een angstaanjagend idee dat er zo enorm veel mensen tegelijk afstuderen, maar in de dierenwereld zit veiligheid juist in aantallen. Je valt misschien wat minder op tussen al die alumni’s, waardoor je niet direct als een kampioen onthaalt wordt, maar het betekent ook dat je niet direct wordt afgeschoten of verslonden zodra je met je diploma naar buiten stapt. We weten immers allemaal hoe het afloopt met dat ene dier dat wordt afgezonderd van de groep en in zijn eentje wat verdwaasd over de steppe scharrelt.

Blijf dus contact houden met jouw lichting en zorg dat je op plekken komt waar zij ook komen. Niet om de vuile netwerker uit te hangen, maar omdat het behaaglijk en fijn is om onderdeel te zijn van een groep. Bovendien kan je in een groep (net als in een kudde) samen je vijanden in de gaten houden, samen eten, drinken en slapen en zoeken naar meer vruchtbare gronden.

Instinct
Je zou jezelf natuurlijk kunnen onderverdelen in de tastbare uitging van jouw talent, de discipline, maar zelf kijk ik liever naar drijfveren, of instinct. Dat vind ik namelijk veel interessanter, omdat het laat zien waarom je de specifieke dingen doet die ze doet. Het instinct, hoe dierlijk die ook is, lijkt een beter kompas dan het idee. Je componeert muziekstukken omdat je mensen wilt ontroeren, je reist de wereld af om foto’s te maken van mensen omdat je wilt onderzoeken, je voert uitputtende performances uit omdat je mensen wilt laten nadenken, of schopt tegen de bierkaai, omdat je de wereld wilt veranderen. Of je schrijft, zoals ik, rare stukken over dieren en jonge makers, omdat je ze wilt motiveren om vooral te blijven doen wat ze doen, omdat je gelooft dat het belangrijk is dat er makers zijn waarvan mensen, met alle respect, zeggen dat het best vreemd en onzeker is wat ze doen. Omdat je hoopt dat al die ziljoenen babyschildpadden en jonge makers het gaan redden; om ze het water te zien bereiken en vervolgens te verdwijnen in een opwaartse golf.

Illustratie door Svenja Arends
Illustratie door Svenja Arends