Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

Outsiderkunst buitenspel

26 Jun 2018 Bart Marius

De relatie tussen kunst en psychiatrie is complex, in beide richtingen. In de lopende tentonstelling Glorious (?) FAILURE in het Psychiatrisch Ziekenhuis Duffel sterken kunstwerken de nieuwe filosofische richting in de psychiatrie. Tegelijk wordt kunst van mensen met een psychische kwetsbaarheid in vele andere tentoonstellingen nog altijd geduid vanuit hun 'bijzondere' biografie. Falen doen we allemaal. Maar wat heet falen?

Elke weekdag rij ik door de poorten van een psychiatrisch ziekenhuis en nestel ik me veilig achter mijn bureau in het bijbehorende museum. Elke dag zie ik de bewoners van het ziekenhuis door onze tuinen of tentoonstellingszalen wandelen en schuifelen. Elke dag stel ik me de vraag welke betekenis kunst kan hebben voor psychiatrie of vice versa. Elke dag voel ik me ongemakkelijk bij de verzamelnaam ‘outsiderkunst’. En met het wisselen van de expo’s rijst altijd wel bij iemand van ons de vraag in welke mate wij gewicht moeten geven aan de biografische gegevens van kunstenaars. In de psychiatrie is iemands ziektegeschiedenis cruciaal, maar in de kunsten geldt die biografie vaak als puur anekdotisch.

Toch voelt ze bij sommige geëxposeerde kunstenaars vaak te mager om een werk of een heel oeuvre mee te duiden. Welke biografische achtergrond geef je prijs aan de museumbezoeker? Telkens formuleer ik nieuwe argumenten pro of contra. Maar één rechtlijnige werkwijze of duidelijke politiek heb ik (nog) niet gevonden. Ik weet nog steeds niet aan welke kant ik sta.

Thom Puckey - Figure on bed with weapon
Thom Puckey - Figure on bed with weapon

Glorieus falen
Het Psychiatrisch Ziekenhuis Duffel heeft al langer iets met kunst. Mijn eerste kennismaking was in 2010 de tentoonstelling disturbed SILENCE – STILTE gestoord. En zelfs drie jaar daarvoor bleek hun artistieke interesse al uit de bouw van de Kapel van het Niets van Thierry De Cordier en Patrick Lefebure van Archipl Architecten. Kunst in situ is sindsdien deel gaan uitmaken van de politiek van dit ziekenhuis. Zo zullen na deze derde triënnale ook Frederik Van Simaeys neergestorte heftruck, Wim Cuyvers’ Gebouwtje zonder fundering op slechte grond en Kris Martins zes aangeplante wilgen in de tuin voortaan deel uitmaken van de collectie van het Psychiatrisch Ziekenhuis Duffel. Die werken blijven gewoon staan.

Psychiatrische ziekenhuizen grijpen wel vaker naar kunst om zich open te stellen voor de buitenwereld. Enkele weken voor glorious (?) FAILURE opende in het Psychiatrisch Centrum Beernem ook al de tentoonstelling Faces. In het verleden kon het OPZ Geel op veel aandacht rekenen voor zijn kunstparcours Middle Gate (2013) en Y.E.L.L.O.W. (2001) van Jan Hoet. En ook het Museum Dr. Guislain in Gent organiseert al ruim dertig jaar tentoonstellingen die aanleunen bij thema’s uit de psychiatrie. Al die projecten, expo’s en musea verweven kunst, psychiatrie en de outsider op vreemde en zelfs problematische wijze.

Ook directeur Luc Pelgrims heeft het in zijn voorwoord bij de catalogus van glorious (?) FAILURE over die speciale relatie tussen kunst en psychiatrie. Dat creativiteit veelvuldig onderzocht is binnen psychiatrische literatuur, is al langer bekend. Vaak vermeldt men dan niet alleen de vermeende manisch-depressieve Van Gogh of Strindberg, maar ook Antonin Artaud, Gérard de Nerval, Robert Schumann en zelfs Lou Reed. Ook in de psychodiagnostiek zien we die hechte band terug, of in de discussie ‘outsider art versus reguliere kunst’ (Luc Pelgrims).

Vandaag gaat het volgens Pelgrims vooral om ‘de sociale dimensies van kunst, zoals destigmatisering, inclusie, herstel en aanvaarding’. Als cocurator van de tentoonstelling wijst hij er terecht op dat kunst kan helpen om het taboe te doorbreken, mee te zorgen voor een helende omgeving en onrechtstreeks ook communicatie of contact kan bevorderen. Daarop wil het ziekenhuis in Duffel vooral inzetten, met dertig kunstwerken die ons in de eerste plaats iets kunnen bijbrengen over ‘falen’ als algemeen menselijke eigenschap. Maar in de eerste alinea van het voorwoord is de term outsider art dus al gevallen.

Kunst in de psychiatrie

Glorious (?) FAILURE bezoeken is ook de instelling zelf verkennen. De tentoonstelling zwermt uit over de hele site van het ziekenhuis, tot in zijn tuinen en paviljoenen. Bij het infopunt bots je meteen op een ondubbelzinnig en eenvoudig statement van Marcel Broodthaers. Zijn korte film La Pluie (Projet pour un texte)uit 1969 toont de kunstenaar zittend voor een witte muur, met daarop de titel Département des Aigles. Voor hem ligt een blanco schrift, maar telkens wanneer hij zijn pen in de inktpot doopt en letters op papier zet, worden die meteen weer uitgewist door aanhoudende regen. Onverzettelijk blijft Broodthaers pogingen ondernemen, daarin versterkt door de loop waarin de film gepresenteerd wordt. Je hebt de titel van de tentoonstelling niet nodig om ‘falen’ te herkennen als centrale thematiek.

De poëtische kracht van La Pluie zit in Broodthaers’ onverzettelijke herhaling. Bijzonder krachtdadig verbeeldt hij de zinloosheid die Camus beschrijft in zijn mythe van Sisyphus. Wanneer de absurditeit van het bestaan onderbroken wordt, dringt zich een beangstigende levensvraag op. Maar net als Camus blijft Broodthaers kalm, hervat zijn taak en schrijft door. Met die existentiële symboliek tekent hij voor een sterke opener van de tentoonstelling. In een psychiatrisch ziekenhuis met evidence-based medicine volgens het boekje, waar cijfers onfeilbaar zouden moeten zijn en een ‘botanische psychodiagnostiek’ (Paul Verhaeghe) rots in de branding is, flitst nu de menselijke existentie voorbij. Het zindert lang na. Dit werk van een halve eeuw oud zet me een heel nieuwe bril op voor het vervolg van mijn bezoek.

Elk psychiatrisch ziekenhuis heeft zo zijn typische architecturale kenmerken. Je komt er steeds binnen via een administratief gebouw. Er is ook vaak een kapel of stille ruimte. En bij dat hele negentiende-eeuwse idee over het ‘gesticht’ als beschermde oase horen ook tuinen met bomen, planten, bloemperken, vijvers en bruggetjes. De drukte van het dagelijks leven moest doorbroken worden. Vervuilende industrie maakte ziek en de terugkeer naar natuur en groen moest rust brengen in lichaam en geest. Precies in die lange traditie staat ook de Kapel van het Niets van Thierry De Cordier in Duffel. Er binnengaan heeft iets unheimlichs, alsof ik de drempel overschrijd naar een heremietencel, een ruimte die eigenlijk niet voor mij bestemd is. Eenmaal binnen wordt alles anders. De zwarte paal die door de uitsparing van het dak snijdt, is het enige contact met buiten, waardoor de ruimte ook helemaal van mij voelt.

Vlakbij die iconische stille ruimte staat nu ook een nieuwe aanwinst. De tuin van het ziekenhuis vormde de uitgelezen locatie om een werk van Kris Martin uit 2000 eindelijk te realiseren: niet ver van een eenzame treurwilg plantte hij zes jonge wilgen bij elkaar. Wat op het eerste zicht ondubbelzinnig lijkt, is een zeer gelaagd werk. De wilg komt voor in verschillende mythologieën, is nu eens een symbool voor rouw en een beschermer van de doden, dan weer een teken van vruchtbaarheid. Van de buigzame takken werden ook fluiten gemaakt tegen heksen en demonen. De symboliek van de treurwilg spreekt voor zich: een associatie met treurnis, melancholie en depressie. Maar terwijl deze treurwilg alle vrijheid heeft om op eigen tempo te groeien, zijn de wilgen dicht bij elkaar geplant en zal concurrentie bepalen welke boom het meeste licht krijgt en dus het snelste groeit.

Martins werk leert ons dat uitsluiting ook voordelen kan hebben. Omdat ik zo vaak bezig ben met het stigma, de taboes en isolatie die gepaard gaan met psychische stoornissen, confronteert de kunstenaar me totaal onverwacht met een positieve keerzijde van exclusie. Wat anders zo vaag klinkt, dat kunst ons anders kan leren kijken, krijgt ineens een zeer levendige invulling. De context waarin Martins werk een plek heeft gekregen, versmelt Sigmund Freud op onnavolgbare wijze met Johan Cruijff: ‘elk nadeel heb z’n voordeel’, een symptoom is eigenlijk een creatieve oplossing voor een onderliggend probleem. Of toch ook niet helemaal…

Kris Martin ©Hans Rogge
Kris Martin ©Hans Rogge

Kunst uit de psychiatrie

Zes jonge wilgen tegenover één geïsoleerde treurwilg: onwillekeurig lees ik er tegelijk een uitgepuurd beeld in van ‘outsiderkunst’ of Art Brut, die kunst die buiten de kunst zou staan omdat ze gemaakt is door mensen met een psychische kwetsbaarheid. Al heeft Luc Pelgrims in zijn voorwoord duidelijk aangegeven dat glorious (?) FAILURE daar niet op inzet, toch ben ik mijn bezoek wel gestart met het idee dat ik zulke werken zou tegenkomen.

Art Brut en outsiderkunst worden vaak door elkaar gebruikt. Nochtans is Art Brut in zijn enge betekenis alleen van toepassing op de lijst van kunstenaars die opgesteld is door Jean Dubuffet en die nog steeds te zien zijn in de Collection de l’Art Brut in Lausanne. Dubuffet bedacht de term naar analogie met de ongezoete ‘champagne brut’: voor kunstenaars die zich, door hun puurheid, niet aan culturele voorschriften houden. Daartegenover onderscheidde hij de Art Culturel, of de kunstenaars die door hun opleiding grotendeels van hun pure spontaneïteit zijn beroofd. Dubuffets lijst werd afgerond met zijn dood in 1985, maar vooral in de Franstalige wereld blijft men nogal vasthouden aan de term. Daarbuiten gebruiken velen liever de verzamelnaam van Roger Cardinal: outsider art.

De insider-outsidertegenstelling tussen de wilgen en de treurwilg in Duffel geldt ook voor de kijk op outsider art: enerzijds heb je kunstenaars, anderzijds ook outsiderkunstenaars die niet tot die reguliere (kunst)wereld behoren. Dat onderscheid wordt soms verdoezeld, maar toch stilzwijgend aangenomen. Daarom werkt de term ‘outsiderkunstenaar’ als een dubbel stigma. Terwijl veel van deze kunstenaars net door hun (artistieke) productie konden ontsnappen aan de muren van het gesticht, sluiten we er hen met die term opnieuw in op. Outsider art heeft evenveel en even weinig te maken met psychiatrie. We kunnen de term beter simpelweg schrappen, voorgoed opbergen en zo snel mogelijk vergeten. Of toch niet?

Veel museumdirecteurs en curatoren, waaronder ikzelf, weten niet goed wat ze met die zogenaamde outsiders moeten aanvangen. Kunstenaar Thomas Hirschhorn ergerde zich daar al 25 jaar geleden aan, in een kort pamflet dat hij in 1993 schreef na zijn eerste bezoek aan de Collection de l’Art Brut in Lausanne. Hij laakt hoe zulke kunstenaars worden tentoongesteld als dieren in de zoo, alsook de psychodiagnostische duidingen bij hun werk en de vermeende chic bij verzamelaars die zich met art brut inlaten. Hirschhorn pleit ervoor om de kunstwerken voor zichzelf te laten spreken en enkel hun energie te benadrukken. Ook vandaag leest zijn tekst nog altijd even pertinent.

Neem de verklarende teksten bij de werken van Luboš Plný, Judith Scott en Dan Miller op de Biënnale van Venetië van vorige zomer. Tot drie keer toe werd droogweg vermeld dat ze een psychiatrische problematiek, een verstandelijke beperking en/of zware epilepsie hebben. Waarom hoor ik dat te weten? Alsof die uitleg moet legitimeren dat er ook ‘sociale buitenbeentjes’ in de tentoonstelling opgenomen worden?

Blijven bouwen

In de catalogus bij de tentoonstelling van Duffel blijf ik hangen bij twee opeenvolgende zinnetjes over een kunstenaar van wie het werk me de jongste jaren sterk geïntrigeerd en tegelijk in verwarring gebracht heeft: ‘Mesmer verbleef 35 jaar in een psychiatrisch ziekenhuis. Door de kunstwereld wordt hij aanzien als een art brut-kunstenaar.’ Mesmers biografie wordt daarmee beperkt tot 35 lange jaren van opsluiting, waartegen hij nochtans zo hard revolteerde met zijn oeuvre en zijn poging om alles te proberen ontvluchten.

Wie of wat is die kunstwereld eigenlijk, die Mesmer aanziet als art brut-kunstenaar? Zoals Hirschhorn beklemtoont, is de art brut-kunstenaar duidelijk niet vrij. Er wordt over hem/haar beslist. Als zijn vliegmachines ‘bizarre’ en ‘mysterieuze bouwsels’ worden genoemd, stellen we ons tevreden met de gedachte dat zijn bouwsels ‘toch’ van ‘een vreemd soort schoonheid’ getuigen. Wat maakt zijn tuigen dan zo bizar anders dan de objecten van Panamarenko, waarvan er één ook in Duffel opduikt? Is het misschien hun entourage? Panamarenko maakte zijn belangrijke Aeromodeller voor de legendarische openluchttentoonstelling Sonsbeek Buiten de Perken en werd gefilmd door een andere legende (Jef Cornelis) terwijl hij er alles aan deed om zijn vliegtuig de lucht in te krijgen op het domein van de betreurde kunstenaar Jef Geys. Draait het dan toch gewoon om symbolisch kapitaal? 

GUSTAV MESMER Die Flieger (1981), ©Stefan Hartmaier
GUSTAV MESMER Die Flieger (1981), ©Stefan Hartmaier

In plaats van stigmatiserende biografische duiding om Mesmers werk te plaatsen, kunnen we ons liever richten op wat het inhoudelijk kan bijbrengen, bijvoorbeeld aan het sleutelthema van glorious (?) FAILURE: het menselijke falen. Mesmer heeft geen kunstenaarsatelier, maar sleutelt in zijn ‘werkkot’ met zelfgemaakte schroevendraaiers, hamers, radars en priemen aan machines die zijn verlangen nooit zullen inlossen. Zijn zogenaamde falen blijft steken in de glimlach waarmee hij elke nieuwe vliegmachine van de zoveelste vruchteloze vlucht terug naar huis brengt. Misschien heeft Mesmer wel het geheim ontdekt waarmee we elk niet-ingelost verlangen tegemoet kunnen treden.

Nooit zag hij zo’n mislukte vliegpoging als falen. Hij verlangde gewoon te vliegen en moest daarvoor van alles uitvinden en bedenken. Al zijn vrije tijd heeft hij in het werk gesteld om zijn verlangen mogelijk te maken. Het is hem nooit gelukt, maar dat deed er niet toe. Het plezier waarmee hij bleef proberen, maakt van hem geen dégénéré. Net zoals het zinloze schrijven bij Broodthaers lees ik Mesmers hele oeuvre graag als één lange sisyphusarbeid, met de bijbehorende existentiële vraag. Het is de vraag die het alledaagse plots lamlegt, die even alles onderbreekt, maar waarna we ons leven toch weer kunnen opnemen. Blijf kalm en ga door!

Bart Marius is curator in het Museum Dr. Guislain.
rekto:verso reflecteert over kunst en cultuur. Ze werken online en live en publiceren een magazine. Ze brengen opiniërende artikels over muziek, podiumkunsten, film, literatuur, tv, beeldende kunst... High of low kent rekto:verso niet, wel de nood aan toegankelijke beschouwing voor een breed, cultuurgeïnteresseerd publiek in Vlaanderen en Nederland. Als tijdschrift voor cultuur en kritiek willen ze bereiken dat de samenleving meer aandacht krijgt voor de kunsten, en de kunsten meer aandacht voor de samenleving.

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl