In de overblijfselen van de Suiker Unie was het werk van 115 studenten van Minerva te zien. Op één hoog een enorme ruimte. Hoog ook. Op de begane grond een donkerder ruimte. Ten eerste: petje af voor Belinda Hak als projectleider van de tentoonstelling: een enorme klus, deze tentoonstelling. Hak is programmamanager van MiC (Minerva in Context). Voor het concept tekenden Nelleke Karst en Bob Verheijden.

De opdracht: hoe zorg je ervoor dat het werk van elke student zelfstandig te beleven valt. Hoe wordt het een tentoonstelling in plaats van een beoordelingspresentatie. Het antwoord van Hak luidt: alles door elkaar en intuïtief bij elkaar zetten. Het maakt de tentoonstelling overzichtelijker en het werk is gemakkelijker tot je te nemen (los te maken van de rest). Het is de belichting van André Pronk (Grand Theatre) wat maakt dat de tentoonstelling in de grote hal overzichtelijk en behapbaar wordt. Elke student wordt binnen een strakke lichtcirkel getoond. Je blik wordt gestuurd en je blijft gevangen binnen het licht, binnen het universum van één kunstenaar. 

HENK SJOERD HINRICHS EN EMILIO VEENDORP
HENK SJOERD HINRICHS EN EMILIO VEENDORP

Op de opening werd de Klaas Dijkstra Academieprijs 2016 toegekend aan Yanthe van Nek. Haar werk was elders in de stad te zien. Dean Dorothea van der Meulen benadrukte de bijzondere aard van het werk en liet weten dat Yanthe’s project met twee tienen beloond werd, iets wat nog nooit eerder op Minerva academie voorgevallen was: twee tienen. Van Nek stond ernaast en voelde zich er een beetje ongemakkelijk onder. Voor haar zouden de kwalificaties voldoende of onvoldoende meer dan genoeg zijn. Veel werk valt nauwelijks te vergelijken en tegen elkaar af te zetten: in ieder geval niet met haar werk.

De prijs, € 2500,- kan ze prima gebruiken om het tekort na het eindexamen aan te zuiveren en ook nog iets over te houden voor het volgende project. Het werk van Van Nek was te zien in IKEA. Gelijk bij de ingang kun je lezen over de aanwezigheid van Esmé. Ze woont bij IKEA, je kunt haar niet zien en alles wat ze achterlaat is een spoor van haar aanwezigheid. Esmé is het door Yanthe van Nek bedachte karakter. Ze heeft maanden gewerkt om de aanwezigheid van Esmé overal in IKEA door te voeren. Op de bewegwijzering kunnen we vinden waar Esmé sporen heeft nagelaten.

Voor Van Nek nadrukkelijk geen IKEA-bashing. Het ‘werk’ van deze student is niet zozeer te vinden in de nagelaten sporen, alhoewel die je even anders na laten denken over hoe gestructureerd de rolmodellen van IKEA zijn. Het ‘werk’ speelde zich af tussen haar en de vierhonderd werknemers van de vestiging in Groningen. Hen moest ze overtuigen van haar project. De belangrijkste plaats in IKEA voor Van Nek is niet voor publiek toegankelijk, het is de werkruimte geweest waar ze maandenlang gewerkt heeft.

In sommige kamers bij IKEA zien we atypische filmpjes op de televisies. Het zijn films van Esmé, niet de spannendste films, maar Esmé heeft dan ook niet zoals Yanthe op de kunstacademie gezeten.

Het bedachte karakter doet allemaal dingen die normaal niet zouden mogen in de winkel. Elke dag doet het personeel voordat de winkel open gaat een ronde waarbij alles weer recht gezet wordt of teruggebracht naar de plaats waar het volgens protocol thuishoort. Bij Esmé staat alles scheef, zien we papier in de prullenbak, is er op papier gekrast, is de catalogus verfraait. Als constante en beeldmerk komen we weckpotten tegen. Weckpotten met afval met kleine troepjes of met appels.

Van Nek moest al haar noodzakelijke bevoegdheden zelf regelen. Zo weet ik nu dat je niet met de gele IKEA-tas naar buiten mag. Yanthe wel. Yanthe mag ook, voor openingstijd in de stellingen klimmen om haar video aan te zetten.

Op het moment dat al het personeel het karakter van Van Nek omarmt is ze geslaagd. Wat ze de werknemers van IKEA heeft gegeven is vrijheid, een plek om te dromen. Een plek buiten de discipline. Het is fantastisch dat ze een strak gerund bedrijf zo ver heeft weten te krijgen. De ver doorgevoerde consequente benadering van het bedrijf raakt de kern van haar project. Het kunstwerk zit niet zozeer in de ingrepen die ze gedaan heeft maar in de wisselwerking met 400 IKEA personeelsleden. Juist daarom is haar werkplek de fysieke kern van het werk. Het bewijs dat ze geslaagd is komt van de werknemers. Op een gegeven moment hebben zij het werk overgenomen en zich toegeëigend. Nieuw taalgebruik is erin geslopen. To do an Esmé is de uitdrukking van het personeel geworden (ook door hen bedacht) als ze buiten de gebaande paden gaan. En ze hebben er plezier in.

De ingrepen van Yanthe (O,nee, Esmé) zijn niet altijd visueel spectaculair. De twee tienen van haar beoordeling laten vooral zien dat Minerva zelf op zoek is naar de context. Een context die het bestaansrecht van een academie in deze tijd laat zien. 

Kie Ellens is curator van het Fries Museum