1 In het begin schiep God de hemel en de aarde.
2 De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water.
3 God zei: ‘Er moet licht komen,’ en er was licht.
4 God zag dat het licht goed was, en hij scheidde het licht van de duisternis;
5 het licht noemde hij dag, de duisternis noemde hij nacht. Het werd avond en het werd morgen. De eerste dag.

Wanneer je opgroeit op een plek ergens tussen Arnhem en Utrecht, om precies te zijn in Ede, is het geen uitzondering de Bijbel uit je hoofd te kennen. Ergens in het jaar 2006 kneep ik dan ook als jong meisje, zittend in de kerkbanken mijn ogen dicht, terwijl ik luisterde naar bovenstaande Bijbelverzen. Hoe zag de wereld eruit vóór het begin? Uit pure concentratie wreef ik hard in mijn ogen, totdat blauwe sterren en groene vlekken het zwart van het binnenste ooglid vulden. Ik besloot voor het gemak dat dat het niets moest zijn. Ogen die er wel waren, maar niet zagen.

Genesis 1:1-5 is één van de meest geliefde Bijbelverzen, omdat het elk individu aanspoort invulling te geven aan het niets. Een begin bestaat immers uit leegte, waar vanuit alles nog kan ontstaan. De wereld als wit canvas waarop God de aarde schiep – een vergelijking met de 19e -eeuwse scheppende kunstenaar is snel gemaakt. Welke rol speelt het kunstwerk in het begrip ‘begin’? En hoe verbeeld je dit begin, wanneer het zich eigenlijk kenmerkt door het ontbreken van beeld, namelijk het niets.

Job Koelewijn, The World is My Oyster
Job Koelewijn, The World is My Oyster

Tien jaar eerder brak kunstenaar Job Koelewijn de achterwand van galerie Fons Welters open. Hij stukte de randen strak en glad, waardoor het werk deed denken aan een schilderij. De normaal witte wand werd gevuld met niets. Koelewijn suggereerde daarmee sterk dat niets íets kan zijn. Het waren immers de geluiden uit de nabij gelegen struiken die de zaal betraden, en het groene blad gaf de achterwand kleur. Door een aanpassing te doen in het gebruikelijke ontstond er een andere kijk op de werkelijkheid. ‘Ik heb iets weggehaald, maar de werkelijkheid bleef hetzelfde.’, aldus de kunstenaar.

Caroline Waltman, Zie mij
Caroline Waltman, Zie mij

Het Bijbelsmuseum in Amsterdam vult op dit moment de zalen met werk van fotograaf Caroline Waltman. Zij schoot in 16 landen honderden foto’s en koppelde de beelden aan verschillende Bijbelteksten. Zo ook Genesis 1:1-5. Een paars wolkendek rolt over het donkere water en wit licht steekt scherp af tegen de horizon. Het is de natuur die de foto vult en de stilte die het uitstraalt zorgt ervoor dat het beeld zich sterk verhoudt tot de eerste zinnen uit de Bijbel. Het begin. 

De foto is pakkend omdat het beeld van de zee naar alle waarschijnlijkheid nooit is veranderd. Als we er even van uitgaan dat de Genesis 1:1-5 heeft plaatsgevonden, dan is het zeegezicht één van de uitzonderlijke beelden van de aarde die constant lijkt te zijn, die niet verandert door menselijke ingrepen. Het is de zee met haar horizon die er nog altijd uitziet als de eerste dag.   

Evenals het werk van Koelewijn lijkt het visualiseren van dat wat ontbreekt, het lege, aan te zetten tot eigen invulling. Het is een tegenstelling die onontkoombaar blijkt te zijn: door na te denken over het ‘beeldloze’, wordt juist de verbeelding aangestuurd. De kunst blijkt een goede kandidaat te zijn om het niets te kunnen duiden.  

Zie Mij is nog tot 14 januari 2018 te zien in het Bijbels Museum, Amsterdam.