Floriek Landeweerd

Alibis: Sigmar Polke Retrospective

31 maart 2015

Wat zou je wens zijn als kunstenaar, na je dood? Een monografie, een solo ter nagedachtenis van je bijzondere bestaan? Een museum die je werken opkoopt, waardoor je weet dat het niet zomaar verdwijnt. Kunst zorgt voor onsterfelijkheid, net als dat concepten en ideeën onsterfelijk zijn gebleken. Kunstenaars uit het verleden inspireert een nieuwe generatie kunstenaars. Zo wordt de geschiedenis van de kunst enkel rijker.

Een van de belangrijkste kunstenaars van eind vorige eeuw, Sigmar Polke wordt nu, vijf jaar na zijn overlijden, op deze verschillende manieren in ere herdacht in Museum Ludwig in Köln, waar hij is geboren. Polke is een kunstenaar die zich moeilijk in een kunsttheoretisch kader laat plaatsen. Hij speelt in op verschillende kunststromingen, sommige werken zijn typisch Pop Art en andere werken zijn abstract en expressionistisch. Zijn materiaal keuze verschilt enorm, net als zijn beeldtaal en onderwerpkeuze. Ook de vorm is telkens anders: schilderijen, fotografie, performances, installaties, beelden en video’s: hij heeft het allemaal gemaakt. Wat het hoogtepunt in zijn carrière is, is lastig te zeggen. De tentoonstelling Alibis: Sigmar Polke was eerder te zien in Tate Modern en het MoMA maar nu stukken dichterbij onze landsgrens.

Lopend door de enorme tentoonstelling, wel 250 werken, probeer ik een idee te krijgen hoe Polke als persoon was. Wanneer ik naar een wand vol met verschillende kleine schilderijen kijk, hoor ik naast mij iemand zuchten; “Wunderbar, wunderbar, es ist wirklich wunderbar.” Ik kijk opzij en zie twee vriendelijk glinsterende ogen achter een montuurloze bril met licht getinte glazen, daaronder een donkergrijze coltrui en haar lange grijze haar in een paardenstaart. De vrouw moet ongeveer van dezelfde leeftijd zijn als Polke zou zijn geweest. Ze vertelt dat ze alles in de tentoonstelling met geduld wil bekijken en niks wil overslaan. Een half uur later en 60 werken verder struin ik een van de filmruimtes binnen, waar de film helaas net ten einde is. Weer die Duitse vrouwe met de coltrui: ”Gutentag schon wieder”, zeg ik met een dik Hollands accent. Haar plan om alle films vandaag te bekijken heeft ze inmiddels laten varen. Het blijkt 6 uur aan bewegend materiaal te zijn, de vrouw ziet er vermoeid uit en is nog niet halverwege. Met stevige pas loopt ze de volgende ruimte binnen, waarna ze roept: “It’s so much!” (met een dik Duits accent). Het is ook te veel, het is onmogelijk om Sigmar Polke in een paar uur volledig te doorgronden. 

Wat heeft Sigmar Polke in vredesnaam met aardappels?
Sigmar Polke, geboren in 1941 in Polen. Hij verhuist al snel naar Duitsland, waar hij op zijn 20ste naar de kunstacademie in Düsseldorf gaat. Daar krijgt hij van de groten der aarde les: Gerhard Hoehme en Joseph Beuys en leerde hij tijdgenoten Gerhard Richter, Konrad Lueg en Manfred Kuttner kennen. Met deze laatste drie medestudenten richt hij in 1963 het Kapitalistisch Realisme op. Als de Duitse Andy Warhols, maar dan met veel meer kritiek; geen afbeeldingen van Hollywood actrices als Marilyn Monroe, geen verheerlijking van de American dream. Met hun Popart geven de kunstenaars van het Kapitalistisch Realisme commentaar op de consumptiemaatschappij en verzetten zij zich tegen de kunst van het Naziregime dat op een realistische manier socialistische idealen weergeeft. De kunst van de Nazi’s laat hard werkende mensen met afgetrainde lichamen zien, met een Arische afkomst. Tegenover de Hollywoodster of de afgetrainde arbeider zetten de kunstenaars een breed lachende bakker met Berliners; Berliner. Een nog feller werk is Rasterzeichnung, gemaakt op de gestippelde Popart manier, dit keer geen stripfiguur, maar een portret van Lee Harvey Oswald, de vermoedelijke moordenaar van John F. Kennedy. Polke neemt voor de gestippelde werken foto’s uit kranten en tijdschriften en projecteert deze op een doek, vervolgens neemt hij de pixels van de afbeelding met de hand over op doek. Dromen van de doorsnee inwoner van de Bondsrepubliek worden door Polke op ironische manier weergegeven. Zon, zee en een strand vol met palmbomen, dat is toch eigenlijk waar elke werkende mens naar verlangd? Met dit veegt Polke de vloer aan, door op een stofdoek twee slappe palmbomen te schilderen. 



   
Das Palmen-Bild,1964                       Berliner, 1965                                     Rasterzeichnung, 1963



 
Kartoffelhaus, 1967

Polke vindt het romantische beeld van de kunstenaar als creërende genie maar irritant, net als de clichés van critici over de nationale identiteit van kunstscholen, alsof je als kunstenaar per se de beladen geschiedenis van je land in je kunst verwerkt. Door de aardappel als typisch Duits eten te verwerken in zijn kunst relativeert hij beide ideeën. Hij benoemt de aardappel tot bron van creativiteit. De aardappel is zijn muze, zijn huis waarop hij aardappels plakt,als tempel van de creativiteit. Toen dit werk in het MoMa te zien was had het museum na een tijdje last van de stank van rottende aardappels. Daar zou Polke vast om gelachen hebben:een van de grootste musea ter wereld met de stinkende aardappels in de hoofdrol.



 
Zonder titel, 1975, Gelatine-Silberdruck

In de jaren zeventig maakte Polke wereldreizen naar Australië, Azië en het Middenoosten. Zoals veel kunstenaars deden in die tijd fotografeerde hij als een moderne antropoloog situaties uit inheemse volkeren en hippie communies, waar hij zelf in die tijd ook in woont. Zwart-wit foto’s die hij later in Duitsland manipuleert met chemicaliën. Een psychedelische beeldtaal, mogelijk door de nachtelijke trippen op LSD. De vervormingen, de kleuren en de gestaltes die voor zijn geestesoog verschenen, lijken later op zijn foto’s terug te zien. 

In Polkes werk zijn de symbolen uit de het Derde Rijk opgenomen. Hij wil hiermee niet het standaard opgelegde verhaal vertellen, zoals door critici van kunstenaars wordt verwacht,maar juist zijn eigen idee. Na de oorlog werd er door mensen van zijn leeftijd te weinig over WOII gesproken, hier zat Polke erg mee. Als politiek statement zorgt hij er met zijn kunst voor dat mensen de oorlog niet vergeten en dat de ellende die de generatie voor hen heeft veroorzaakt bespreekbaar wordt. Hij maakt gedurfde en taboedoorbrekende werken. Ook maakt hij verschillende werken met de uitkijkposten, die langs de Oost, West grens in Duitsland stonden en in de verschillende concentratiekampen. De torens waar veel mensen met doodangst naar hebben gekeken. Voor de uitkijkposten of hochsitz maakte hij een sjabloon, die hij vervolgens als graffiti op verschillende materialen spuit; bedrukt textiel, bubbeltjesplastic en beschildert plastic. Het houten framewerk van het doek is soms door het materiaal te zien. Een gek en confronterend contrast; de kitscherig gekleurde bloemenprint, de felle kleuren van het textiel en de uitkijkpost. De ruwheid van de oorlog lijkt met deze werken door de alledaagse dingen heen te vloeien, Polke weet de smet heel zichtbaar te maken. 



 
Hochsitz, 1984




Die Dinge sehen wie sie sind, 1991

Misschien is dit wel wat hij met al zijn werk wil zeggen, De dingen zien zoals ze zijn.Polke wil ons opvoeden als kritischer kijkers, kritisch voor de politiek, ons idee van realiteit, het verleden, de consumptiemaatschappij, beeldcultuur, het verschil tussen arm en rijk, seksualiteit en de kunst an sich. Wezenlijk kijken en jezelf dan de juiste vragen stellen. Iemand willen doorgronden in een paar uur is niet eenvoudig, al helemaal niet als deze persoon een cultfiguur is en een van de belangrijkste kunstenaars van de vorige eeuw. Ondanks dat hij er in levenden lijve niet meer is, voelt de tentoonstelling als een bijzondere ontmoeting met Polke zelf. Ik geef de Duitse dame met coltrui zeker gelijk:Es ist wirklich wunderbar!

Advertenties

Ook adverteren op mistermotley.nl ? Stuur dan een mail naar advertenties@mistermotley.nl

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

* verplicht

Meer Mister Motley?

Draag bij aan onze toekomstige verhalen en laat ons hedendaags kunst van haar sokkel stoten

Nu niet, maar wellicht later