Emma Wiersma

Alles wat ik weet is wat ik me herinner – over de tentoonstelling ‘I remember’

Tentoonstellingsbespreking
3 november 2021

Emma Wiersma duikt in de tentoonstelling I remember, van Martín La Roche en Mirthe Berentsen, zoals de muurtekst zegt ‘over de waarde van herinneringen, vertalingen zonder woorden, leven met verlies en de maakbaarheid van taal’.

Er staat een grote zandbak in het midden van de ruimte, soms met en soms zonder voorwerpen. Bezoekers worden uitgenodigd om de objecten uit de zaal aan te raken, ermee te knuffelen en in het zand te spelen. Op de muur staat: ‘Niemand zal analyseren wat ik doe, dit is geen therapie.’ 

 

I remember is een tentoonstelling van Martín La Roche en Mirthe Berentsen, gecureerd door Inez Piso, zoals de muurtekst zegt ‘over de waarde van herinneringen, vertalingen zonder woorden, leven met verlies en de maakbaarheid van taal’. La Roche en Berentsen woonden en werkten maandenlang op de psychiatrische afdeling van Kings County Hospital in New York tijdens de residentie van Stichting Beautiful Distress, een stichting die zich middels kunst en literatuur inzet om stigma’s rondom psychische gezondheid te doorbreken. Nu, vier jaar later, mengen de kunstenaars de ervaringen die ze daar opdeden met hun persoonlijke verhaal. Mirthe, schrijver van origine, maakte eerder een boek over haar tijd in het ziekenhuis: Stories from Kings County Hospital. ‘Ik kwam erachter dat woorden voor sommige ervaringen ontoereikend zijn’ vertelt ze. Daarom schrijft ze nu op nieuwe manieren bij haar eerste beeldende en tastbare tentoonstelling.

Mirthe Berentsen & Martín La Roche, Sandplay, 2021 Wooden sandbox, 4 x 5 metres, foto: Emma Wiersma
Mirthe Berentsen & Martín La Roche, Sandplay, 2021 Wooden sandbox, 4 x 5 metres, foto: Emma Wiersma

Bij het uitruimen van het ouderlijk huis na het overlijden van haar ouders, maakte Mirthe foto’s van de duizenden achtergebleven spullen die ze daarna weggooide. De enorme verzameling nutteloze voorwerpen vormde de omtrek van een mensenleven, het residu, zonder persoon die ze aan elkaar verbond. Tegelijkertijd beschreven de objecten samen de mensen die in het huis leefden,  die een routine hadden, haar moeder die ’s avonds handcrème aanbracht voor ze in haar pyjama gleed. Een selectie van de foto’s is terug te vinden aan de muur, waar de objecten geordend op kamer naast elkaar liggen en ieder object zijn eigen contour krijgt achter gezandstraald glas. Even lijkt het alsof ik een omlijnde agaatsteen van de muur kan tillen.
De meest huiselijke spullen heeft ze later terugvertaald van foto naar tastbaar keramisch object, een materiaal dat veel gebruikt wordt binnen de creatieve therapie. Een doosje gestampte witte muisjes van De Ruyter bijvoorbeeld. Of Rizla vloeitjes, of de pyjama van haar moeder. Die keramische voorwerpen liggen op een lange tafel en hebben wederom allemaal hun eigen omtrek. Het silhouet van het voorwerp lijkt te benadrukken dat het voortkomt uit een herinnering. In enkele outlines ligt echter geen object, een vrouw vraagt waar het voorwerp is gebleven; ze lijkt geëmotioneerd. Even later gaat ze ernaar op zoek in de zandbak. Zo ook de omtrek van de Agaatsteen die ik terugvind in tekstvorm in een vijftal teksten die in sculpturale opstelling naast de tafel staan:

Hildegard von Bingen, de twaalfde-eeuwse homo universalis schreef agaat voor als middel tegen geestesziektes. Na de zoveelste gedwongen opname van mijn moeder konden we wel constateren dat de stenen geen bescherming boden tegen een hoofd vol natuurgeweld.
uit: The right to be forgotten, Mirthe Berentsen

Mirthe Berentsen, The right to be forgotten, 2021, Ceramics made in collaboration with participants of Roads Ateliers in Haarlem and studio Zoë Claire Miller in Berlin, foto: Mirthe Berentsen
Ceramics made in collaboration with participants of Roads Ateliers in Haarlem and studio Zoë Claire Miller in Berlin, foto: Mirthe Berentsen
Ceramics made in collaboration with participants of Roads Ateliers in Haarlem and studio Zoë Claire Miller in Berlin, foto: Ilya Rabinovich

Een man zit gehurkt in de zandbak en kijkt naar de muur, waar verschillende monochrome zeefdrukprints hangen. Zoals bij verfstalen van de Gamma RAL-kleuren staat op elke kleur een woord. Violet heet ‘Voices’, donkergroen is ‘Grandpa grass’, bruin heet ‘Black lives matter.’ Het zijn de nieuwe namen die de cliënten van het ziekenhuis aan de kleuren hebben gegeven tijdens een workshop van Martín La Roche. Gamma noemt een warme geel ‘Kaas’, de cliënten hernoemen het “Fake friendly”.
Martín en Mirthe organiseerden tijdens hun verblijf in het ziekenhuis creatieve workshops voor mensen met verschillende diagnoses en psychische kwetsbaarheden. De cliënten werden uitgenodigd om hun persoonlijke verhaal te schrijven, bij Mirthe door hun eigen counter-narratief te bedenken, een nieuwe identiteit te creëren, bij Martín door te schrijven in de vorm van het boek I remember van Joe Brainard. Iedere zin van het boek begint met ‘I remember’, waarna de herinnering volgt, volgens Joe Brainard de ultieme schrijfoefening. Zo schreven de cliënten in de workshop van Martín:

I remember the first girl I almost kissed.
I remember being called a crazy girl.
I remember my favourite blanket, but I can’t remember if it was pink or blue.
I remember being better.
I remember the needle.
All I know is I remember.
uit: tekst van cliënten Kings County Hospital, archief Martín La Roche

Tentoonstellingsoverzicht van 'I remember', foto: Mirthe Berentsen
Martín La Roche, String to short to be saved collection, 2014 - ongoing, Objects from the artist’s archive _Foto: Ilya Rabinovich
Martín La Roche, Gamma colours, 2021, 12 Silkscreen prints of renamed paint samples by a therapy group at Kings County Hospital _Foto: Ilya Rabinovich

Daarnaast werkte La Roche volgens zijn bekende kunstenaarspraktijk: het verzamelen van materialen die hem opvallen of interesseren. In het ziekenhuis breide hij die verzameling nog verder uit. Voor het eerst geeft hij nu zijn door de jaren heen opgebouwde archief uit handen, eerst netjes geordend in bestickerde dozen op planken aan de muur, later verspreid over de zandbak. Het archief opent zich als een rits matroesjkapoppetjes: elke doos bevat weer een nieuwe doos; dozen met ansichtkaarten, dozen met schroeven, weer een schoenendoos waar vier gedroogde lieveheersbeestjes inzitten.
Terwijl ik de collectie doorzoek begint de waarde van de spullen te verschuiven. Het ene moment ga ik bijna chirurgisch te werk: ik blader als wildvreemde door een enorm archief aan zorgvuldig gekozen voorwerpen, elk object kent een bepaalde plaats. Ik doe mijn best om alles per categorie terug te leggen: rode eetstokjes bij kleurrijke rietjes, een gehaakt paars bloemetjeslint bij stevig blauw paktouw, een rij plastic witte ganzen met één kip ertussen. Het volgende moment begint de hoeveelheid me te duizelen en zie ik slechts een eindeloze hoeveelheid spullen.
Ik kijk toe terwijl een vrouw een metalen ketting door het zand sleept.
‘Vind je het niet vervelend’ vraag ik Martín, wijzend naar het zand, ‘dat kinderen, en grote mensen trouwens ook, altijd iets maken dat iets anders voorstelt?’ Ik doel op het kasteel dat middenin de zandbak is ontstaan, met grachten van kettingen en een houten miniatuurbrug. ‘Nee’ antwoordt Martín beslist. ‘Dat ligt juist dicht bij Sandplay therapy.’ Hij refereert aan de Jungiaanse therapie ontwikkeld door psychoanalyticus Dora Kalff, een therapie voor het verwerken van zeer zware trauma’s. Tijdens zo’n sessie kiezen cliënten voorwerpen uit een enorme collectie in de behandelkamer en plaatsen deze in een kleine zandbak. Hiermee creëren ze een nieuw, eigen verhaal zonder noodzaak aan woorden.
‘Ook daar beginnen cliënten met het uitbeelden van hun binnenwereld,’ zegt hij. ‘Al leg je iets in het zand alleen omdat je het mooi vind, ook dan beeld je uit, al zij het onbewust. Het stelt altijd iets voor.’
Martín vist een rood hondenspeeltje uit de zandbak.
‘Deze is niet van mij’ merkt hij op. ‘Ik ben blij dat de verzameling blijft groeien, nu het archief niet meer alleen van mij is.’
‘En dit?’ Ik hou een paar gekleurde, aaneengeknoopte elastiekjes in de lucht. ‘Die wel’ lacht hij.

A highschool visits the exhibition I Remember at the Beautiful Distress House, 2021, foto: Ilya Rabinovich

Bij beide kunstenaars lijkt auteurschap te vervagen en blijkt de maker onderdeel van een groot collectief. Niet alleen bij de alsmaar bewegende objecten in de zandbak of de fluctuerende verzameling van Martín, ook Mirthe vertelt dat vijf van haar keramische objecten en twee schelpen van vilt gemaakt zijn door deelnemers van Roads, een stichting die zich inzet voor ‘sociale- en arbeidsre-integratie voor mensen met lichte tot zware psychiatrische problematiek of een verslavingsachtergrond’, zo valt op hun website te lezen.
Ook bezoekers worden mede-makers door de persoonlijke herinneringen die ze met elkaar bespreken bij het bekijken van de tentoonstelling. ‘Uiteindelijk zijn het allemaal universele herinneringen aan een jeugd, aan rouw, aan trauma en aan handen in het zand,’ zegt Mirthe. ‘Iedereen die wel eens een huis heeft uitgeruimd na het overlijden van een dierbare, of die te maken heeft gehad met bijvoorbeeld liefdesverdriet of trauma, zal op een gegeven moment bepaalde objecten of herinneringen koesteren en loslaten.’

Debris. It is forbidden by Maldivian law to collect coral, shells or sand from the Maldivian waters. Twee vilten schelpen uit 'I remember' Foto: Ilya Rabinovich

Twee vilten schelpen, zo groot als kleine kleuters liggen net buiten de zandbak. ‘Schelpen zijn van die typische dingen die iedereen meeneemt van het strand, en thuis nooit naar kijkt,’ zegt Mirthe. ‘Het gaat om de schelp op dat moment, of om de herinnering aan die plek, een herinnering van een mooie dag of vakantie. Deze schelpen waren mijn manier om mijn eigen narratief op te eisen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld alle objecten in mijn ouderlijk huis, die me min of meer zijn overkomen.’ Ze vertelt hoe een cliënt van Roads, mede-maker van de schelpen, één schelp de dag nadat hij af was, meenam in haar fietstas om hem de zee te laten zien.
Ik leg een warme vilten schelp tegen mijn oor en hoor mijn bloedsomloop suizen. Dan dringt tot me door dat elk trauma op den duur een herinnering wordt en dat de waarde van de herinneringen verschuift. Wanneer ik denk te weten dat eetstokjes bij rietjes horen, komt dat doordat ik me zoiets herinner. Ik bedenk dat we alles in zand kunnen begraven en eroverheen kunnen lopen of in bestickerde doosjes kunnen bewaren aan de muur. Ik bedenk dat we trauma’s kunnen herordenen en soms tot warme schelpen maken ter grootte van een kinderlichaam.

 

 

Duo-tentoonstelling I remember door Martín La Roche & Mirthe Berentsen
Gecureerd door Inez Piso
Beautiful Distress House, Amsterdam
02/10/2021  – 08/01 2022

https://www.martinlaroche.nl/
http://www.mirtheberentsen.com/
https://www.inezpiso.nl/

 

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

* verplicht

Meer Mister Motley?

Draag bij aan onze toekomstige verhalen en laat ons hedendaags kunst van haar sokkel stoten

Nu niet, maar wellicht later