Heske ten Cate

Apartheid & After

8 april 2014

auteur: Heske ten Cate




Mikhael Subotzky, Vaalkoppies, 2006

De foto is afkomstig uit de tentoonstelling Apartheid & After te Huis Marseille, die tot 18 juni nog te bezoeken is. Dertien jonge, gevestigde en inmiddels overleden fotografen uit Zuid Afrika en omstreken tonen een beeld van de apartheid, toen, kort daarna, maar vooral nu. De vuilnisbelt foto is een klassiek beeld, zoals wij de beelden kennen van ‘Afrika’. (want het is me opgevallen hoeveel mensen het hebben over ‘Afrika’, alsof het maar één land betreft) Een beeld dat direct aan de haal gaat met ons sentiment, medelijden en collectieve schuldgevoel, al hoorde ik dat laatste niet eens direct terug in het goedbedoelde medelijden van de vrouw voor de foto. Misschien stond de dame wel zo lang voor de foto omdat dit een beeld is waaraan we kunnen refereren denkend aan apartheid, arme zwarte mensen, overgeleverd aan het oneerlijk lot dat hen toegewezen werd. De andere ruim honderd foto’s tonen echter een ander beeld van apartheid. Foto’s van Zuid Afrikaanse fotografen waar we veel moeilijker mee uit de voeten kunnen, omdat het juist niet de vuilnisbelt betreft, maar scherpe observaties, esthetische beelden die zoveel meer vertellen over de complexiteit van het probleem. En trots, beelden uit een eeuwenoude cultuur krijgen eindelijk een plaats in ons besef naast het medelijden en het schuldgevoel.

De foto’s van David Goldblatt leiden de tentoonstelling in met een treffende tegenstrijdigheid: schitterende close ups van enkel lichaamsdelen die boekdelen spreken. De verschillende huidskleuren, kleding, houding en positie vertellen het verhaal van de verschillende culturen die samenkomen ten tijde van apartheid in de parken van Johannesburg, de Free State en andere delen van Zuid Afrika. De serie publiceerde hij in 2003, maar dateert uit omstreeks 1980. ‘Particulars’ heten de detailbeelden. Een foto van een strakke witte steunkous knellend om een iets te dik zwart been: letterlijk benauwend.

David Goldblatt: ‘Nadat ik vijf jaar lang gewerkt had aan een serie portretten van mijn landgenoten in de straten en huizen van Soweto en de voorsteden van Johannesburg leek het in 1975 logisch, bijna onvermijdelijk dat ik mijn focus zou verbreden naar een poging om hun lichamen te gaan verkennen, of liever, de specifieke bijzonderheden van hun lichamen, als bevestiging of belichaming van hun innerlijk’. David Goldblatt fotografeert al bijna zijn hele leven, ook zijn fascinatie voor lichaamsdelen is ontstaan in zijn jonge jaren en begon, zoals vele fixaties beginnen, bij hemzelf, zijn eigen lijf. In 1989 sticht hij een school voor jonge fotografen in Soweto onder de naam Market Photography Workshop, om de jongeren visuele geletterdheid bij te brengen. Veel oud-studenten hebben een plek op de tentoonstelling Apartheid & After.




David Goldblatt, child minder



David Goldblatt,man of the beach

Paul Alberts start zijn carrière als fotograaf in de journalistiek. Hij deed jaren lang verslag voor de grootste kranten in Zuid Afrika ten tijden van de apartheid: Die Vaderland, Die Transvaler, The Cape Argus, Die Burger. Na jaren voor de kranten gewerkt te hebben besluit hij als documentair fotograaf door het leven te gaan. Zijn bijdrage aan de tentoonstelling bestaat uit een veertigtal schitterende zwart-wit foto’s van mensen die een krijtbord voor hun lichaam houden, met daarop een naam, een nummer en de stad, streek of dorp van herkomst. Het doet denken aan foto’s van verdachten die worden gemaakt door de politie net voordat ze worden ingerekend en de eerste nacht spenderen in hun cel. Echter, de foto’s zijn genomen in 1994 toen voor het eerst iedereen in Zuid Afrika een gelijk stemrecht kreeg. Om een stem uit te kunnen brengen was een legitimatiebewijs verplicht, maar talloze mensen bestonden nog niet op papier. Hoewel bij de eerste vrije verkiezingen iedere vorm van identificatie werd geaccepteerd (bij gebrek aan een geboortebewijs werden ook doopbewijzen, of ziekenhuisregistraties geaccepteerd, of de onder ede afgelegde verklaring van een wel geregistreerd familielid), hielp dat de vele, gemarginaliseerde zwarte mensen in de kleine gemeenschappen op het platteland niet. Zij waren nooit officieel geïdentificeerd. Door de onverwachtse hoeveelheid aan ongeïdentificeerde burgers en de enorme toestroom bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, werden er kleine lokalen ingericht waar fotograaf Paul Alberts samen met een agent honderden mensen vastlegde en inschreef. Het tijdelijke kantoor was dagenlang van ‘s ochtends voor zevenen tot middernacht in bedrijf. De portretten hebben weinig weg van een gangbare pasfoto en fungeren als een tijdscapsule waarin het zelfbewustzijn en de wens of vrij te leven in een democratie voor eeuwig zijn gevangen.




Alberts, The portraits of the applicants #1

Portretfotografie van een heel andere orde toont zich in een bijdrage van de inmiddels overleden Hugh Exton (1892 -1945). Exton baatte, weliswaar als autodidact, een professionele fotostudio uit in Polokwane, het vroegere Pietersburg, in de provincie Limpopo. Door allerlei verschillende mensen te portretteren verdiende hij zijn geld, daarin sprak hij geen enkele voorkeur of minachting uit over de modellen die hij voor zijn lens kreeg. Iedereen werd gefotografeerd, mits ze zijn arbeidsloon konden betalen. Het levert een aparte selectie mensen bij elkaar op: vrome blanke families met hoge kragen en statisch en strak opgespeld haar, rijke zwarte mannen met wandelstok en vlinderstrik, zwarte nanny’s met witte kinderen die door de lange sluitertijd enge, levenloze baby’s lijken en tot slot groepjes donkere mijnwerkers die voor ze het levensgevaarlijke werk onder de grond als bewijs van leven (dit was wettelijk verplicht) werden vastgelegd in de fotostudio van Exton. ‘Zijn foto’s hebben vastgelegd over hoeveel geesteskracht de mens beschikt ondanks de omstandigheden waarin hij verkeert en laten de verschillen en overeenkomsten in sociale omstandigheden zien tussen zwarten, Indiërs, blanken en kleurlingen. Het sociale verband tussen vele aspecten in het dagelijks leven wordt in deze foto’s verbeeld’ – zaaltekst Huis Marseille. Exton was een zakenman en kan niet in het apartheidsconflict geplaatst worden als verzetsstrijder, activist of propagandist. Hij deed er alles aan om brood op de plank te krijgen. Zijn nalatenschap bestaat uit duizenden foto’s die het collectief dagelijks leven verbeelden dat een enorm scala aan mensen betrof. In zekere zin kunnen zijn beelden als voorbeeld dienen voor een begin van de oplossing voor de apartheidsproblematiek.




Hugh Exton, Isaac and friend, 1927



Hugh Exton, L.E Krause and family, 1920

Succesvol fotograaf Pieter Hugo schijnt weer een geheel ander licht op het onderwerp. Hugo wordt in 1976 in Johannesburg geboren. Na enkele jaren in de filmindustrie in Kaapstad te hebben gewerkt, vestigt hij zich hier rond 2000 als zelfstandig fotograaf. Kleurenfotografie kent zijn voorkeur. In 2006 brak hij wereldwijd door met zijn straatportretten van zogenaamde hyenamannen uit Nigeria. Hij geniet een voorliefde voor subculturen: acteurs uit Nollywood, Afrikaanse tribe kinderen die door een afwijking met een spierwitte huid door het leven gaan etc. Schitterend werk reflecterend op Afrika als rainbow nation; een kleurrijke benaming voor de vele culturen die maar moeilijk met elkaar mengen. Hij omschrijft Zuid Afrika als een ‘verscheurd, schizofreen, gewond en problematisch land.’

In de onderste zaal wordt de serie Kin van zijn hand getoond. Hierover zegt hij: ‘Issues of race and cultural custodianship Permeate every aspect of society, and the legacy of forced racial segregation casts a long shadow… How does one live in this society? How does one take responsibility for history, and to what extent should one try? How do you raise a family in such a conflicted society? Before getting married and having children, these questions did not trouble me; now, they are more confusing. This work attempts to address these questions and to reflect on the nature of conflicting personal and collective narratives. I have deeply mixed feelings about being here. I am interested in the places where these narratives collide. Kin is an attempt at evaluating the gap between society’s ideals and its realities.’

Pieter Hugo heeft zelf een blanke huid, waarop hij reflecteert in zijn fotoserie. Door het fotograferen van zijn eigen omgeving, zijn vrienden en beminden toont hij de ingewikkelde zoektocht naar zijn identiteit in een land zonder duidelijke richting en laat hij zien dat de blanke tradities ook een sterke mate van overlevingskracht hebben, net als die van de verschillende tribes en gemeenschappen. Zelf noemt hij zijn witte identiteit ‘koloniaal drijfhout’. Hij plaatst zich naast de ontelbare hoeveelheid stammen en documenteert zijn leven op een poëtische wijze, als ware hij zelf ook onderdeel van een clan.




Pieter Hugo, In Sipho Ntsibane’s home, Soweto 2013

Apartheid & After is een zeer relevante en uitgebalanceerde tentoonstelling over een van de meeste complexe situaties in de wereld. De fotoseries zijn genomen vanuit een dagelijkse betrokkenheid bij de apartheidsproblematiek, waardoor de beelden een even complexe schakering bieden op het onderwerp als het gegeven ‘apartheid’ zelf. Niet in één beeld of strofe te vatten; het behoeft deze variëteit aan opinies om ook maar een klein beetje grip te krijgen op een probleem dat groter is dan ons besef kan vatten.   

De deelnemende kunstenaars op Apartheid & After zijn: David Goldblatt, Zanele Muholi, Paul Alberts, Sabelo Mlangeni, Daniel Naudé, Jo Ractliffe, Mikhael Subotzky, Guy Tillim, Paul Weinberg, Hugh Exton, Pieter Hugo, Santu Mofokeng, Graeme Williams en de Market Photo Workshop in Johannesburg.

Voor meer informatie bezoek de website van Huis Marseille




Pieter Hugo, In Johanna’s Volschenk’s home, 2013



Graeme Williams, Kempton Park. The Emperors Palace Casino and Chariots Entertainment World was build on the site were the negotiations leading up to the Convention for a Democratic South Africa took place



Sabelo Mlangeni, Coming to Johannesburg I, January, 2011



Alberts, The portraits of the applicants #2



Santu Mofokeng, Sunflowers harvest, Vaalrand farm, Bloemhof



Daniel Naudé, animal farm, 2009



Daniel Naudé, Animal farm, 2009



Guy Tillim, Neri James, Petros Village, Malawi, 2006



Jo Ractliffe, Playing soccer with marbles, Platfontein, 2012



Mikhael Subotzky, Joseph Dlamini (Eye test), Matsho Tsmombeni squatter camp, 2012



Zanele Muholi, Faces and Phases

Het leven en werk van Zanele Muholi worden bepaald door het stigma dat zwarte lesbiennes met zich meedragen. Een lesbische identiteit betekent in Zuid-Afrika leven met homofobie en veel fysiek geweld, waaronder ook de zogenaamde ‘corrigerende’ verkrachting valt. Het kan zelfs een vrijbrief voor moord zijn. Het werk van Zanele Muholi staat daarmee in het teken van het activisme; visueel activisme noemt zij het zelf. ‘Ik richt mij in hoofdzaak op wat het betekent om lesbisch te zijn in Zuid-Afrika en elders. Dit is het domein waarin ik mij verhoud tot zowel mijn eigen identiteit, als tot het burgerschap van mijn land en van de wereld.’ aldus Muholi




Zanele Muholi, Mo(u)rning
Advertenties

Ook adverteren op mistermotley.nl ? Stuur dan een mail naar advertenties@mistermotley.nl

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

* verplicht

Meer Mister Motley?

Draag bij aan onze toekomstige verhalen en laat ons hedendaags kunst van haar sokkel stoten

Nu niet, maar wellicht later