Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

Atelierbezoek: Femke Gerestein - Het lichaam als onderwerp en voorwerp

26-03-2019 Alex de Vries

Hoe dichterbij je een uiterst gedetailleerde tekening van Femke Gerestein (1982) komt, hoe minder precies de realistische uitdrukking blijkt te zijn. Alles lost op in veegjes en streepjes. De fotografische studie die eraan voorafgaat wordt volkomen ontmanteld in de tekening. Ze kiest uit een hele reeks foto’s één momentopname als een verwerking van de actie, van de beweging en vooral van de beleefde ervaring daarvan. De recente tekeningen van Femke Gerestein laten haar vallende lichaam zien. De letterlijke lijfelijkheid ervan is tegelijkertijd zo persoonlijk mogelijk en met de grootste distantie weergegeven. Alleen door afstand te nemen van jezelf kun je rücksichtslos persoonlijk zijn.
 

Vorig jaar verbleef Femke Gerestein twee maanden in de residentie Het Pompgemaal in Den Helder. Daar onderzocht ze waaraan haar lichaam onderhevig is. In voorafgaand werk had ze zichzelf ingesmeerd met grafiet en op het papier geworpen. Anders dan bij Yves Klein die naakte vrouwen als penseel inzette, had zij met die performatieve benadering niet alleen de bedoeling zichzelf af te drukken of als instrument in te zetten. Het registreren van het oppervlak van haar lichaam en vooral ook van de vallende beweging op het papier was onderdeel van haar werkwijze. Ze zette haar lichaam ook in als een uitbreiding van het materiaal, maar het ging er vooral ook om dat zij zelf de tekening was en die gedaante over kon brengen op het papier. 
Deze ritualistische tekeningen laten een resultaat zien van een bijna spartelend lichaam dat in het papier probeert te verdwijnen, alsof ze er een doorgang in zoekt. In die zin verbindt het werk zich ook met het werk van Lucio Fontana, hoewel ze het papier niet daadwerkelijk doorsnijdt. 

Ze wierp zich niet meer op de tekening, maar in de ruimte, de val als een sprong in de leegte

De tekening die ze in Den Helder maakte gaan nog uit van het met grafiet bedekte lichaam. Om dat veilig te doen smeert ze zich eerst in met Travabon zalf om daarna het grafiet aan te brengen. Ook draagt ze een veiligheidsmasker om het grafietpoeder niet in te ademen. Na afloop moet zij zich grondig afspoelen. Al die handelingen zijn ritueel van aard. Het bedekken met grafiet roept associaties op met de vroegchristelijke manier van boetedoening waarbij een boetekleed werd aangetrokken en as op het hoofd werd gestrooid, zodat men ‘in zak en as’ was. Ook verwijst deze handelende werkwijze naar etnische lichaamsbeschilderingen die een initiatie begeleiden, feestelijk van aard zijn of iemand prepareren op het aangaan van een strijd. Bij Femke Gerestein draagt het hele proces bij aan de concentratie die nodig is om een doorleefde intensiteit over te brengen. Op de tekening van haar vallende lichaam is dat van een afstand allemaal leesbaar. Ze geeft op indringende wijze uitdrukking aan de zelfstandigheid van het lichaam. De foto’s ervoor maakte ze in het duingebied rond het Pompgemaal in Den Helder, de grond waar het lichaam naartoe beweegt bestaat uit korte begroeiing. De schaduw onder het lichaam maakt duidelijk dat het is stilgezet in het naar beneden vallen. Om dat fotografisch goed in beeld te brengen heeft ze eindeloos geëxperimenteerd met camerastandpunten en sprong- en valtechnieken om wat haar voor ogen stond te realiseren. Ze wierp zich niet meer op de tekening, maar in de ruimte, de val als een sprong in de leegte, die zoveel kunsthistorische referenties kent – Yves Klein, Bas Jan Ader, Robert Longo, Hito Steyerl om nog maar te zwijgen van verbeeldingen van Icarus en Ixion. Femke Gerestein lepelt die associaties moeiteloos op. Ze weet waar ze het over heeft en ook wat ze aan dat bestaande arsenaal van de metafoor van het vallen wil toevoegen. Dat is een vorm van vrije lichamelijkheid die haar in het leven en de kunst een zelfbewuste aanwezigheid geeft. Ze benadrukt dat ze haar eigen pad kiest waaraan ze uitdrukking wil geven. Tegelijkertijd incorporeert ze de vrees om zich met anderen in de buitenwereld te moeten verstaan. Het is haar manier om zich met het bestaan en die wereld te verhouden, een vorm van gewichtsloze overgave aan het onvermijdelijke.

Het werk komt organisch tot stand, het groeit onder haar handen

De grote tekeningen zijn uiterst minutieus en door de grote oppervlakte van het papier – minstens zo groot als zij zelf – is het een eindeloze opgave om ze tot stand te brengen. Tijdens het tekenen denkt ze dan ook niet na, ze voert uit wat haar te doen staat. Een tekening in staat van wording maakt duidelijk hoe secuur ze dat doet en ook dat ze niet werkt met grove schetsmatige opzetten, maar dat ze simpelweg van boven naar onder een traject aflegt. Het werk komt organisch tot stand, het groeit onder haar handen. Je kunt door een enkel element te bekijken in wezen de hele tekening bekijken. Zoals het lichaam is opgebouwd uit cellen, zo zijn haar tekeningen opgebouwd uit ontelbare handbewegingen die ieder voor zich het geheel bepalen. De gelukzaligheid van het zich verliezen in het daadwerkelijk doen is eraan af te lezen. Voor wie een dergelijke techniek niet beheerst is dat een wonderlijke werkwijze, omdat je niet begrijpt hoe ze de verhoudingen dan kan beheersen, op welke manier ze maat en schaal geloofwaardig weet te houden.

Sprong, solotentoonstelling, Galerie EL, 2019.


Natuurlijk zijn het zinnelijke tekeningen, maar desondanks ook platonisch, zoals de veelvlakken van Plato dat zijn in hun wiskundige zuiverheid. Tijdens een eerdere residency van een half jaar in 2016 in Kaus Australis had zij zich in de Platonische lichamen verdiept. De titels van de tekeningen die in Kaus Australis en kort daarna ontstonden zijn afkomstig uit ‘Phaedrus’, Plato’s dialoog met vervoering als hoofdonderwerp. Aan het gevoelige raffinement van het werk lees je het niet direct af, maar Femke Gerestein is een echte bèta die op school plezier had in wiskunde, scheikunde en natuurkunde, vakgebieden waarin altijd het deel tot het geheel wordt beschouwd als een samenhangende wisselwerking. Om zich met die verhouding tussen het niets en het al nadrukkelijker bezig te houden volgde ze in 2018 twee cursussen filosofie aan de Erasmus Universiteit. Met name het gedachtegoed van Maurice Merleau-Ponty (1908-1961) die het lichaam centraal stelde als middel om wereld te leren kennen, had al haar belangstelling. Het gaat daarin om de verschijningsvorm die zichtbare fenomenen aannemen en in welke categorieën ze onder te brengen zijn. Merleau-Ponty heeft zich in Fenomenologie van de waarneming (1945) intensief en meeslepend beziggehouden met de intense verhouding tussen het lichaam en de wereld en deze gefundeerd op bevindingen ten aanzien van vrijheid, seksualiteit en sterfelijkheid. Ook Helmuth Plessner (1832-1985) en zijn ideevorming over excentriciteit fascineren haar, evenals Søren Kierkegaard (1813-1855) die als Johannes de Silentio zo mooi schreef over het wagen van de sprong in Vrees en Beven (1843) als ‘een beweging voorbij het algemene, een aanraking met het Absolute’.

De indrukwekkende tekentechniek ontwikkelde ze vanaf haar opleiding Illustratie aan de Academie St. Joost in Breda. Daar maakte ze kennis met uiteenlopende (illustratie)technieken die ze ook toepaste in haar praktijk na de academie. Ze maakte gebruik van verschillende technieken en materialen, zoals acrylverf en collage. Ze koos of ontwikkelde een techniek waarvan ze vond dat die het verhaal dat ze wilde vertellen het beste ondersteunde. Voor Uitgeverij De Eenhoorn in België heeft ze twee prentenboeken geïllustreerd. Daarnaast maakte ze tot 2012 redactionele illustraties in opdracht. De noodzaak om zelfstandige tekeningen te maken drong zich in de loop der jaren meer en meer op. Het was een behoefte om haar werk intensiever zelf te beleven in plaats van het af te meten aan de verhouding met een verhaal of een andersoortige opdracht. 

He is like a bird fluttering and looking upward and careless of the world below – grafiet op papier, 230 x 150 cm, 2016.


Merleau-Ponty beschreef de ervaring van het lichaam eens met het voorbeeld van de rechterhand die de linker streelt. De rechter voelt de haartjes, de huid, het vlees, de aderen en de botten van de linker. Tegelijkertijd voelt de linkerhand in de streling de structuur van de rechter. Het lichaam ervaart daardoor zichzelf tegelijkertijd als onderwerp en voorwerp, iets waarvan je deel uitmaakt en wat je van buitenaf beschouwt. Die samenhang stelt Femke Gerestein aan de orde in haar vrije werk.

De tekeningen van haar lichaam, van haar rug, nek en schouders, werden landschappelijk

In 2009 maakte ze de eerste tekeningen die geen illustraties meer waren. Ze ging op veel groter formaat werken, waarvoor ze eerst kleiner formaat papier dat ze gebruikte voor haar illustraties aan elkaar legde. Haar werk werd toen snel opgemerkt door Arno Kramer, destijds de curator van het Drawing Centre in Diepenheim die haar uitnodigde voor deelname aan een masterclass onder leiding van Marcel van Eeden. Later selecteerde hij werk van haar voor de groepstentoonstelling ‘Waar de hand zingt’ in 2015. Dat versnelde haar ontwikkeling als vrij kunstenaar, zodat ze meer en meer in de tekening zelf naar oplossingen voor haar levensvragen is gaan zoeken, in plaats van illustraties te maken die in verhalende zin onderwerpen aan de orde stelden. De tekeningen van haar lichaam, van haar rug, nek en schouders, haar borst en onderlichaam vanuit verschillende perspectieven gezien, soms gekleed, maar meestal naakt, werden landschappelijk, met uiterst fijne structuren van de opperhuid. 

Om het afgezonderd werken in haar atelier – een groot schoollokaal in het midden van de Rotterdamse wijk Bloemhof – te compenseren werkt ze voor verschillende Rotterdamse kunstinstellingen als educator. Daardoor is ze veelvuldig in contact met mensen voor wie het kijken naar beeldende kunst niet vanzelfsprekend is. Daardoor begrijpen zij wat ze zien vaak anders dan doorgewinterde kunstliefhebbers. Juist die schijnbare onwetendheid die bij het zien van een kunstwerk omslaat in een onmiddellijk weten – dit is wat ik zie – is van invloed op de beleving van haar eigen werk. 

Voor een tekening zet Femke Gerestein zichzelf in, maar het is geen zelfportret. Ze laat een lichaam zien als een weergave van uitgerekte tijd. Ze tekent hoe haar aanwezigheid verloopt. Waar ze eerder als het ware op het papier dook, had die aanwezigheid een directe en tastbare aanwezigheid. Nu ze ernaartoe springt heeft die presentie een niet vast te stellen duur en laat een grote tegenwoordigheid van geest zien. De consequentie daarvan zou kunnen zijn dat de weergave van het lichaam uit de tekening verdwijnt. Het zal er nog op terechtkomen, maar hangt er nog boven, de val is niet voltooid, noch in beeld.

Van 24 mei tot en met 23 juni 2019 heeft Femke Gerestein een solotentoonstelling in de Bewaerschole in Burgh-Haamstede.

www.femkegerestein.nl

Los, solotentoonstelling, Art Space Rotterdam, 2018/2019. Op de voorgrond: Duik 3 – grafiet op papier, 365 x 240 cm, 2015.

Zonder titel – grafiet en kleurpotlood op papier, 28 x 21,5 cm, 2018.

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl