Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

Autonome Fundamentalist

21 Jan 2016 Marc Bijl

Deze brief is verschenen in het boek 41 brieven aan de jonge kunstenaar - uit 2007
Ik weet ook niet hoe ik het geflikt heb. Ik kan dus van mijn kunst leven en dat ervaar ik als een enorme vrijheid. Geen gebondenheid aan werkgever, opdrachtgever, instanties of instellingen, maar een vorm van totale onafhankelijkheid, iets waar ik altijd al naar op zoek was; in welke vorm dan ook. Dit is de kern van de zaak. Het kunstenaarschap is eigenlijk het enige dat me dit perspectief bood. Het gekke is dat je van dat autonome, onafhankelijke doel niet meer moet afwijken. Je wordt dus per definitie een eigenwijze volhouder, vastbijtend in je eigen fantasiewereld. Niemand snapt werkelijk waarom je maar blijft doormodderen.

Er valt een bestaan op te bouwen als kunstenaar, maar je vasthoudendheid moet niet omslaan in artistieke onwrikbaarheid oftewel; wees bereid tot zelfreflectie, (radicale) wijzigingen in je werk als je door wat dan ook tot andere inzichten komt. Niks is zo dodelijk voor je geest als vast blijven houden aan één medium en werkwijze, er van uitgaande dat andere kunstenaars ook langzaam en over een periode van jaren, rijpen en ‘evolueren’. Er zijn veel mythes in de kunstwereld.

De laatste tijd werk ik met hele goede galeries die alles verkopen wat ik maak en exposeer ik in musea in binnen- en buitenland ( dit lijkt wel een zinnetje uit een persbericht). Goede galeries zien jou als kostbaar bezit en hebben hetzelfde belang als jij; geld binnen halen. Ze zijn dus overwegend bezorgd om jouw geestestoestand en niet belerend. Het zijn je partners in crime en vinden (samen met jou) dat je kunst wat waard is. Als je het gevoel hebt dat je bij je schoonmoeder op de koffie gaat dan zit er iets niet goed.

Maar voordat iemand in mijn geïnteresseerd was, was ik vooral bezig met zelfontplooiing en eigen initiatiefjes opzetten. Samenwerkingen met vormgevers, muziek maken, streetart- achtige activiteiten, kraakpand feestjes en bar avondjes, God weet wat allemaal. Het was in ieder geval een betere leerschool voor mij dan een tweede fase opleiding, ik kan namelijk helemaal niet tegen ‘kritiek’ en ‘discussie’. Allemaal tijdverslies, gewoon doen en zien of het wat is. Geen betere filter tegen onrealistische ambities dan exposeren tot je er bij neervalt. Niemand raadt het dan ook aan. Maar dat is met het doel je te doen geloven dat het via de juiste opleiding en netwerk moet gaan. Allemaal gelul van de Nederlandse kunstkenners… ze weten geen reet en kijken enkel naar het buitenland! En al die internationale opleidingen in Nederland… geldklopperij gewoon.

Anyway, al die activiteiten die ik je noemde leiden niet automatisch tot een geslaagde carrière als autonome kunstenaar. Ze leiden je er eerder vandaan. Maar ze geven je wel de juiste ballast mee; je weet dan waarom het (misschien) niet aan je werk ligt maar vooral aan de context waarin het te zien is. Je weet het eigen best wel; een hoop stront ziet er in het Guggenheim een stuk interessanter uit dan over je keukenvloer gesmeerd. Ik heb hier een tien punten plan gemaakt waarmee je zó een beroemd kunstenaar wordt, als je dat tenminste nastreeft want de meeste mensen willen gewoon ‘een beetje leuk leven ‘. Dan hoef je niet verder te lezen want ‘leuk’ is het helemaal niet; kunst is namelijk een internationaal georganiseerde zwendel in gebakken lucht.

Er kwamen bij mij echter oer gevoelens boven die me zeiden dat deze handel eigenlijk hetzelfde is als waarin andere ‘vrije jongens’ actief zijn. Drugs, autohandel, politiek activisme, filosofie, ondernemer, journalistiek.. het soort werk dat ik anders was gaan doen als het met de kunst niet mocht lukken, het vereist min of meer dezelfde kwaliteiten en tactieken. Knip ze uit en plak ze op je koelkast.

1) Verbeeld je je niks dan ben je niks.
Zorg voor een beetje grootheidswaan in je kop. Ambitie heet dat en dit is in het buitenland een heel normaal woord maar bij Nederlandse kunstenaars bijna een vloek. Wees ambitieus maar niet arrogant. Hou alle mogelijkheden open. Dus niet meteen jezelf vastleggen in een vennootschap of maatschap met wat vrienden. De ware kunstenaar opereert alleen. Alle samenwerkingen waar ik van weet hebben één leidend figuur, de rest hangt er maar wat bij. Zorg dus dat je de Leider, grote roerganger of inspirator bent. Als is het alleen maar in je fantasie. Dan kun je toch vast aan het idee wennen voor als het straks zover is. Medestanders komen dan vanzelf hun diensten aanbieden waar je wellicht wat mee kunt om je doel (rijk en beroemd worden) te bereiken. Ook je medestanders gaan er dan op vooruit dus je zult ze niet horen klagen.

2) Geld binnenbrengen via de kunst (incl. subsidies of opdrachten ) is het belangrijkst om kunstenaar te blijven. Accepteer geen leuke baantjes om met je kunst onafhankelijk te zijn, want dan word je op den duur een hobbyist. Bestempel je kunstenaarschap tot je beroep, dus zeg nooit ‘’Ik ben VJ en verder doe ik ook vrij werk’’. Tenzij je liever VJ blijft natuurlijk. Verzwijg sowieso je bijbaantjes en andere bezigheden tenzij ze je beroep ‘kunstenaar’ mooier maken.
Hanteer verder een gezagsondermijnende bassistrategie; dat gaat prima samen en het is veel spannender.

3) Wees Inhoud.
Zorg constant voor je conceptuele, inhoudelijke verhaal ook als je hem weer eens wil aanpassen of reviseren. Vertrouw niet op mooie kleuren, techniek of gekdoenerij. Met geniale gekken wordt niet meer gewerkt.

4)Nederland is een raar land, onthoud dat altijd.
Hier moet je niet zijn als je internationaal iets wil bereiken. De reden om hier wel ‘internationale’ academies te willen hebben is me dan ook totaal onduidelijk. Het zijn asielzoekerscentra waar men na een cultuurshock van 2 jaar weer terug moet naar het land van herkomst.
Er is hier ook geen galeriewereld die er toe doet.  En nauwelijks collectors van kunst… We wonen in een kunst Sahara, een woestenij met louter kunstbureaucraten. Het moet dus niet zo moeilijk zijn dat handjevol ‘gelovigen’ te vinden. Die zijn wel oké.
Je bent als beginnend kunstenaar met een beetje geluk al snel heel Nederland door. Via allerlei kunstenaarsinitiatieven, festivalletjes en leuke samenkomsten bij culturele manifestaties kun je een aardig oeuvre opbouwen. Het levert echter geen reet op voor de lange termijn. Het is tijdverdrijf, plat vermaak waarin jouw werk mag fungeren als publieksvermaak.. zorg echter dat je vooral jezelf vermaakt, dus denk nooit aan het publiek: die gaan weer en daar zit je dan met je publieksparticipatie-ding in je lege atelier. Dan kun je nog beter een performance doen.
Persoonlijk heb ik me dankzij dit systeem prima kunnen ontwikkelen en bijsturen en het heeft leuke herinneringen opgeleverd.
Er bestaan ook tweede fase opleidingen waar voornamelijk kasplantjes gekweekt worden. In een redelijk beschermende omgeving wordt kunst als een pseudowetenschap van alle ongefundeerde meningen en rottigheid ontdaan begeleid door buitenlandse deskundigen. Uiteindelijk komt iedere kunstenaar echter in dezelfde vijver terecht. Degene uit de tweede fase kassen hebben wel eens met een heuse curator/kunstenaar uit het buitenland gepraat, maar zwemmen kunnen ze nog niet. De afgestudeerde kunstacademie student die meteen zelf aan de slag is gegaan kan al een beetje zwemmen maar weet niet waar naartoe.
Nederland is echter een raar land en is met de kunsten totaal gefixeerd op het buitenland of het ‘internationale ' aspect. Zorg dus dat je een beetje in het buitenland vertoeft, da’s veel interessanter voor curatoren dan met je bouwsel Oerol onveilig maken.. Ga overigens alleen naar steden met een residency programma ( of hang daar een beetje rond), want zomaar rondreizen in de natuur is maar tijdsverspilling.

5) De bladen.
Blader die internationale kunstbladen zo vaak mogelijk door (echt lezen hoeft niet hoor, als je maar ziet wat er gaande is en dat je bepaalde personen kan plaatsen). Als dan blijkt dat jouw werk aansluit bij iets wat gaande is in Londen of Berlijn, ga daar dan eens heen. In het buitenland gaat het in de kunstbladen veel vaker over wie-is-wie dan in Nederland. We hebben dan ook geen gezaghebbende internationale curatoren of directeuren die ertoe doen. Die paar invloedrijke personen die we in Nederland hebben kom je dus vaker in het buitenland tegen dan in (pak ‘m beet) Groningen of in een ‘broedplaats in Amsterdam-zuid’. Die leer je dan vanzelf kennen als je ook naar een Biënnale of Artfair gaat, nog beter is het natuurlijk om daaraan mee te doen. Dat gaat zo.

6) Catalogus, Mapje, Google.
Maak geen lullige mapjes maar meteen een waanzinnig debiele catalogus ( meteen je subsidie op) en stuur ze naar galeries die op beurzen staan en deel ze uit aan curators en kunstenaars die je vaak kent. Je staat ontzettend voor joker maar wat maakt het uit, misschien is het net iets wat ze zoeken. De risicomijdende curator kun je niet herkennen, maar daar hoor je niet zo snel iets van, die doen toch niks met je… het gaat om die paar gekken die zichzelf nog willen bewijzen en dus af en toe met een nieuwe naam op de proppen komen, zorg dat jij dat bent en koester die mensen. .Ze zullen je naam ook doorspelen. Wees gewoon vriendelijk tegen iedereen in dat wereldje (niet kritiekloos, maar gewoon aardig) Als het eikels zijn en je gebruikt bent dan vergeet je dat ook nooit meer.
Als er een galerie geïnteresseerd is; doe altijd mee aan groepstentoonstellinkjes, maar pas op met solotentoonstellingen. Al kan dat ook best wel, dan moet je zeggen dat het éénmalig is. Als zo’n galerie bij nader inzien toch te sloom is kap je er gewoon mee; geloof niet in die verhalen dat er eerst jaren iets opgebouwd moet worden; als ze echt goed zijn (en je werk is gaaf) kan meteen met de verkoop begonnen worden en staan die internationale curatoren en collectors in de rij. Zo niet, dan doet de galeriehouder iets verkeerd en dan kun je maar beter gaan. (het kan natuurlijk zo zijn dat je werk te moeilijk is, dan is het je eigen schuld zie punt 7)

7) Duidelijk werk, praktisch.
Hoeft niet dom te zijn, maar hou het wel simpel zodat je niet over gevoelskwesties en smaak hoeft te twisten. Simpel werk kan erg ‘gelaagd’ zijn. Simpel werk kost ook geen onnodige opslag. Huur of koop nooit dingen met het oog op de toekomst want die is onzeker en dus moet je wendbaar blijven. Geen dure computers, busjes (handig ja, maar ook te huur voor bijna niks) of opslagruimtes. Zorg dat je werk in 2 zinnen is uit te leggen. En leg je werk herhaaldelijk en onvermoeid uit! Wees niet arrogant!

8) My generation.
Blijf bij mensen van je eigen generatie of iets daarboven en iets onder, maar als je 23 bent heeft het absoluut geen zin om aan te pappen met een interessante curator van 49 want dat is verspilde energie. Als ze iets met je willen dan gaat dat via zijn assistent van 23.

9) Wees Romantisch, probeer onsterfelijk te worden.
Geniet, neem niks te serieus behalve het leven zelf. Als kunstenaar kun je best dingen gratis en stom doen als jezelf denkt dat daar een leuk ‘leermoment’ in zit. Er moet een vuur en passie in je branden dat zegt; zonder mij is de kunstwereld oninteressant, ze zouden mij moeten eren, ik moet over 100 jaar nog relevant worden gevonden. Geloof in je kunst.

10) Koester je vertrouwelingen, je vrienden en familie.
Of ze nu in de kunst zitten of niet. En blijf gewoon jezelf en wordt niet overmoedig na een aankoop in één of andere stadscollectie van een museum, dat stelt namelijk helemaal niks voor. Wantrouw verder alles en ieders bedoelingen maar kijk wel of er een voordeeltje voor jezelf te halen valt. Hou van de mensen om wie je geeft en probeer de rest te mijden als de pest.

Succes!
Marc Bijl

Deze brief is verschenen in het boek 41 brieven aan de jonge kunstenaar - Het boek dat kunstonderwijs overbodig maakt. Een gezamelijke uitgave van directies van master programma's / voortgezette opleidingen voor beeldende kunst en vormgeving: ArtEZ (Arnhem, Enschede en Zwolle), Willem de Kooning Academie / Piet Zwart Instituut, Hogeschool Rotterdam ( Rotterdam), Post St. Joost (Breda) en het Sandberg Instituut (Amsterdam)
 

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl