Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

Can you feel it?

17-10-2019 Manique Hendricks

De wisselwerking tussen club cultuur en beeldende kunst - deel I

Over heel de wereld fungeert de nachtclub als toevluchtsoord, als ruimte voor tolerantie, experiment en verbondenheid. In de huidige sociaal-politieke situatie waarin sociale safe spaces in de vorm van clubs steeds vaker onder druk komen te staan of het doelwit zijn van aanslagen (Orlando, 2016) moeten we het belang benadrukken van deze ruimtes voor transgressie, het vieren van vrijheid en zelfexpressie. 

Over heel de wereld fungeert de nachtclub als toevluchtsoord, als ruimte voor tolerantie, experiment en verbondenheid.

In de afgelopen decennia is het nachtleven een onmiskenbare katalysator geweest voor beeldende kunst, mode, literatuur, sociale veranderingen en vormen van protest. Haar geschiedenis is veelal immaterieel en vaak slecht tot weinig geconserveerd. Posters en flyers verdwijnen uit het straatbeeld en foto’s verdwijnen in dozen op zolder of in de stroom van beelden op social media.

Immateriële en gekristalliseerde geschiedenissen hebben de afgelopen decennia vaak moeite gehad om plek in te nemen in ons collectieve culturele geheugen. Langzaamaan beginnen kunstinstituten van over heel de wereld clubcultuur op te nemen in hun collecties; neem als voorbeeld de tentoonstelling Club to Catwalk(V&A Londen 2013), Energy Flash(M HKA 2016) en Night Fever(Vitra Design Museum 2018). 

Clubcultuur is onlosmakelijk verbonden met en altijd een grote inspiratiebron geweest voor de beeldende kunst; denk aan Andy Warhol in Studio 54, Keith Haring’s en Jean-Michel Basquiat’s enorme muurschilderingen in de New Yorkse club Palladium en Rineke Dijkstra’s Buzzclub. Dit tweeluik artikelen belicht een aantal, voornamelijk Europese en Amerikaanse,  kunstenaars die een bijzondere relatie hebben met Westerse clubcultuur en waarvan hun werken, naar mijn idee, een zekere mate van representativiteit dragen voor specifieke communities, stromingen en/of generaties die het nachtleven rijk is. 

Clubcultuur is onlosmakelijk verbonden met en altijd een grote inspiratiebron geweest voor de beeldende kunst

“Club culture and art feel like fluctuating, intertwined forces—driven by a mutual urge to connect, to stimulate, to spur an irrepressible endorphin rush: a sensation that lingers even after the beats subside.”- Arwa Haider in: Dance, Dance, Dance! The Art of Clubbing (2018). 

 

Andy Warhol
Tussen 1977 en 1979 was er maar een plek in New York waar iedereen wilde zijn; Studio 54 aan West 54th Street. Opgericht na de Vietnamoorlog (1955-75) en de Stonewall-rellen (1969) bood Studio 54 op het juiste moment een plek voor vrij denkende geesten. Deze nachtclub was gevestigd in een voormalig operahuis en had al snel een grote aantrekkingskracht op kunstenaars en beroemdheden waaronder David Bowie, Grace Jones, Diana Ross, Cher, Jackie Kennedy en natuurlijk Andy Warhol. Met zijn uitspraak “Dictatorship at the door, democracy on the floor” omschreef Warhol zowel de aantrekkingskracht als de bijzondere waarde van de New Yorkse nachtclub. Dankzij zijn obsessieve neiging om zijn leven en dat van zijn directe vriendenkring te documenteren zijn er talloze foto’s van wilde avonden in Studio 54 en kunnen we, ondanks dat we waarschijnlijk zelf niet eens waren binnengekomen, een goed beeld vormen en de sfeer proeven van de nachtelijke avonturen in de inmiddels gemythifiseerde nachtclub. 

Andy Warhol, Photograph of Boy George at Studio 54
Andy Warhol, Photograph of Boy George at Studio 54
Andy Warhol, Photo of Grace Jones and Andre Leon Talley at Studio 54, c. 1980
Andy Warhol, Photo of Grace Jones and Andre Leon Talley at Studio 54, c. 1980

 

Nan Goldin
Nan Goldin’s Ballad of Sexual Dependencybegon met een handbediende diashow in The Mudd Club. Na de opening in 1978 werd The Mudd Club in Manhattan het tweede thuis van de undergroundscene van New York. Naast livebands en DJ’s werden er filmvertoningen gehouden, performances opgevoerd en tentoonstellingen en modeshows georganiseerd. In vergelijking met het glittergeweld en de glamour van Studio 54 in Uptown New York was The Mudd Club experimenteler en meer underground. Tijdens de verjaardag van Frank Zappa toonde Goldin voor het eerst haar Ballad of Sexual Dependencyin de vorm van een diashow, geheel in de stijl van de DIY (Do It Yourself) ideologie van de punkbeweging. De voorstelling toonde foto’s die Goldin maakte van zichzelf, haar omgeving, vrienden en geliefden. De volgorde van de dia’s werd ter plekke door Goldin zelf bepaald, in het begin zonder geluid maar later met een bijpassende persoonlijke soundtrack. In diezelfde periode werd het nachtleven van New York vertegenwoordigd door foto’s van beroemdheden, kunstenaars, modellen, dansend in Studio 54. Goldin's foto's presenteerden een ondervertegenwoordigde, donkere kant van het nachtleven van New York in de jaren zeventig en tachtig.

Nan Goldin, Cookie and Millie in the Girl's Room at the Mudd Club, New York City, 1979
Nan Goldin, Cookie and Millie in the Girl's Room at the Mudd Club, New York City, 1979

 

Keith Haring & Basquiat
Toen het door de Japanse architect Arata Isozaki ontworpen Palladium haar deuren in 1985 opende in New York was een bijna 10 meter hoge muurschildering van Keith Haring het decor van de drukbezochte new wave - en later house - avonden. Haring ontwierp tevens de flyers voor de nachtclub aan East 14th Street. Aan de langgestrekte bar konden bezoekers zich vergapen aan een muurschildering van Jean-Michel Basquiat. Net als Nan Goldin waren beide kunstenaars kind aan huis bij The Mudd Club waar Basquiat platen draaide en Haring op de vierde verdieping een ‘late-night gallery’ opende. De jaren tachtig in New York waren een belangrijke tijd voor de kruisbestuiving tussen het nachtleven en de kunst waarin de nadruk lag op cross-media, experiment en een DIY mentaliteit.  Naast het tekort aan tentoonstellingsruimtes leek de kunstwereld- die vooral werk van gevestigde kunstenaars toonde - onbereikbaar en ontoegankelijk voor jonge kunstenaars. En dus vonden ze hun weg naar alternatieve ruimtes en nachtclubs.

Muurschilderingen van Keith Haring & Basquiat in Palladium, New York
Muurschilderingen van Keith Haring en Basquiat in Palladium, New York

Mark Leckey
Het schijnt dat de Britse kunstenaar Mark Leckey moest huilen toen hij Fiorucci Made me Hardcorein 1999 maakte. De video, die sinds juni 2011 op Youtube staat en inmiddels meer dan 230.000 keer bekeken is, bestaat uit een collage van beelden uit de underground dance-scene van Groot Brittannië. Op chronologische wijze begint de video met footage uit de jaren zeventig waarin Northern Soul (working class-soul muziek afkomstig van de Afro-Amerikaanse soul die in de jaren zestig werd overgebracht naar het noorden van Engeland) haar opmars maakte, gevolgd door beelden van de eerste grote (acid) house feesten en raves eind jaren tachtig en begin jaren negentig. De titel verwijst naar het Italiaanse modemerk Fiorucci “something as trite and throwaway and exploitative as a jeans manufacturer (Fiorucci) can be taken by a group of people and made into something totemic, and powerful, and life-affirming."[1] Fiorucci Made Me Hardcoreis een ode aan de extase van het dansen en de kracht van collectieve energie op de dansvloer en vormt een bijzonder document van Britse clubcultuur.


 

Wolfgang Tilmans
Het is 1989, het jaar van de val van de Berlijnse muur. De hits Good Life van Inner City en French Kiss van Lil Louis worden in de clubs grijsgedraaid. Het is ook het jaar waarin de foto's van Wolfgang Tillmans voor het eerst worden gepubliceerd in i-D magazine. De dan eenentwintigjarige, Duitse Tillmans, woont op dat moment in Hamburg terwijl de acid-house enorme impact heeft op de plaatselijke clubcultuur. Het nieuwe tijdperk van housemuziek heeft volgens Tillmans een democratisering in de jeugd- en clubcultuur veroorzaakt: “Suddenly house culture swept away the class-based ways of ‘80s power dressing and elitism, and everything was democratized. Everyone was wearing jeans and a t-shirt and a smile on their face.” [2] Tillmans voelde de drang om de energie vast te leggen die hij en zijn generatie op dat moment voelden en richtte zich op persoonlijke ervaringen van het lichaam, liefde, dans en muziek. Door de jaren heen fotografeerde Tillmans zijn vrienden, mensen buiten clubs (zowel in Hamburg als Berlijn, Frankfurt, Gent en later ook Londen) en maakte hij reportages over Gay Pride Londen en de Berlijnse Love Parade. 

Wolfgang Tillmanns, Outside Planet, view, 1992
Wolfgang Tillmanns, Outside Planet, view, 1992
Wolfgang Tillmanns, Tresor Garten, 1997
Wolfgang Tillmanns, Tresor Garten, 1997

 

--

[1] https://elephant.art/fiorucci-made-hardcore-poignant-tribute-rave-culture/

[2] http://brooklynrail.org/2016/07/art/wolfgang-tillmans-with-allie-biswas

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl