Steun hier het nieuwe seizoen van de radiopodcast Kunst is Lang.

Image

De fysieke herinneringen van Maurice Bogaert

22-02-2021 Milo Vermeire

De kunstinstellingen in ons land zijn gesloten voor publiek. Mister Motley is vastberaden een aantal van deze noodgedwongen verborgen schatten zichtbaar te maken, en dus spreken we een aantal kunstenaars over hun aan het zicht onttrokken werk. Milo Vermeire spreekt met Maurice Bogaert.

 

Maurice Bogaert (1975) staat bekend om zijn grote installaties en filmische decors. Vaak zijn deze werken tijdelijk en ‘site-specific’, hetgeen betekent dat ze maar op één moment en op één plek te zien zijn. Dat maakt het extra lastig om in een pandemie toch een publiek te bereiken. De tentoonstellingen waar zijn werk nu of binnenkort te zien zou zijn, houden allen voorlopig de deuren dicht: De Cacaofabriek in Helmond, Patty Morgan in Amsterdam, De Vishal in Haarlem en zelfs de Paltzbiënnale (die aankomende zomer moet plaatsvinden) zijn allemaal omzweven met verschillende gradaties van onzekerheid. Toch blijft Bogaert redelijk nuchter onder de omstandigheden. Het scheelt dat de kunstenaar sowieso het liefst maar één werk per jaar maakt. Daarnaast heeft Bogaert het afgelopen najaar een kunstwerk gemaakt dat wél makkelijk zijn weg naar het publiek weet te vinden: het boek ‘The Walter Benjamin and Albert S. Project’ is gewoon online verkrijgbaar. 

Het atelier van Maurice Bogaert tijdens het werken aan 'The Walter Benjamin and Albert S project'
Het atelier van Maurice Bogaert tijdens het werken aan 'The Walter Benjamin and Albert S project'

Het scheelt dat de kunstenaar sowieso het liefst maar één werk per jaar maakt.

Decorbouw en architectuur spelen een grote rol in je werk. Wanneer ben je begonnen met het deconstrueren van architectuur?
Het bouwen van filmische decors is ooit begonnen toen ik de set van een hele aflevering van Onderweg naar morgen heb nagebouwd. Dat werk [red. Thursday. May the 10th’, 2008] is al best oud maar voelt nog steeds als een sleutelwerkje. Ik vroeg me af hoe je een remake zou kunnen maken van een film in één continu shot en wat er dan gebeurt met de set. Om te kijken of dat überhaupt mogelijk is, wilde ik beginnen met een simpel stukje tv. Onderweg naar Morgen is allemaal binnen opgenomen dus ik dacht: dat kan niet misgaan. Ik ben dat helemaal na gaan bouwen. Uiteindelijk is misschien het niet gelukt om die film in één shot opnieuw op te nemen maar de poging daartoe heeft wel interessant werk opgeleverd.

Het bouwen van filmische decors is ooit begonnen toen ik de set van een hele aflevering van Onderweg naar morgen heb nagebouwd

Sindsdien heb je veel architecturale installaties gemaakt. Deze zijn door de coronamaatregelen echter moeilijk te bezichtigen. Gelukkig heb je onlangs ook een boek uitgebracht: Afgelopen september verscheen ‘The Walter Benjamin and Albert S. Project’. Een boek als kunstwerk over twee hele verschillende mensen: De befaamde schrijver Walter Benjamin en ‘nazi-architect’ Albert Speer. Wat verbindt deze figuren?
Walter Benjamin en Albert Speer hebben op min of meer exact hetzelfde moment in de geschiedenis zich een Berlijn proberen voor te stellen dat er op dat moment niet was. Speer is megalomane toekomstplannen aan het schetsen voor als Duitsland de oorlog gewonnen heeft. Tegelijkertijd probeert Benjamin, gevlucht voor de nazi’s in Parijs, zich het Berlijn van zijn jeugd te herinneren. Ik vond het een mooi en spannend idee dat dit ongeveer tegelijkertijd heeft plaatsgevonden. Beiden zijn bezig met het construeren van architectuur die fantasie of herinnering blijft. 

Aan de hand van de herinneringen aan een kindertijd in Berlijn van Benjamin ben ik een aantal locaties na gaan bouwen en fotograferen. Van Speer’s plannen zijn vooral veel schetsen overgebleven, omdat hij nauwelijks heeft gebouwd en alleen maar heeft ontworpen. Ik heb zijn schetsen doorgekrast, overgeschilderd en die gebruikt als zijn inbreng. Hiervan heb ik een boek gemaakt.

Wat mij al werkende steeds meer fascineerde is dat het enerzijds over de wereldgeschiedenis gaat, maar juist ook over hun persoonlijke verhalen. Over Speer die zich na de oorlog echt als een ‘nette nazi’ heeft weten te ensceneren en na twintig jaar alweer vrij was. Dat vind ik echt ongelofelijk. Daar tegenover staat de paniek die Benjamin gevoeld moet hebben op het moment dat hij op de vlucht zelfmoord pleegt. Dat vond ik zo heftig. Voor mij gaat het over die persoonlijke verhalen achter die geschiedenis.

Maurice Bogaert - The Walter Benjamin and Albert S. Project' (Uitgever Jap Sam Books)
Maurice Bogaert - The Walter Benjamin and Albert S. Project' (Uitgever Jap Sam Books)

Walter Benjamin en Albert Speer hebben op min of meer exact hetzelfde moment in de geschiedenis zich een Berlijn proberen voor te stellen dat er op dat moment niet was.

De projecten waar je nu aan werkt, zijn voorlopig niet te zien. Zo zou je nu eigenlijk bezig zijn met de opbouw van een site-specific tentoonstelling in Patty Morgan in Amsterdam. Wat ben je daar van plan?
Tijdens het werken aan mijn boek vroeg ik mij af of je een ruimte wel kan reconstrueren op basis van alleen een herinnering. Bij Benjamin had ik zijn teksten waardoor ik bij de meeste sets dacht dat het er alleen maar zo uitgezien kán hebben. Terwijl ik niet denk dat Benjamin het zelf zou herkennen als hij mijn reconstructie zou zien. Als oefening van hoe architectuur en herinnering werkt, heb ik in mijn atelier geprobeerd mijn eigen huis te reconstrueren. Die maquettes heb ik gestapeld om zo een sculptuur te maken [red. ‘Untitled’, 2019]. Daarnaast ben ik bezig met het verdubbelen van een aantal architectonische elementen uit de ruimte van Patty Morgan. Als een soort op schaal modellen van de ruimte, maar dan op werkelijke grote.

Maurice Bogaert - Schets van Site-Specific installatie voor Patty Morgan, met dank aan Ronja Driessen.
Maurice Bogaert - Schets van Site-Specific installatie voor Patty Morgan, met dank aan Ronja Driessen.
Maurice Bogaert - Untitled 2019
Maurice Bogaert - Untitled 2019

Als oefening van hoe architectuur en herinnering werkt, heb ik in mijn atelier geprobeerd mijn eigen huis te reconstrueren.

De opbouw van voor de Tentoonstelling in Talloze Aktes’ in De Cacaofabriek heb je wel al kunnen afmaken. Wat heb je daar gedaan?
In De Cacaofabriek staan we met zijn vieren: Roos van Haaften, Jan Klatter, Peter de Kimpe en ik. Naast dat we allen beeldende kunstenaars zijn, hebben we ook allemaal een link met theater. Eén van de uitgangspunten van deze tentoonstelling is het archiveren als een ‘performatieve daad’. Daarin zit ook het theatrale element. Ik heb voor mijn eigen werk de vrijheid genomen om de atlas als een soort archief te zien en een atlas van de tentoonstellingsruimte maken, maar dan schaal één op één.

In de tentoonstellingsruimte van misschien wel vijftien meter hoog heb ik in het midden een werkplaats opgehangen. Op deze manier kan ik de ruimte overzien waardoor ik mezelf niet in de weg sta op het moment dat ik deze in kaart aan het brengen ben. Tijdens de tentoonstelling ben ik aan het werk in een poging die atlas af te krijgen. Ik ben begonnen met het bouwen van die werkplaats en een raster in de ruimte te tekenen. Elk vlak wordt straks een bladzijde in het atlas-boek. De vloer alleen al worden zes boeken van honderd pagina’s met alleen maar grijze vlakken en vervolgens moet de muur. Het wordt echt een landkaart van de uitslag van de ruimte.

Maurice Bogaert - 'Here be Dragons' (2021) , De Cacaofabriek in Helmond heet:
Maurice Bogaert - 'Here be Dragons' (2021) , De Cacaofabriek in Helmond heet:

Eén van de uitgangspunten van deze tentoonstelling is het archiveren als een ‘performatieve daad’.

De tentoonstelling is dicht en officieel nog niet opengegaan. Ben je nu alsnog ter plaatse de atlas aan het maken, al is er niemand om het ‘performatieve’ element te zien?
Ja, dat is heel dubbel inderdaad. Ondanks dat de opening niet door is gegaan hebben we de tentoonstelling wel afgemaakt. Dus die staat er en ik ga daar doorwerken. Ik ga er gewoon vanuit dat er nog publiek komt. 

Ondanks uitgestelde openingen en gesloten musea blijft de kunstwereld volop in beweging. Iets wat recent meer aandacht krijgt is de verantwoordelijkheid van kunstenaars en instituten om bestaande machtsverhoudingen in twijfel te trekken. Bewegingen als BLM spelen hier onder andere een rol in. Kom jij dit in jouw praktijk tegen?
Ik merk dat ik daar vooral mee in aanraking kom in mijn docentschap. Ik voel mij veel meer verantwoordelijk om het hier met de studenten over te hebben. Om de eerste les te beginnen met dat als je naar een kunstwerk kijkt, je altijd moet realiseren: ‘Door wiens ogen kijk ik eigenlijk en wat is de context waarin dit gemaakt is?’. Daar ben ik heel bewust met de studenten mee bezig. Anderzijds word ik daar geconfronteerd met hoe de studentenpopulatie verandert. Die wordt bijvoorbeeld gelukkig een stuk minder wit. Dat verlangt van mij ook dat mijn onderwijs verandert. Ik had vorig jaar iemand in de klas met een Koerdische achtergrond en die vroeg terecht: ‘waarom hebben we het eigenlijk vooral over westerse kunst? Waarom hebben we niet over de kunstenaars uit het Midden-Oosten?’. En dan realiseer ik me dat ik daar wel iets van weet, maar lang niet zo veel. Dus ik voel dat ik dit samen met de studenten aan het uitvinden ben. Als je iets als een canon zou willen, wat zou dan een nieuwe canon zijn? En dat vind ik heel spannend. Want het gaat soms ook mis of soms begrijp je elkaar niet en ik denk dat het onderwijs daar een hele belangrijke rol in speelt. Als ik aan mijn eigen opleiding denk; ik heb toen niets geleerd over kunst na 1950, omdat mijn docenten daar gewoon niks van wisten. Ik realiseer me dus dat ik niet die docent moet zijn.

Ik denk dat een deel van mijn werk een formeler onderzoek is naar hoe film en architectuur werkt. Maar dat betekent niet dat ik me als kunstenaar niet engageer. Maar dat zit niet één op één in het werk. 

Ik realiseer me dus dat ik niet die docent moet zijn.

Heel letterlijk: Er zitten überhaupt geen mensfiguren in je werk.
Nee, haha (lacht])! Misschien wordt het tijd dat de mens terugkomt. Hoewel in het boek over Benjamin en Speer geen mensen in de foto’s voorkomen maar het natuurlijk wel over twee mensen gaat, en over mij.

Maurice Bogaert - The Walter Benjamin and Albert S. Project' (Uitgever Jap Sam Books)
Maurice Bogaert - The Walter Benjamin and Albert S. Project' (Uitgever Jap Sam Books)

 

Is de pandemie inmiddels niet alleen je tentoonstellingsagenda, maar ook je werk zelf aan het beïnvloeden?
Nee. Ik durf eigenlijk nog niets zinnigs te zeggen over de pandemie en wat voor effect dat heeft op de kunst. Ik voel dat ik nog voorbij die ‘toeristenblik’ moet. Het is toch een beetje alsof je net aankomt op een vreemde bestemming. Afgelopen mei of april kwam volgens mij al het eerste ‘corona-boek’ uit. Ik heb het niet gelezen maar dat kan gewoon niet beschrijven hoe we er nu over denken. Ik denk dat er nog tijd voor nodig is voordat de kunst iets over de pandemie kan zeggen.

‘The Walter Benjamin and Albert S. Project’ van Maurice Bogaert is onder andere te verkrijgen via de uitgever Jap Sam Books.

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl