Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

Wees blij, wees blij, wees godverdomme blij

12-03-2020 Ko van 't Hek

Het pastelroze nepzwembad gevuld met nepspekjes is propvol minderjarige meiden. In een hoekje wacht een vader rustig tot de poppenkast over is, een andere vader loopt met een echte camera’ om zijn, ik schat, achtjarige dochter heen en geeft haar regieaanwijzingen voor de perfecte foto. De andere meisjes staan te wachten totdat zij aan de beurt zijn, totdat zij een nieuwe profielfoto kunnen schieten in of aan de rand van dit roze zwembad. Een meisje raakt haar telefoon kwijt tussen de stressbalmarshmallows, hoe ironisch? Ik bekijk het van een afstandje en ga stuk van het ongemak.

Ko in Wondr, foto Elant Wijtman
Ko in Wondr, foto Elant Wijtman

Dit is Instagram-museum Wondr in Amsterdam. Even over de naam: het is geen museum, het heeft niks met een museum te maken, er is geen kunstwerk te zien. Het zijn vijftien ruimtes vol kleurrijke decors waar je fotos van jezelf en elkaar kunt nemen. Niks complex, niks waar je langer over na hoeft te denken, niks wat ongemak zou moeten oproepen. Vooraf had ik weinig zin om er heen te gaan, het is een plek waar ik als kunstliefhebber op af dien te geven. Dat ga ik niet doen, althans niet rücksichtlos, maar ik ga wel kijken naar kunsteloos anti-museum Wondr als cultuurverschijnsel, de precaire situatie waar ongemak zich op dit moment in bevindt en welke risico’s musea lopen in de wereld van Instagram.

Ik bekijk het van een afstandje en ga stuk van het ongemak

Ongemakkelijke kunst
Het is in Wondr allemaal zo glad als boter (hoewel ook het verval van de goedkope decors te zien is), zo vlak, dat mij een gevoel van ongemak bekruipt. Een gevoel dat lijkt op een wereldberoemd ongemakkelijk kunstwerk: Imponderabilia (1977) van Marina Abramović & Ulay. In de smalle ingang van Galleria Communale d'Arte Moderna in Bologna staan de twee kunstenaars naakt tegen over elkaar, de ruimte tussen hen zo smal dat je er zijdelings doorheen moet, onvermijdelijk schurend langs de naakte lichamen. Het is de enige weg naar binnen, aan bezoekers de vraag: naar wie draai je je toe bij het passeren? Het gaat over de kwetsbaarheid van de kunstenaar, over de relatie tussen kunstenaar en publiek, maar het meest blijven de blikken bij van passerende bezoekers. Die schreeuwen één emotie: ongemak.

IMPONDERABILIA, Ulay & Abramovic
IMPONDERABILIA, Ulay en Abramovic

En aan de rand van een zwembad denk ik altijd aan David Hockney. Zijn A Bigger Splash (1967) maakt gebruik van precies dezelfde Amerikaanse esthetiek met luxe en pastelkleuren als Wondr, alleen zit in dat doek nog iets anders: er is geen mens te zien, alleen een plons. Het suggereert de totale leegte van dat overdadige droomleven in Los Angeles. Hockney geeft de toeschouwer de ruimte om te genieten van de schoonheid, maar ook het ongemak van die leegte te voelen. Dat is het grote verschil met Wondr, dat gaat niet over leegte. Mensen die de leegte ervan zien, kunnen er niet omheen, maar daar is het Instagram-museum niet op uit.

David Hockney, Bigger Splash
David Hockney, Bigger Splash

Als Banksyesque disruptieve installatie zou Wondr fantastisch zijn, als een kritiek op de egocentrische en consumentistische, westerse samenleving. Zoals je Happy van Pharrell kunt horen als een dystopsiche dwang tot blijheid - wees blij, wees blij, wees godverdomme blij - met een kopstemkoortje dat zich prima zou lenen voor een aflevering van Black Mirror. Dán zou Wondr een zeer geslaagd kunstwerk zijn, maar helaas, in werkelijkheid is die ironie er niet. Het is, zoals BBC-criticus Mark Kermode het verwoordt in een filering van de film Entourage, over het exorbitante droomleven van een filmster: a satire without satire. Tenzij natuurlijk de pokerface van Wondr zo strak is dat ik de ironie niet herken, in dat geval: chapeau, maar ook: als niemand het ziet, is het dan nog wel ironie?

Dán zou Wondr een zeer geslaagd kunstwerk zijn, maar helaas, in werkelijkheid is die ironie er niet.

Ongemak als kunstcriterium
Er is een groot verschil tussen Ambramović & Ulay en Hockney enerzijds en Wondr anderzijds. Het laatste is geen kunstwerk, het is entertainment en entertainment kent weinig ongemak. Hetzelfde geldt voor Happy en Entourage, we begrijpen volgens onuitgesproken afspraken dat het gevoel van ongemak niet de bedoeling is. Het zit niet in de intentie van de maker. Die notie van intentie is belangrijk. Ongemak is niet leuk en entertainment wil dat wel zijn. Mijn gevoel van ongemak bij Wondr voelt dus misplaatst. Kunst geeft meer ruimte voor onbedoelde en complexe emoties. Ongemak kan bij kunst wel de bedoeling zijn, dat is het bij Imponderabilia zeker, bij A Bigger Splash absoluut mogelijk. En zo hebben we in intentioneel ongemak een prima scheidslijn tussen kunst en niet-kunst.

Een goed kunstwerk raakt, roept een complex van gevoelens en gedachten op. Of je nou wilt of niet, je kunt er niet schouderophalend langs lopen. Dat kunnen allerlei emoties zijn, van verrassing en verwarring tot woede en rillingen van schoonheid. En dus ook ongemak. Last, hinder, discomfort, moeite, jeuk aan je ziel. Dat wat je voelt als je even alleen bent, dat wat je voelde vlak voordat we opeens zonder dat je het doorhebben op onze telefoons aan het kijken zijn. In de rij van de supermarkt, als je date naar de wc is, als je niet weet wat je ergens mee aan moet. Het allesvretende gevoel van existentiële eenzaamheid, een verdriet dat we allemaal altijd een beetje bij ons dragen. Geen lekker gevoel, maar wel een interessante: waar komt dat ongemak vandaan? Waarom voel je het precies? Door daar naar op zoek te gaan, heb je een uitgelezen mogelijkheid om jezelf en de wereld beter te leren kennen. Het is de contemplatie waarvoor ik naar een museum ga.

En zo hebben we in intentioneel ongemak een prima scheidslijn tussen kunst en niet-kunst

Maar het gaat niet goed met het ongemak: ik maak me zorgen. Ook ik pak liever mn telefoon dan dat ik dat gevoel te dichtbij laat komen. En als we dan scrollen door onze feeds willen we geen ongemak zien. Daar komt bij: het is een niet erg fotogenieke emotie. We zoeken in onze drang naar afleiding naar ‘lekkere’ dingen in onze feeds en dus posten we dat zelf ook, omdat mooi die bevestiging oplevert waar we naar op zoek zijn: likes. We willen entertainment, en dus delft ongemak in tijden van Instagram het onderspit. Op Instagram, maar ook in musea.

Kunst in tijden van Instagram
Wereldwijd heeft Instagram miljarden gebruikers, miljoenen in Nederland. En dus zitten musea ook op Instagram. Het belang van Instagram als marketinginstrument voor musea is niet te onderschatten. En geef ze eens ongelijk: het is een effectief marketinginstrument. Ze trekken bezoekers door zelf dingen te posten en moedigen bezoekers aan om foto’s te delen. Laat andere mensen vertellen hoe tof je bent, dan hoef je het zelf niet meer te doen. Neem bijvoorbeeld de billboards van Museum Voorlinden met daarop verschillende hashtags die je kunt gebruiken bij het posten van een foto #fun #art. Het probleem is alleen dat Instagram marketing is en dit soort marketing is entertainment. Er worden prijzen uitgereikt voor de leukste tv-reclame van het jaar en de leukste socialmedia-accounts.

Dat betekent dat musea zich, door actief te zijn op Instagram, in een ander domein begeven dan dat hun eigen is. Ze stappen uit de wereld van de kunst, waar verstilling en educatie belangrijk zijn, in de flashy wereld van het entertainment. Dat levert problemen op. Dat zegt ook Stedelijk-Instagrammer Saskia du Bois op Cultuurmarketing: minder esthetische werken doen het minder goed op Instagram, waarmee het museum in een lastig parket komt: post je nog minder lekkere’ werken, ook als dat slecht is voor je positie op Instagram? De verleiding is volgens Du Bois dan groot om die ‘unstagrammable’ kunst niet te posten. De perverse prikkel die op de loert ligt is dan om minder unstagrammable’ kunst tonen in het museum zelf en er rekening mee te houden in het aankoopbeleid, omdat die werken zich ook minder goed laten delen door de bezoeker. Dat kun je Nederlandse musea moeilijk kwalijk nemen, gezien de verkoop van kaarten sinds de bezuinigingen uit 2012 zo belangrijk is geworden voor musea.

Dat betekent dat musea zich, door actief te zijn op Instagram, in een ander domein begeven dan dat hun eigen is.

Musea nemen hiermee wel een risico. Het is schier onmogelijk om de complexe maar ware kracht van kunst en musea te laten zien op Instagram. Musea die zich bevinden op Instagram sluiten een pact met de duivel: het lijkt een goed idee, maar er zijn enorme negatieve consequenties. Door in de wereld van entertainment te stappen, worden ze entertainment. Dan moet je niet raar opkijken als publiek en politiek ze ook zo gaan benaderen. Het is een catch 22 waar de musea zich in bevinden: niet met een been die wereld van entertainment in en je bestaan wordt bedreigd - bijvoorbeeld door een terugloop van je bezoekers en dus van je inkomsten - wel doen en je loopt het risico je ware kracht en relevantie te verliezen om vervolgens door de politiek nog verder buitenspel te worden gezet. Dat gevaar ligt op de loer in een politiek klimaat waar fanfares gelijk worden gesteld aan het Concertgebouworkest.

Musea die zich bevinden op Instagram sluiten een pact met de duivel: het lijkt een goed idee, maar er zijn enorme negatieve consequenties.

Toegegeven: ik ben niet onschuldig in dezen, als de helft van Kunst Kijken met Ko & Kho, waarmee Yuki Kho en ik kunst toegankelijk willen maken voor een breder publiek. Dat doen we onder andere via entertainmentmedium Instagram. Ook wij merken dat de kleurrijke werken meer likes krijgen dan minder lekkere’ kunst. We delen ook die minder fotogenieke kunst, omdat ook die de moeite waard is, omdat dat andere emoties oproept en inzichten geeft dan een werk dat vooral mooi is. Maar, eerlijk is eerlijk, minder likes geeft minder voldoening. 

Dat gevaar ligt op de loer in een politiek klimaat waar fanfares gelijk worden gesteld aan het Concertgebouworkest.

Ongemak in tijden van Instagram
Musea zijn plekken voor contemplatie. Om via kunstwerken geconfronteerd te worden met je complexe en ongemakkelijke gevoelens. Plekken voor kunst dus, niet voor entertainment. Plekken om je te bezinnen, voor jezelf, niet om aan anderen te laten zien dat je er bent geweest. Voor dat laatste is Wondr nadrukkelijk wel bedoeld. 

Ik zit nog steeds in het roze zwembad en bedenk dat dat ook is waar mijn ongemak vandaan komt: de socialmediamaskers die we opzetten, waar geen plek is voor ongemak. Een goede façade is voor veel jongeren, twintigers, dertigers belangrijk, maar ik kan het niet los zien van een generatie die omvalt van burn-outs en depressies. Een leven zonder complexe emoties te voelen, te herkennen en te onderzoeken is simpelweg niet vol te houden. Hier spreekt een ervaringsdeskundige. Het is daarnaast ongemakkelijk dat musea geprikkeld worden om keuzes te maken die niet goed zijn voor de kunst. Er is veel focus op de kwantiteit van bezoek - bezoekersaantallen van grote musea groeien de afgelopen jaren, maar het gaat weinig over de kwaliteit van bezoek. Hoe bezoekt iemand het museum en haalt hij of zij eruit waar het museum uniek en goed in zou moeten zijn? En dan bedoel ik dus niet het hebben van goede kiekjes na afloop. Ik bedoel contemplatie, ik bedoel een soms licht ongemakkelijke spiegel.

Ik zit nog steeds in het roze zwembad en bedenk dat dat ook is waar mijn ongemak vandaan komt: de socialmediamaskers die we opzetten, waar geen plek is voor ongemak.

Een wereld met alleen maar mooi, blij en entertainment is waardeloos. We hebben complexe en onaangename gevoelens als ongemak nodig - hoe ongemakkelijk ook. We moeten er soms mee geconfronteerd worden, geprikkeld worden die te voelen. Niet leuk, maar wel gezond. Groente voor de geest. Laten we ruimte geven aan het ongemak, al is het maar omdat er ongemak zit in het gebrek eraan. Laten we er kunst over maken, juist nu, laten we die kunst blijven tentoonstellen in musea, juist nu, laten we er naar blijven kijken. Laten we ervoor zorgen dat kunst geen entertainment wordt.

Dankzij het advies bij de ingang om het geluid van je telefoon aan te zetten en op zn hardst, wordt de telefoon weer uit het roze zwembad met marshmallows gevist. Zo kan iedereen gewoon vrolijk doorgaan met de serieuze zaak van het perfecte plaatje, ik geniet nog even van mijn ongemak, heerlijk.

Dit artikel maakt deel uit van een reeks artikelen die verschijnt naar aanleiding van de expositie ‘Ongemakkelijk’, die van 14 maart t/m 11 april 2020 te zien is in Arti et Amicitiae te Amsterdam.
Deze reeks artikelen is mogelijk gemaakt door stichting Niemeijer Fonds.

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl